Oradea

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oradea
Nagyvárad
Großwardein
Stad in Roemenië Vlag van Roemenië
Flag of Oradea.gif Coa Oradea RO.png
Oradea
Oradea
Situering
Status Districtshoofdstad
District (județ) Bihor
Historische regio Crișana
Coördinaten 47° 3′ NB, 21° 56′ OL
Algemeen
Oppervlakte 111,2 km²
Inwoners (2011 cencus) 183.123 (1858 inw/km²)
Politiek
Burgemeester Petru Filip
Overig
Website oradea.ro
Foto's
Stadhuis (1904)
Stadhuis (1904)
Portaal  Portaalicoon   Roemenië

Oradea ([oˈrade̯a]?, Hongaars: Nagyvárad, Duits: Großwardein) is een stad in het westen van Roemenië, op 12 km van de grens met Hongarije, behorend tot de streek Crişana (en in ruime zin tot Transsylvanië). Ze telde in 2011 183.123 inwoners waaronder 46.433 Hongaren (census 2011). De stad ligt aan de Snelle Cris (Roemeens: Crişul Repede) en is de hoofdstad van het district (judeţ) Bihor. Het is een belangrijk economisch, sociaal en cultureel centrum met industrie (machinebouw, chemie), een jonge universiteit en toerisme (op korte afstand liggen de geneeskrachtige bronnen van Băile Felix). In de stad leeft een grote Hongaarse minderheid.

De naam Oradea[bewerken]

Oradea is de Roemeense naam van de stad. Op sommige kaarten heet de stad Oradea Mare (Mare = groot). Dat is een gedeeltelijke vertaling van de Hongaarse naam van de stad, die Nagyvárad luidt. Várad betekent 'kleine burcht', nagy 'groot'. Várad werd Nagyvárad ter onderscheiding van een andere, kleinere stad Várad. De naam ging zo eigenlijk 'Grote Kleine Burcht' betekenen. De Duitse naam Großwardein is eveneens een gedeeltelijke vertaling van de Hongaarse naam.

Geschiedenis[bewerken]

De Hongaarse koning Ladislaus I bouwde in de elfde eeuw de burcht en stichtte het bisdom van Nagyvárad (Oradea). Hij en andere Hongaarse koningen werden er begraven. De Mongolen verwoestten de stad in 1241 en 1242. De eerste Turkse belegering kwam in 1474. Nadat de Turken het koninkrijk Hongarije grotendeels hadden veroverd 1541 viel het restant in twee delen uiteen: een deel werd Oostenrijks, de rest werd een onafhankelijk vorstendom, Transsylvanië of Zevenburgen. Oradea werd in 1570 (Verdrag van Spiers) met de rest van het Partium aan Transsylvanië toegevoegd. Een nieuwe verwoesting volgde in 1660, toen de Turken de stad innamen en er een pasjalik stichtten. Tot 1692 bleef Oradea Turks.

In 1692 veroverden de Oostenrijkse Habsburgers de stad (en kort daarop ook het eigenlijke Transsylvanië). Tot 1919 zou de stad Habsburgs blijven, en vanaf 1867, het jaar waarin de Dubbelmonarchie ontstond en Oostenrijk en Hongarije gelijke partners werden, was de stad weer Hongaars.

In 1919 werd de stad door Roemeense troepen ingenomen en in 1920 wees het Verdrag van Trianon Oradea aan Roemenië toe. Hongarije was immers een van de verliezers van de Eerste Wereldoorlog. De stad verloor de helft van haar achterland (dat Hongaars bleef), wat de voornaamste reden was voor het inzettende verval. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezette Hongarije de stad (1940-1944). Na de oorlog zuchtte de stad onder het regime van Nicolae Ceaușescu.

In de 20e eeuw is de samenstelling van de bevolking sterk veranderd: in 1910 sprak 91% van de inwoners Hongaars, nu een derde. Oradea is nu vooral een Roemeense stad. Het aandeel van de joden (voor de oorlog een kwart van de bevolking) is zeer klein geworden. De joodse bevolking heeft de oorlogsjaren grotendeels niet overleefd.

Stadsbeeld[bewerken]

Het Staatstheater (1900)

Oradea is, ondanks het verval van de laatste decennia, een zeer bezienswaardige stad. Twee perioden domineren het stadsbeeld: de barok en het fin de siècle. Daarbij moet worden opgemerkt dat de belangrijkste barokmonumenten zich even buiten het centrum bevinden, zodat de gebouwen van de secessie Oradea meer karakteriseren dan die van de barok.

De barok wordt vertegenwoordigd door de achttiende-eeuwse kathedraal, de grootste rooms-katholieke kerk in Roemenië. Ernaast staat het bisschoppelijk paleis uit 1750-1779 (architect: Franz Hillebrandt), dat tegenwoordig het regionale museum herbergt (geschiedenis, kunst, etnografie en natuurlijke historie). Het gebouw geldt als het belangrijkste laatbarokke gebouw in Roemenië.

Het eigenlijke centrum van de stad wordt gedomineerd door twee grote pleinen aan weerszijden van de rivier de Snelle Criş (Crişul Repede): het Eenheidsplein (Piaţa Unirii) en het Ferdinandplein (Piaţa Ferdinand). Aan het Eenheidsplein, het jongste plein, dat ooit de naam van de stichter van de stad droeg (zijn standbeeld is vervangen door dat van de Roemeense woiwode Mihai de Dappere), staat de achttiende-eeuwse Maankerk (zo genoemd doordat in de gevel de kwartieren van de maan worden aangegeven). Opvallender gebouwen aan dit plein zijn het neoklassieke stadhuis (1904) en het imposante secessiegebouw de Zwarte Adelaar (Vulturul Negrul), een hotel en winkelpassage uit 1908 (architecten: Marcell Komor en Dezső Jakab).

Op de andere oever van de rivier ligt het Ferdinandplein, waar zich de beroemde koffiehuizen bevonden en waar het Staatstheater staat, een eclectisch bouwwerk naar Boedapests voorbeeld (1900). Op dit plein begint de voornaamste winkelstraat (Calea Republicii), die eveneens monumentale panden biedt.

De synagoge van Oradea (1890, Moorse stijl) is nog in gebruik en staat aan de rivier.

De burcht wordt voor militaire doeleinden gebruikt.

Oradea in het fin de siècle[bewerken]

De bloeitijd van Oradea ligt nog geen eeuw achter ons. In de periode van circa 1850 tot de Eerste Wereldoorlog maakte de stad een stormachtige ontwikkeling door. Oradea was in 1910 qua inwonertal de zevende stad van Hongarije, maar in feite waren er maar drie steden (Boedapest, Bratislava en Zagreb) die belangrijker waren. In 1906 kreeg de stad een tramnet, al snel het meest uitgebreide in de provincie. In 1895 kreeg de stad waterleiding, in 1903 een elektriciteitsnet. Zeven jaar lang gebruikte behalve Boedapest geen stad in Hongarije zoveel stroom. Ook qua bevolkingsdichtheid bezette de stad de tweede plaats.

Oorspronkelijk had Oradea alleen alcoholindustrie. Daar werden vele andere industrieën aan toegevoegd.

Oradea had een bloeiend cultureel leven en beroemde koffiehuizen. De Hongaarse dichter Endre Ady werkte er als journalist.

Deze bloeiperiode wordt weerspiegeld in de vele prominente gebouwen in secessiestijlen.

Etniciteit[bewerken]

Jaar Totaal Roemenen Hongaren
1538 20.000 (est) ? ?
1720 216 (Turken, Grieken, Serviërs) ? ?
1787 9790 ? ?
1870 28.698 ? ?
1880 34.231 6.1% 85.5%
1890 42.042 6.07% 85.5%
1900 54.109 6.4% 89.5%
1910 64.169 5.6% 91.1%
1919 73.025 11.8% 62.1%
1930 82.687 25% 67%
1966 122.634 46% 52%
1977 170.531 53% 45%
1992 222.741 64% 34%
2002 206.614 70% 28%
2011 183.123 73% 25%
Verder woonden er in 2002:

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Voor 1848 bestond Oradea uit vier onafhankelijke steden: Várad-Újváros (Villa Nova, eerst Vicus Zombathely), Várad-Olaszi (Villa Latinorum Varadiensium), Várad-Velence (Vicus Venetia) en Várad-Váralja (Civitas Waradiensis). De namen Vicus Venetia, Villa Latinorum, Vicus Bolognia, Vicus Padua en andere komen van Franse, Waalse en Italiaanse inwoners uit de 13e eeuw.

Tegenwoordig is Oradea onderverdeeld in kwartieren:

Kwartier Vie kent men tegenwoordig ook onder Podgoria. "Vie" en "Podgorie" betekenen hetzelfde in het Roemeens, namelijk "wijnland".

Politiek[bewerken]

De gemeenteraad van Oradea bestaat sinds de verkiezingen van 2012 uit de volgende vijf partijen:

Onderwijs[bewerken]

In Oradea zijn meerdere universiteiten te vinden. De grootste is de Universiteit van Oradea. Daarnaast bestaat er de Hongaarstalige ´´Partiumi Keresztény Egyetem´´ (Christelijke Universiteit van Partium), een baptisten Universiteit en de Agora Universiteit.

Geboren[bewerken]

Externe link[bewerken]