Toruń

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Toruń
Thorn
Stad in Polen Vlag van Polen
Vlag van Toruń Wapen van Toruń
Toruń
Toruń
Situering
Woiwodschap Koejavië-Pommeren
District stadsdistrict
Coördinaten 53° 2′ NB, 18° 37′ OL
Algemeen
Oppervlakte 115,75 km²
Inwoners (2005) 208.278 (1799 inw/km²)
Overig
Identificatiecode 46301
Website torun.pl
Portaal  Portaalicoon   Polen
Middeleeuwse stad Toruń
Werelderfgoed cultuur
Torun-Rynek-ratusz-2.jpg
Land Vlag van Polen Polen
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 835
Inschrijving 1997 (21e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
Paleis van Dąbski

Toruń (Duits: Thorn) is een stad in het noorden van Polen. De stad ligt aan de rivier de Wisła (Duits: Weichsel) en is de voornaamste stad van het historische Kulmerland (Ziemia chełmińska). Parlementaire hoofdstad van de provincie Koejavië-Pommeren. De goed geconserveerde historische binnenstad staat sinds 1987 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het is de geboorteplaats van Copernicus en is sinds 1945 een universiteitsstad. Tegenwoordig telt de stad ongeveer 30.000 studenten.

Geschiedenis[bewerken]

Thorn werd in 1231 als eerste vesting van de Duitse Orde opgericht in dat deel van West-Pruisen dat Kulmerland heette.

De Duitse Orde (ook wel latiniserend genoemd de Teutoonse Orde, maar dan vaak met bijklank van barbarisme als een impliciete verwijzing naar de oudheid waarin Teutoonse en Kimbrische horden het beschaafde Rome aanvielen) was als geestelijke ridderorde opgericht in het Heilige Land ter bescherming van de pelgrims uit het Heilige Roomse Rijk (kortweg: het Duitse Rijk, in zijn middeleeuwse omvang). De Poolse hertog Koenraad van Mazovië riep de hulp van deze Orde in bij de bestrijding van de naburige heidense bevolking van Pruisen, de zogenaamde Pruzzen. Echter, de Orde was niet van plan zich in dienst van de hertog te blijven opstellen en veroverde uiteindelijk Pruisen op eigen rekening, vanuit een reeks daartoe aangelegde vestingen langs de Weichsel (Wisła). Naderhand werden bij deze burchten ook steden, waaronder Thorn, ingericht en bevolkt met een burgerij die voornamelijk uit Westfalen en Silezië afkomstig was, en in 1250 een stenen omwalling mocht aanleggen, aangesloten op de zogenaamde ordensburcht. Zie Duitse-Ordestaat en Oostkolonisatie.

Gezicht op Thorn in 1684
Plattegrond van Thorn uit 1703

In 1367 trad Thorn toe tot het verbond van de Hanzesteden en daarmee kon de stad zich onafhankelijker tegenover de centralistische Duitse Orde opstellen. Dat riep spanningen op die leidden tot een opstand tegen de Orde van de steden Danzig (na 1945: Gdańsk), Elbing (na 1945: Elbląg) en Thorn (na 1919: Toruń). De Poolse koning steunde dat om de opstandige steden zijn macht in dit gebied te kunnen vestigen. In 1411 werd de strijd voorlopig ten nadele van de Orde besloten met de toekenning van een grotere autonomie voor de steden. Inmiddels was Danzig Thorn in macht en rijkdom voorbijgestreefd waarmee het de leiding nam in de definitieve krachtmeting met de Duitse Orde. Thorn brak in 1454 de ordensburcht af en heette de Poolse koning feestelijk welkom, met als tegenprestatie de erkenning van de stedelijke autonomie. Na de Dertienjarige Oorlog werd de Orde in 1466 door de verenigde legers onder leiding van de Poolse koning definitief verslagen en moest zij bij de zogenaamde Tweede Vrede van Thorn de westelijke helft van haar gebied - West-Pruisen, voortaan ’koninklijk Pruisen’ genaamd - afstaan. Binnen het Poolse koninkrijk behielden de West-Pruisische steden voorlopig nog hun autonomie, evenals de Landdag (parlement) van West-Pruisen. Maar gaandeweg zou een Pools en koninklijk centralisme hun autonomie gaan ontmantelen. Ook de aanvankelijk toegestane kerkhervorming - in Thorn vanaf 1530 op geleidelijke en tolerante wijze ingevoerd - gaf het lutheranisme een meerderheidspositie toen de stadsraad in 1558 de rooms-katholieke eredienst tot twee kloosterkerken beperkte. Op koninklijk gezag kreeg aan het einde van de 16e eeuw contrareformatie een toenemende ruimte. Alleen de grotere steden Elbing en Danzig waren sterk genoeg om hun lutherse karakter te behouden. Na 1595 kwamen alle kerken in Thorn op één na in handen van de katholieke minderheid. Naast de lutherse stadsacademie werd een tweede, door jezuïeten geleide, academie opgericht voor het opkweken van een katholieke elite. Door deze binationale en bireligieuze ontwikkelingen werd de stadsgemeenschap gespleten. Haar kracht verzwakte met de ernstige politieke en economische teruggang van Polen en zij had zwaar te lijden van tijdelijke Zweedse en Russische bezettingen. De spanningen tussen lutheranen en rooms-katholieken kwamen in 1724 tot een gewelddadige uitbarsting, waarbij de studenten van beide instellingen elkaar tijdens een processie te lijf gingen en de lutheranen het jezuïetenklooster bestormden. Twee burgemeesters en twaalf raadsleden werden hiervoor door de Poolse koning verantwoordelijk gesteld en om een voorbeeld te stellen onthoofd. In de Duitse geschiedenis leeft dit gebeuren voort als "Thorner Blutgericht". Een formele patstelling werd verordonneerd in de verplichting dat in de stadsraad de katholieke minderheid evenveel zetels zou krijgen als de lutheranen. In het verdere verloop van de 18e eeuw deelde de stad in de ernstige economische neergang van Polen. De Poolse Delingen (verdeling van het koninkrijk tussen zijn buurlanden Rusland, Oostenrijk en Pruisen) zouden de politieke positie van de Duitstalige en lutherse burgerij formeel wel, echter hun economische kracht voorlopig niet herstellen. Uiteindelijk woonden er nog maar 5.500 inwoners.

Het oude West-Pruisen was vanaf 1793 weer met Pruisen verenigd, dat wil zeggen met het nieuwe koninkrijk Pruisen, erfgenaam van de middeleeuwse Duitse Orde. In 1870 zou het met dit Pruisen deel van het Duitse Keizerrijk worden. Thorn was nog steeds weinig meer dan een belangrijke garnizoensplaats aan de grens met het Keizerrijk Rusland (dat op zijn beurt de centrale delen van Polen had geannexeerd). Pas de aanleg, in 1861, van een spoorweg als schakel tussen het Pruisische en Russische spoorwegnet, zou weer nieuw economisch leven brengen. Maar niet genoeg om de middeleeuwse glorietijd in de schaduw te stellen, zoals nog altijd in de oude binnenstad duidelijk is. In 1830 was de bevolking verdubbeld tot 11.000. Aan het einde van de 19de eeuw telde zij een aantal van ca. 45.000.

In 1919 werd de provincie West-Pruisen, onder de naam Województwo (provincie) Wielkopomorskie, weer van Duitsland (Pruisen) afgescheiden en opnieuw bij Polen gevoegd. Thorn, nu Toruń, werd de hoofdstad van deze provincie in de plaats van Danzig, dat tot een soevereine vrijstaat was verklaard. De Duitse burgerij - tot dan getalsmatig een tweederdemeerderheid - verdween uit Toruń: veel katholieke Duitsers identificeerden zich opportunistisch als Polen en de lutheranen emigreerden grotendeels naar Duits gebleven grondgebied, omdat hun inkomsten en rechtsposities werden opgeheven. Het betrof ambtenaren, leraren, militairen en degenen die van deze bovenlaag afhankelijk waren. Immigrerende Polen namen hun opengevallen plaatsen in. In korte tijd verdubbelde de bevolking. In 1939 is Toruń, na de inval in Polen, door nazi-Duitsland ingelijfd en onder SS-bezettingsregime geplaatst; de Poolse bovenlaag werd vermoord of uitgewezen en in de nabijheid verrees een concentratiekamp. In 1945 nam het Rode Leger de stad in, evenwel als ‘Poolse stad’ wat betekende dat het middeleeuwse centrum gespaard bleef voor een vernietiging, die onder andere Danzig ten deel viel. De Duitse bevolking vluchtte, of werd geïnterneerd en gedeporteerd. Zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. De Poolse universiteit van Wilno (nu Vilnius), een van de steden die Polen aan de Sovjet-Unie (de Sovjetrepubliek Litouwen) moest afstaan, werd overgeplaatst naar Toruń.

Recreatie en uitgaansleven[bewerken]

Toruń is gelegen aan de Europese wandelroute E11, die loopt van Den Haag naar het oosten, op dit moment tot de grens Polen/Litouwen. Verder heeft Toruń net zoals vele Poolse steden en andere studentensteden een levendig uitgaansleven, vooral geconcentreerd op en rondom de Rynek, ofwel de Markt.

In Toruń vindt het internationaal theaterfestival Kontakt plaats. In 2009 won de Nederlandse actrice Halina Reijn van Toneelgroep Amsterdam daar een prijs voor haar solovoorstelling 'La voix humaine' van Jean Cocteau.

Geboren in Thorn / Toruń[bewerken]

Sport[bewerken]

Partnersteden[bewerken]

Externe link[bewerken]

Panorama van Toruń
Panorama van Toruń