Galileo Galilei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Galileo Galilei op jongere leeftijd door Ottavio Leoni (1578-1630)
Galilei en Viviani, 1892, Tito Lessi

Galileo Galilei (Pisa, 15 februari 1564[1] - Arcetri (Florence), 8 januari 1642[2]) was een Italiaans natuurkundige, astronoom, wiskundige en filosoof. Hij was hoogleraar in Pisa (1589-1592) en Padua (1592-1610). In het Nederlands en het Duits, en in de Scandinavische talen, wordt hij meestal aangeduid als Galilei; in de meeste andere Europese talen wordt hij bij zijn voornaam Galileo genoemd.

Leven

Jeugd

Galilei werd op 15 februari 1564 geboren in Pisa als oudste zoon van Vincenzo Galilei en Giulia Ammananti.[3] Zijn vader was een bekend luitspeler-componist en schrijver van muziektheoretische boeken. In 1574 trok Vincenzo samen met zijn vrouw en vijf jongste kinderen naar Florence, waarbij de tienjarige Galileo achterbleef in Pisa bij, Muzio Tedaldi, schoonfamilie van zijn moeder, een koopman met wie Galilei's vader korte tijd een handel in wol had gehad.[4] In 1574 voegde Galilei zich weer bij zijn familie in Florence, waar hij werd onderwezen in het Camaldulenzer klooster van Santa Maria van Vallombrosa.[3] De jonge Galilei werd zo aangetrokken tot het kloosterleven dat hij zelfs een tijdje novice was, totdat zijn vader hem daar weghaalde.[5] Deze wenste namelijk dat zijn zoon dokter zou worden, zoals een vijftiende-eeuwse voorzaat van de familie Galilei, Galileo Bonaiuti, naar wie Galilei was genoemd.[5] Het gezin had moeite om rond te komen. Galilei voorzag zijn leven lang in het onderhoud van zijn broers en zussen.

Universitaire studies

In 1581 zorgde Vincenzo ervoor dat zijn zoon werd ingeschreven aan de faculteit geneeskunde van de Universiteit van Pisa en regelde het zo dat Galilei opnieuw bij Tedaldi kon intrekken.[5] Buiten de universiteit om maakte hij kennis met de toegepaste wiskunde door de lessen van Ostilio Ricci. Deze bepaalde soortelijke dichtheden en hield zich bezig met stromende en rustende vloeistoffen, waar later Galilei's eerste onderzoekingen over zouden gaan. Met hulp van deze Ostilio Ricci overtuigde Galilei in 1583 zijn vader ervan dat hij zich in de wiskunde moest bekwamen.[6] Hij begon ook aan een studie natuurkunde maar moest door geldgebrek na vier jaar stoppen, mede omdat Groothertog Ferdinand hem niet financieel wilde steunen om zijn doctorstitel te halen.

Standbeeld in de Uffizi, Florence

Hoogleraar

In 1589 werd hem, op voorspraak van zijn beschermheer, markies Guidobaldo del Monte, in Pisa een leerstoel wiskunde aangeboden, die hij aannam. Naar het schijnt had hij het hier niet erg naar zijn zin; hij ervoer geregeld onenigheden met collega's en het salaris was relatief laag (60 scudi (schilden) per jaar). Daardoor moest hij bijlessen geven en studenten in huis nemen. In 1590 publiceerde hij zijn eerste boek De motu (Over beweging). Hij nam in 1592 ontslag en trok daarna weer in bij zijn ouders.

Na enkele maanden werd hij door de universiteit van Padua aangenomen, waar hij tot 1610 als hoogleraar les gaf in meetkunde, mechanica en sterrenkunde. Hij zou het hier erg naar zijn zin hebben gehad, en het salaris was aanzienlijk hoger, vooral ook door de bijlessen die hij gaf en de studenten die hij in huis nam.

Galilei richtte een werkplaats in als instrumentenmakerij, voor eigen proeven en voor de verkoop van bijvoorbeeld zijn proportionaalpasser. Met die passer kon men worteltrekken en ook andere berekeningen doen. In 1609 maakte hij, geïnspireerd door het ontwerp van de telescoop, die in Nederland uitgevonden was door Hans Lippershey, een verbeterde versie van de kijker, waarmee hij al in datzelfde jaar een aantal opzienbarende astronomische ontdekkingen deed. In deze periode deed Galilei zijn ontdekkingen in de zuivere en toegepaste wetenschap, onder meer in de bewegingsleer (kinematica), de sterrenkunde en de sterkteleer van materialen. Daarnaast doceerde hij aan zijn studenten vernieuwende theorieën, bijvoorbeeld in de natuurkunde, waarbij hij doceerde dat de valversnelling, in tegenstelling tot Aristoteles' ideeën, onafhankelijk is van de massa. Ook begon hij te twijfelen aan de leer van Ptolemeus, en verdedigde hij in plaats daarvan de leer van Copernicus.

Samenwonen en kinderen

Hoewel hij katholiek was, leefde Galilei ongetrouwd samen met Marina Gamba, en leefde daarmee in de ogen van de Katholieke Kerk in zonde. Ze kregen twee dochters en een zoon. De dochters werden vanwege hun onwettige geboorte - niemand zou hen willen trouwen - naar het klooster San Matteo in Arcetri gestuurd.[7]

Publicaties en conflict met Kerk

In 1610 publiceerde Galilei zijn waarnemingen van de maan, de sterrenhemel, de Melkweg en de manen van Jupiter, allemaal gedaan met behulp van zijn telescoop, in zijn Sidereus Nuncius (Sterrenbode). Het jaar daarop kwam Galilei naar Rome om aan de Jezuïeten van het Collegio Romano de telescoop te demonstreren. Hij werd toen ook lid van de Accademia dei Lincei.

Vanaf 1612 ontstond er verzet tegen Galilei's bewijzen voor een copernicaans, heliocentrisch wereldbeeld, dat niet in overeenstemming was met de opvatting van de kerk dat de aarde het centrum van het heelal was. Galilei kwam weer naar Rome, ditmaal om zich te verdedigen. Kardinaal Bellarmino, die Galilei genegen was, vermaande Galilei op last van paus Paulus V in 1616 de copernicaanse theorie niet meer in het openbaar te verdedigen. In 1622 schreef Galilei zijn tweede boek, Il saggiatore, dat werd goedgekeurd en uitgegeven in 1623. In 1630 vroeg Galilei in Rome toestemming om zijn Dialogo uit te geven. Nadat aan de eis tot het aanbrengen van enkele wijzigingen was voldaan, kreeg het boek het imprimatur en werd het uitgegeven in Florence in 1632. In oktober 1632 werd Galilei echter alsnog opgeroepen om te verschijnen voor de kerkelijke rechtbank in Rome om zich te verantwoorden voor de uitgave van de Dialogo. Zie hierover verder onder Conflict met Katholieke Kerk.

Galileo Galilei, circa 72 jaar oud door Justus Sustermans 1636
Grafmonument van Galilei in de Santa Croce kerk te Florence

De Discorsi en overlijden

Terwijl Galilei onder huisarrest stond, slaagde hij erin een belangrijk boek naar Nederland te laten smokkelen: Discorsi e Dimostrazioni Matematiche, intorno a due nuove scienze (Gesprekken en wiskundige bewijzen aangaande twee nieuwe wetenschappen). Hierin verdedigde hij zijn nieuwe inzichten. Dezelfde personen van "De dialoog" van 1632 keren erin terug. Het werd in 1637 in Leiden gepubliceerd. De twee "nieuwe" wetenschappen zijn materiaalkunde en kinematica.

Galilei stierf op 8 januari 1642. De groothertog van Toscane, Ferdinando II, wenste hem te begraven in het voornaamste deel van de Basilica di Santa Croce in Florence, naast de tombes van zijn vader en andere voorouders, en een marmeren mausoleum te zijner ere op te trekken.[8] Deze plannen werden echter geschrapt, nadat paus Urbanus VIII en diens neef, kardinaal Francesco Barberini, hiertegen hadden geprotesteerd.[9] Hij werd in plaats daarvan begraven in een kleine kamer naast de novicenkapel aan het eind van een gang naar de sacristie van het zuidelijke transept van de basilica.[10] In 1737 werden de stoffelijke resten van Galilei opgegraven en herbegraven in het voornaamste deel van de basilica nadat er een fraai grafmonument te zijner ere was opgetrokken.[11] Bij de opgraving werd om onduidelijke redenen de middelvinger van zijn rechterhand afgehakt.[12] Dit relikwie is te bezichtigen in het Museo di Storia della Scienza, ook in Florence.

Sterrenkunde

Schijngestalten van de maan door Galilei
Galilei's afschrift van een brief in het Italiaans uit omstreeks augustus 1609 aan Leonardo Donato, Doge van Venetië. Halverwege de bladzijde onder de streep staan schetsen met de waarnemingen van Jupiter en zijn vier manen op 7 januari 1610.

Pionier van de telescoop

Voordat Galilei de telescoop gebruikte voor zijn astronomische waarnemingen had hij deze in ongeveer augustus 1609 voor de Doge van Venetië gedemonstreerd voor oorlogsgebruik. Anders dan men vooral in Italië nog wel beweert, had Galilei de telescoop niet uitgevonden: hij vond de Hollandse kijker op de markt. Dit vroege type telescoop was omstreeks 1608 in Middelburg uitgevonden door Lippershey of Sacharias Jansen.

Galilei verbeterde in 1609 de telescoop. Lange tijd dacht men dat hij de telescoop ook als eerste voor astronomische waarnemingen gebruikte maar die eer gaat naar Thomas Harriot.[13] Galilei ontdekte dat de maan niet mooi gaaf was, zoals men altijd beweerd had, dat de Melkweg een verzameling sterren is en dat rond Jupiter vier heldere manen draaien. Hij nam ook de schijngestalten van de planeet Venus waar en kraters op de Maan. Deze waarnemingen beschreef hij in Sidereus Nuncius, in het Nederlands de Sterrenbode, die in maart 1610 verscheen.

Enige maanden later richtte hij de kijker op Saturnus en merkte "iets" op aan beide zijden van deze planeet. Hij dacht dat Saturnus twee manen had maar omdat hij er niet zeker van was wat hij precies gezien had, verpakte hij zijn waarneming in een anagram. Pas Christiaan Huygens concludeerde in 1656 dat wat Galilei gezien had een ringenstelsel moest zijn.

De kraters op de maan en de zonnevlekken, die hij later ontdekte, waren in strijd met de leer van Aristoteles over de volmaaktheid van de objecten aan de hemel. Hij had een verschil van mening met de Jezuïeten uit Zürich over wie de zonnevlekken het eerst had ontdekt. Die eer komt echter aan de Jezuïeten toe.

Bewijs voor Copernicus' heliocentrisch systeem

Galilei is de vader van de moderne astronomie. Op grond van de waarnemingen van Jupiters manen en vooral Venus' fasen kwam Galilei tot de conclusie dat de Zon in het midden van ons zonnestelsel staat. Eerder dacht men, op grond van wat men zag en op grond van de geschriften van Plato, Aristoteles en later Ptolemaeus, dat de aarde in het middelpunt van het gehele universum stond, en dat de zon, de planeten en alle sterren om de aarde heen draaiden. Dit was ook de opvatting van de Rooms-Katholieke Kerk. De nieuwe waarnemingen van Galilei waren in strijd met het toen gangbare geocentrische model van Claudius Ptolemaeus, terwijl ze wel verklaard konden worden met de heliocentrische theorie van Nicolaas Copernicus.

Conflict met Katholieke Kerk

Na een aantal jaren kwam Galilei dan ook in conflict met de Kerk, hoewel hij zelf volhield dat zijn werk slechts een zuiver theoretische beschrijving inhield, en niet in conflict was met de godsdienst, die hijzelf ook aanhing. Hij meende juist te laten zien hoe doordacht het door God geschapene in elkaar zat.

Francesco Villamena's titelplaat voor Galilei's Il Saggiatore, uitgegeven in 1623 door de Accademia dei Lincei te Rome.
Stefan Della Bella's frontispice en titelpagina voor Galilei's Dialogo, uitgegeven in 1632 door Giovanni Battista Landini te Florence.

Galilei werd twee keer onderzocht door de Inquisitie. De eerste keer werd hij gedwongen afstand te nemen van zijn ontdekkingen. Galilei hield zich aan deze veroordeling. Een paar jaar later probeerde Galilei zich toch weer te mengen in de discussie aangaande het heliocentrisme contra het geocentrisme, via een student van hem. Pas vijf jaar later schreef Galilei weer een boek onder eigen naam, Il saggiatore, de analyticus. Hierin beschouwde hij op een voor die tijd ongebruikelijke, bijna cynische, wijze de manier waarop wetenschap werd bedreven. Galilei droeg dit boek op aan de toenmalige paus en goede vriend, paus Urbanus VIII, Maffeo Cardinal Barberini. Als teken hiervan plaatste hij het familiewapen van de Barberini’s, een schild met drie bijen, bovenaan de titelpagina van het werk (zie eerste afbeelding rechts). Een jaar later, in 1624, ging Galilei weer naar Rome en sprak daar met paus Urbanus over zijn werk, waaronder zijn theorie over de getijden, die ook zouden duiden op een bewegende aarde. Paus Urbanus gaf Galilei toestemming om een boek te schrijven over de heliocentrische theorie zolang hij het maar als een theoretische mogelijkheid beschouwde en niet als een bewezen theorie. Dialogo sopra i due massimi sistemi del mondo, tolemaico e copernicano is het boek waar Galilei vanaf 1624 met de toestemming van de paus aan gewerkt heeft. Galilei voltooide het werk in 1632. Het boek had eerst een andere titel, Dialogo sul flusso e il reflusso del mare (Dialoog over de getijden), maar die werd door de Inquisitie afgekeurd. Galilei kreeg opdracht om alle verwijzingen naar de getijden uit de titel en van de frontispies (zie tweede afbeelding rechts) te verwijderen. Dat was omdat hij eerder met de getijdentheorie had willen aantonen dat de aarde niet stilstond. Het boek ontving al snel het imprimatur, de benodigde toestemming om het te laten drukken.[14] Galilei wist dit slim te verkrijgen door in het voorwoord op te nemen dat al het volgende puur hypothetisch was. In het boek behandelt Galilei de twee tot dan bekende modellen over de ordening van het heelal. Dit deed hij door vier dialogen te schrijven tussen twee personen, Salviati en Simplicio. Salviati verdedigde het copernicaanse standpunt terwijl Simplicio het ptolemeïsche standpunt verwoordde. Galilei schreef het boek echter zo dat duidelijk naar voren kwam dat de coperniaanse theorie de enige logische is en dat de ptolemeïsche theorie onjuist moet zijn. Hierdoor besloot de paus opnieuw een onderzoek in te stellen naar Galileï.

In 1633 was Galilei al een oude man van 69 jaar. Men zegt dat hij na het vernemen van het vonnis, levenslang huisarrest, de woorden "Eppur si muove!" ("En toch beweegt zij!" - namelijk de aarde om de zon) heeft geroepen. Deze uitspraak is echter apocrief en werd niet door een tijdgenoot opgetekend.[15] Het heliocentrisch wereldbeeld werd naderhand door Johannes Kepler en Isaac Newton verder aannemelijk gemaakt. Nicolaas Copernicus had het idee van een heliocentrisch zonnestelsel al volledig uitgewerkt in zijn De revolutionibus orbium coelestium maar met de publicatie ervan gewacht tot vlak voor zijn dood, in 1543, nadat Georg Joachim Rheticus er in 1539 in zijn Narratio prima al een voorproefje van had gegeven. Copernicus' werk werd door wetenschappers wel gelezen maar trok pas de aandacht van het Vaticaan toen Galilei ernaar begon te verwijzen.

Excuus van Katholieke Kerk

In oktober 1992 sprak paus Johannes Paulus II een excuus uit, waarmee Galilei's naam werd gezuiverd en Galilei werd erkend als gelovig mens. Reeds lang voor die tijd was men er in kerkelijke kringen van overtuigd dat Galilei een betreurenswaardige behandeling had gekregen.[16] In 2008 waren er in het Vaticaan plannen om de rehabilitatie van Galilei kracht bij te zetten door een beeld van hem binnen de muren van Vaticaanstad te plaatsen. Paus Benedictus XVI prees dat jaar ook Galilei's grote bijdrage aan de sterrenkunde.

Visie moderne wetenschap

Ironisch genoeg laat de wetenschap vandaag de dag toe ieder willekeurig punt als middelpunt van het heelal te kiezen, zij het niet in de betekenis van punt waar al het andere omheen draait. De algemene relativiteitstheorie stelt dat alle fysische processen in een willekeurig referentiestelsel intern consistent kunnen worden beschreven en verklaard. De keuze tussen geocentrisme of heliocentrisme is daarmee niet meer aan de orde, omdat er geen stabiel referentiepunt in het universum valt te definiëren, maar dat is iets anders dan nu nog met goed fatsoen te kunnen beweren dat de zon om de aarde draait.

Natuurkunde

Galileithermo­meter

Galilei legde de grondslag voor de experimentele natuurkunde. Zijn bijdragen zijn onder meer:

Wiskunde

Voor zijn dynamica greep Galilei terug op ideeën van Oresme, zoals het snelheid-tijddiagram. Galilei's behandeling van de kogelbaan met de ontbinding in constante horizontale en eenparig versnelde verticale beweging was nieuw. Hij voerde infinitesimale grootheden van hogere orde in. Zijn leerling Cavalieri zette dit werk voort.

Galileo produceerde één originele bijdrage aan de wiskunde: Galilei's paradox, waarin hij stelt dat er net zoveel perfecte kwadraatgetallen zijn als er gehele getallen zijn, hoewel de meeste getallen zelf geen perfecte kwadraatgetallen zijn.[17]

Publicaties

  • 1586 - La Bilancetta (Het weegschaaltje)
  • 1590 - De motu (Over beweging)
  • Circa 1600 - Le Meccaniche (Mechanica)
  • 1610 - Sidereus Nuncius (Sterrenbode)
  • 1612 - Discorso intorno alle cose che stanno in su l'acqua
  • 1613 - Historia e dimostrazioni intorno alle Macchie Solari (Vertoog over zonnevlekken)
  • 1613 - Lettera al Padre Benedetto Castelli
  • 1615 - Lettera a Madama Cristina di Lorena (Brief aan de groothertogin Christina)
  • 1615 - Discorso sopra il flusso e il reflusso del mare (Verhandeling over eb en vloed)
  • 1619 - Il Discorso delle Comete (Verhandeling over de komeet)
  • 1623 - Il saggiatore (De keurmeester)
  • 1632 - Dialogo di Galileo Galilei sopra i due Massimi Sistemi del Mondo Tolemaico e Copernicano (Tweegesprek van Galileo Galilei over de twee belangrijkste wereldsystemen, het ptolemeïsche en copernicaanse)
  • 1638 - Discorsi e Dimostrazioni Matematiche, intorno a due nuove scienze, Leiden (Gesprekken en wiskundige bewijzen in twee nieuwe wetenschappen)

Verzameld werk:

  • Le Opere di Galileo Galilei, Edizione Nazionale, ed. Antonio Favaro, Florence, Barbera, 1890-1909; herdrukt 1929-1939 en 1964-1968. Overzicht van "Le Opere" @ Finns Fine Books [1]

Anagrammen

Galilei aarzelde soms om een ontdekking te publiceren. Hij liep het risico niet serieus genomen te worden als naderhand bleek dat hij het verkeerd had gezien. Aan de andere kant wilde hij niet het risico lopen dat een andere ontdekker er eerder mee zou komen.[18] Daarom publiceerde hij zijn ontdekkingen als anagram, door de letters van een zin door elkaar te gooien. Hij kon dan achteraf, door de oplossing van het anagram te geven, aantonen dat hij de eerste ontdekker was.

De astronoom Johannes Kepler trachtte de anagrammen op te lossen. Opmerkelijk is dat hij twee keer een onjuiste oplossing vond en dus onjuist concludeerde wat Galileo gezien had. Beide keren beschreef de onjuiste oplossing echter iets wat werkelijk bestond.

De ring van Saturnus

Toen Galilei twee raadselachtige vlekjes aan weerszijden van Saturnus zag, waarvan later bleek dat het een ring zou zijn, schreef hij het anagram: SMAISMRMILMEPOETALEVMIBVNENVGTTAVIRAS aan de Toscaanse ambassadeur in Praag en aan Johannes Kepler.

Kepler trachtte het probleem op te lossen en vond: Salve umbistineum geminatum Martia proles (Heil, stralende tweelingzoons van Mars), waaruit hij concludeerde dat Galilei twee manen bij Mars had gezien. Dat was toepasselijk, want de god Mars heeft inderdaad tweelingzoons (Romulus en Remus). Nu bleek meer dan twee eeuwen later dat de planeet Mars werkelijk twee maantjes heeft, maar die waren buiten bereik van Galilei's telescoop. De juiste oplossing was: Altissimum planetam tergeminum observavi (Ik heb de hoogste planeet drievoudig gezien)

De schijngestalten van Venus

Een maand later ontdekte Galilei de schijngestalten van Venus. Hij zond het bericht: Haec immatura a me jam frustra legunturoy (Dit onvolwassene heb ik vergeefs gelezen) aan Giuliano de' Medici.

Kepler herordende de letters en vond: Macula rufa in Jove est gyratur mathemarum (Een rode vlek op Jupiter draait mathematisch rond). Inderdaad heeft Jupiter een rode vlek, maar die werd pas twee maanden later gezien. De juiste oplossing was: Cynthiae figuras aemulatur mater Amorum (De moeder van Amor (dus Venus) imiteert de vormen van Cynthia (dus de maan)).

Opgemerkt wordt dat Galilei in geen van zijn anagrammen een hemellichaam bij de naam noemde, ongetwijfeld om het ontraadselen te bemoeilijken.

Genoemd naar Galileo Galilei

Sterrenkunde/ruimtevaart

Natuurkunde

Overig

  • Geografisch informatie systeem van stad Leuven
  • Galileo Galilei vliegveld van Pisa

In muziek en literatuur

Literatuur

  • Boyer, C., A history of mathematics, John Wiley, New York, 1968
  • Dijksterhuis, E. J., De mechanisering van het wereldbeeld, Amsterdam, 1980, vierde druk
  • van der Hoeven, P., Galilei. Baarn, Het wereldvenster. - 142 p. (Gent)
  • Hooykaas, R., Geschiedenis der natuurwetenschappen, Boon, Scheltema & Holkema, Utrecht, 1976

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

Noten

  1. S. Drake, art. Galileo Galilei, in Dictionary of Scientific Biography V (1971), p. 237. In verband met de verwarring in de bronnen rond zijn geboortedatum, zie: M. Segre, Viviani's Life of Galileo, in Isis 80 (1989), pp. 206-231. Merk op dat zijn geboortedatum nog volgens de juliaanse kalender is.
  2. In verband met zijn sterfdatum, zie: P.K. Machamer, Introduction, in P.K. Machamer (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, pp. 24-25.
  3. a b P.K. Machamer, Introduction, in P.K. Machamer (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 18.
  4. S. Drake, Galileo at Work: His Scientific Biography, Chicago, 1978 (= New York, 2003), p. 1.
  5. a b c S. Drake, Galileo at Work: His Scientific Biography, Chicago, 1978 (= New York, 2003), p. 2, P.K. Machamer, Introduction, in P.K. Machamer (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 18, W.A. Wallace, Galileo's Pisan studies in science and philosophy, in P.K. Machamer (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 28.
  6. S. Drake, Galileo at Work: His Scientific Biography, Chicago, 1978 (= New York, 2003), pp. 2-3, P.K. Machamer, Introduction, in P.K. Machamer (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 18, W.A. Wallace, Galileo's Pisan studies in science and philosophy, in P.K. Machamer (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, pp. 28-29.
  7. D. Sobel, Galileo's Daughter: A Historical Memoir of Science, Faith, and Love, Londen, 1999, pp. 3-12.
  8. W.R. Shea - M. Arigas, Galileo in Rome: The Rise and Fall of a Troublesome Genius, Oxford, 2003, p. 199, D. Sobel, Galileo's Daughter: A Historical Memoir of Science, Faith, and Love, Londen, 1999, p. 378.
  9. W.R. Shea - M. Arigas, Galileo in Rome: The Rise and Fall of a Troublesome Genius, Oxford, 2003, p. 199, D. Sobel, Galileo's Daughter: A Historical Memoir of Science, Faith, and Love, Londen, 1999, p. 378, M. Sharratt, Galileo: Decisive Innovator, Cambridge, 1996, p. 207, A. Favaro (ed.), Le Opere di Galileo Galilei, XVIII, Florence, 1906, pp. 378-380.
  10. W.R. Shea - M. Arigas, Galileo in Rome: The Rise and Fall of a Troublesome Genius, Oxford, 2003, p. 199, D. Sobel, Galileo's Daughter: A Historical Memoir of Science, Faith, and Love, Londen, 1999, p. 380.
  11. W.R. Shea - M. Arigas, Galileo in Rome: The Rise and Fall of a Troublesome Genius, Oxford, 2003, p. 200, D. Sobel, Galileo's Daughter: A Historical Memoir of Science, Faith, and Love, Londen, 1999, pp. 380-384.
  12. P. Galluzi, The sepulchers of Galileo: The "living" remains of a hero of science, in P.K. Machamer (ed.), The Cambridge Companion to Galileo, Cambridge, 1998, p. 439 (nn. 71-72).
  13. R. van den Berg, Engelsman Harriot bestudeerde maan al vóór Galilei, in NRC (27 januari 2009).
  14. art. imprimatur (Roman Catholicism), in Encyclopædia Britannica (2009), G. Galilei, Dialogo sopra i due massimi sistemi del mondo.
  15. De uitspraak was voor het eerst te vinden in A.S. Irailh, Querelles littéraires, ou Mémoires pour servir à l’histoire des révolutions de la République des Lettres, depuis Homère jusqu’à nos jours, II.1, Parijs, 1761, p. 49. Cf. A.R. Hall, Galileo nel XVIII secolo, in Rivista di filosofia 15 (1979), pp. 375-378, 383.
  16. (fr) Discours de Jean-Paul II aux participants à la session plénière de l'Académie Pontificale des Sciences (31 oktober 1992); Vatican admits Galileo was right, in New Scientist 1846 (1992), p. 5.
  17. gepubliceerd in Discorsi e Dimostrazioni Matematiche, intorno a due nuove scienze, 1638, Leiden
  18. http://www.ciencianet.com/anagramas.html