Wrocław

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wrocław
Breslau
Stad in Polen Vlag van Polen
Wroclaw horizontal flag.svg Herb wroclaw.svg
Wrocław
Wrocław
Situering
Woiwodschap Neder-Silezië
District stadsdistrict
Coördinaten 51° 7′ NB, 17° 2′ OL
Algemeen
Oppervlakte 293 km²
Inwoners (2010) 632.996 (2162 inw/km²)
Overig
Identificatiecode 26401
Website wroclaw.pl
Foto's
Ratusz (stadhuis) van Wrocław
Ratusz (stadhuis) van Wrocław
Portaal  Portaalicoon   Polen

Wrocław (Geluidsfragment [ˈvrɔtswaf] (info / uitleg); Duits: Breslau, Silezisch Duits: Brassel, Tsjechisch: Vratislav, Latijn: Vratislavia) is een stad in Centraal-Europa in het zuidwesten van Polen, gelegen aan de rivier de Oder. In Wrocław, stak twee belangrijke handelsroutes - Via Regia en Barnsteenroute. De stad behoorde tot de Hanze. Wrocław is de belangrijkste historische stad van Silezië en was de hoofdstad van de Pruisische provincie Neder-Silezië. Momenteel Wrocław is de hoofdstad van Neder-Silezië woiwodschap.

Wrocław telt 632.996 inwoners (31 december 2010), waarmee het de vierde stad van Polen is. In 1871 was Breslau de derde stad van Duitsland, na Berlijn en Hamburg.

Wrocław was gastheer van Eurobasket mannen 1963, Eurobasket mannen 2009, Europees kampioenschap volleybal vrouwen 2009, Europees kampioenschap voetbal 2012. Tevens is de stad de Culturele hoofdstad van Europa in 2016 en locatie van de Wereldspelen 2017.

Geschiedenis[bewerken]

De Sint-Aegidiuskerk, gebouwd door de heilige Hedwig van Silezië en Andechs. De kerk werd gebouwd in de jaren 1241-42 na de Mongolenstorm en slag bij Wahlstatt.
Breslau rond 1640
Breslau rond 1736.

Wrocław ligt centraal als verkeersknooppunt en bovendien in een vruchtbare landbouwstreek in Neder-Silezië, het gebied waar als oudste bij naam bekende volken de Germaanse Silingen en Lugiërs woonden. Na hun westwaartse vertrek werden zij in de 6e eeuw vanuit het oosten opgevolgd door West-Slavische volken. Om de belangrijke handelsnederzetting te beschermen en te controleren werd rond het jaar 800 een burcht aangelegd door Přemysliden van wie Vratislav I van Bohemen een belangrijke voorvader was. Gelatiniseerd leefde deze naam al die tijd als Vratislavia voort. In de Middeleeuwen werd de stad in het Duits Preßlau, Breslaw en later definitief Breslau genoemd. In het Pools bleef de naam Vratislav in Wrocław (een verkorting van Wrocisław) behouden.

Voor het jaar 1000 trachtten de hertogen van Polen zowel als de hertogen van Bohemen hun gezag in dit gebied te vestigen en na een korte periode waarin de laatsten dominant waren, slaagde hertog Bolesław I van Polen erin de vesting Vratislava in het jaar 990 te onderwerpen. Later in de elfde eeuw kwam het tot opstanden tegen de Poolse heerschappij. Om de Poolse invloed te versterken stichtte hij er een bisdom, vallende onder de Poolse kerkprovincie van het aartsbisdom Gnesen, terwijl het nog heidense gebied Silezië voorheen behoorde tot het aartsbisdom Maagdenburg. Om de Poolse koningen op afstand te kunnen houden, verbonden de hertogen van Silezië - ze zouden uitgroeien tot vier verschillende families met elk een eigen hertogdom - zich opnieuw met de koningen van Bohemen en Moravië (het hedendaagse Tsjechië). De nederzetting bij de burcht kreeg een wal als bevestiging en daarbinnen ontstonden tal van kerken. Joden uit het oosten en westen, Duitsers, Denen, Vlamingen en Walen uit het westen vormden er bijzondere wijkgemeenten. De ontwikkeling van een Slavische burgerij werd geremd door de afhankelijke (horige) status die de Poolse adel afdwong. Mede daarom verleenden begin 13e eeuw de hertogen en de burchtheer privileges aan handelaren en handwerkers uit het Heilige Roomse Rijk om zich onder hun eigen recht in de stad te vestigen, waardoor de stad een Duits karakter kreeg. Nog in 1109 werd de Rooms-Duitse keizer Hendrik V verslagen door Poolse troepen in de slag op het Hundsfeld (Psie Pole). In 1146 zwoer hertog Wladislaus de Balling de leenseed aan de Rooms-Duitse koning Koenraad III van Hohenstaufen, waardoor Silezië in een leenband met het Heilige Roomse Rijk kwam.

In 1241 werd de enkele duizenden inwoners tellende stad in de Mongoleninval afgebrand en uitgemoord. Daarna werd de wederopbouw in handen gegeven van kolonisten uit het Duitse Rijk die de stad verzelfstandigden met eigen stadsrechten (1262). Daarin waren autonome rechtspraak en de inrichting van vertegenwoordigende raden en gilden met hun monopolies geregeld. Deze monopolies op handel en productie tot in de wijde omgeving gaven een grondslag aan de economie van de stad. De bevolking vertienvoudigde in een eeuw. In deze tijd zouden de Silezische hertogen zich gaandeweg losmaken van de Poolse koningen en in 1326 die van Bohemen als leenheer aannemen. Omdat Bohemen tot het Duitse Rijk behoorde, kwam Silezië zodoende ook in het Duitse Rijk terecht.

In de loop van de 15e eeuw verzwakte de zelfstandigheid van Bohemen en kwam het Boheemse koningschap in 1526 in handen van de Habsburgse dynastie. Silezië zou vervolgens ook Habsburgs worden. De inmiddels in het westelijke deel van Silezië (Neder-Silezië) zo goed als geheel Duitstalig geworden bevolking, ging in deze tijd, door haar intensieve contacten met Thüringen en Saksen, over tot het lutheranisme. In 1523 gebeurde dat als eerste in Breslau, waar alleen een minderheid die binnen de bisschoppelijke en kloosterlijke gerechtigheden leefde, rooms zou blijven. Nadat Habsburg in 1621 met geweld de oppositie van de Boheemse standen had neergeslagen, werd in Bohemen de contrareformatie op drastische wijze ingevoerd. In Silezië werden de lutheranen nog wel geduld maar moesten zij overal de kerken afstaan. Alleen in enkele machtige vorstendommen rondom Breslau (Wohlau, na 1945 Wolow, Liegnitz, nu Legnica, Brieg, nu Brzeg en Oels, nu Olesnica) bleef het lutheranisme dominant. Elders werd de katholieke orde hersteld, vaak met een verdrijving van protestanten, of op zijn hoogst met het gedogen van hun aanwezigheid, zonder recht op kerken en gemeenschapsgebouwen. De Breslauer burgerij was te machtig om zich daarbij zomaar neer te leggen, maar moest haar geloof wel op veel bescheidener wijze gaan belijden. Het katholieke leven werd sindsdien door de Habsburgse Oostenrijkers feestelijk en triomfantelijk vormgegeven; een hogeschool onder leiding van jezuïeten moest daarvoor het intellectueel-godsdienstige leven gaan funderen. Om zich van die invloed te kunnen ontdoen, vroeg Breslau in 1633 tevergeefs de status van vrije Duitse rijksstad aan. Juist in datzelfde jaar zou de stad veel van zijn macht verliezen door plundering in de uitgebroken Dertigjarige Oorlog. De helft van de bevolking stierf aan de pest en de stad, met het omringende land, zakte weg in een lange periode van stagnatie, wat overigens een opbloei van (Duitstalige) literatuur en kunst niet in de weg stond. Daaraan zijn de namen verbonden van Martin Opitz, Friedrich von Logau, Daniel Caspar von Hohenstein, Christoph Köhler, Wenzel Scherffer von Scherffenstein, en Dorothea Eleonore von Rosenthal, en na afloop van de oorlog Andreas Gryphius, Christian Hofmann von Hofmannswaldau, Daniel Casper von Lohenstein.

Onder invloed van de verwoestende oorlog deed zich een bijzondere, van de wereld afgewende, religieuze ontwikkeling voor in de 'Silezische mystiek' en daaraan zijn de namen van Angelus Silesius (Johannes Scheffler), Abraham von Frankenberg, Christian Knorr von Rosenroth en Daniel Czepko von Reigersfeld verbonden. Economisch zou Silezië echter minder bloei vertonen en een periode van meer dan twee eeuwen stagnatie tegemoet gaan. De contrareformatie was daarbij niet bevorderlijk voor ontwikkeling. De lutherse bevolking van Breslau en die van de genoemde lutherse vorstendommen behield een zekere mate van godsdienstvrijheid, maar lutheranen in katholieke vorstendommen moesten ondergronds hun geloof gaan belijden en weken door vervolging vaak uit over de grens naar Polen, waar ze door de Poolse adel bepaalde grensgemeenten toegewezen kregen als vrijplaats om zich te vestigen. Niet uit verdraagzaamheid maar omdat die adel grote verwachtingen had van de, over deze nijvere vluchtelingen te heffen, belastingen. Vanuit Breslau werden ze dan met opleidingen voor hun predikanten en de uitgave van religieuze werken gesteund, en overigens ook de Poolse protestanten die na de contrareformatie hier en daar in Polen in schuilgemeenten leefden, kregen zulke steun met een theologische opleiding en de uitgave van Poolstalige godsdienstige literatuur.

In 1741 veroverde Frederik de Grote van Pruisen Silezië, een bevrijding voor de lutherse meerderheid en geen al te grote nederlaag voor de katholieken, die in het bezit bleven van de kerken, die de Habsburgers eerder aan de protestanten ontnomen hadden. Langzaam herstelde de stad zich als Pruisische provinciehoofdstad, wat niet in de schone kunsten en de literatuurproductie tot uitdrukking komt: alleen een langjarig verblijf in de stad van de grote verlichte literator Gotthold Ephraim Lessing is te vermelden. De hele 18e eeuw bleef Silezië oorlogstoneel tussen Pruisen en Oostenrijk, en opnieuw zou het dat worden toen Napoleon zijn uitvalsbases tegenover Rusland en Oostenrijk juist in dit strategische doorgangsgebied legde. Pas daarna worden in Breslau de stadbevestigingen gesloopt en de kloosters geseculariseerd. De universiteit van Frankfurt an der Oder verhuisde hierheen en het Jesuitencollege moest zich met haar verenigen in de Friedrich-Wilhelms-Universität. Het katholieke bisdom werd in 1821 losgemaakt van het (Poolse) aartsbisdom Gniezno. Omdat Polen door de ‘delingen’ dan grotendeels onder Rusland is gevallen, waar het Poolse nationale bewustzijn werd onderdrukt, zou zich in Breslau een uitwijkplaats gaan ontwikkelen voor Poolse nationale ballingen. Door de vriendelijke verstandhouding tussen Pruisen (Duitsland) en Rusland werd hun werkingsveld later weer beperkt en moesten zij uitwijken naar Krakau dat toen onder Oostenrijk ressorteerde, en waar een Pools nationaal klimaat binnen zekere grenzen wel werd getolereerd.

Marktplein in Breslau aan het eind van de 19e eeuw
Hetzelfde plein tegenwoordig

Na twee eeuwen stagnatie, althans zeer langzame groei, zou Breslau zich in de 19e eeuw stormachtig ontwikkelen als industriestad en dat bracht de bevolking - de derde in grootte van het Duitse Rijk - van honderdduizend op een half miljoen. Voor de sociale verhoudingen had dat ook negatieve gevolgen: meer dan de helft van de bewoners moest door de armenkassen ondersteund worden en dat was twee maal zo veel als in de andere Duitse steden. De naar grootte tweede joodse gemeente van het Duitse Rijk met een vermaard Jüdisch-Theologisches Seminar (1853) - onder leiding van Zacharias Frankel - ontwikkelde zich hier tot bloei. Door de nabijheid van Polen bleven nauwe banden met het Oost-Europese Jodendom bestaan, meer dan in Berlijn en Frankfurt am Main, waar de joodse instellingen nationaal Duits georiënteerd wilden zijn. Ook de arbeidersbeweging vormde hier een van haar brandpunten, met als voor heel Duitsland belangrijke leider Ferdinand Lassalle, niet toevallig ook van joodse afkomst. Hij was een van de oprichters van de Allgemeiner Deutscher Arbeiterverein (ADAV), voorloper van de sociaaldemocratische SPD. Ook cultureel werd de stad een modern brandpunt en dat demonstreert de Jahrhunderthalle, in 1913 naar een ontwerp van de architect Max Berg gebouwd als een gedurfde koepelconstructie van gewapend beton, een voor de tijd zeer modern materiaal. Kort daarvoor kreeg de stad in 1910 een Technische Universiteit (Technische Hochschule Breslau, thans Politechnika Wrocławska). In 1905 was 57,5 % van de bevolking luthers-evangelisch en 36,6 % rooms-katholiek. In 1910 was de moedertaal van 95,71 % Duits, 2,95 % Pools of Opper-Silezisch, 0,68 % Tsjechisch, 0,67 % zowel Duits als Silezisch-Pools. In 1910 werd de Technische Universität Breslau opgericht.

Na de Eerste Wereldoorlog, ten tijde van de Weimarrepubliek, behielden de sociaaldemocraten in het gemeentebestuur de overhand tot Hitlers NSDAP in de verkiezingen van 1933 met 51,17 % van de stemmen een meerderheid verkreeg. Hiermee begon de nationaalsocialistische tijd in Breslau die voor de stad tragisch zou eindigen. Breslau werd in 1944 door luchtbombardementen direct in de oorlog betrokken, en vervolgens door omsingeling van Sovjettroepen die de stad in de as legden, nadat de nazi’s haar tegen alle militaire logica in tot vesting hadden verklaard. In 1939 was Breslau de derde stad van Duitsland met meer dan 650.000 inwoners (stadskern). Na de vlucht van de nazi-top greep de bevolking de kans om aan Sovjet-wraak te ontkomen door naar het nabije Reuzengebergte (Karkonosze) te vluchten. Drie kwart zocht daar een schuilplaats en velen kwamen weer terug toen de Sovjetbezetting van Silezië een feit was. In de zomer van 1945 bleken er nog driehonderdduizend bewoners, de helft van het oorspronkelijke aantal, in de stad te zijn.

Tachtig procent van haar bouwsubstantie ging aan het eind van de oorlog verloren of werd zwaar beschadigd, en in de eerste jaren na de oorlog zou het verval doorgaan. Pas in de jaren vijftig werd een omvangrijk restauratieprogramma ter hand genomen, toen definitief vaststond dat Breslau de Poolse stad Wrocław zou worden. Inmiddels was dit Wrocław in handen van de Poolse overheden gegeven, en de Duitse restbevolking onteigend en tot vreemdeling verklaard, om vervolgens op transport gesteld te worden naar het westen. Als nieuwe bewoners komen dan grotendeels vluchtelingen uit de door Polen aan de Sovjet-Unie afgestane gebieden. Met hen wordt ook de universiteit van Lwów overgebracht, om de plaats in te nemen van de ontruimde Friedrich-Wilhelms-Universität.

Een halve eeuw na de oorlog woonden er weer evenveel mensen als in de vooroorlogse tijd. Zij hebben de oude stad deels herbouwd, nadat deze jarenlang in puin had gelegen en zelfs verder was gesloopt om stenen te verkrijgen voor de wederopbouw van Warschau.

Een complete metamorfose[bewerken]

Wrocław 1945
Centrum van Wrocław, zicht op de Magdalenakerk

Tot medio 1945 behoorde Breslau tot Duitsland en was het de hoofdstad van de provincie Neder-Silezië (Niederschlesien). De periode 1939-1945 bracht Breslau de deportaties van de weinige overgebleven joden en een verloren Tweede Wereldoorlog met zeer ingrijpende gevolgen. Voorafgegaan door een lange belegering slaagden de Sovjets erin het tot "Festung" uitgeroepen Breslau in te nemen. Daarvoor was een belangrijk deel van de historische binnenstad op bevel van Gauleiter Karl Hanke verwoest om er een landingsbaan voor de Luftwaffe aan te leggen. In het heetst van de strijd wist Hanke de stad te ontvluchten terwijl hij, paradoxaal genoeg, de bevolking had verboden deze te verlaten. Direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog onderging Duitslands grootste stad ten oosten van Berlijn een complete metamorfose. Het nazistische Breslau veranderde in het communistische Wrocław, de hoofdstad van de nieuwe Poolse provincie Neder-Silezië (Dolny Sląsk).

De eerste prioriteit van de Poolse autoriteiten was de huisvesting van nieuwe bewoners uit Centraal-Polen en uit de oostelijke Poolse provincies die waren geannexeerd door de Sovjet-Unie. Een deel van de nieuwe bevolking was afkomstig uit de verloren Oost-Poolse stad Lwów en bracht onder andere haar universiteit met het beroemde schilderwerk Panorama van Racławice mee naar de nieuwe leefomgeving. In het kader van de verpoolsing van Breslau werd vrijwel alles verwijderd wat in het openbare leven van een Duitse voorgeschiedenis van Breslau en de omringende gebieden getuigde. Niet alleen de geschiedenis werd etnisch en nationaal gezuiverd opdat het zou lijken alsof de stad altijd Pools en door Polen bewoond was geweest, maar ook de achtergebleven bevolking moest verdwijnen tijdens een massale logistieke operatie. In de beginfase gingen deze uitwijzingen met het nodige geweld gepaard en werden duizenden Duitsers stelselmatig omgebracht. Meisjes en vrouwen werden op grote schaal slachtoffer van verkrachtingen door Sovjetmilitairen en leden van Poolse militia. Overigens was een groot deel van de Duitse bevolking van Breslau al eerder naar het westen gevlucht uit angst voor het oprukkende Rode Leger, totdat Gauleiter Hanke het verbood. Vanaf 1946 werd de voedselvoorziening aan Duitse inwoners van de stad stopgezet, ter bevordering van hun bereidwilligheid om te vertrekken. De deportaties van Breslaus Duitse ingezetenen vonden plaats tot circa 1947, waarbij de Duitse functionarissen van de nutsbedrijven zoals de water- en energievoorziening en het openbaar vervoer, en de specialisten in de industrie voorlopig nog van uitwijzing werden gevrijwaard om de stad zo goed mogelijk draaiende te kunnen houden (om de bovenarm moesten zij een witte band met zwart merkteken N dragen om herkenbaar te zijn als Duitser).

De verwoestingen van het nazibewind, de Tweede Wereldoorlog, de vlucht en de etnische zuivering van de oorspronkelijke Duitse bevolking en de door de Poolse Volksrepubliek gevoerde "poloniseringscampagne" hebben hun sporen in de stad nagelaten.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Sinds de Tweede Wereldoorlog is 70 procent van de historische gebouwen in Wrocław, die verwoest waren weer gerestaureerd of opnieuw opgebouwd. Al bracht het nieuwe Poolse bestuur voor enkele historische gebouwen die te veel met de Pruisische geschiedenis van de stad verbonden werden geacht, ook de afbraak. Onder de restauraties bevinden zich enkele opvallende:

Kabouters[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Kabouters van Wrocław voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ter ere van de actiegroep Oranje Alternatief zijn in Wrocław sinds 2001 kabouterbeelden geplaatst. Het aantal is opgelopen tot ruim tweehonderd.

Sport[bewerken]

Śląsk Wrocław is de grootste voetbalclub van de stad. De Club neemt momenteel 35 seizoen in de hoogste klasse, in 1977 en 2012 won hij de Poolse kampioenschap.

Voor de Tweede Wereldoorlog waren er veel meer clubs in Breslau en tot 1933 had de stad een eigen competitie die gold als een voorronde van de Zuidoost-Duitse voetbalbond. Een aantal clubs kon doorstoten naar de nationale eindronde, maar geen slaagde er ooit in de finale te bereiken. Nadat het nieuwe regime in 1933 de Silezische Gauliga had ingevoerd, kwam de Breslau tegenover sterkere streekgenoten te staan en moest ze de titel telkens aan teams uit Beuthen (nu Bytom) en Gleiwitz (nu Gliwice) laten. Na de oorlog waren met de vlucht en uitwijzing van de oorspronkelijke Duitse bevolking ook de spelers en hun clubs verdwenen en werden nieuwe clubs door de Poolse staat opgericht.

Wrocław was de gastheer van Euro 2012.

Sinds enige decennia wordt jaarlijks de Wrocław Marathon georganiseerd.

Stedenbanden[bewerken]

Geboren in Breslau/Wrocław[bewerken]

Zie ook[bewerken]