Kepler Space Observatory
| Ruimtetelescoop Kepler | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Organisatie | NASA | |||
| Lancering | 7 maart 2009 | |||
|
||||
Het Kepler Space Observatory is een satelliet die ontwikkeld is door NASA om planeten die net als de Aarde bewoonbaar kunnen zijn op te sporen. Het onbemande ruimtevaartuig is vernoemd naar de astronoom Johannes Kepler.
Tot nu toe (10 december 2011) zijn er 708 [1] exoplaneten gevonden rond andere sterren met bij benadering dezelfde afmetingen als de gasreuzen in ons zonnestelsel. De uitdaging is nu om exoplaneten te vinden die bewoonbaar zouden kunnen zijn zoals de Aarde. Dat houdt in dat ze een factor 30 tot 600 minder massa dan Jupiter moeten hebben en in de bewoonbare zone rond een ster moeten liggen. De bewoonbare zone is een zone op een zodanige afstand van de moederster, dat er vloeibaar water op de planeet mogelijk is.
Inhoud |
Status [bewerken]
De lancering van Kepler Space Observatory was gepland voor 6 maart 2009, maar vond uiteindelijk plaats op 7 maart 2009, 03:49:57 UTC.[2] In januari 2006, werd de missie acht maanden uitgesteld om budgetaire redenen en consolidatie door NASA. In maart 2006 werd het opnieuw voor 4 maanden uitgesteld door fiscale problemen. De high-gain antenne werd vervangen door een gimballed design via een bevestiging aan het frame van de satelliet om de kostprijs en de complexiteit te beperken; dit slechts ten koste van één observatie per maand minder.
De "Deployable dust cover" werd afgestoten op 8 april 2009. Licht van de sterren kon zo de satelliettelescoop binnendringen. Na enige dagen testen, noodzakelijk voor calibratie van de instrumenten, begon Kepler op 12 mei 2009 met zijn wetenschappelijke missie.
In juni 2010 werd bekend dat Kepler alleen al tijdens de eerste zes waarnemingsweken meer dan 750 potentiële planeten bij andere sterren heeft opgespoord[3]. Naar schatting zal het bij ongeveer de helft van deze waarnemingen ook daadwerkelijk om een planeet gaan, maar zelfs dat aantal is bijna genoeg om het totale aantal planeten dat de afgelopen vijftien jaar bij andere sterren is ontdekt in één klap te verdubbelen.
Op 14 mei 2013 wordt bekend dat de telescoop definitief is uitgevallen[4]. Een tweede reactiewiel, waarmee de stand van de telescoop werd geregeld, viel uit, waardoor de stand niet meer voldoende nauwkeurig kan worden geregeld.
Detectiemethode [bewerken]
Kepler past de detectiemethode toe waarbij een planeet, in onze gezichtslijn, voor de ster passeert. Dat is natuurlijk van het totale aantal van alle planeten bij sterren slechts een klein percentage. De planeet blokkeert gedeeltelijk het licht van die ster en dat kan gemeten worden. Als men zo een planeet gevonden heeft kan uit de lichtblokkade de grootte en de baanperiode van de planeet berekend worden. (Zie link 1)
Verwant project: COROT [bewerken]
Het Franse Nationale Ruimtevaart Agentschap (CNES), samen met de ESA en de partners Oostenrijk, België, Brazilië, Duitsland en Spanje, hebben in de namiddag van 27 december 2006 vanaf het Baikonoer Kosmodroom in Kazachstan een satelliet met geavanceerde instrumenten, COROT, in een baan gebracht op een hoogte van 827 km.
Twee februari 2007 zou de eerste proefsessie beëindigd zijn. Uit de naam COROT (= Convection, Rotation and planetary Transits) blijkt dat het instrument ook van de betreffende sterren de oppervlaktegolving wil meten en zo ook informatie over het binnenste van die sterren wil bekomen. Verder geeft de naam aan dat COROT dezelfde methode gebruikt als Kepler, namelijk de transitmethode, dat wil zeggen detectie bij het passeren van de planeet voor langs de ster. (Zie link 2)
Naar verwachting zullen de beide satellieten een concurrentiestrijd starten tussen NASA (met het Kepler Scace Observatory) en CNES, ESA en enige andere partners (met hun COROT).
Referenties [bewerken]
Externe links [bewerken]
| Zie de categorie Kepler Mission van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |