Pleister (bouw)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Pleister of pleistermortel is een laag mortel van enkele millimeters tot enkele centimeters dik, in hoofdzaak bestaande uit gips of kalk, soms met zand en andere toeslagen vermengd, aangebracht op een muur, gewelf of plafond. Door pleisterwerk wordt soms ook zand gedaan. Het wordt dan enigszins korrelig van structuur. Dit type muren wordt daarna afgewerkt met verf. Het doel van het pleisteren of stucadoren is om muren of plafonds vlak af te werken, zodat ze later verder afgewerkt kunnen worden. Bijvoorbeeld behangen of gesausd.

Andere woorden voor pleister zijn: kalk, witkalk, muurkalk, plaaster, pleistermortel, pleisterkalk, stuc, witsel en chape.

Stucwerk[bewerken]

Pleisterwerk is tegenwoordig meestal glad of met een geribde structuur, zonder versieringen. Een bijzondere vorm van pleister is spachtelputz. Andere 'sierpleisters' zijn rustiekputz en granol. Als een stukadoor pleisterwerk met profielen, sierlijsten, rozetten e.d. aanbrengt, spreekt men van stuc, stucco of sierstucwerk. Het is vaak gespecialiseerd werk waar een vakman, een sierstucwerker voor nodig is.

Externe link[bewerken]

Verder lezen[bewerken]