Adriaen van der Werff

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zelfportret met zijn vrouw en dochter (1697)
Portret van John Churchill Marlborough, gemaakt op december 1704 te Rotterdam.[1] Uffizi

Adriaen van der Werff (Kralinger Ambacht, 21 januari 1659 - Rotterdam, 12 november 1722) was een classicistisch kunstschilder en architect. Zijn favoriete onderwerp was bijbelse en mythologische erotiek. De schilder Pieter van der Werff was zijn jongste broer, die hem ettelijke malen assisteerde bij belangrijke opdrachten.

Biografie[bewerken]

Adriaen van der Werff was de zoon van een molenaar in goeden doen. De familie was remonstrants en zijn moeder wilde dat hij dominee werd, maar hij wilde een opleiding als schilder. Adriaen vertrok naar Eglon Hendrick van der Neer in Rotterdam toen hij twaalf was en specialiseerde zich in het schilderen van kleding en stoffen. In 1676 vestigde hij zich zelfstandig. In 1687 trouwde hij Margaretha Rees, een wees uit Dordrecht. In 1691 werd hij hoofdman van het Lucasgilde. In 1692 kocht hij een huis aan de Delftse vaart. In 1696 kreeg hij bezoek van de keurvorst Johann Wilhelm von der Pfalz, die vergezeld werd door zijn moeder en echtgenote. Johan Willem gaf Van der Werff opdracht zijn portret te schilderen en een Salomonsoordeel, beide bestemd voor zijn schoonvader Cosimo III de' Medici.

De keurvorst had een grote voorkeur voor Hollandse schilders en Van der Werf werd tot hofschilder benoemd voor zes maanden per jaar. Hij reisde minstens zeven keer naar Düsseldorf, twee keer in gezelschap van de Rotterdamse VOC-bewindhebber Nicolaas Flinck, de zoon van Govert Flinck, bovendien de voormalige voogd van zijn echtgenote. In 1703 werd Van der Werff door de keurvorst in de adelstand verheven. Hij nam de plaats in van zijn voormalige leermeester, Eglon van der Neer, die overleden was. Hij schilderde vanaf dat moment negen maanden per jaar voor een jaarlijks honorarium van 6.000 gulden en kreeg daarnaast voor ieder afgeleverd schilderij extra betaald. In december 1704 schilderde hij John Churchill de hertog van Marlborough; in 1705 Gian Gastone de' Medici, de laatste groothertog van Toscane.

Johan Willem van de Palts bezat 34 schilderijen van Van der Werff; deze hingen in een speciale zaal en naast die van Rembrandt. Van der Werff genoot in die jaren grote bekendheid. In 1709 kreeg hij bezoek van Anton Ulrich van Brunswijk-Wolfenbüttel en een jaar later van August II van Polen, die met lege handen terug ging, omdat alle schilderijen voor de keurvorst van de Palts bestemd waren. Na de dood van Johan Willem ontsloeg zijn opvolger Carl Philipp in 1716 alle kunstenaars: de schatkist was leeg. In 1717 trouwde Van der Werff's dochter met Adriaan Brouwer, die secretaris werd van de schilder. Van der Werff en zijn schoonzoon probeerden nog achterstallig honorarium te verkrijgen voor een onvoltooid portret. Hij kreeg uiteindelijk bezoek van de directeur van de collectie Jan Frans Douven die het werk meenam naar Düsseldorf.

Toen Van der Werff ziek werd schilderde hij alleen nog in de ochtenduren.

Werken[bewerken]

Van der Werff heeft honderd bijbelse en mythologische voorstellingen geschilderd en daarnaast ook veel genrestukken. De stijl van Van der Werff is streng en nobel, zijn techniek perfect. Frederik de Grote kocht 20 schilderijen van de hand van Adriaan van der Werff, ook Lodewijk XVI bezat er zes. Adriaan van der Hoop betaalde in 1847 2.500 gulden voor een schilderij van Adriaan van der Werff. Dat was nauwelijks meer dan tijdens zijn leven voor zijn werk moest worden betaald. Aan het einde van de negentiende eeuw werden zijn schilderijen niet langer gewaardeerd en verdwenen naar de kelders van de musea. De Franse impressionisten namen zijn plaats in.

Ook als bouwmeester was Van der Werff actief. Hij ontwierp particuliere herenhuizen en buitenplaatsen, en was de opvolger van Sander de Bruyn als stadsbouwmeester van Rotterdam? Van zijn hand waren de herenhuizen uit 1712 aan de zuidzijde van het Haringvliet 34 en 46, ook verbouwde hij in 1721 het huis van De Jonge van Ellemeet aan de Boompjes (het latere hoofdkantoor van de Rotterdamsche Bankvereeniging, en ontwierp hij de koopmansbeurs uit 1722 die tot mei 1940 aan de Blaak in Rotterdam heeft gestaan.[2]

Musea[bewerken]

Zijn werk is te zien in het:

Het plafond van zijn tuinhuis, door hemzelf beschilderd, is sinds 1749 te bewonderen in het Staatliche Museen in Kassel. In het Neue Schloss in Bayreuth zijn diverse werken tentoongesteld.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties