Hans Lippershey

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Hans Lipperhey in het boek van Pierre Borel 'De vero telescopii inventore'

Hans Lippershey, of ook Johannes Lipperhey, Laprey, Lippe(r)heim, (Wezel, rond 1570Middelburg, begraven 29 september 1619) was een Duits-Nederlandse brillenmaker en lenzenslijper. Hij was (een van) de eerste(n) die een Hollandse kijker maakte(n). Vooral speelde hij echter een belangrijke rol in de popularisering van het concept van de verrekijker en telescoop als een instrument voor respectievelijk militaire en wetenschappelijke doeleinden. Ook was hij (een van) de eersten die dit instrument tot een commercieel succes maakten.

Leven[bewerken]

Er is zo goed als niets bekend over de eerste helft van zijn leven. In 1594 woonde hij in Middelburg, waar hij in dat jaar in het huwelijk trad. In 1602 werd hij poorter van deze stad. Hij was een buurman van Sacharias Jansen, wonend in de Kapoenstraat.

Ontdekking van de kijker[bewerken]

Middelburg, de hoofdstad van Zeeland, werd na de val van Antwerpen in 1585 een bloeiende, dynamische, rijke en belangrijke stad. De stad kende onder ander een bloeiende glasindustrie. Het is niet zo verbazingwekkend, als het nu lijkt, dat juist hier de zogenaamde Hollandse kijker voor het eerst werd geproduceerd. Vanaf 1581 was er een glasoven aan de Blauwedijk. Het is de eerste van de Noordelijke Nederlanden. De glasmeester heet Govaert van der Haeghen.[1]

In de jaren 1590 introduceerden Italianen nieuwe technieken om glas te maken in Middelburg. Sacharias Jansen, Hans Lipperhey en anderen maakten hier gebruik van, wat uiteindelijk zou resulteren in de 'uitvinding' van de verrekijker. Hierbij borduurden zij voort op reeds bekend zijnde principes. Toen een van hen de "Hollandse kijker" voor het eerst introduceerde, was er geen sprake van revolutionaire technologische innovatie, maar eerder van een, over een reeks van jaren, uitgesmeerd proces, waarin men er geleidelijk in slaagde de vervaardiging van lenzen steeds beter onder de knie te krijgen. Hierdoor werd het voor lenzenslijpers, brillenmakers en andere glasbewerkers mogelijk om de reeds lang bekend zijnde vergrotings- en verkleiningseffecten, steeds gecontroleerder te reproduceren. Een waarschijnlijk achteraf verzonnen eureka-verhaal vertelt dat Lipperhey op de dag van zijn ontdekking twee van zijn eigen kinderen in zijn winkel zag spelen met twee lenzen, de ene bol, de ander hol. Toen zij die lenzen samenvoegden en ermee naar het windhaantje op de kerktoren keken, werd het zicht wonderlijk vergroot. Toen Lipperhey dat zag zou hij besloten hebben zelf een verrekijker te maken.

Patent[bewerken]

Het document waarop de patentaanvraag van Lipperhey vermeld staat.

In 1608, op 25 september vraagt hij bij het dagelijks bestuur van de Staten van Zeeland, de Gecommitteerde Raden, een introductiebrief voor de Staten Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De overheid werkte toentertijd blijkbaar een stuk sneller dan tegenwoordig, want tussen 2 en 6 oktober geeft Lipperhey vervolgens in Den Haag op het hoofdkwartier van Prins Maurits reeds een succesvolle demonstratie van zijn vinding om 'verre te zien'. Vanuit een toren in Den Haag kon men de tijd op de kerkklok van Delft aflezen. Bij deze demonstratie is een keur van diplomaten en hoge militairen aanwezig, waaronder Frederik Hendrik, de toekomstige stadhouder van de Republiek, Ambrogio Spinola, de succesvolle Italiaanse generaal in Spaanse en Brusselse dienst en de ambassadeur van Venetië. Het gezelschap, bijeen gebracht in verband met de onderhandelingen voor het Twaalfjarig Bestand in de Tachtigjarige Oorlog, is direct overtuigd van het militaire nut van de vinding. Via deze weg raakt het nieuws van deze verrekijker verspreid door heel Europa.

Al een jaar later fabriceert Galileo, geïnspireerd door het nieuws van de vinding van Lipperhey, een verbeterde versie van de kijker, waarmee hij in 1609 een aantal opzienbarende astronomische ontdekkingen doet. Lipperhey krijgt als dank voor zijn moeite opdracht van de Staten-Generaal om zes kijkers voor het leger te leveren. Hij vraagt maar liefst 1000 gulden per stuk. Ook vraagt Lipperhey octrooi aan op zijn kijker. Wanneer zijn aanvraag enkele weken later echter wordt gevolgd door een tweede aanvraag, van de Alkmaarse brillenmaker Jacob Metius, die eerder in 1608 Middelburg heeft bezocht, nadat hij had gehoord dat in Middelburg iemand een instrument heeft om “verre te kijken”, en wanneer in oktober blijkt dat ook de glasblazer Sacharias Jansen, de buurman van Lipperhey, en weer terug van zijn reis naar de Frankfurter Messe, in het bezit is van eenzelfde soort kijker, besluit de Staten-Generaal om geen patent toe te kennen.

Prioriteit[bewerken]

Het is niet bekend of Lipperhey ook daadwerkelijk de eerste uitvinder, beter gezegd, ontdekker, van de telescoop was. Na de dood van Sacharias Jansen claimt diens zoon Johannes dat zijn vader de eerste maker was van het instrument. In een aantekening van de geleerde Isaac Beeckman van 1634 staat te lezen: “Johannes Sacharias seght, dat syn vader den eersten verrekycker maeckte hier te lande anno 1604, naer eene van eenen Italiaan, daerop stont: anno 1590”.[2].

Bronnen[bewerken]

  1. Geschiedenis Zeeland | geschiedeniszeeland.nl
  2. http://www.xs4all.nl/~adcs/beeckman/index.html 'Journael van Isaac Beeckman'

Externe links[bewerken]