Goslar (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Goslar
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Goslar
Goslar (stad)
Goslar (stad)
Situering
Deelstaat Nedersaksen
Landkreis Goslar
Coördinaten 51° 54′ NB, 10° 26′ OL
Algemeen
Oppervlakte 92,57 km²
Inwoners (31-12-2012[1]) 40.455 (437 inw/km²)
Hoogte 255 m
Burgemeester Oliver Junk (CSU)
Overig
Postcodes 38640, 38642, 38644
Netnummers 05321, 05325
Kenteken GS (alternatief: BRL en CLZ)
Stad 12 Ortsteile
Gemeentenummer 03 1 53 005
Website www.goslar.de
Locatie van Stad Goslar in Goslar
Goslar in GS.svg
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Goslar is een stad in de Duitse deelstaat Nedersaksen, gelegen in het gelijknamige Landkreis aan de noordrand van de Harz. De gemeente Goslar telt 40.455 inwoners,[2] verdeeld over de stad Goslar (31.000 inwoners) en vier dorpen waaronder het wintersportoord Hahnenklee met zijn staafkerk. Goslar is één van de zeven Große selbständige Städte in Nedersaksen.

De Rammelsbergmijnen en de historische binnenstad van Goslar staan op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Geografie[bewerken]

Goslar ligt in de noordwestelijke uitlopers van de Harz, aan de voet van de Rammelsberg, zo'n 50 km ten zuiden van Braunschweig. Door de stad loopt de Gose, een zijriviertje van de Oker. De Gose wordt in Goslar Abzucht (afvoerkanaal) genoemd omdat het water dat uit de Rammelsbergmijnen wordt afgevoerd vlak voor de binnenstad in de Gose stroomt.

Stadsindeling[bewerken]

De stad Goslar bestaat uit de volgende stadsdelen:

  • Altstadt
  • Baßgeige
  • Georgenberg met Kattenberg
  • Hahndorf met Klostergut Grauhof
  • Hahnenklee met Bockswiese
  • Immenrode
  • Jerstedt
  • Jürgenohl met Kramerswinkel
  • Lengde
  • Lochtum
  • Ohlhof
  • Oker
  • Rammelsberg met Siemensviertel en Rosenberg
  • Steinberg
  • Sudmerberg
  • Vienenburg met Wöltingerode en Wennerode
  • Weddingen
  • Wiedelah

Geschiedenis[bewerken]

De Harz is al ruim 3000 jaar het toneel van mijnbouwactiviteiten, wat leidde tot het ontstaan van nederzettingen. Goslar wordt in 922 gesticht door Hendrik de Vogelaar, de koning van Oost-Francië (het latere Heilige Roomse Rijk). Omdat het erts uit de Rammelsbergmijnen zilver bevatte, naast koper, lood en zink, bouwde koning Hendrik II van 1005 tot 1015 een palts in Goslar. Tussen 1040 en 1050 wordt de huidige keizerpalts gebouwd in opdracht van keizer Hendrik III. In 1075 wordt Goslar voor het eerst aangeduid als civitas (stad). In de 12e eeuw bereikt de stad de omvang van de huidige oude binnenstad. Onder keizer Frederik II werd de laatste Rijksdag in Goslar gehouden en in 1253 werd Goslar voor het laatst als koningspalts gebruikt.

Vrije rijksstad (1290-1803)[bewerken]

In 1290 verwerft de stad het ambt van rijksvoogd, waardoor het een vrije rijksstad wordt, behorend tot de Neder-Saksische Kreits. De stad is hanzestad van 1267 tot 1566, niet zo zeer vanwege de handel maar om de zelfstandigheid te behouden. Eind 14e eeuw liggen de mijnbouwactiviteiten vrijwel stil wegens problemen met wateroverlast. Wanneer deze problemen na bijna 100 jaar zijn opgelost, begint rond 1460 een nieuwe economische bloeiperiode voor Goslar. De hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel wil eind 15e eeuw de pandgelden voor de zilvermijnen terugbetalen aan Goslar en zijn rechten doen gelden op de mijnen. Goslar weet dit verschillende keren tegen te houden. Het hertogdom betaalt de pandgelden echter terug in 1527, waarna er tientallen jaren van twisten volgen. Hierbij helpt het niet dat de reformatie in 1528 in Goslar wordt ingevoerd terwijl het hertogdom rooms-katholiek blijft. Uiteindelijk ziet Goslar zich in 1552 gedwongen afstand te doen van alle rechten op de Rammelsberg en de macht van de stad neemt geleidelijk af. De economische neergang wordt in 1632 versneld door de bezetting van de stad door Zweedse troepen in de Dertigjarige Oorlog. In 1728 en 1780 vinden grote stadsbranden plaats.

19e eeuw[bewerken]

In de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 wordt in paragraaf 3 de inlijving bij het keurvorstendom Brandenburg (Pruisen) vastgesteld en is Goslar na 512 jaar geen vrije rijksstad meer. Nadat Pruisen in de vrede van Tilsit al zijn gebieden ten westen van de Elbe heeft moeten afstaan, komt de stad aan het koninkrijk Westphalen. Het congres van Wenen in 1815 kent Goslar toe aan het koninkrijk Hannover.

Na de opheffing van het Heilige Roomse Rijk in 1806, komt Goslar in economisch zwaar weer. Veel historische gebouwen worden afgebroken, waaronder de Stiftskerk (Dom). Het gaat pas weer beter met de stad wanneer er in 1842 een Heilbad (kuuroord) wordt gebouwd en in 1859 een nieuwe ertsader wordt ontdekt in de Rammelsberg. Na de Duitse Oorlog van 1866 wordt de stad een geliefde verblijfplaats voor gepensioneerde stedelingen uit Berlijn, Hannover en Braunschweig. In 1868 wordt begonnen met restauratie van de Kaiserpfalz.

20e eeuw[bewerken]

De Eerste Wereldoorlog en de daarop volgende moeilijke jaren doen de stad geen goed. In 1922 viert de stad het duizendjarig bestaan van de stad met een groot volksfeest.

Na de machtsovername door Adolf Hitler in 1933 ontstaat al snel politieke belangstelling voor Goslar vanwege haar geschiedenis als keizerstad. De nationaalsocialisten zien voor Goslar een rol weggelegd in de propagandamachine en de stad wordt in 1934 de zetel van de Reichsnährstand, de organisatie die verantwoordelijk is voor de landbouw en de boerenstand in de nationaalsocialistische standenmaatschappij. De Rijksboerendagen worden van 1934 tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Goslar gehouden en in 1936 krijgt Goslar de eretitel Reichsbauernstadt. De industrie groeit en de mijnbouwactiviteiten worden uitgebreid door inzet van nieuwe technologieën. Van 1935 tot 1945 is Goslar een belangrijke garnizoensstad voor de Wehrmacht. Er zijn onder andere de Goslarer Jäger gestationeerd, een onderdeel van de 31e infanteriedivisie. De stad herbergt een SS-officierenschool en een Außenkommando (tewerkstellingslocatie) van het concentratiekamp Buchenwald. Gedurende de oorlog hebben zo'n 5000 buitenlandse werknemers, voornamelijk dwangarbeiders, in Goslar gewerkt. Goslar overleeft de Tweede Wereldoorlog vrijwel ongeschonden. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog wordt in Goslar een displaced personskamp ingericht door de UNRRA.

Van 1945 tot 1989 beperkt de ligging van Goslar vlak bij het IJzeren Gordijn de economische ontwikkeling maar er ontstaat werkgelegenheid door de vestiging van grenstroepen in de stad. In 1988 wordt de Rammelsbergmijn na ruim duizend jaar mijnbouw gesloten. Er wordt een mijnbouwmuseum in gevestigd. In 1990 komt Goslar weer in het centrum van het verenigde Duitsland te liggen. De kazernes van de grenspolitie worden gesloten in de jaren negentig en die van de Bundeswehr in 2009.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Bouwwerken[bewerken]

  • De Keizerpalts, het grootste en best bewaarde wereldlijke gebouw uit de 11e eeuw in Duitsland.
    Nuvola single chevron right.svg Zie Keizerpalts Goslar voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • het voorportaal van de voormalige dom. Deze romaanse kerk werd bijna tegelijkertijd met de Keizerpalts gebouwd en werd in 1051 gewijd aan Simon en Judas en was eigenlijk geen dom maar een kapittelkerk. De kerk werd tussen 1819 en 1822 gesloopt omdat het onderhoud van de dan al bouwvallige driebeukige basiliek te duur werd. Alleen het voorportaal bleef behouden. Dit bouwsel is gedecoreerd met beeldhouwwerk in stucco en bevat de dertiende-eeuwse zandstenen delen van de keizerstroon van Goslar.
  • Het Marktplein met
    • Het Raadhuis (gotisch, 15e eeuw) met de Huldigungssaal, een ruimte waarvan wanden en plafond volledig bedekt zijn met zestiende-eeuwse schilderingen.
    • Kaiserworth, het gildehuis van de kooplieden (1494), nu een hotel
    • De Marktbrunnen, een fontein uit de 12e eeuw bekroond met de keizerlijke adelaar
    • een klokkenspel (1968) met vier maal per dag een voorstelling van langsglijdende figuurtjes die de geschiedenis van Goslar verbeelden
    • De Marktkerk, gebouwd in twee fasen in de 12e en in de 14e en 15e eeuw met twee zeer verschillende torens
  • De barokke Sint-Stefanuskerk
  • De Frankenberger kerk (12e-eeuws, romaans met latere gotische toevoegingen)
  • De Sint-Jacobskerk (Jakobikirche), eveneens romaans en gotisch, in de kerk bevindt zich een piëtabeeld van de hand van Hans Witten
  • De Neuwerkkerk, oorspronkelijk een adellijk vrouwenstift van geen bepaalde orde waar evenwel de Cisterciënzer regels werden nageleefd
  • De breite Tor, een zestiende-eeuwse stadspoort
  • De middeleeuwse binnenstad met vele vakwerkhuizen, zoals
    • Het Siemenshaus uit 1693: Het woonhuis van een van de voorvaderen van de industriëlenfamilieSiemens
    • Het patriciërshuis Brusttuch (1521) met zeer rijk houtsnijwerk aan de buitenzijde
    • Het St. Annenhaus (1488): Het oudste vakwerkhuis van Goslar

Standbeelden[bewerken]

Standbeeld van Fernando Botero in Goslar

In de binnenstad van Goslar bevinden zich een aantal standbeelden van kunstenaars die ooit de Goslarer Kaiserring, een internationale kunstprijs, wonnen:

  • Goslar Warrior (1973) van Henry Moore achter de Keizerpalts
  • Hexagon-S (1978) van Victor Vasarely in de binnentuin van het St. Annenhaus
  • Goslar Memorial (1981) van Richard Serra naast de breite Tor
  • Tor in Goslar (1984) van Max Bill achter de Neuwwerkkerk
  • Bridge (2000) van Dani Karavan in een vijver in park achter de muurtoren Zwinger

Ook van andere moderne kunstenaars bevindt zich in Goslar werk in de openbare ruimte, onder andere:

  • Frau mit Schirm, Mann mit Hut (1980) van Fernando Botero, aan het eind van de Rosentorstraße, vlak bij het station
  • Goslar Nagelkopf (1981) van Rainer Kriester naast het raadhuis
  • Jongleur (1992) van Otmar Alt naast de Sint-Jacobskerk
  • Mars en Saturnus (1982) van Amadeo Gabino in de Klubgartenstrasse

Musea[bewerken]

  • Het Mijnmuseum Rammelsberg
  • Het Goslarer Museum, het historisch museum van de stad met een overzicht van de geschiedenis van de stad en de geologie van de regio. In de collectie bevinden zich onder andere stukken uit de afgebroken dom van Goslar, zoals het vroeg twaalfde-eeuwse Krodo-altaar en enkele gebrandschilderde ramen. Ook bevindt zich hier een evangelarium uit 1240 en de originele keizerlijke adelaar.
  • Het museum voor moderne kunst in het Mönchehaus. In en rond dit zestiende-eeuwse vakwerkhuis bevindt zich voornamelijk werk van kunstenaars die in het verleden de Goslarer Kaiserring hebben gewonnen, zoals Willem de Kooning, Max Ernst, Jean Tinguely en Nam June Paik
  • Het museum voor tinnen figuurtjes (Zinnfiguren-Museum) met bijna 50 diorama's
  • Het museum voor muziekinstrumenten en poppen (Musikinstrumente- und Puppenmuseum)
  • Het museum voor de late middeleeuwen (Museum des späten Mittelalters) in de muurtoren Zwinger uit 1517, een deel van de zestiende-eeuwse ommuring van de stad. De toren is 20 meter hoog en heeft muren die meer dan 6 meter dik zijn.

Economie[bewerken]

In Goslar zijn zo'n 2.250 bedrijven gevestigd, waaronder veel detailhandel. Ze zijn onder andere werkzaam in de chemische industrie, dienstverlening, toeleveranciers voor de autoindustrie, ambachtelijke bedrijven, toerisme en congreswezen.

Partnersteden[bewerken]

Geboren[bewerken]

Sport en recreatie[bewerken]

Goslar ligt op een kruispunt van Europese wandelroutes. De E6 loopt van Lapland naar Griekenland. Route E11 loopt van Den Haag naar het oosten, op dit moment tot de grens Polen/Litouwen.

360° Panorama vanaf de Noordtoren van de Marktkerk
Bronnen, noten en/of referenties