Vilnius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de districtsgemeente Vilnius, zie Vilnius (districtsgemeente).
Vilnius
Stad in Litouwen Vlag van Litouwen
Vlag Wapen
Vlag van Vilnius Wapen van Vilnius
Vilnius
Vilnius
Situering
District Vilnius
Gemeente stadsgemeente
Coördinaten 54° 41′ NB, 25° 16′ OL
Algemeen
Inwoners (1 januari 2014) 529.022
Overig
Website www.vilnius.lt
Foto's
Kaart van Vilnius in 1576
Kaart van Vilnius in 1576
Portaal  Portaalicoon   Noord-Europa
Historisch centrum van Vilnius
Werelderfgoed cultuur
Vilnius Pilies street.jpg
Land Vlag van Litouwen Litouwen
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 541
Inschrijving 1994 (18e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
Kathedraal van Vilnius
Gediminastoren op de Gediminasheuvel

Vilnius (verouderd ook Wilnioes; Duits: Wilna; Pools: Wilno, Russisch: Вильнюс, vroeger Вильна) is de hoofdstad van Litouwen, gelegen in het zuidoosten van dit Baltische land aan de rivieren de Vilnelė en de Neris. In 2007 had Vilnius 542.785 inwoners. Vilnius heeft een grote historische binnenstad en huisvest een van de oudste universiteiten in dit deel van Europa. In 2009 was Vilnius een van de twee culturele hoofdsteden van Europa, naast Linz.

Geschiedenis[bewerken]

De oudste geschriften over de stad dateren uit de 12e eeuw. De stad werd beroemd nadat Gediminas, de heersende groothertog in 1316, Duitse kooplieden uitnodigde, om naar de stad te komen. In 1387 verleende Władysław II Jagiełło (koning van Polen, grootvorst van Litouwen) de stad stadsrechten. In de eeuwen erna bleef de stad groeien, onder meer doordat er een universiteit werd opgericht in 1579 door koning Stefanus Báthory. Deze eerste universiteit in het grootvorstendom Litouwen werd al snel een belangrijk wetenschappelijk en cultureel centrum.

Vilnius trok immigranten uit verschillende landen aan. In de stad vestigden zich onder meer Polen, Russen, joden en Duitsers. Voor de joden was Vilnius, het "Jeruzalem van Litouwen" een belangrijk spiritueel centrum. In 1897 was 38,8% van de bevolking joods.

Nadat Litouwen in 1918 de onafhankelijkheid had uitgeroepen en deze onafhankelijkheid in 1920 door de bolsjewistisch Rusland in het Verdrag van Moskou was erkend, werd Vilnius een Pools-Litouwse twistappel. Het Verdrag van Moskou wees de stad en haar omgeving aan Litouwen toe, maar dit zogenoemde Vilniusgebied werd al spoedig door Polen ingenomen. Gedurende het interbellum zou de stad tot Polen blijven behoren, een situatie die door Frankrijk en Groot-Brittannië werd gesteund, in de hoop dat de Poolse invloed een aanval vanuit de Sovjet-Unie zou tegenhouden. Litouwen zou Vilnius als zijn hoofdstad blijven beschouwen: Kaunas had in het vooroorlogse Litouwen de status van tijdelijke hoofdstad. Polen maakte van Vilnius de hoofdstad van de gelijknamige woiwodschap, Wilno.

Op 19 september 1939, direct na het begin van de Tweede Wereldoorlog bezette het sovjetleger de stad. De stad werd aanvankelijk toegewezen aan de Sovjet-deelrepubliek Wit-Rusland. Vanuit de hoofdstad Minsk werden direct pogingen gedaan om Wit-Russisch onderwijs te stimuleren. Stalin had echter andere plannen met Vilnius en op 10 oktober werd een verdrag van wederzijdse bijstand gesloten tussen de Litouwse en de Sovjet-regering. Als gevolg daarvan werden de stad en het aangrenzende gebied door de Sovjet-Unie overgedragen aan Litouwen. Voorwaarde was dat er een aantal militaire bases van het Rode Leger in Litouwen mocht worden gevestigd. Het leger trok zich terug uit de stad, maar bleef aanwezig in een van de voorsteden. Voor het bewind in Moskou betekende dit een blijvende invloed op de gang van zaken in het buurland. Het Litouwse leger nam de stad, met een parade op 29 oktober, in bezit. Nu probeerde de Litouwse regering de stad een meer Litouws aanzien te geven, vooral door de Poolse scholen te verbieden om in het Pools les te geven en de Litouwse taal daar verplicht te stellen. De pogingen hadden minimaal succes, vooral omdat al in het voorjaar van 1940 bleek dat de Russen steeds meer invloed in het land opeisten. In juni 1940 stelde Stalin een ultimatum: het Rode Leger moest onbeperkt toegang tot Litouwen krijgen en kunnen helpen om een pro-Sovjetregering te vormen. Toen de Litouwers daar in Stalins ogen onvoldoende op reageerden, werd heel Litouwen op 3 augustus bezet en op eigen verzoek in de Sovjet Unie opgenomen als de Litouwse SSR. Vilnius bleef daarvan de hoofdstad. Naar schatting werden in deze periode 40.000 inwoners door de Russen naar kampen in Siberië gedeporteerd. In 1941 werd Vilnius door nazi-Duitsland ingenomen. Tijdens de Duitse bezetting werd 95% van de joodse bevolking van de stad vermoord. In juli 1944 werd de stad door de Poolse Armia Krajowa tijdens de Opstand van Vilnius bevrijd van de Duitsers, kort daarna gevolgd door de Sovjets die de stad bezetten en Armia Krajowa-leden en anderen vervolgden.

Na de oorlog bleef de stad in handen van de Sovjet-Unie; Litouwen werd weer een Sovjetrepubliek met Vilnius als hoofdstad. De Poolse bevolking, die voor de Tweede Wereldoorlog samen met de Joden de meerderheid in de stad vormde, werd op last van de Sovjets grotendeels verdreven en moest zich in de geannexeerde Duitse gebieden in het westen van Polen vestigen. In plaats daarvan vestigden zich vele Litouwers in de stad en in veel mindere mate ook Russen.

In de jaren 80 ontstonden in de stad regelmatig grote demonstraties tegen de overheersing van de Sovjet-Unie. Op 11 maart 1990 verklaarde de Opperste Sovjet van Litouwen het land onafhankelijk. De Sovjet-Unie probeerde het tij nog te keren en in januari 1991 kwam het tot een confrontatie tussen het sovjetleger en de Litouwse bevolking bij de televisietoren van Vilnius. Bij deze aanval kwamen veertien mensen om het leven en raakten er meer dan 700 gewond.

Toen Litouwen uiteindelijk opnieuw onafhankelijk was, kon de verwaarloosde stad worden opgeknapt. Het centrum is sindsdien grondig gerenoveerd en trekt steeds meer toeristen.

Stadsbeeld[bewerken]

Vilnius heeft op de linkeroever van de Neris een grote historische binnenstad met een wirwar van kleine straatjes en meer dan veertig kerken. Dit 360 ha grote gebied staat sinds 1994 op de Werelderfgoedlijst. De barok is er de overheersende bouwstijl.

De hoofdstraat van Vilnius is de Gediminasboulevard (Gedimino prospektas), die van het Kathedraalplein (Katedros aikšte) naar de Neris loopt. Op het Kathedraalplein bevindt zich de Stanislaus- en Wenceslauskathedraal, een classicistisch bouwwerk met een 16de-eeuwse klokkentoren. De boulevard bevindt zich gedeeltelijk in de eigenlijke historische binnenstad (senamiestis) en gedeeltelijk ten noordwesten ervan. Langs de Gediminasboulevard liggen belangrijke instellingen als het parlement, de regeringsgebouwen, de nationale bank, de nationale bibliotheek, het nationaal dramatheater en het constitutionele hof.

Op de Gediminasheuvel (Gedimino Kalnas) bevindt zich de Gediminastoren, het symbool van de stad en het enige restant van de burcht van grootvorst Gediminas. Het Koninklijk Paleis aan de voet van de heuvel werd in 1801 gesloopt, maar is in het eerste decennium van de 21e eeuw herbouwd.

Even ten zuiden van het Kathedraalplein liggen de gebouwen van de Universiteit van Vilnius, met de bijbehorende Sint-Janskerk (Šv. Jonų bažnyčia). Aan de oostkant van de binnenstad bevindt zich de enige overgebleven stadspoort van Vilnius. In deze Poort van het Morgenrood (Aušros vartai) bevindt zich een icoon van de maagd Maria.

De eerste stadsuitbreiding buiten de (inmiddels verdwenen) stadsmuren was de wijk Užupis, die aan de overkant van de rivier de Vilnelė ligt. Užupis is inmiddels een kunstenaarswijk.

Buiten het centrum zijn vooral eenvormige buitenwijken uit de communistische periode te vinden. In deze wijken is ook de hoge televisietoren te vinden die een sleutelrol speelde in de onafhankelijkheidsstrijd van het land. Aan de noordkant van de Neris ligt het New City Center (NCC), met onder meer een winkelcentrum, het nieuwe stadhuis en de 150 meter hoge Europatoren.

Bevolking[bewerken]

De bevolking van Vilnius bestond bij de volkstelling van 2001 uit 542.870 personen: 57,8% Litouwers, 18,7% Polen, 14% Russen, 4% Wit-Russen, 1,3% Oekraïners en 1,4% overige.

Gedurende de laatste honderd jaar is de samenstelling van de bevolking van Vilnius grondig veranderd. Onder Russisch bewind werden er in 1897 en onder Pools bewind in 1931 volkstellingen gehouden, waarbij niet naar de nationaliteit, maar wel naar de moedertaal van de inwoners werd gevraagd.

In 1897, onder Russisch bestuur, sprak 40% Jiddisch, 30,1% Pools, 20,9% Russisch, 4,3% Wit-Russisch, 2,1% Litouws en 2,6% een andere taal.
In 1931, onder Pools bestuur, sprak er van de 195.100 inwoners 65% Pools, 28% Jiddisch, 3,8% Russisch, 0.9% Wit-Russisch, 0.8% Litouws en 0,4% een andere taal. Tijdens de jaren van het Sovjet-bestuur steeg het aantal Litouwstaligen naar circa 55% van de bevolking en het aantal Russischtaligen naar 22%. Het aantal Poolstaligen daalde tot ongeveer 21%, terwijl het Jiddisch in Vilnius en geheel Litouwen na de Holocaust zo goed als uitstierf.

Geboren in Vilnius[bewerken]

Externe links[bewerken]


Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Vilnius.