Verdrag van Saint-Germain (1919)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het kasteel van Saint-Germain-en-Laye

Het Verdrag van Saint-Germain werd op 10 september 1919 gesloten tussen de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en de overgebleven rompstaat Oostenrijk. Het verdrag is genoemd naar de Parijse voorstad Saint-Germain-en-Laye, waar het in het plaatselijke kasteel werd onderhandeld en ondertekend. Het verdrag werd op 16 juli 1920 formeel van kracht.

Erkenning[bewerken]

Dit verdrag regelde niet alleen de erkenning van het nieuwe Oostenrijk, maar ook de erkenning van de nieuwe staten, die uit het oude Oostenrijk-Hongarije waren ontstaan. Oostenrijk erkende aldus de onafhankelijkheid van Hongarije, Tsjechoslowakije, Polen en Joegoslavië. In dit verdrag werd tevens gesproken over de noodzaak van herstelbetalingen, die het nieuwe Oostenrijk zou moeten voldoen, maar gezien het bankroet van de staat is het nooit tot een taxatie van schade en betalingen gekomen.

Bepalingen[bewerken]

Trianon[bewerken]

Het Hongaarse deel van de dubbelmonarchie werd eveneens genoodzaakt de grenzen van het nieuwe Hongarije en de overgang van voormalig Hongaars gebied naar de buurlanden per verdrag te regelen. Dit werd geregeld in het Verdrag van Trianon in 1920.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]