Aartshertog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gestileerde afbeelding van de aartshertogelijke kroon.
Kroon van de aartshertog van Oostenrijk

Aartshertog (Duits: Erzherzog, vrouwelijk Erzherzogin) was een hoge adellijke titel, in rang lager dan een koning maar hoger dan een hertog. Het vrouwelijke equivalent is aartshertogin. De titel werd alleen gebruikt door leden van de Huizen Habsburg en Habsburg-Lotharingen.

Vanaf de 16e eeuw is het de traditionele titel van prinsen uit het huis Habsburg, dat voor de val van de Donaumonarchie in 1918 regeerde, en dus verbonden met de geschiedenis van Oostenrijk.

De titel wordt ook nu nog gedragen en gebruikt. Kinderen uit morganatische huwelijken zijn geen aartshertogen, maar graaf of gravin van Habsburg.[1]

Men spreekt in dit verband ook van het "Aartshuis Oostenrijk" en het "Aartshuis Habsburg".

In België zijn er drie takken als aartshertogelijke geslachten erkend, voor alle afstammelingen. De stamvaders zijn aartshertog Lorenz, aartshertog Karel Christiaan en zijn broer aartshertog Rudolf van Oostenrijk. Alle afstammelingen hebben het recht de titel aartshertog van Oostenrijk te voeren, als lid van de Belgische adel. De kinderen van prinses Astrid en hun vader Lorenz van Oostenrijk-Este voeren de titel aartshertog van Oostenrijk-Este, waarvan Lorenz de stamvader is.

Ook de koning van Spanje is een aartshertog van Oostenrijk maar hij gebruikt deze titel niet.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Almanach de Gotha 2000