Verdrag van Trianon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Verdrag van Trianon werd op 4 juni 1920 gesloten tussen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en de overgebleven rompstaat Hongarije.

Het verdrag is genoemd naar het in Versailles gelegen paleis Grand Trianon, waar de ondertekening plaatsvond. Het was het vierde van de vijf Parijse voorstadsverdragen: eerder waren er al verdragen gesloten met Duitsland, Oostenrijk en Bulgarije. Turkije zou later nog volgen.

De Hongaarse delegatie, onder leiding van graaf Albert Apponyi, had zich ingesteld op moeilijke onderhandelingen, maar al snel bleek dat er niets te onderhandelen viel. Hongarije moest de geallieerde vredesvoorwaarden zonder noemenswaardige aanpassing accepteren.

Het land werd gereduceerd tot slechts 29% van zijn oorspronkelijke grondgebied.

Het grootste deel van de verloren gebieden werd niet bewoond door etnische Hongaren, maar door volkeren die destijds onder de Hongaarse kroon vielen en meestal meerderheid in hun respectievelijke gebieden waren, waarvan de Slowaken, Roemenen en Zuid-Slaven nu hun nationale aspiraties gerealiseerd zagen. Door de eenzijdige manier waarop de grenzen bepaald werden, kwamen echter enkele miljoenen Hongaren buiten Hongarije te wonen (zie Hongaarse minderheden), vooral in Transsylvanië, de Vojvodina en langs de zuidgrens van Tsjecho-Slowakije. Ruwweg bleven ongeveer 3,3 miljoen Hongaren in de buurlanden achter. De Slavische en Roemeense minderheden in Hongarije bedroegen daarentegen ongeveer 0,3 miljoen personen. Verder telde Hongarije nog een grote groep (ca. 0,5 miljoen) Volksduitsers. In tegenspraak met de beloofde principes van president Woodrow Wilson hield het Verdrag van Trianon geen rekening met de feitelijke etnische samenstelling van Centraal-Europa. Van de aangekondigde zelfbeschikking kwam niets terecht na het referendum in en rond Sopron, waar de bevolking koos om bij Hongarije te horen.

Effecten van het Verdrag van Trianon[bewerken]

Het verdrag heeft een niet te onderschatten schokeffect veroorzaakt in de Hongaarse maatschappij. Naast het menselijke leed van de van elkaar gescheiden families, werd deze schok mede veroorzaakt door de economische moeilijkheden die het verdrag had aangericht. In één klap viel de Hongaarse economie zonder grondstoffen, zonder middelen en zonder afzetmarkt. Hongarije verloor zijn meeste mijnen, bossen en bron van ruwe materialen. Ook het vroeger uitstekend georganiseerd spoorwegennetwerk werd lamgelegd door het feit dat de nieuwe grenzen systematisch de verbindingslijnen tussen de grote steden doorkruisten. Nu kon men alleen via Boedapest van de ene stad naar de andere sporen wat de binnenlandse transportkosten van mensen en goederen aanzienlijk verhoogde. Met Fiume had Hongarije ook zijn enige zeehaven verloren, waardoor de uitvoer naar het buitenland ook veel duurder werd. Bovendien nam de werkloosheid zorgwekkend toe: niet alleen door de ontslagen soldaten maar ook door de toevloed van honderdduizenden Hongaarse vluchtelingen die de etnische zuiveringen in de omringende nieuwe staten probeerden te ontvluchten. De zware schadeloosstelling die het land aan de overwinnaars moest betalen, maakte het onmogelijk om een financieel gezond beleid te voeren.

Het trauma van Trianon heeft het denken van hele generaties bepaald. De regeling werd en wordt in Hongarije uiterst onrechtvaardig gevonden en het streven naar aanpassing van het dictaat van Trianon - het Hongaars revisionisme - heeft de Hongaarse politiek lang belast. Er was tussen de wereldoorlogen geen enkele partij, groepering of klasse in de Hongaarse maatschappij die ongeacht hun politieke, religieuze of sociale positie de nieuwe grenzen van Hongarije definitief achtte. Er was een unanimiteit in het hele land over de afwijzing van Trianon. Internationaal probeerde men om de grenzen te herstellen en Hongarije weer te herenigen. De diplomatieke pogingen van Boedapest voor de herziening van het verdrag werden echter in Londen en Parijs afgewezen. Duitsland, Oostenrijk en Italië (de belangrijkste handelspartners van Hongarije) stonden hier daarentegen helemaal niet afwijzend tegenover. Bijgevolg voerde Hongarije in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog een vriendschappelijke politiek met Hitlers nazi-Duitsland waarvan het de rechtzetting van het geschiede onrecht verwachtte.

De verzuchtingen van de Hongaarse diplomatie werden in de twee uitspraken van het internationale hof van Wenen (1938 en 1940) gedeeltelijk gehoord. De uitspraken werden opgelegd door Italië en Duitsland. De eerste verplichtte Tsjecho-Slowakije zich terug te trekken uit een strook land waar een Hongaarse meerderheid woonde en die weer af te staan aan Hongarije. In 1939 kon Hongarije zonder geweld de Hongaarse Karpato-Oekraïne of Karpato-Roethenië innemen. Een jaar later voorzag de tweede uitspraak van het hof ook in de aansluiting van Noord-Transsylvanie, waar de Hongaarse bevolking in de meerderheid was, bij Hongarije. In de opnieuw ingelijfde gebieden hebben de Hongaren wraak genomen voor de geleden wreedheden en werden duizenden Roemenen en Serviërs rancuneus vermoord of verjaagd.

Bij de Vrede van Parijs werden de grenzen van Trianon weer afgedwongen (met drie bijkomende dorpen die Hongarije moest afstaan aan Tsjecho-Slowakije) en kwamen er opnieuw wreedheden tegen de Hongaarse bevolking buiten de grenzen van Trianon. Kleine extreemrechtse groepen streven in Hongarije nog steeds herziening na; onder meer de MIéP, de Hongaarse Partij voor Gerechtigheid en Leven (Magyar Igazság és Élet Pártja).

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]