August II van Polen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
August II
Frederik August I
1670-1733
August II the Strong by Marcello Bacciarelli.PNG
Koning van Polen
Periode 1697-1704
Voorganger Jan Sobieski
Opvolger Stanislaus Leszczyński
Koning van Polen
Periode 1709-1733
Voorganger Stanislaus Leszczyński
Opvolger August III
Keurvorst van Saksen
Periode 1694-1733
Voorganger Johan George IV
Opvolger Frederik August II
Grootvorst van Litouwen

periode4=1697-1706

Voorganger Jan II
Opvolger Stanislaus I
Grootvorst van Litouwen
Periode 1709-1733
Voorganger Stanislaus I
Opvolger August III
Vader Johan George III van Saksen
Moeder Anna Sophia van Denemarken

Frederik August (Dresden 12 mei 1670 - Warschau, 1 februari 1733) staat bekend als Frederik August I keurvorst van Saksen (van 1694 tot 1733) en als August II de Sterke, koning van Polen en grootvorst van Litouwen (van 1697 tot 1704 en van 1709 tot 1733).

Hij leidde een buitengewoon leven met talloze minaressen bij wie hij talloze kinderen verwekte. Daarnaast was August liefhebber van toneel, ballet en opera en een van de eersten die op een systematische manier schilderijen verzamelde. Zijn verzameling was de belangrijkste en grootste in Europa.

Leven[bewerken]

August was de enige overlevende zoon van Johan George III van Saksen en Anna Sophia van Denemarken. Hij werd (deels) opgevoed in Prettin en maakte een Grand Tour, die twee jaar duurde. Hij bezocht Versailles, Madrid, Lissabon, Milaan, Venetië en Florence. In 1689 keerde hij terug en nam deel aan de Negenjarige Oorlog (1688-1697). In 1691 stierf zijn vader. In 1694, na het plotselinge overlijden van zijn oudere broer Johan George IV aan de pokken, werd August keurvorst van Saksen.

Na de dood van de Poolse koning Jan III Sobieski bekeerde August zich op 1 juni 1697 heimelijk tot het katholieke geloof in Baden bei Wien, zodat hij twee weken later kon worden gekozen tot koning van Polen in Warschau. Dit gebeurde met steun van Rusland en Oostenrijk en financiële steun van de joodse bankier Berend Lehmann, die voor dat doel steekpenningen uitdeelde. Zijn rivaal was François Louis de Bourbon-Conti. August werd op 15 september in Krakau gekroond, zonder dat zijn koppige vrouw daarbij aanwezig was. Voor het betreden van Poolse grondgebied bij de Silezische grensovergang in Piekary Wielkie, Opper-Silezië, beleed hij publiekelijk in de bedevaartskerk van Piekary het rooms-katholiek geloof. Na zijn kroning tot koning van Polen en groothertog van Litouwen nam August deel aan de oorlog tegen het Ottomaanse Rijk.

Als een ambitieuze heerser hoopte August dat hij de Poolse troon voor zijn erfgenamen veilig kon stellen; een lastige kwestie omdat in Polen geen sprake was van erfopvolging, maar van een gekozen koning. Hij werd al snel afgeleid van deze zaak door de kans van territoriale veroveringen. August vormde een alliantie met Frederik IV van Denemarken en Peter I van Rusland om de jonge koning Karel XII van Zweden, zijn neef [bron?], van zijn Poolse bezittingen te beroven. Polen zou Zweeds Lijfland toebedeeld krijgen. Karel bleek echter een geduchte militaire bevelhebber, en al snel werden de Denen uit de oorlog gedwongen, en ook de Russen werden bij Narva teruggedrongen. Zo kon Karel zich helemaal richten op zijn strijd met August. Deze beslissing zou rampzalig blijken voor zowel Zweden als Polen. Karel versloeg August op 17 juni 1701 bij Riga, en hij dwong het gezamenlijke Saksisch-Poolse leger terug uit Lijfland. Daarna stootte Karel op naar Polen. Hij veroverde Warschau op 14 mei 1702, waarbij hij het Saksisch-Poolse leger weer versloeg. Ook veroverde Karel Krakau.

De Poolse Sejm

Dientengevolge wilde August vrede met Karel, maar Karel had andere plannen. Hij wilde zich verzekeren van niet nog zo'n oorlog door een andere kandidaat op de Poolse troon te zetten. Karel installeerde Stanislaus Leszczyński in 1704, en viel Saksen binnen in 1706, waarmee hij August dwong om de Poolse troon los te laten, wat vastgelegd werd in het verdrag van Altranstädt.

In de tussentijd had tsaar Peter de Grote zijn leger gereorganiseerd, en hij bezorgde de Zweden een vernietigende nederlaag in de Slag bij Poltava. Dit betekende het einde van het Zweedse imperium, en de opkomst van het Russische Tsarenrijk. Het zwakkere Polen werd hierna gezien als een soort bufferstaat van Rusland. August keerde terug op de Poolse troon in 1709, onder toezicht van Rusland. Weer probeerde August zijn troon veilig te stellen voor zijn nageslacht, maar kreeg dit keer te maken met de tegenstand van de Poolse adel. In de resterende regeerperiode werd August vooral gecontroleerd door Rusland. Hij probeerde zijn Poolse rijk sterker te maken, vooral intern, maar slaagde daar niet in.

In 1705 was hij aanwezig bij de inwijding van de Franciscus Xaveriuskathedraal. In 1713 gaf hij opdracht het Saksisch Paleis in Warschau te verbouwen. In 1711 is hij benoemd tot rijksvoogd in verband met de kroning van keizer Karel VI.

August de Sterke en de kunst[bewerken]

Een aantal van de dragondervazen
Koffiekan ontworpen door Böttger ca 1720

Omdat de bodem van zijn schatkist in zicht was, liet de prachtlievende August in 1701 de apothekersleerling Böttger opsluiten, die verkondigde dat hij goud kon maken. Ook zette hij de geoloog Ehrenfried Walther von Tschirnhaus in om te proberen innoverende industrie op te zetten. 1705 werden een aantal geleerden opgedragen Chinees porselein na te maken. Uit heel Saksen werd Böttger klei aangeleverd voor zijn experimenten. In 1708 gelukte het iets te maken dat op porselein leek, het zogenaamde rode of bruine Böttgersteengoed.

Von Tschirnhaus had in Leiden gestudeerd, en was een specialist op het gebied van hoge temperaturen en lenzen. Hij had gecorrespondeerd met Spinoza en was in Delft geweest om het bakproces te bestuderen. Na zijn dood kwam Böttger met het eerste Europese porselein op de proppen en werd de eerste directeur van de Meissense porseleinfabriek in de Albrechtsburg, opgericht 23 januari 1710. Onder zijn leiding was de productie moeizaam en beperkt, omdat hij meer een uitvinder was dan een bedrijfsleider. August was de beschermheer en belangrijkste afnemer van de porseleinmanufactuur.

August, die zich spiegelde aan Lodewijk XIV en concurreerde met de hoven van Wenen en München had een verzameling van 35.000 stuks Chinees en Japans porselein opgesteld in het Holländische Palast, dat hij had aangekocht in 1716 en in het jaar daarop was ingewijd met een feestelijke maaltijd; alles werd opgediend op Chinees porselein.

Bekend is het verhaal dat August de Sterke een heel regiment soldaten - dat hij wilde afdanken na de Grote Noordse Oorlog - ruilde tegen 117 vazen, kommen en schalen, want de soldatenkoning Frederik Willem I van Pruisen had een interessante collectie porselein in de kastelen in Oranienburg en Charlottenburg.

Bouwkunst, muziek en schilderijen[bewerken]

De binnentuin van de Zwinger
Residenzschloss

August liet Dresden van een stad met veel bouwwerken in renaissance stijl omvormen tot een barokke stad. Dresden werd in de 18e eeuw het Florence aan de Elbe genoemd. In 1701 werd het Residenzschloss opnieuw opgebouwd na een grote brand. Permoser ontwierp de Zwinger tussen de voormalige stadsfortificaties. Het complex is opgetrokken rond een grote binnenplaats die oorspronkelijk werd gebruikt voor toernooien, parades en feesten. Pöppelmann ontwierp de Augustusbrug over de Elbe. In 1720 begon hij met de verbouw van Schloss Pillnitz aan de Elbe, dat bekend is vanwege de chinoiserien. In 1723 liet hij indrukwekkende Moritzburg verbouwen tot een buitenverblijf. In 1726 werd een begin gemaakt met de bouw van de Frauenkirche.

De stad was een centrum voor Italiaanse, Franse en Duitse muziek, een Parnassus voor schilders en musici. De hoboist Johann Joachim Quantz kreeg in 1718 een aanstelling. Vivaldi probeerde er een betrekking te verkrijgen en Händel reisde in 1719 naar Dresden om vier zangers te contracteren. Hij speelde voor de keurvorst en de kroonprins, maar kreeg pas een jaar later betaald. De opera in Dresden sloot tijdelijk haar deuren vanwege het vertrek van de castraat Senesino naar London. Voor de Säksische Staatskapelle waren vele beroemde componisten actief: Johann David Heinichen, kapelmeester, Jan Dismas Zelenka, Francesco Maria Veracini, Antonio Lotti, Johann Georg Pisendel, Nicola Porpora, Johann Joachim Quantz, Johann Adolf Hasse en de gebroeders Johann Georg en Carl Heinrich Graun. Een mensenleven is niet genoeg om alles wat voor de keurvorst is geschreven te bekijken, te ordenen en tot gehoor te brengen.

August legde een grote verzameling aan van Leidse fijnschilders: in 1699 kocht hij zes schilderijen van Frans van Mieris de Oudere. Tussen 1708 en 1711 kocht hij 16 werken van o.a. Gerrit Dou, waaronder enkele zeldzame nachtstukken, Gabriel Metsu en Caspar Netscher. (De graveur Petrus Schenk had zich als kunsthandelaar in Leipzig gevestigd.) In 1710 schonk zijn minister August von Wackerbarth hem - na veel pressie - 80 schilderijen, waaronder enkele topwerken van Leidse schilders; sommige waren aangeleverd door Willem van Mieris en een nazaat van Pieter de la Court. In dat zelfde jaar ging hij bij Adriaen van der Werff in Rotterdam op bezoek, maar ging met lege handen terug omdat al zijn schilderijen voor de keurvorst in Dusseldorf bestemd waren. Tussen 1722 en 1728 kocht August 26 werken van Philips Wouwerman. Tientallen schilderijen werden voorzien van een uniforme sierlijst en hingen in de privévertrekken.

Schloss Pillnitz

In 1719 nam hij Heinrich von Brühl als kamerheer aan. In 1719 huwde zijn zoon August III van Polen, die in 1717 katholiek was geworden, met de dochter van de Habsburgse keizer Keizer Jozef I. Iedereen moest "alla Turca" verschijnen. De kosten liepen uit de hand; de bouw van de Zwinger werd stilgelegd; de operazangers, zoals Senesino ontslagen.

In 1727 werd hij ernstig ziek. In de zomer van 1730 organiseerde hij bij Riesa een grote parade om zijn buren de militaire en economische kracht van Saksen te demonstreren.

Levenseinde[bewerken]

Bernardo Bellotto schilderde Dresden in 1748 vanaf de linkeroever

In 1733 stierf August de Sterke, een suikerpatient, die 110 kg woog, in Warschau. Hij ligt in Krakau begraven, maar zijn hart werd naar Dresden vervoerd en is later bijgezet in de Hofkerk.[bron?] In de rouwperiode van 3,5 maand mocht geen muziek worden uitgevoerd. Enkele delen uit de Hohe Messe van J.S. Bach zijn toen ontstaan. Een aantal musici zijn naar Frederik de Grote in Neuruppin gestuurd, waarschijnlijk Franz Benda en zijn broer Johann Benda, die in Dresden protestants waren geworden en veel commentaar over zich heen kregen.

Hoewel August er aanvankelijk niet in slaagde om de Poolse troon in zijn familie te houden, volgde zijn zoon Frederik August hem op als keurvorst van Saksen en na drie jaar Poolse Successieoorlog ook als koning van Polen.

Huwelijk, maîtresses en kinderen[bewerken]

Metsu - de poelier (1662)

Hij trouwde in 1693 Christiane Eberhardine van Brandenburg-Bayreuth. Zijn vrouw, bleef Luthers, toen August zich tot het katholicisme bekeerde.

August werd de Sterke genoemd door zijn fysieke kracht, hij kon hoefijzers verbuigen, maar ook vanwege het aantal kinderen. Soms wordt gesteld dat hij 354 kinderen had verwekt, bij diverse maîtresses. Hij erkende er evenwel acht.

Maîtresses:

  • 1694-1696 gravin Aurora von Königsmarck (1662-1728)
  • 1696-1699 gravin Johanna Theresia von Lamberg
  • 1698-1704 Katharina von Altenbockum, later prinses van Teschen
  • 1701-1706 Fatima, Turkse vrouw, later bekend als Maria Anna von Spiegel
  • 1704-1713 Constantia von Cosel, gravin van Cosel
  • 1706-1707 Henriette Rénard
  • 1708 Angélique Duparc, Frans danseres en actrice
  • 1713-1719 Maria Magdalena von Bielinski, door haar eerste huwelijk gravin van Dönhoff en door het tweede- prinses Lubomirska
  • 1720-1721 Erdmuthe Sophie von Dieskau
  • 1721-1722 Barones Henriette von Osterhausen, door haar huwelijk; Van Stanislawski

Door August II erkende kinderen:

  • met Aurora von Königsmarck (Stade, 28 april 1662-Quedlinburg, 16 februari 1728), gravin van Königsmarck:
    • Maurits van Saksen (Goslar, 28 oktober 1696-kasteel Chambord, 30 november 1750), graaf van Saksen en overgrootvader van George Sand. Hij was getrouwd op 12 maart 1714 te Moritzburg en gescheiden op 26 maart 1721 van Johanna Victoria Tugendreich (8 februari 1699- 1747) gravin van Löben.
  • met Katharina von Altenbockum (Warschau, 25 november 1680 - Dresden, 4 mei 1743), Reichsfürstin van Teschen, vrouwe van Hoyerswerda:
  • met de Turkse Fatima (later Maria Anna von Spiegel):
    • Frederick Augustus Rutowski (19 juni 1702-Pillnitz, 16 maart 1764), graaf Rutowski. Hij trouwde op 4 januari 1739 met prinses Ludovika Amalia Lubomirska (3 mei 1722-27 juli 1778)
    • Maria Anna Katharina Rutowska (1706-1746), gravin Rutowska. Zij trouwde (1) in 1728 en gescheiden in 1732 van graaf Michał Bieliński. Zij trouwde (2) in 1732 met Claude Marie Noyel (1700-26 februari 1755) graaf van Bellegarde en Entremont.
  • met Anna Constantia von Brockdorff (Depenau, 17 oktober 1680 - Stolpen, 31 maart 1765):
    • Augusta Anna Constantia (24 februari 1708-3 februari 1728), gravin van Cosel. Zij trouwde op 3 juni 1725 met graaf Heinrich Friedrich von Friesen (25 augustus 1681-8 december 1739)
    • Fredericka Alexandrine (1709-1784), gravin van Cosel. Zij trouwde op 18 februari 1730 met graaf Johann Xantius Anton Moczynski (-14 september 1737)
    • Frederick Augustus (27 augustus 1712-15 oktober 1770), graaf van Cosel. Hij trouwde op 1 juni 1749 met gravin Friederike Christiane von Holtzendorff (1723-1793)
  • met Henriette Renárd:
    • Anna Orzelska (1707-1769), gravin Orzelska


Voorouders[bewerken]

Betovergrootouders

Keurvorst
Christiaan I van Saksen (1560–1591)
∞ 1582
Sophia van Brandenburg (1568–1622)

Hertog
Albrecht Frederik van Pruisen (1553–1618)
∞ 1573
Maria Eleonora van Gulik-Kleef (1550–1608)

Keurvorst
Johan George van Brandenburg (1525–1598)
∞ 1548
Sabina van Ansbach (1529–1575)

Koning
Frederik II van Denemarken (1534–1588)
∞ 1572
Sophia van Mecklenburg- Güstrow (1557–1631)

Keurvorst
Joachim Frederik van Brandenburg (1546–1608)
∞ 1570
Catharina van Brandenburg-Küstrin (1549–1602)

Vorst
Willem V van Brunswijk-Lüneburg (1535–1592)
∞ 1561
Dorothea van Denemarken (1549–1617)

Landgraaf
Lodewijk V van Hessen-Darmstadt (1577–1626)
∞ 1598
Magdalena van Brandenburg (1582–1616)

Overgootouders

Keurvorst Johan George I van Saksen (1585–1656)
∞ 1607
Magdalena Sibylle van Pruisen (1586–1659)

Markgraaf Christiaan van Brandenburg-Bayreuth (1581–1655)
∞ 1604
Maria van Pruisen (1579–1649)

Koning Christiaan IV van Denemarken (1577–1648)
∞ 1597
Anna Catharina van Brandenburg (1575–1612)

Hertog George van Brunswijk-Kalenberg (1582–1641)
∞ 1617
Anna Eleonora van Hessen-Darmstadt (1601–1659)

Grootouders

Kurfürst Johan George II van Saksen (1613–1680)
∞ 1638
Magdalena Sibylle van Brandenburg-Bayreuth (1612–1687)

Koning Frederik III van Denemarken (1609–1670)
∞ 1643
Sophia Amalia van Brunswijk-Lüneburg (1628–1685)

Ouders

Keurvorst Johan George III van Saksen (1647–1691)
∞ 1666
Anna Sophia van Denemarken (1647–1717)

August II van Polen (1670–1733)

Bronnen, noten en/of referenties