Balkanoorlogen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste Balkanoorlog
Datum 8 oktober 1912-17 mei 1913
Locatie Balkan
Resultaat Vrede van Londen, Ottomaanse Rijk verliest vrijwel gehele Europese territorium
Strijdende partijen
Vlag van Servië Servië
Flag of the Kingdom of Montenegro.svg Montenegro
Vlag van Griekenland 1828-1978 Griekenland
Vlag van Bulgarije Bulgarije
Vlag van Ottomaanse Rijk Ottomaanse Rijk
Commandanten
Bulgarije: Vladimir Vazov, Vasil Kutinchev, Nikola Ivanov, Radko Dimitriev

Griekenland:Prins Constantijn, Panagiotis Danglis, Pavlos Kountouriotis Servië:Radomir Putnik, Petar Bojović, Stepa Stepanović Montenegro: Koning Nicolaas I, Prins Danilo Petrović, Mitar Martinović, Janko Vukotić

Nizam Paşa, Zeki Paşa, Esat Paşa, Abdullah Paşa, Ali Rıza Paşa
Situatie na de Eerste Balkanoorlog
Bulgaarse belegering van Adrianopel
De eerste Balkanoorlog

De Balkanoorlogen zijn twee op elkaar volgende militaire conflicten op de Balkan, in de jaren 1912 - 1913.

De Eerste Balkanoorlog[bewerken]

In 1912 was het Ottomaanse Rijk door de revolutie van 1907-1908, een Albanese opstand, en door de Italiaans-Turkse Oorlog van 1912 ernstig verzwakt. Voor de Balkanstaten Servië, Griekenland, Montenegro en Bulgarije was dat een gelegenheid om de Balkan geheel te ontdoen van de resten van de Ottomaanse heerschappij. Door Russische diplomatie was reeds een alliantie ontstaan, die Rusland eigenlijk als tegengewicht tegen Oostenrijk-Hongarije bedoeld had. De Balkanlanden hadden echter andere plannen, waar een geheime militaire clausule in het verdrag geen twijfel over liet bestaan. Concrete afspraken bestonden eigenlijk niet: het Ottomaanse gebied werd slechts ruwweg verdeeld, en vaak (zoals bij Thessaloniki) gold de regel: "wie het eerst komt, die het eerst maalt". Wel was er een bepaling dat de toewijzingen eerst aan tsaar Nicolaas II van Rusland ter arbitrage zouden worden voorgelegd. Op 8 oktober 1912 verklaarde Montenegro de oorlog aan het Ottomaanse Rijk. De partners op de Balkan volgden enige dagen later.

De Serviërs rukten razendsnel op in Macedonië en wisten Kumanovo en Skopje te bezetten. Ze bezetten ook de Sandžak van Novi Pazar, waarmee ze contact maakten met de Montenegrijnen. De Bulgaren bezetten ook een deel van Macedonië en rukten op naar Thessaloniki en Constantinopel. De Grieken trachtten in Macedonië hun deel van de buit binnen te halen, en rukten ook op naar Thessaloniki. Bij Bitola in Macedonië werden ze echter als enige door de Ottomanen verslagen waardoor de geïrriteerde Serviërs de belegering van het stadje moesten overnemen. Uiteraard behielden ze de stad voor zichzelf. De Grieken wisten echter wel de hoofdprijs binnen te halen: ze bezetten Thessaloniki net enkele uren voor de Bulgaarse Rila-divisie arriveerde. Aangezien degene die als eerste de stad bezette, deze mocht houden, was Thessaloniki voor de Grieken.

De Bulgaren rukten op tot 50 kilometer voor Constantinopel. Het kanonvuur was in de stad te horen, en de sultan ontvluchtte de stad. Tsaar Ferdinand zou echter de stad niet mogen bezetten: de Ottomanen hielden stand geholpen door een politiemacht uit het Verenigd Koninkrijk en Rusland.

In minder dan twee maanden tijd verloor het Ottomaanse Rijk bijna alle Europese bezittingen aan de Balkanlanden. Op 3 december 1912 tekenden Servië, Montenegro en Bulgarije een wapenstilstand met het Ottomaanse Rijk, maar Griekenland bleef de oorlog voortzetten. De vredesbepalingen werden door het Ottomaanse Rijk echter onacceptabel bevonden, en begin 1913 kwam het tot een staatsgreep. De gevechten laaiden daardoor weer op. Op 19 april werd er een nieuwe wapenstilstand overeengekomen.

Onder bemiddeling van de Europese grootmachten werd op 30 mei te Londen het vredesverdrag ondertekend. Het Ottomaanse Rijk zou zich grotendeels uit Europa terugtrekken.

Tijdens de Eerste Balkanoorlog had Albanië de zelfstandigheid uitgeroepen (op 28 november 1912, te Vlorë), maar de andere Balkanstaten waren niet van zins dat te erkennen en Griekenland, Servië en Montenegro maakten aanspraak op grote delen van het Albanese gebied.

De belegering van Shkodër[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Belegering van Shkodër voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Montenegrijnen rukten op richting Albanië, daarbij stuitend op steeds heftiger Albanees-Turkse weerstand. Het doel van de aanval was Shkodër (indertijd geschreven als Skoetari[1] ), een stad met een volledig Albanese bevolking. Dit zinde Italië en Oostenrijk-Hongarije niet, omdat ze zelf plannen hadden in het gebied. Koning Nikola van Montenegro belegerde Shkodër, zelfs terwijl Italië en Oostenrijk-Hongarije hem trachtten te dwingen zich terug te trekken. Hun argument was dat Montenegro in de Albanese stad niets te zoeken had, wat door de Montenegrijnen gepareerd werd met het tegenargument dat deze redenering blijkbaar niet in Tripoli en Bosnië had gegolden. Gesteund door Rusland hield Nikola de belegering vol tot de Turken zich overgaven. Italië en Oostenrijk dreigden met oorlog, Rusland en Servië steunden Montenegro, Duitsland verklaarde niet neutraal te zullen blijven. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Edward Grey, bemiddelde echter. Koning Nikola gaf de stad op, en liet zich afkopen met een lening die hij gebruikte om zijn gedaalde populariteit in eigen land op te vijzelen. Door op goed geluk twee grootmachten uit te dagen had hij wel een enorm risico gelopen, want het krachtsverschil was enorm. Driekwart van de bevolking van Shkodër was verhongerd of in de strijd en plunderingen omgekomen. Bovendien had de hebzuchtige vorst bijna een Europese oorlog uitgelokt.


Tweede Balkanoorlog
Datum 29 juni 1913-10 augustus 1913
Locatie Balkan
Resultaat Verdrag van Boekarest, Bulgarije staat deel van in Eerste Balkanoorlog veroverd gebied af aan buurlanden.
Strijdende partijen
Vlag van Bulgarije Bulgarije Vlag van Griekenland 1828-1978 Griekenland
Vlag van Servië Servië
Vlag van Roemenië 1867-1947 Koninkrijk Roemenië
Flag of the Kingdom of Montenegro.svg Montenegro
Vlag van Ottomaanse Rijk Ottomaanse Rijk
Troepensterkte
Bulgarije 500.000 Servië 220.000,
Roemenië 300.000,
Griekenland 150.000,
Montenegro 12.000
Ottomaanse Rijk 225.000
Situatie na de Tweede Balkanoorlog

De Tweede Balkanoorlog[bewerken]

Onvrede over de verdeling van de door het Ottomaanse Rijk verlaten gebieden (met name omtrent Macedonië) leidde nog in datzelfde jaar 1913 tot de Tweede Balkanoorlog. Bulgarije was een groot land geworden. Te groot, volgens Griekenland en Servië. Zij vreesden een Bulgaarse dominantie over de Balkan, die er wellicht in de toekomst toe zou leiden dat ook Thessaloniki en (de rest van) Macedonië Bulgaars zouden worden. Ze hadden spijt van de arbitrageclausule, want Rusland en tsaar Nicolaas zouden wellicht te pro-Bulgaars oordelen.

Op 29 juni ondernam de Bulgaarse generaal Savov een aanval op Servië, zonder dat hij daartoe opdracht had gekregen. Dit gebeurde net op het moment dat de internationale diplomatie de drie Balkanstaten om de tafel had gekregen. De Bulgaarse regering ontkende enige betrokkenheid bij het voorval, maar op 8 juli verklaarden Servië en Griekenland de oorlog aan Bulgarije. Kort daarna volgden ook Roemenië en Montenegro, en ook het Ottomaanse Rijk nam (min of meer op uitnodiging van Servië en Griekenland) weer deel aan de strijd in de hoop een deel van het na de Eerste Balkanoorlog verloren gebied terug te winnen. De Bulgaren, een paar maanden eerder in Servië en Griekenland nog geprezen als moedige Slavische/orthodox-christelijke bondgenoten, werden nu als monsters en misdadigers afgeschilderd.

Geconfronteerd met deze overmacht restte Bulgarije niets anders dan capitulatie. Op 10 augustus werd in Boekarest een vredesverdrag ondertekend. Bulgarije moest een groot deel van de winst uit de Eerste Balkanoorlog weer afstaan (met name aan Roemenië) en Macedonië werd bijna geheel tussen Griekenland en Servië verdeeld. Ook wist het Ottomaanse Rijk (of preciezer de Jonge Turken) een klein deel van het verloren gegane gebied opnieuw te bezetten, waaronder het historisch belangrijke Adrianopel dat nu weer Edirne werd. Deze verovering werd bestendigd in het Verdrag van Constantinopel van april 1913. Hierdoor werd de positie van de Jonge Turken binnen het Rijk versterkt. Zij zouden in 1913 de oppositiepartijen monddood maken en een dictatuur vestigen.

Het grootste deel van de islamitische bevolking van de Balkan werd koelbloedig vermoord of verdreven uit het Europese continent[2]. Enkele miljoenen Turken, Pomaken, Albanezen, Bosniërs, Serviërs, Macedoniërs en Roma moesten vluchten naar Anatolië en de meeste moskeeën werden platgebrand. De Balkanoorlogen vormden de aanzet tot de Eerste Wereldoorlog die een jaar later uitbrak. Servië kwam als sterke macht uit de Balkanoorlogen, hetgeen leidde tot spanningen met de buurstaat Oostenrijk-Hongarije dat al in 1908 delen van Bosnië en Herzegovina geannexeerd had. Servische en Bosnische nationalisten ageerden tegen die annexatie. Op 28 juni 1914 werd vervolgens de Oostenrijkse aartshertog en troonopvolger Frans Ferdinand gedood bij een aanslag in Sarajevo. Deze aanslag geldt als het begin van de Eerste Wereldoorlog.

Het Ottomaanse Rijk en Bulgarije bleven echter ontevreden achter. Beide landen zouden in de Eerste Wereldoorlog de kant kiezen die hen teruggave van de verloren gebieden zou beloven: Duitsland en de Dubbelmonarchie.

Derde Balkanoorlog[bewerken]

Toen in juli 1914 Oostenrijk-Hongarije Servië aanviel, stond dit conflict korte tijd bekend als de Derde Balkanoorlog. Al snel bleek het conflict veel meer te omvatten dan slechts de Balkan en werd de term Grote Oorlog of Eerste Wereldoorlog gebruikt.

Nadien zijn ook de Oorlogen in Joegoslavië (1992-2001) wel aangeduid als Balkanoorlog of Derde Balkanoorlog.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd%3A010222335%3Ampeg21%3Ap010%3Aa0103
  2. Justin McCarthy, Death and Exile: The Ethnic Cleansing of Ottoman Muslims 1821-1922 (New Jersey 1995), ISBN 0-87850-094-4