Hemellichaam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een hemellichaam is een (natuurlijk) object dat zich in het heelal bevindt en zichtbaar is aan de hemel. Een hemellichaam of hemelobject behoort dus niet tot de Aarde of de aardatmosfeer.

Hemellichamen zijn onder andere:

Benaming[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Lijst van betekenissen van namen van hemellichamen voor een verklaring van niet-systematische benamingen.

Hemellichamen kregen en krijgen namen van godheden (zoals de planeet Jupiter, naar de Romeinse god Jupiter), astrologische concepten als sterrenbeelden (zoals 61 Cygni, naar het sterrenbeeld Zwaan) beroemde mensen (zoals de Magelhaense wolken, naar ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan) of door degene die ze ontdekt of intensief bestudeerd heeft (zoals de Ster van Barnard, naar sterrenkundige Edward Emerson Barnard).

Om enige ordening te brengen in alle ontdekkingen zijn na verloop van tijd standaarden opgezet om hemellichamen systematisch aan te duiden.

  • Voor manen worden Romeinse cijfers gebruikt. Dit kwam in gebruik toen in 1610 vier manen rond Jupiter werden ontdekt, die daarop Jupiter I, II, III en IV werden genoemd. De zesde maan van Saturnus, ontdekt door Christiaan Huygens in 1655 en in 1847 door John Herschel omgedoopt tot Titan werd geclassificeerd als Saturnus VI. Zodoende zou men ook de Maan Aarde I (of Terra I) kunnen noemen, maar dit wordt vrijwel nooit gedaan.
  • Voor sterren geldt daarbij de Bayer-aanduiding, opgesteld in 1603, bestaande uit een letter uit het Grieks alfabet (zoals alfa (α), beta (β), en gamma (γ)), gevolgd door het genitief van de Latijnse naam van het sterrenbeeld waar de ster deel van uitmaakt (bijvoorbeeld: Aldebaran is α Tauri (alfa Tauri of alpha Tauri)). Het sterrenbeeld kan daarbij afgekort worden tot 3 letters (bijvoorbeeld: Tau is "Tauri" (stier)). De sterren binnen het sterrenbeeld werden meestal in volgorde van helderheid genaamd, beginnende met alpha voor de helderste, maar dit was niet altijd het geval.
  • In 1650 werd het bestaan van dubbelsterren ontdekt door de ster Mizar (zeta Ursae Majoris, de 6e helderste ster in het sterrenbeeld Grote Beer), die werd begeleid door Alcor (later bleken dit in totaal zes sterren te zijn). Om de twee sterren (componenten) van een dubbelster te onderscheiden, wordt een hoofdletter (dit is belang rijk gezien het met een kleine letter een exoplaneet betreft) gebruikt, bijvoorbeeld bij Alpha Centauri, waarbij de sterkere component A wordt genoemd (Alpha Centauri A/α Centauri A) en de zwakkere B (Alpha Centauri B/α Centauri B) en het geheel AB (Alpha Centauri AB/α Centauri AB). Bij een meervoudige ster met meer dan twee componenten gaat men verder met C, D enz. Zo bleek in 1915 dat Alpha Centauri nog een derde ster bezat, Proxima Centauri, en het dus eigenlijk een drievoudige ster is. Proxima Centauri wordt daarom als Alpha Centauri C/α Centauri C geclassificeerd.
  • In 1992 werd het bestaan van exoplaneten bewezen door twee planeten rond de pulsar PSR B1257+12, die daarop PSR B1257+12A en PSR B1257+12B werden genoemd. Dit schiep echter de verwarring dat PSR B1257+12 een dubbelster zou zijn en de twee net ontdekte exoplaneten haar componenten, wat niet het geval is. Dit probleem werd acuut toen in 1999 een exoplaneet om de dubbelster Upsilon Andromedae (specifiek om component Upsilon Andromedae A) werd ontdekt. Sindsdien wordt een exoplaneet een kleine letter gegeven achter de sterrenbeeldnaam, beginnende met b (de a is de ster zelf), en zo kreeg de nieuwe planeet de naam Upsilon Andromedae b (soms geschreven als Upsilon Andromedae Ab ter onderscheid van de zwakkere component Upsilon Andromedae B). Sindsdien wordt PSR B1257+12 A ook wel PSR B1257+12 b genoemd, maar de oude naam bestaat nog.
    In 2011 werd rond de dubbelster Kepler-16 een exoplaneet ontdekt die om beide componenten A en B cirkelt. Voorlopig heeft deze planeet nog de naam Kepler-16b, maar mocht er een planeet ontdekt worden die slechts om één van beide componenten cirkelt, dan zal de naam veranderen in Kepler-16 ABb.

Voorbeeld: in het hypothetische geval dat men ooit een 4e maan vindt rond een 2e planeet van de zwakke component van de op 12 na helderste dubbelster in het sterrenbeeld Andromeda, dan zal deze ν And Bc IV oftewel Nu Andromedae Bc IV heten. (Nu Andromedae bevat echter tot op heden bekend geen planeten en er zijn ook nog geen manen buiten het zonnestelsel gevonden).

Tegenwoordig dragen de meeste hemellichamen echter namen bestaande uit een catalogus nummer (bijvoorbeeld NGC 7000 of 3C 273), een code die de auteur(s)/ontdekker(s) aangeeft met een volgnummer (bijvoorbeeld Shapley 1 of SS 433), of een catalogusaanduiding met daarin de hemelcoördinaten van het object (bijvoorbeeld IRAS 17163-3907 of 2MASS J04414489+2301513).