Maan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor manen van andere planeten dan de Aarde, zie Natuurlijke maan. Voor de plaats in Jordanië, zie Ma'an.
Maan
De maan gefotografeerd door de ruimtesonde Galileo
De maan gefotografeerd door de ruimtesonde Galileo
Symbool Symbool
Type Maan
Overige aanduidingen Luna
Fysische gegevens
Omtrek 10.916 km
Diameter 3.476 km
Massa 7,35×1022kg
Valversnelling 1,62 m/s2
Albedo 10%
Samenstelling kern Fe
Baangegevens
Perigeum 363.104 km
Apogeum 405.696 km
Excentriciteit (e) 0,0549
Periode (P) Baan rond de Aarde:
27,3217 dagen
(siderische maand)
Tijd tussen 2 volle manen:
29,5306 dagen
(synodische maand)
Inclinatie (i) 5,145°
Waarnemingsgegevens
Schijnbare helderheid Volle maan: -12,7 mag
Atmosferische gegevens
Temperatuur 33[1] tot 400 K
Portaal  Portaalicoon   Astronomie
Achterkant van de Maan

De Maan is de enige natuurlijke satelliet van de Aarde en is de op vier na grootste maan van ons zonnestelsel. Ze wordt soms aangeduid met haar Latijnse naam Luna.

De meeste manen in het Zonnestelsel zijn erg klein, maar er zijn enkele grote, planeetachtige manen. Onze maan hoort daar ook bij. Hoewel er manen in het Zonnestelsel zijn die nog groter zijn dan onze maan (te weten Ganymedes, Titan, Callisto en Io), worden de Aarde en de Maan wel als dubbelplaneet aangeduid, omdat de Maan in vergelijking met de Aarde niet zeer klein is: de massa van de Maan is 1/81 van die van de Aarde. Het gemeenschappelijk zwaartepunt waar Aarde en Maan omheen draaien, ligt echter nog binnen de Aarde. Alleen bij de dwergplaneet Pluto en zijn maan Charon is de maan naar verhouding nóg groter, namelijk 1/8 van de planeetmassa, en ligt het gemeenschappelijk zwaartepunt buiten Pluto.

Baan en rotatie

Afstand

Doordat de Maan een elliptische baan om de Aarde aflegt, varieert de afstand tussen Maan en Aarde. Het punt waar de Maan het verst van de Aarde afstaat heet apogeum (afstand Maan-Aarde 405 500 km) en het punt waar de Maan het dichtst bij de Aarde staat heet perigeum (afstand 363 345 km). Het gemiddelde is 384 450 km. Indien het volle maan is tijdens het perigeum (zoals op 23 juni 2013) wordt dit ook wel supermaan genoemd.[2] In de loop van de tijd is de afstand tussen de maan en de aarde steeds groter geworden. Momenteel is de jaarlijkse toename vier centimeter per jaar.[3]

Schijngestalten

Het maansymbool van de vrouwelijke godentriade toont de schijngestalten.

De Maan vertoont schijngestalten doordat gewoonlijk slechts een gedeelte van het vanaf de aarde zichtbare maanoppervlak door de Zon wordt verlicht. Deze cyclus van de maan is sinds mensenheugenis gebruikt als middel om de tijdmeting aan te relateren.

Na nieuwe maan volgt wassende maan. Die gaat via het eerste kwartier naar volle maan. Daarna wordt het afnemende maan of krimpende maan die via laatste kwartier naar opnieuw nieuwe maan gaat. Tijdens nieuwe maan, als de Maan en de Zon, vanaf de aarde gezien, samenkomen (in conjunctie staan), is de naar de aarde gekeerde helft donker. De volgende avonden staat bij zonsondergang een smalle maansikkel aan de westelijke hemel. Na iets meer dan een week is de boogafstand (elongatie, de hoek tussen de lijnen Aarde-Zon en Aarde-Maan) tot de Zon toegenomen tot 90°, en is de sikkel een halve cirkel geworden (eerste kwartier). Weer ruim een week later is zij zover naar het oosten gelopen dat de Maan bij zonsondergang opkomt en vol is geworden. Weer ruim een week later komt de Maan pas omstreeks middernacht op en is nog maar voor de helft verlicht (laatste kwartier). Daarna komt zij steeds later op en neemt steeds meer af om ten slotte alleen nog aan de oostelijke morgenhemel, vlak voor zonsopkomst, als een smal sikkeltje zichtbaar te zijn. Deze totale cyclus duurt gemiddeld 29,530 588 dagen.

De verschillende schijngestalten van de Maan

De grens tussen het verlichte en het onverlichte deel van de Maan wordt terminator genoemd. Voor een waarnemer die zich op de Maan op de terminator zou bevinden, staat de Zon op de horizon en gaat onder of komt op. De terminator beweegt zich langzaam over het maanoppervlak. De terminator heeft een onregelmatig verloop vanwege het bergachtige maanoppervlak. De schaduwen van bijvoorbeeld heuvels en bergen zijn er lang, met als gevolg dat details van het maanoppervlak daar vanaf de aarde goed zichtbaar zijn; een gegeven waar de maanwaarnemers en maanfotografen onder de amateursterrenkundigen dankbaar gebruik van maken.

Wanneer de volle maan 'perfect' is, en Zon, Aarde en Maan precies op één lijn staan, is er een maansverduistering: de Maan komt dan precies in de schaduw van de Aarde te staan. In het geval van nieuwe maan kan er op overeenkomstige wijze een zonsverduistering ontstaan. Dan werpt de Maan haar schaduw op de Aarde.

De schijngestalten van de Maan gedurende een maand. Ook zijn de effecten van libratie te zien en van de wisselende afstand van de Maan tot de Aarde.

Libraties

Nuvola single chevron right.svg Zie Libratie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De zichtbare kant van de Maan is 59% van het maanoppervlak, we zien dus vanaf de Aarde meer dan de helft van de Maan. Dat komt door libraties, waarvan er verschillende zijn.

Maandelijkse verticale libratie

De rotatieas van de Maan is niet helemaal loodrecht op het baanvlak maar maakt een hoek van 6,687° met de normaal.[4] Anders gezegd, het equatorvlak van de Maan maakt een hoek van 6,687° met het baanvlak. Gezien vanaf de Maan staat de Aarde daarom soms ten noorden en soms ten zuiden van de evenaar van de Maan. Vanaf de Aarde is daardoor beurtelings iets meer van de noordpool van de maan of iets meer van de zuidpool van de maan te zien, en ziet men een beetje over de polen van de Maan heen. Dit is de verticale libratie of het jaknikken van de Maan.

Maandelijkse horizontale libratie

De baan van de Maan is een ellips en de rotatie is eenparig. Daardoor beweegt de Maan, gezien vanaf de Aarde, ook een beetje heen en weer en zien we soms wat meer aan de oostkant en soms aan de westkant. Dit is het neeschudden van de Maan.

Dagelijkse libratie

Vanaf verschillende punten op Aarde zien we de Maan uit een andere hoek. Dat betekent dat een waarnemer in de loop van de nacht, terwijl de Aarde draait, eerst tegen de westkant en later tegen de oostkant van de Maan kijkt.

Maanden

Een siderische maand is de periode waarin de Maan een ronde om de Aarde draait ten opzichte van (een vast punt aan) de sterrenhemel. Dit duurt 27,321 661 dagen. Het is tevens de siderische omwentelingstijd van de Maan om haar eigen as, als gevolg van de eerder genoemde synchronisatie.

Een synodische maand of lunatie is de tijd tussen twee nieuwe manen, ofwel een volledige revolutie van de maan om de aarde ten opzichte van de zon. De synodische maand duurt ongeveer 29,530 588 kalenderdagen, dat wil zeggen: 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 2,8 seconden. In een synodische maand doorloopt de maan precies één maal alle schijngestaltes. Dit is de bekendste maand en ook de maand die in lengte het dichtst in de buurt ligt van onze kalendermaand.

Voor de overige maanden, zie soorten maanden.

Getijden

De Maan is, samen met de Zon en in combinatie met de rotatie van de Aarde, verantwoordelijk voor de getijden op de Aarde. De getijdenwerking vervormt de aarde, wat wrijving veroorzaakt en er daarmee voor zorgt dat de draaisnelheid van de Aarde langzaam afneemt; per eeuw neemt de gemiddelde daglengte met ruim 1,5 milliseconde toe.[5] Om deze reden is in 1972 de schrikkelseconde ingevoerd. Zonder de getijdenwerking zou de Aarde op dit moment sneller om haar as gedraaid hebben.

Gesynchroniseerde rotatie

De Aarde veroorzaakt ook getijdenwerking op de Maan. Door de ruim 80 keer zo grote massa van de aarde is het effect op de maan veel groter dan omgekeerd. De draaisnelheid van de Maan is hierdoor al zo sterk afgenomen dat ze ten opzichte van de aarde niet meer om haar as draait. Een volledige rotatie om haar eigen as duurt dus precies even lang als een complete omwenteling om de Aarde, een bij meer manen voorkomend fenomeen dat synchrone rotatie wordt genoemd. Praktisch betekent dit dat de Maan steeds met dezelfde kant naar de Aarde gekeerd is. Daarom spreekt men van de voorkant, het vanaf de Aarde zichtbare deel van het maanoppervlak, en de achterkant, het onzichtbare deel van de Maan. Voordat de Russische ruimtesonde Loena 3 in 1959 een kijkje aan de achterkant had genomen, was dan ook nog niet bekend hoe de achterkant van de Maan er uitzag.

Elders in het heelal wordt synchrone rotatie ook aangetroffen, bijvoorbeeld (wederzijds) tussen Pluto en zijn maan Charon. In theorie zou ook de Aarde zich uiteindelijk voortdurend met dezelfde zijde naar de Maan keren. De duur van dit proces is naar schatting echter ongeveer 50 miljard jaar, en tegen die tijd zal volgens de huidige inzichten de Aarde al lang door de Zon verzwolgen zijn.

Blauwe maan

Als er twee keer in dezelfde maand een volle maan optreedt, wordt de tweede volle maan een blauwe maan genoemd. Dit verschijnsel komt ongeveer om de twee à drie jaar voor. In de 21e eeuw zijn er blauwe manen geweest in november 2001, juli 2004, juni 2007, december 2009 en augustus 2012.[6]

Ongeveer om de twintig jaar zijn er twee blauwe manen in een jaar. Die vallen dan in de maanden januari en maart, wanneer februari geen volle maan heeft. Voor het laatst gebeurde dit in 1999. In 2018 zal dit opnieuw het geval zijn.

De naam blauwe maan (in het Engels Blue Moon) had oorspronkelijk een andere betekenis en wordt in feite ten onrechte op de hierboven beschreven manier gebruikt, ten gevolge van een fout in het blad Sky and Telescope in 1946. In 1999 werd er in hetzelfde blad een artikel aan deze fout gewijd.[7] Het is al lang gebruikelijk om de volle manen namen te geven die verwijzen naar een gebeurtenis of activiteit die rond die periode plaatsheeft, zoals de 'Harvest Moon' en de 'Hunter's Moon' in de herfst. De namen van de volle manen hangen samen met hun plaats in het seizoen: de laatste volle maan van de winter bijvoorbeeld is de 'Lenten Moon' .[8] In principe heeft ieder seizoen drie volle manen. Als er in een seizoen vier volle manen vallen, dan is de naam voor de laatste van de vier al vergeven en wordt de derde volle maan aangeduid als blauwe maan. Deze blauwe manen vallen altijd rond de 21e van de maand februari, mei, augustus of november, en zijn dus heel andere dan de tweede volle maan in één kalendermaand.

Oppervlak

De krater Kepler

Inslagkraters

Het grootste deel van het maanoppervlak is bedekt met inslagkraters. De meeste hiervan zijn gelegen in de zogenaamde hooglanden van de Maan. Deze kraters stammen uit de tijd van het grote oerbombardement, waarin restanten van het ontstaan van het Zonnestelsel op de planeten en hun manen terecht kwamen. Slechts een minderheid van de kraters, zoals Copernicus en Tycho, is van recentere datum. Het ontbreken van een atmosfeer op de Maan laat toe dat de kraters na 4 miljard jaar er meestal nog 'vers' uitzien.

Vulkanisme

Enkele grotere (en vooral diepere) inslagstructuren zijn later tijdens een van de vulkanische perioden van de Maan opgevuld geraakt, waardoor de donkere maria (enkelvoud: mare) ontstonden. Dit zijn dus in feite enorme vulkanische vlakten en geen zeeën zoals men vroeger dacht ('mare' = Latijn voor zee). Voorbeelden hiervan zijn Mare Imbrium en Mare Orientale. De meeste maria treft men aan op de voorkant van de Maan.

Op de maria treft men vulkanische en tektonische vormen als flows, rillen en mareruggen aan.


Water

De NASA maakte op 13 november 2009 bekend dat de satelliet LCROSS water op de Maan ontdekt heeft.[9] Door de geplande neerstorting van LCROSS op het maanoppervlak kwam een hele stofwolk vrij. Deze werd nauwkeurig geanalyseerd en er bleek meer dan 100 liter water (ijs) in te zitten. Men schat de hoeveelheid water op de maan op ongeveer 1 liter per kubieke meter maangrond en -stof.[10]

Ontstaan

Kaart van de Maan waarop afwijkingen in het gravitationele veld worden aangegeven
Nuvola single chevron right.svg Zie Grote inslaghypothese voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De gangbare theorie is dat de Maan is ontstaan doordat de Aarde botste met Theia, een planeet van ongeveer de grootte van Mars. De impact zou dusdanige energie hebben opgewekt, dat door de hitte zowel de Aarde als deze planeet bijna onmiddellijk in gesmolten toestand overgingen. Theia zou hierbij volledig vernietigd zijn en versmolten met de aardmaterie, waarvan een dikke brok vloeibare lava door de kinetische energie zou weggeslingerd zijn te midden van een spiraalstaart van dergelijke vloeibare massa (mogelijk is dit de oorsprong van de planetoïdengordel voorbij Mars). Die coagulerende enorme brok vloeibare materie trok samen als een gigantische druppel, die nog meer van de omringende spiraalmassa tot zich nam en geleidelijk stolde tot de vorm van de Maan. Deze theorie vindt bevestiging in de samenstelling van de gesteenten op de Maan, die ongeveer dezelfde is als die van de aardkorst. Volgens nader onderzoek aan isotopen in maangesteenten gebeurde dit 4,527 miljard jaar geleden, dus slechts dertig tot vijftig miljoen jaar na het ontstaan van het Zonnestelsel, en nog lang voor er oceanen waren op Aarde. Men beschikt over maangesteenten door de bemande Amerikaanse Apollo 11, 12, 14, 15, 16 en 17; door de onbemande Russische Loena 16, 20 en 24, en door van de Maan afkomstige meteorieten die gevonden zijn op Antarctica.

Ruimtevaart naar de Maan

Buzz Aldrin uit de Apollo 11 zet voet op de Maan

Onbemand

Rusland

De Sovjet-Unie heeft veel maanonderzoek gedaan met het Loenaprogramma:

  • De Loena 2 was op 2 januari 1959 het eerste onbemande toestel dat insloeg op de Maan.
  • Loena 3 maakte in 1959 de eerste foto's van de achterkant van de Maan.
  • Loena 9 maakte in februari 1966 de eerste zachte landing op de Maan bij krater Cavelerius in Oceanus Procellarum.
  • Loena 10 werd de eerste kunstmatige satelliet van de Maan in april 1966.
  • Loena 11 werd in 1966 in een baan om de maan gebracht.
  • Loena 12 werd in 1966 in een baan om de maan gebracht.
  • Loena 13 voerde een zachte landing uit op de Maan.
  • Loena 16 bracht in september 1970 een maanmonster terug naar de aarde.
  • Loena 17 nam in november 1970 naar Mare Imbrium een maankarretje mee, de Loenochod, dat bestuurbaar was vanaf de Aarde en een televisiecamera meevoerde. Loenochod legde 10,5 km af en stuurde 20 000 foto's naar de Aarde.
  • Loena 18 viel te pletter in Mare Fecunditatis in september 1971.
  • Loena 19 werd in 1972 in een baan om de maan gebracht
  • Loena 20 stuurde een maanmonster naar de aarde.
  • Loena 21 nam het verbeterde maankarretje Loenochod 2 mee naar de krater Le Monnier bij Mare Serenitatis. In vier maanden bestudeerde Loenochod 2 onder meer het magnetische veld en fotometrie en legde 37 km af.
  • Loena 22 werd in 1974 in een baan om de maan gebracht.
  • Loena 24 bracht in 1976 een grondmonster naar de aarde.
    • Er zijn in het kader van het Zond-programma proeven gedaan of de Sojoez kon worden aangepast zodat ze kon worden ingezet voor bemande maanvluchten. Dit programma is stopgezet in 1970.

VS

Ranger
  • Tussen augustus 1958 en januari 1964 mislukten 15 Amerikaanse ruimtesondes, waaronder een aantal sondes van het Ranger-programma.
  • Op 21 juli 1964 stuurde Ranger 7 foto's met details tot 1 m groot van een gebied bij krater Fra Mauro naar de Aarde, voor zijn geplande inslag.
  • Ranger 9 maakte op 24 maart 1965 foto's van de krater Alphonsus met details van 25 cm en sloeg daarna te pletter.
Surveyor

Het Surveyor-programma bestond uit Surveyor 1 tot en met 7, sondes die op de Maan moesten landen tussen 1966 en 1968 (5 waren geslaagd) om onderzoek te doen naar de bodem op diverse plaatsen op de Maan. Surveyor 7 landde in de buurt van de krater Tycho.

Lunar Orbiter

Het Lunar Orbiterprogramma bracht vijf satellieten (Lunar Orbiter 1, 2, 3, 4 en 5) de ruimte in. Zij brachten tussen augustus 1966 en eind 1967 de Maan gedetailleerd in kaart op zoek naar landingsplaatsen voor de bemande maanlandingen van het Apollo-project.

Terug naar de Maan
  • Na bijna 20 jaar keerden de Amerikanen terug naar de omgeving van de Maan met de Maansatelliet Clementine, die tussen februari en maart 1994 meer dan twee miljoen foto's maakte van het Maanoppervlak. Laser - altimetrie van Clementine wees uit, dat de Maan hoogteverschillen tot 16 km had.
  • In maart 1998 beweerde NASA dat de Lunar Prospector, weer een maansatelliet, water had gevonden bij beide polen van de Maan. Aan het eind van de missie viel de Lunar Prospector gepland te pletter bij de Zuidpool, in de vergeefse hoop om sporen van water te kunnen waarnemen in de pluim van de inslag.
  • Na weer meer dan tien jaar werd op 18 juni 2009 de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) gelanceerd, die als taak heeft het maanoppervlak in hoge resolutie (tot 0,5 m) in kaart te brengen om eventuele toekomstige landingsplaatsen te kunnen identificeren, en daarnaast ook onderzoek doet naar het mogelijkerwijs voorkomen van waterijs in de poolgebieden, waar op de bodem van sommige kraters de zon nooit schijnt, en de temperatuur laag genoeg blijft om waterijs voor lange tijd te kunnen vasthouden. Uit eerste metingen blijkt dat op sommige plaatsen aan de zuidpool de temperatuur bijzonder laag is, -240 °C (33 K), veel kouder dan men had verwacht. In oktober 2009 werd met de LCROSS-missie water gevonden.[11]

Europa

De Smart-1 van ESA werd gelanceerd in september 2003 en functioneerde tot 2006, toen hij gepland op de Maan te pletter sloeg.

Japan

  • Op 24 januari 1990 lanceerde de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA de maansonde Hiten, die via een speciale route bij de Maan kwam.
  • Het Lunar-A-project werd niet uitgevoerd, maar op 14 september 2007 werd de Kaguya gelanceerd, ook bekend als Selene. Het project kostte 55 miljard yen inclusief H-2A-raket en was daarmee het duurste Maanproject sinds Apollo. Het doel was gegevens over de geologische evolutie en oorsprong van de Maan te verzamelen. Op 4 oktober 2007 kwam Selene in een baan om de Maan.[12][13]

China

China lanceerde haar eerste maanverkenner Chang'e-1 op 24 oktober 2007. De Chang'e 3 werd gelanceerd op 2 december en landde op 14 december 2013 om 14.12 (CET) op het Maanoppervlak.

India

India lanceerde in oktober 2008 de Maansatelliet Chandrayaan-1.

Bemand

Tussen juli 1969 en december 1972 heeft de NASA in het kader van Project Apollo zeven bemande vluchten uitgevoerd met als doel mensen op de Maan te brengen. Zes van deze vluchten waren succesvol en brachten ieder twee mensen op de Maan. De derde vlucht, van Apollo 13, werd door een ongeluk voortijdig afgebroken. De eerste vlucht die mensen op de maan zette, was de Apollo 11 met als bemanning Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins.

Twaalf mannen hebben daadwerkelijk op de maan gelopen:

Twaalf mannen hebben om de maan gevlogen zonder voet op de maanbodem te zetten: Frank Borman (8), Jim Lovell (8+13), William Anders (8), Thomas Stafford (10), Michael Collins (11), Richard Gordon (12), Jack Swigert (13), Fred Haise (13), Stu Roosa (14), Al Worden (15), Ken Mattingly (16), Ronald Evans (17) (NB Cernan en Young waren bemanning van Apollo 10 maar zetten voet op de Maan met Apollo 16 en 17).

Kolonisatie van de Maan

Kolonisatie van de Maan

Toenmalig president George W. Bush maakte op 17 december 2005 in een persconferentie op het hoofdgebouw van de NASA grootse plannen bekend voor een permanent bewoonde maanbasis. De president van de Verenigde Staten zei uiterlijk in 2013 een bemand ruimtestation te willen hebben. Als het ISS af is, zouden de eerste mensen naar de Maan moeten gaan om er een station te bouwen. De plannen van Bush zijn echter weer door de regering van president Barack Obama in de ijskast gezet en voorlopig zijn er geen Amerikaanse plannen meer voor hernieuwde maanreizen.

De VS zijn niet het enige land dat last heeft van "maankoorts": Japan wil voor 2016 een astronomisch observatorium op de achterkant van de maan hebben staan.

De geur van de Maan

De astronauten van de Apollo-maanlandingen (1969-1972) vertelden dat ook de Maan een specifieke geur afgeeft. Afgaande op de geur van het maanstof dat aan hun ruimtepakken bleef kleven, zou de Maan naar buskruit ruiken (dit maanstof kwam in aanraking met de zuurstof in de LEM en verspreidde aldus in de cabine een typische geur).

Symboliek

In de iconografie is een maansikkel het attribuut van de maagdelijke godin Diana en van de maangodin Luna.

Een maansikkel onder de voeten van Maria symboliseert kuisheid.[14]

De Maan staat vaak symbool voor het vrouwelijke. In Turkse volksverhalen echter is de Maan mannelijk, de padisjah (prins) van de feeën, en de Zon is zijn vrouw.

Zie ook

Externe links

Foto's en kaarten
Verkenning
Maanfasen
Overig
Cartografie

Literatuurverwijzingen

  1. NASA Lunar Satellite Begins Detailed Mapping of Moon's South Pole - Press release 09-215, 17 september 2009
  2. Supermaan op 23/06/2013
  3. http://hemel.waarnemen.com/FAQ/Maan/013.html
  4. The Cambridge Guide to the Solar System (2011)
  5. Alexander, M.E. (1973), The Weak Friction Approximation and Tidal Evolution in Close Binary Systems. Astrophysics and Space Science, Volume 23, Issue 2, pp. 459-510.
  6. Blauwe manen in de 21e eeuw
  7. What's a Blue Moon : The trendy definition of "blue Moon" as the second full Moon in a month is a mistake. Sky & Telescope, 1999
  8. http://www.farmersalmanac.com/full-moon-names/
  9. (en) Toronto Star. LCROSS Finds Water on the Moon. Science@NASA (2009-11-13) Geraadpleegd op 14 november 2009
  10. (nl) Water op de maan gevonden, deredactie.be, 24 september 2009
  11. NASA ontdekt water op de maan NRC 13 november 2009
  12. Japancorp.net, Japan Successfully Launches Lunar Explorer "Kaguya"
  13. BBC NEWS, Japan launches first lunar probe
  14. Hall, J. (2000). Hall's Iconografisch Handboek. Leiden: Primavera Pers.

Literatuur

  • Bussey, B.; Spudis, P.D., The Clementine Atlas of the Moon, Cambridge University Press, 2004 ISBN 0-521-81528-2.
  • Grego, Peter, Moon oberserver's guide, Philip's, Londen 2003.
  • Jolliff, B., Wieczorek, M.; Shearer, C.; Neal, C. (eds.) (2006). New views of the Moon. Rev. Mineral. Geochem. 60: 721 (Min. Soc. Amer.: Chantilly, Virginia)​. DOI:10.2138/rmg.2006.60.0. Geraadpleegd op 2007-04-12.
  • Mackenzie, Dana, The Big Splat, or How Our Moon Came to Be, John Wiley & Sons, Inc, Hoboken, New Jersey, 2003
  • Moore, P., On the Moon, Sterling Publishing Co., Tucson, Arizona, 2001 ISBN 0-304-35469-4.
  • Spudis, P.D., The Once and Future Moon, Smithsonian Institution Press, 1996 ISBN 1-56098-634-4.
  • Taylor, S.R., Solar system evolution, Cambridge Univ. Press, 1992, p. 307
  • Wilhelms, D.E. (1987). Geologic History of the Moon. U.S. Geological Survey Professional paper 1348 . Geraadpleegd op 2007-04-12.
  • Wilhelms, D.E., To a Rocky Moon: A Geologist's History of Lunar Exploration, University of Arizona Press, Tucson, Arizona, 1993