Orionnevel
| Orionnevel | ||||
| Het centrum van de Orionnevel in ware kleuren gefotografeerd door Hubble | ||||
| Type | Diffuse nevel | |||
| Messierobject | M42 | |||
| New General Catalogue | NGC 1976 | |||
| Afmeting | 85 x 60' | |||
| Waarnemingsgegevens | ||||
| Standaardepoche | J2000 | |||
| Rechte klimming | 5u35m24s | |||
| Declinatie | -5° 27' | |||
| Afstand | 1.344 ± 20 lj | |||
|
||||
De Orionnevel is een H-II-gebied in het sterrenbeeld Orion en wordt ook wel eens aangeduid met M 42 of NGC 1976. De Orionnevel is in donkere nachten redelijk goed met het blote oog te zien als een wazige vlek net onder de drie gordelsterren van Orion. Hij wordt hierom ook wel het "zwaard van Orion" genoemd.
Nieuwe metingen wijzen uit dat de nevel zich niet op zo'n 1600 lichtjaar van de Aarde bevindt, maar op 1.344 ± 20 lichtjaar. Het centrale deel van de nevel heeft een doorsnede van 5 tot 6 lichtjaar. De nevel maakt deel uit van het Orioncomplex.
De nevel wordt verlicht door een aantal hete jonge sterren, onder andere de Trapezium cluster. De hele cluster telt ongeveer 2000 leden binnen een straal van 10 parsec. Andere protosterren zijn nog bezig zich te vormen in de moleculaire wolken die geassocieerd zijn met de nevel (bijvoorbeeld het Becklin-Neugebauer object).
De Hubble Space Telescope heeft zeer gedetailleerde foto's van de Orionnevel gemaakt. Te zien is dat minimaal 150 jonge sterren een schijf van gas en stof om zich heen hebben, die het begin van een planetenstelsel aanduiden, zogenaamde proto-planetaire schijven (proplyds). De moleculaire wolken geaccocieerd met de nevel bevat genoeg gas om de vorming van duizenden sterren mogelijk te maken.
Geschiedenis [bewerken]
De eerste beschrijving van de diffuse nevel in Orion is van Nicolas-Claude Fabri de Peiresc, die hem op 26 november 1610 ontdekte.
Zie ook [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Orionnevel op Wikimedia Commons. |