Big Rip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een korte film over de ondergang van het heelal

De Big Rip is de naam van een theorie van Robert Caldwell van de Universiteit van Dartmouth en zijn collega's Marc Kamionkowski en Nevin Weinberg (Caltech) waarin ze dit stellen: als de expansiesnelheid van het heelal blijft toenemen, zal niet alleen de ruimte tussen sterrenstelsels groter worden, maar ook zullen de sterrenstelsels, de sterren en planeten en zelfs atomen en kernen uit elkaar vallen. Ze zullen elk op zijn tijd uit elkaar vallen.

Het onderzoek raakte bekend in augustus 2003. De expanderende kracht die de donkere energie uitoefent, wordt weergegeven door de letter ω. In de algemene relativiteitstheorie is de waarde van ω = -1 (de kosmologische constante). In het quintessencemodel is de waarde van ω gelegen tussen -1/3 en -1 (ω moet kleiner zijn dan -1/3 eer versnelde uitdijing kan optreden). Bij ω = -1,5 zal het heelal nog 35 miljard jaar bestaan.

Zo'n 60 miljoen jaar voor het einde wordt het Melkwegstelsel uit elkaar getrokken, zo'n 3 maanden voor het einde is het zonnestelsel hetzelfde lot beschoren. De Aarde valt zo'n 30 minuten voor het einde uiteen en uiteindelijk vallen alle atomen uit elkaar, ongeveer 10-19 seconden voor het einde. Het doemscenario hierboven houdt geen rekening met de zekerheid, dat de Aarde al voor het einde van het heelal zal zijn vernietigd door de uitdijende Zon aan het einde van haar leven, over ongeveer 5 miljard jaar.

Uit waarnemingen gedaan in de jaren 90 van de twintigste eeuw zou blijken, dat de snelheid waarmee het heelal uitdijt steeds groter wordt. Volgens Caldwell zouden de zwaartekracht en de cohesiekrachten die atoomkernen bij elkaar houden niet voldoende zijn om deze expansie te weerstaan.

De theorie is genoemd naar het tegenovergestelde van een theoretische ontstaansmogelijkheid van het heelal, de Big Bang.

Andere mogelijke eindbestemmingen van het heelal worden de Big Crunch en de Big Chill genoemd.

Mythologisch pendant[bewerken]

Niet alleen in onze tijd denken wetenschappers na over het lotsverloop van de kosmos. Ook de oude Europese voorouders hadden hierover reeds hun voorstellingen, zij het binnen het ruimer samenhangend kader van een mythologische visie. Zij stelden daarin macrokosmische krachten vaak voor als reuzen en die van de microkosmos als dwergen.

In de Noordse mythologie is er het mythisch begrip Fimbulvetr, een winterachtig tijdperk waarin alle mogelijke verbanden los raken, en waar vooral de reuzen zich uit hun verband losrukken om de hele wereldstructuur te gaan belagen tot volledige instorting erop volgt.

Bronnen[bewerken]