Planeet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De relatieve grootte van de planeten Uranus (linksachter), Neptunus (rechtsachter), Aarde (linksvoor) en Venus (rechtsvoor) uit ons zonnestelsel en de ster Sirius B (midden).

Een planeet in ons zonnestelsel is een hemellichaam dat:[1]

  1. zich bevindt in een baan rond de Zon;
  2. genoeg massa heeft om met zijn eigen zwaartekracht de interne krachten van zijn eigen lichaam te overwinnen zodat daarmee een hydrostatisch evenwicht bewerkstelligd wordt (met andere woorden, het gedraagt zich als een vloeistof en is daardoor nagenoeg rond);
  3. de omgeving van haar baan heeft schoongeveegd van andere objecten.

Op de IAU-conferentie van augustus 2006 werd bovenstaande definitie aangenomen om hemellichamen binnen ons zonnestelsel te classificeren. Hierdoor verloor Pluto de status van planeet. Als wel aan voorwaarde 1 en 2 wordt voldaan, maar niet aan voorwaarde 3, wordt het betreffende hemellichaam een dwergplaneet genoemd; voorbeelden zijn Pluto, Ceres en Eris. Voor de classificatie van planeten buiten ons zonnestelsel (exoplaneten) zijn, onder andere door de moeilijke waarneming (ze worden nooit rechtstreeks waargenomen maar hun bestaan wordt afgeleid uit de afwijking in de baan van de sterren), nog geen regels vastgesteld.

De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van planeten en andere hemellichamen heet planetologie.

Oorsprong van de term[bewerken]

Vanaf de aarde gezien bewegen planeten elk op hun eigen manier langs de hemelbol en verplaatsen ze zich tussen de sterren. Aan dit gedrag danken planeten hun Griekse naam zwerver of de vroeger in het Nederlands gebruikte term dwaalster. De naam is afkomstig van het Griekse πλανήτης (planētēs), dat zelf weer teruggaat op πλανὰομαι (planáomai), wat ronddolen, rondzwerven betekent. Dat had in het Oud-Grieks betrekking op een kudde vee die ronddoolde op de wei.

In de Griekse oudheid werden alle hemellichamen die niet met de sterrenhemel meebewogen als planeet geclassificeerd. Naast de toen bekende planeten Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus werden ook de zon en de maan als planeet beschouwd.

Na het verwerpen van de leer van het geocentrisme en het aannemen van de heliocentrische theorie werd de aarde aan het rijtje van planeten toegevoegd en de zon ervan geschrapt. Toen Galileo Galilei manen rond Jupiter ontdekte werd ook de maan van de aarde niet langer als planeet gezien. Lange tijd werd "elk hemellichaam dat rond de Zon draaide en niet rond een ander hemellichaam" als planeet geclassificeerd. Later is deze definitie regelmatig gewijzigd en verder gespecificeerd.

De definitie die daarna algemeen aanvaard werd en door de Internationale Astronomische Unie (IAU) werd onderschreven luidde: Een lichaam met een aanzienlijke massa dat rond een ster cirkelt en geen energie als gevolg van kernfusie produceert. Hoeveel aanzienlijk precies is, was onduidelijk en een door de IAU opgerichte werkgroep moest daarover uitsluitsel geven. In augustus 2006 was de 26e algemene vergadering van de IAU waar een nieuwe definitie voorgesteld werd. Deze luidde:

"A planet is a celestial body that (a) has sufficient mass for its self-gravity to overcome rigid body forces so that it assumes a hydrostatic equilibrium (nearly round) shape, and (b) is in orbit around a star, and is neither a star nor a satellite of a planet."

ofwel

"Een planeet is een hemellichaam dat (a) voldoende massa heeft om de eigen zwaartekracht in staat te stellen de krachten van een vast lichaam te overwinnen en daardoor een hydrostatisch evenwichtige (vrijwel ronde) vorm aan te nemen, en (b) in een baan om een ster verkeert en zelf geen ster of satelliet van een planeet is."

De nieuwe definitie werd in deze vorm uiteindelijk niet aangenomen, er werd nog een verdere nuancering aangebracht die het verschil tussen planeten en dwergplaneten aangaf (zie hierboven).

Sinds de ontdekking van meer objecten in een baan buiten Neptunus zoals Sedna en Quaoar kwam de planeetstatus van Pluto steeds meer onder druk te staan. Een meerderheid van de astronomen was van mening dat Pluto niet als planeet had mogen worden benoemd. Sinds begin jaren '90 worden objecten die zich in een baan buiten Neptunus bevinden, maar nog steeds om de zon draaien, geclassificeerd als transneptunisch object. Met de ontdekking van Eris in 2005 werd de discussie rondom de status van Pluto heropend, hetgeen tot het bovengenoemde besluit van augustus 2006 leidde.

Montage van de planeten van het zonnestelsel inclusief onze maan in volgorde vanaf de zon naar buiten (planeten niet op schaal).

Ontdekking[bewerken]

Enkele relatief dicht bij de aarde staande planeten zijn in de oudheid al beschreven doordat deze met het blote oog zichtbaar zijn. Mercurius was rond 3000 v.Chr. bekend bij de Sumeriërs onder de naam Ubu-idim-gud-ud. De eerste gedetailleerde beschrijvingen van Venus dateren uit de 17e eeuw v.Chr., eveneens door de Sumeriërs. Mars was bekend in het Oude Egypte, en de Arabieren noemden deze planeet Al Qahira, in feite dezelfde naam die de huidige Egyptische hoofdstad Caïro draagt. Ook Jupiter en Saturnus waren in de oudheid bekend, doordat deze planeten vaak als zeer heldere sterren aan de hemel stonden. Andere planeten zijn vanaf aarde niet met het blote oog zichtbaar.

In 1610 ontdekte Galileo Galilei met een telescoop de vier grootste manen van Jupiter, de eerste manen rond een andere planeet. Uranus (1781) en Neptunus (1846) werden voor het eerst waargenomen met behulp van telescopen. In 1930 werd Pluto voor het eerst waargenomen tijdens het vergelijken van fotografische platen.

Na de ontdekking van een aantal planeetachtige lichamen in de Kuipergordel verloor Pluto in augustus 2006 de status van planeet. Er werd een nieuwe klasse dwergplaneet ingevoerd, waartoe Pluto ging behoren.

Vanaf halverwege de jaren negentig van de 20e eeuw zijn de eerste planeten buiten het zonnestelsel waargenomen. Deze exoplaneten zijn uitsluitend met geavanceerde technieken te detecteren. Het Kepler Space Observatory speelt hierbij een grote rol. In november 2007 waren ruim 100 planeten buiten ons zonnestelsel bekend. Op 19 februari 2013 was de stand 861. Een jaar later stond de teller op 1700.[2]

Classificatie[bewerken]

Op basis van samenstelling, grootte en andere eigenschappen kunnen planeten worden ingedeeld in aardse of terrestrische planeten, gasreuzen of ijsreuzen. Aardse planeten kenmerken zich door de aanwezigheid van een rotsachtig oppervlak. Binnen ons zonnestelsel worden Mercurius, Venus, aarde en Mars daartoe gerekend. Jupiter en Saturnus behoren tot de gasreuzen omdat deze grote planeten geen vast oppervlak hebben. In het verleden werden ook Uranus en Neptunus tot de gasreuzen gerekend, maar naarmate de kennis van het zonnestelsel toenam, is er voor deze planeten een aparte categorie gemaakt: de ijsreuzen, omdat ze voornamelijk bestaan uit bevroren methaan, ammoniak en water.

Ontstaan[bewerken]

Volgens de gangbaarste theorie ontstaan planeten uit protoplanetaire schijven. Het grootste deel van zo'n schijf klontert in het centrum samen tot een ster. Het overige gas en stof vormt zich langzaam tot planetoïden, die later uitgroeien tot planeten. Bij jonge planeten dicht bij de ster kunnen de lichte gassen verdampen en blijft een rotsachtige kern over. Bij planeten verder van de ster verloopt dat proces niet of veel langzamer. Zie ook het artikel over het ontstaan van een zonnestelsel.

Naamgeving[bewerken]

Bovenaan een stukje van de zon, daaronder de acht planeten op schaal.

Met uitzondering van de aarde zijn alle planeten in ons zonnestelsel vernoemd (in Europese talen) naar Griekse en Romeinse goden. Vanaf de zon gezien zijn dat (genummerd volgens plaatje rechts):

  1. Mercurius
  2. Venus
  3. Aarde
  4. Mars
  5. Jupiter
  6. Saturnus
  7. Uranus
  8. Neptunus

Tot 24 augustus 2006 werd ook Pluto tot de planeten gerekend.

Over de naamgeving van planeten buiten ons zonnestelsel bestaat geen eenduidigheid. Veelal wordt de naam of aanduiding van de ster waar de planeet omheen draait gebruikt, voorzien van een extra letter.

Planeten vergeleken met andere hemellichamen[bewerken]

Mede om tot een sluitende definitie te komen van wat een planeet is, worden vaak vergelijkingen met andere hemellichamen gemaakt. Een planetoïde onderscheidt zich van een planeet door een grillige vorm, terwijl een planeet een bolvorm benadert. Bovendien zijn planetoïden kleiner dan planeten. Het verschil tussen een bruine dwerg en een planeet is dat bij de eerste wel (enige) kernfusie plaatsvindt en bij planeten niet; ook is de ontstaanswijze anders. Tenslotte verschilt een planeet van een maan omdat een planeet rond een ster beweegt en een maan niet. Een maan beweegt namelijk rond een planeet, dwergplaneet, planetoïde, of eventueel een andere maan. Bij een maan ligt het gemeenschappelijke zwaartepunt waaromheen beide objecten draaien, ook nog eens binnen de oppervlakte van de planeet. Bij Pluto en Charon ligt dit punt buiten Pluto, zodat dit eigenlijk een dubbeldwergplaneet is, toch wordt Charon nog vaak als een maan beschouwd, omdat Pluto groter is en meer massa heeft.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek