Stanislaus August Poniatowski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stanislaus II August
1732-1798
Stanisław II August Poniatowski in coronation clothes.PNG
Koning van Polen
Periode 1764-1795
Voorganger August III
Opvolger --
Grootvorst van Litouwen
Periode 1764-1795
Voorganger August III
Opvolger bij Rusland
Vader Stanisław Poniatowski
Moeder Konstancja Czartoryska
Dynastie Poniatowski

Stanislaus II August Poniatowski (Pools: Stanisław August Poniatowski) (Wołczyn, 17 januari 1732 - Sint-Petersburg, 12 februari 1798) was de laatste koning van een zelfstandig Polen.

Hij werd in 1732 geboren in Polesië als zoon van Stanisław Poniatowski en Konstancja Czartoryska. Zijn rappe politieke carrière dankte hij voornamelijk aan zijn moeder, een telg uit het magnatengeslacht Czartoryski. Sinds 1755 was hij secretaris van de Britse gezant Charles Hanbury Williams in Sint-Petersburg, die eerder gezant in Saksen geweest was. Via Hanbury Williams leerde hij de latere keizerin Catharina de Grote kennen, die zich zeer tot de jonge edelman aangetrokken voelde en hem als minnaar nam.

Met steun van Catharina werd Poniatowski na de dood van koning August III op 7 september 1764 tot staatshoofd van het Pools-Litouwse Gemenebest gekozen. Om deze sterk verzwakte staat opnieuw in te richten ondernam hij wetenschappelijke, culturele en politieke hervormingen die een culturele bloeitijd tot gevolg hadden. Zo stichtte hij de Ridderschool (de eerste seculiere eliteschool in het land), nam hij het initiatief tot het aanleggen van kanalen, bevorderde de mijnbouw en de wolindustrie en beperkte hij het liberum veto, een vetorecht dat de Poolse landdag tot spreekwoordelijk geworden chaos had veroordeeld. Verdergaande hervormingspogingen werden tegengewerkt door de buurlanden Rusland, Pruisen en Oostenrijk, die vreesden dat een hervormd Polen zich aan hun invloed zou onttrekken.

Deze staten besloten na de oorlog van de Confederatie van Bar in 1772 delen van Polen te annexeren. Stanislaus August moest bij deze Eerste Poolse Deling machteloos toezien. Hierna stond Rusland beperkte hervormingen toe, waaronder het ontbinden van de jezuïetenorde (1773), het oprichten van een ministerie van Onderwijs (mogelijk het eerste in Europa), een nieuwe grondwet (1775), het afschaffen van marteling en heksenvervolging en de hervorming van een klein leger. In 1791 nam de landdag de zeer vooruitstrevende grondwet van 3 mei 1791 aan, waarin ook het liberum veto werd afgeschaft. De door Catharina de Grote gesteunde conservatieve adel, verenigd in de Confederatie van Targowica, verzette zich echter gewapenderhand tegen deze grondwet. Stanislaus August zag zich uiteindelijk gedwongen zich bij de confederatie aan te sluiten, waarna de grondwet werd ingetrokken. Catharina eiste hierop een tweede Poolse deling, die in 1793 plaatsvond. Met de derde deling in 1795 verdween Polen van de kaart en moest Stanislaus August aftreden (25 november 1795).

Stanislaus August bracht zijn laatste levensjaren door in Sint-Petersburg, alwaar hij op 12 februari 1798 ongetrouwd stierf. In 1938 werd hij herbegraven in een kerk in zijn geboortestad Wołczyn en in 1995 wederom herbegraven in de Johanneskathedraal te Warschau. Een eerdere poging in 1993 om hem te herbegraven mislukte omdat zijn stoffelijk overschot in de geruïneerde kerk van Wołczyn onvindbaar bleek.