Hendrik II van Brunswijk-Wolfenbüttel
| Hendrik II van Brunswijk-Wolfenbüttel | ||
| 1489 -1568 | ||
| Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel | ||
| Periode | 1514-1568 | |
| Voorganger | Hendrik I | |
| Opvolger | Julius | |
| Vader | Hendrik I van Brunswijk-Lüneburg | |
| Moeder | Catharina van Pommeren-Wolgast | |
| Dynastie | Welfen | |
Hendrik II van Brunswijk-Wolfenbüttel (Wolfenbüttel, 10 november 1489 - aldaar, 11 juni 1568), bijgenaamd de Jonge, was een zoon van hertog Hendrik I van Brunswijk-Lüneburg en Catharina van Pommeren-Wolgast. In 1514 volgde hij zijn vader op in Brunswijk-Wolfenbüttel. In 1538 sloot de katholieke Hendrik zich onmiddellijk aan bij de nieuw gevormde liga van katholieke vorsten. Tijdens de oorlog met het Schmalkaldisch verbond werd Hendrik in 1542 gevangengenomen en bleef hij tot 1547 gekerkerd. Na zijn vrijlating startte hij de contrareformatie van zijn hertogdom. Naast hervormingen van het gerecht en het bestuur, slaagde Hendrik er ook in de primogenituur in te voeren in Brunswijk-Wolfenbüttel. Omdat zijn broer Willem zich daarbij niet kon neerleggen, werd hij door Hendrik 12 jaar lang gevangen gehouden. Het residentieslot in Wolfenbüttel bouwde hij uit tot een renaissancebouwwerk, later Heinrichsstadt genoemd. Hij behaalde nog een militaire zege in de slag van Sievershausen in 1553, maar verloor daar wel zijn oudste twee zonen, waardoor zijn licht gehandicapte zoon Julius hem zou opvolgen.
Hendrik was gehuwd met :
- Maria van Württemberg (1496-1541), dochter van hertog Hendrik van Württemberg,
- Sophia van Polen (1522-1575), dochter van koning Sigismund I van Polen,
en werd vader van:
- Margaretha (-1580), gehuwd met hertog Johan van Munsterberg en Oels (1509-1565)
- Andreas (1517-1517)
- Catharina (1518-1574), gehuwd met Johan I van Brandenburg-Küstrin,
- Maria (1521-1539), abdis van Gandersheim
- Karel Victor (1525-1553)
- Filips Magnus (1527-1553)
- Julius (1528-1589)
- Clara (1532-1595), gehuwd met hertog Filips II van Brunswijk-Osterode (1533-1596).