Attribuut (beeldende kunst)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De apostel Petrus door Peter Paul Rubens afgebeeld met de sleutels van de hemel. Andere attributen van Petrus zijn een omgekeerd kruis, een vissersnet en een haan.

Een attribuut is een symbool dat in de beeldende kunst wordt gebruikt om duidelijk te maken welke persoon of figuur is afgebeeld.

Dit kan een dier, object, teken of plant zijn. De attributen zijn op een of andere manier verbonden met de afgebeelde persoon of figuur. Onder anderen worden mythologische en bijbelse figuren, heiligen, personificaties en soms ook historische figuren van een symbolisch attribuut voorzien.

Geschiedenis[bewerken]

Het attribuut stamt al uit de Griekse en Egyptische oudheid waar de goden herkenbaar waren door hun attributen. De Griekse helden waren ook met attributen uitgerust, zoals Herakles met een leeuwenvel. De Romeinse kunst had eveneens attributen voor hun goden die vaak met hun functie te maken hadden. Met het begin van de Middeleeuwen nam het gebruik van attributen af en konden figuren alleen nog maar aan de onderschriften of de plaats in een afgebeelde scène worden herkend. Maar in de loop van de 12e eeuw kwam er toch weer behoefte aan het herkenbaar maken van figuren door middel van symboliek, en werden er voor de verschillende heiligen en bijbelfiguren bijpassende attributen bedacht die sinds die tijd worden gebruikt.

Functie[bewerken]

De attributen hebben twee functies, ten eerste om een figuur te identificeren en ten tweede om een deel van de levensgeschiedenis van de figuur te vertellen. Bij martelaren werd steevast het martelwerktuig afgebeeld. Zo heeft de heilige Stefanus stenen als attribuut: deze eerste martelaar van het christendom is om het leven gebracht door steniging.

Er zijn twee soorten attributen te onderscheiden bij het identificeren van een figuur. Ten eerste de individuele attributen die een figuur vaak meteen herkenbaar maken. De tweede soort is het algemene attribuut dat bij een groep figuren hoort, zoals het aureool bij een heilige of een kroon bij een koning. Vaak is er een combinatie van een algemeen en individueel attribuut om de herkenbaarheid te vergroten en verwarring met andere figuren te voorkomen. In de heraldiek worden vaak uitsluitend de attributen afgebeeld als verwijzing. Een voorbeeld is het gebruik van een fleur-de-lys op een wapen als verwijzing naar de maagd Maria.