Bratislava (tot 1919 Nederlands: Presburg; Duits: Preßburg; Hongaars: Pozsony; Slowaaks: Prešporok) is de hoofdstad van Slowakije. De stad ligt in het uiterste zuidwesten van het land, aan weerszijden van de Donau (met het oude centrum op de linkeroever) en aan de voet van de Kleine Karpaten. Ze telt circa 430.000 inwoners.
De stad ligt op korte afstand van zowel Oostenrijk (Wenen op slechts 60 km) als Hongarije en zowel Oostenrijkers als Hongaren hebben in de geschiedenis van de stad een grote rol gespeeld. In de voornaamste stad van Slowakije woont nog steeds een grote Hongaarse minderheid.
Bratislava heet pas sinds 1919 zo. De stad heette aanvankelijk in het Slowaaks Prešporok: die naam was ontleend aan het Duitse Preßburg, dat teruggaat op Preslavasburch, naar Vratislav van Moravië, die hier een burcht had laten bouwen. In het Hongaars heet de stad van oudsher Pozsony, een naam die op het Latijnse Posonium terug te voeren is. Een andere oude naam is Istropolis, naar de Griekse naam voor de Donau (Ister). Toen Bratislava in 1919 Tsjecho-Slowaaks werd, werd de stad omgedoopt in Bratislava. Het voorgestelde Wilsonovo Mesto (Wilsonstad, naar de Amerikaanse president Wilson) haalde het niet.
In 907 kwamen stad en omgeving in handen van Hongarije, dat er zijn meest westelijke steunpunt van maakte. Vanaf de dertiende eeuw kwamen er veel immigranten uit Duitse landen (vooral uit Beieren) wonen.
Koning Matthias van Hongarije stichtte hier in 1467 een van de eerste Midden-Europese universiteiten, de Academia Istropolitana, die echter een kort leven beschoren was. In 1914 kreeg de stad opnieuw een universiteit, maar deze verhuisde in 1921 naar Boedapest en later naar Pécs. De huidige universiteit dateert van 1919 (Comenius Universiteit).
Sinds Boeda in 1541 in Turkse handen was gekomen, werden de Hongaarse koningen hier gekroond (1563-1830), en tot 1848 zouden hier Hongaarse rijksdagen plaatsvinden. Daarna nam Boedapest zijn oude plaats weer in, en viel Bratislava terug. Inmiddels was het wel het centrum van de Slowaakse nationale beweging geworden.
De Eerste Wereldoorlog eindigde met een nederlaag voor Oostenrijk-Hongarije. Met het Verdrag van Trianon kwam Bratislava aan de nieuw gevormde republiek Tsjecho-Slowakije. In 1939 werd Bratislava de hoofdstad van de Slowaakse marionettenrepubliek onder Josef Tiso, die was ontstaan na de liquidatie van Tsjecho-Slowakije. De regering van Tiso werkte nauw samen met de nazi's, zo werden onder andere in overleg met de nazi's 60.000 Joodse inwoners van Bratislava weggevoerd richting Auschwitz (in totaal woonden er 70.000 Joden in de hoofdstad). Het stadbestuur betaalde de nazi's 500 Mark per weggevoerde jood. In 1945 verschenen de sovjetsoldaten en Bratislava kwam in het nu communistische Tsjecho-Slowakije vlak achter het IJzeren Gordijn te liggen. De stad kreeg grote uitbreidingen in socialistische stijl en werd de derde stad van het land (na Praag en Brno).
In 1993 verwierf Bratislava voor de derde keer de status van hoofdstad, ditmaal van de nieuwe republiek Slowakije. De Slowaakse regering en volksvertegenwoordiging zijn er gevestigd.
De Burcht (Hrad) van Bratislava is het symbool van de stad: dit hoekige gebouw ligt aan de westkant van het centrum, op een heuvel boven de Donau.
In het oude stadshart (Staré Mesto) zijn enkele schilderachtige straten behouden gebleven. Hier bevindt zich de Michaeltoren in barokstijl, die deel uitmaakt van de oude stadsmuur. De Martinsdom is de grootste kerk in de stad: hier werden eeuwenlang de koningen van Hongarije en Oostenrijk gekroond. Een belangrijk gebouw is ook het Primatiaal Paleis, waar Frankrijk en Oostenrijk na de Slag bij Austerlitz in 1805 de Vrede van Presburg tekenden.
Bratislava is ook een stad met veel naoorlogse uitbreidingen in socialistische standaardbouw. Het opvallendste voorbeeld is het stadsdeel Petržalka, dat op de andere Donauoever ligt. Tussen de beide oevers van de Donau ligt onder andere de befaamde Nový Most brug.
Het openbaar vervoer in Bratislava is in handen van het gemeentelijk vervoerbedrijf Dopravný podnik Bratislava en omvat bussen, trams en trolleybussen. Bratislava hlavná stanica en Petržalka zijn de voornaamste stations van de stad en verbinden Bratislava met de rest van het land en verscheidene buitenlandse bestemmingen.
Ongeveer negen kilometer van het stadscentrum bevindt zich de luchthaven M. R. Štefánika, dat jaarlijks circa twee miljoen reizigers verwerkt. Het is de grootste en belangrijkste luchthaven van Slowakije. Het verbindt de hoofdstad met onder andere Londen, Praag, Rome, Stockholm en Warschau. Het is vanuit de stad te bereiken per eigen vervoer, taxi en bus. Hoewel het aantal passagiers in 2009 een terugval kende is de verwachting dat de aantallen in 2012 met 3 miljoen zijn gestegen dankzij de bouw van een nieuwe terminal.
[bewerken] Geboren in Bratislava
- Johann Nepomuk Hummel (1778-1837), Boheems componist en pianist
- Philipp Eduard Anton Lenard (1862-1947), Hongaars natuurkundige en Nobelprijswinnaar
- Ľubomír Ftáčnik (1957), schaker
- Peter Fieber (1964), voetballer
- Vladimír Weiss (1964), voetballer en voetbalcoach
- Alexander Vencel, voetballer
- Janette Husárová (1974), tennisster
- Roman Kratochvíl (1974), voetballer
- Marián Zeman (1974), voetballer
- Karol Kučera (1974), tennisser
- Juraj Czinege (1977), voetballer
- Dominik Hrbatý (1978), tennisser
- Róbert Vittek (1982), voetballer
- Peter Velits (1985), wielrenner
- Martina Schindler (1988), zangeres
- Vladimír Weiss (1989), voetballer
|
|
|
Burcht van Bratislava aan de Donau
|
|
|
|
Aartsbisschoppelijk paleis
|
|
|
|
Michalská brána (stadspoort)
|
|
|
|
Slowaaks nationaal theater
|
|
|
|
Novy most (nieuwe brug), met daarachter stadsdeel Petržalka
|
|