Fee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het motorfietsmerk met de naam Fee, zie Douglas (motorfiets)
Voor de Franse botanicus, zie Antoine Laurent Apollinaire Fée
Fee door Sophie Gengembre Anderson (1823-1903); Take the Fair Face of Woman, and Gently Suspending, With Butterflies, Flowers, and Jewels Attending, Thus Your Fairy is Made of Most Beautiful Things
Een man redt zijn vriend uit een feeëncirkel of heksenkring, Plucked from the Fairy Circle uit British Goblins: Welsh Folk-lore, Fairy Mythology, Legends and Traditions, 1880
De cover van een boek over de Slavische mythologie, 1901
Les Lavandières de la nuit uit Démons et merveilles, Yan Dargent, 1861
Feeën dansen in de weide in de schemering met op de achtergrond Gripsholms slott; Ängsälvor van Nils Blommér, 1850
Wereldwijd komen verhalen voor over mensen die verliefd worden op feeën, zoals La Belle Dame sans Merci, illustratie door Frank Bernard Dicksee (1853-1928
Fairies Looking Through A Gothic Arch, John Anster Fitzgerald (1823-1906)
Illustratie bij het mystieke (soefi) verhaal Madhumalati, ca. 1741-1743
Feeën dansen bij de branding tijdens volle maan, William Miller, 1833
Älvalek, dansende feeën, August Malmström, 1866
Fairy land uit Démons et Merveilles, Edward Reginald Frampton (1872-1923)
The Fairy Wood, Hendry Meynell Rheam, 1903
Tante Arie en haar ezel brengen cadeautjes aan de kinderen, 1880
Gouden apsara
Illustratie uit The Lilac Fairy Book
Illustratie uit Europa's Fairy Book, 1916

Een fee is een mythisch wezen, algemeen omschreven als antropomorf en vrouwelijk. Het wezen is van grote schoonheid, kan geschenken brengen aan pasgeborenen, kan vliegen, toveren, wensen vervullen en heeft invloed op de toekomst.

De eigenschappen van een fee verschillen per gebied en cultuur. Zo zou een fee een gevallen engel zijn, een elementaal, een spook of zelfs menselijk. Een fee is soms klein, maar in andere gevallen van normaal postuur. Ze kan een jong uiterlijk hebben, maar ook dat van een oude vrouw. Feeën zijn nauw verbonden met de krachten van de natuur en het concept van de parallelle wereld. Er is een grote verscheidenheid van (in het algemeen vrouwelijke) wezens die als fee worden beschouwd, zoals witte wieven, sirenes, nimfen, Rhiannon, Morgana, de Vrouwe van het Meer, Melusine en Befana. In veel gevallen lopen de begrippen heks en fee in elkaar over.

De Angelsaksen gebruikte de term fee ook om kleine antromorfe wezens uit de heidense folklore aan te duiden, zoals een elf, kabouter, lutin, imp of dwerg.

Geschiedenis[bewerken]

De westerse feeën zijn ontstaan in de Middeleeuwen, geïnspireerd op folklore, sprookjes, sagen, volksgeloof en mythologie. De Engelse benaming voor een sprookje is fairy tale. Ze spelen een verscheidenheid aan rollen; zie bieden hulp, genezen en begeleiden mensen of geven hen betoverde wapens. Feeën zijn berucht om de kunst om mensen in een cirkel, een heksenkring, te laten dansen en ze op deze manier te laten verdwijnen. Pasgeborenen worden omgeruild met een wisselkind. Feeën beheersen de kunst van magie en passen hun kleding en uiterlijk aan aan hun omgeving.

In de 12e eeuw kwamen twee figuren veelvuldig voor in sprookjes in West-Europa; de goede fee en de (menselijke) minnaar van de fee. In de middeleeuwse literatuur kwamen deze karakters ook veel voor, maar de verhalen over de fee verdwenen met de komst van de Renaissance. Ze kwamen opnieuw voor in A Midsummer Night's Dream en werden populair tijdens het Victoriaanse tijdperk, met inbegrip van schilderijen van feeën. Oberon is Koning der Schaduwen en Feeën, hij is het meest bekend als de elfenkoning uit A Midsummer Night's Dream.

Feeën maken nog steeds deel uit van het volksgeloof in IJsland en Scandinavië, mensen beschermen zich daar tegen de kracht van feeën. Ook zijn feeën bekend in de Duitse, Franse en Waalse folklore, alhoewel de bekendheid afgenomen is in de 20e eeuw. Al veel eeuwen lang beweren mensen dat ze feeën hebben gezien, met hun kunnen communiceren en hen om hulp kunnen vragen. In Engeland begon een lang debat over het bestaan van feeën na de publicatie van foto's van de Cottingley Fairies.

De feeën zijn tegenwoordig prominente figuren in het fantasy genre. Ze werden wereldwijd bekend dankzij werken van onder andere Walt Disney, Cicely Mary Barker, Katharine Mary Briggs, Brian Froud, Alan Lee, Pierre Dubois.

Veelal wordt verondersteld dat feeën een magische wereld bewonen (mogelijk afgeleid van Annwfyn en Tír na nÓg), maar desalniettemin in relatie met de mens leven. Ze zouden mensen kunnen meenemen naar de sprookjeswereld, waarvandaan deze niet terug kunnen keren zolang ze daar eten en drinken. Meestal worden ze niet gezien als gevaarlijk, maar in sommige verhalen komen feeën voor die dodelijk kunnen zijn, met name als mensen verliefd op ze worden.

De moderne uitbeelding van feeën in verhalen voor kinderen (waarin ze doorgaans voorgesteld worden als kleine, mooie wezentjes met doorzichtige vleugeltjes en een lichtgekleurd gewaad) vertegenwoordigt een 'gekuiste versie' van een eens ernstige en zelfs sinistere folkloristische traditie. De feeën van het verleden werden gevreesd als gevaarlijke en machtige wezens die soms vriendelijk waren voor mensen, maar ook wreed of boosaardig konden zijn.

In sommige esoterische kringen, zoals de Findhorn Foundation, gebruikt men liever de term deva uit het Sanskriet.

Oorsprong[bewerken]

Het woord fee is in Nederland bekend sinds de achttiende eeuw, het is overgenomen uit het Frans (tovenares). Het Franse woord komt van het Latijnse fatum (lot) en Fata (godin van het lot). Tegenwoordig wordt het woord fee gebruikt om uiteenlopende vormen van natuurgeesten aan te duiden.

Er zijn verschillende theorieën om de oorsprong van de feeën uit te leggen. De door folkloristen, historici, antropologen, archeologen en schrijvers meest geaccepteerde uitleg is de overleving van verhalen over goden en geesten uit heidense geloven, waaronder de Griekse mythologie, Romeinse mythologie en Keltische mythologie. De functie is veranderd met de komst van monotheïsme en in het bijzonder met de komst het christendom in Europa. De wezens werden gedemoniseerd of gerationaliseerd.

In de 6e eeuw schreef Martin van Braga dat de geesten van bomen en water de verdreven demonen uit de hemel zijn. De geleerde Alfred Maury legt een verband met de schikgodinnen en druïden. Walter Scott verwijst naar Silvanus, satyrs en faunen.

Andere auteurs houden zich aan de mythologische overlevering, zoals de Ier William Butler Yeats. Yeats vertelt dat de Tuatha Dé Danann de feeën werden toen ze werden verslagen. Sommige zijn onzichtbaar, anderen wonen als de Sídhe in Tír na nÓg en de laatsten zitten verstopt onder de terpen. Pierre Dubois verwijst naar de Noorse mythologie, waar de reus Ymir de alven (Ljòsálfar en Svartalfer) voortbrengt. Het huldufólk en Huldra zijn ook verborgen of verhuld.

De verschillende theorieën sluiten elkaar niet noodzakelijkerwijs uit, het mengen van een aantal van hen kan de oorsprong van diverse fee-personages in West-Europa uitleggen.

Schrijvers hebben soms hun eigen visies, vaak poëtisch, over de oorsprong van de feeën. James Barrie schreef in The Little White Bird (één van zijn werken over Peter Pan): "Toen de eerste baby voor het eerst lachte, brak zijn lach in een miljoen fragmenten uiteen die in alle richtingen verspreid werden. Dit was het begin van feeën".

Kerstening van heidense goden[bewerken]

De goden uit oude legendes en mythologieën worden afgeschilderd mythische wezens zoals feeën, vooral in de meer recente geschriften. Tijdens de kerstening verdwenen de heidense goden uit de religie, maar bleven aanwezig in de volksverhalen en folklore.

In de middeleeuwen bestaat er verwarring tussen feeën en godinnen. Feeën in de middeleeuwse verhalen lijken op de godin Venus en vooral op de godin Diana, die vele eigenschappen deelt met inbegrip van de link naar de natuur. Er zijn ook overlappingen met nimfen en de dryaden. Kennis, toegeschreven aan de feeën, zoals waarzeggerij en genezing duidt op een goddelijke oorsprong. Claude Lecouteux ziet overeenkomsten met de zwanenjonkvrouwen en Walkuren. Ook zij veranderden van machtige godinnen in lelijke heksen en uiteindelijk evolueerden zij in de populaire cultuur tot schone maagden.

Ook bijvoorbeeld Cailleach ("oude vrouw"; de Moedergodin) is een feeëngeest, zij wordt ook een heks genoemd. Vrouw Holle wordt "De Witte Dame", maar ook "De Zwarte Grootmoeder" genoemd en wordt als koningin van de kabouters of alven aangeduid. Mari is de belangrijkste godin uit de Baskische mythologie, ze is ook bekend als Anbotoko Sorgina (de heks van Anboto) en Anbotoko Damie (de dame van Anboto).

De Donas de fuera werden door de Spaanse Inquisitie beschouwd als een overblijfsel van een heidense bijgeloof dat moest worden uitgeroeid en niet serieus moest worden genomen. In de 16e tot midden 17e eeuw speelden deze feeën een rol in de heksenprocessen in Sicilië.

Tijdens de heksenvervolgingen wordt de beeldwit gedemoniseerd tot een incarnatie van de duivel, heks of tovenaar.

Godinnen van het lot[bewerken]

Feeën bezitten de gave het menselijke lot en de toekomst te kunnen ien. Ze kunnen dit ook mededelen aan degene die het aangaat.

Alfred Maury en Laurence Harf-Lancner zien de Nornen, Sibillen en Parcen als voorouders van de Franse fee. Karl Grün stelt ook dat de Nornen de voorouders zijn van de Duitse feeën. Claude Lecouteux ziet de Fylgja als voorouders van de Scandinavische feeën. Zie ook fatum, Fylgja en Hamingja.

Personificatie van natuurlijke krachten[bewerken]

Sommige onderzoekers zoals Claude Lecouteux, Alfred Maury en Laurence Harf-Lancner zien in verschillende feeën personificaties van water. Het archetype van de "water fee" is inderdaad universeel aanwezig in de West-Europese mythologie. Wat in veel verhalen terugkomt is dat deze wezens in water leven en mannen die zich in hun buurt waagden het water in zouden lokken met het plan hen te verdrinken. Er zijn ook verhalen over een ontmoeting tussen deze waterwezens en een mens, waaruit kinderen ontstaan.

Middeleeuwse teksten over feeën bevatten vaak het element water, zoals Lanval die aan de oever van de stroom gaat liggen mijmeren en door twee mooie jonkvrouwen naar een fee wordt gebracht. Na enige tijd neemt zij Lanval mee naar Avalon. Morgens kammen hun haren zoals sirenes en laten mannen verdrinken, ze worden in verband gebracht met Morgana. Ook Loreley kamt haar haren en zingt betoverende liederen, zodat schippers op de rotsen varen.

De Nikker, Ondine en zeemeerminnen worden door Claude Lecouteux ook in verband gebracht met de Germaanse fee. Net zoals sirenes en zeemeerminnen zingen de Korrigan, ze kammen hun lange haren en jagen bij fonteinen en bronnen. Ze kunnen mannen verliefd op zich laten worden, maar doden hen wanneer dit gebeurt.

Ook andere mythologische waterwezens kunnen in verband worden gebracht met feeën, zoals de Rusalka uit de Slavische mythologie en de selkie uit de folklore van de Faroër-eilanden, IJsland, Ierland en Schotland. De selkie heeft veel overeenkomsten met de zwanenjonkvrouwen. De baobhan sith (fee-vrouw) is een fee-vampier die de vorm aanneemt van een beeldschone vrouw om mannen te verleiden en hun bloed te drinken.

In de Japanse mythologie is de Kappa bekend, dit wezen houdt van relatief onschuldige grappen maar vertoont ook erger gedrag zoals het stelen van voedsel of ontvoeren van kinderen. Zelfs vandaag de dag zijn bij sommige vijvers en andere vormen van water waarschuwingsborden geplaatst om mensen voor de Kappa te waarschuwen.

Jogah zijn kleine geesten, vergelijkbaar met feeën, in de mythologie van de Irokezen. Zij vertegenwoordigen aspecten van de natuur en zijn verdeeld in verschillende groepen op basis van hun relatie tot de wereld: de Gahonga zijn de jogah van rotsen en rivieren, de Gandayah maken de aarde vruchtbaar en de Odhows hebben controle op de geesten van de onderwereld, ze voorkomen dat ze opstijgen naar het oppervlak van de aarde.

De apsara's vertegenwoordigen het element water. Ze zijn uitstekende danseressen en staan er om bekend goden en mensen te verleiden. Apsara betekent op het water lopende, ze worden veelal afgebeeld met een lotusbloem in de hand. Ook de Anjana uit Cantabrië worden in verband gebracht met water. De asrai zijn kleine, vrouwelijke waterfeeën, ze veranderen in een waterplasje als ze in aanraking komen met zonlicht.

Dodencultus[bewerken]

Katharine Mary Briggs en Lady Wilde, moeder van Oscar Wilde, legden een verband tussen feeën en dodencultussen. Het is gebaseerd op de overeenkomsten tussen spoken en feeën in bepaalde verhalen.

De Banshee kondigt de dood aan. Ze staat in nauw contact met de onderwereld. De koningin van de doodsfeeën wordt Áine genoemd, zij brengt de overledenen naar de onderwereld. Alleen ongeneeslijk zieke mensen konden de zang van de doodsfee horen en zagen dit als teken van verlossing. De doodsfeeën hebben nog een andere taak: zij beschermen het ongeboren leven. De doodsfeeën begeleiden mensen dus bij het betreden en verlaten van deze wereld.

Ook de beeldwit en de witte wieven worden in verband gebracht met de dood.

Druïden[bewerken]

Meerdere onderzoekers wijzen op het verband met druïden, zoals Jacques Collin de Plancy. Jules Garinet geloofde dat feeën vrouwelijke druïden zijn en Olaus Magnus spreekt van bosgoden die in donkere grotten wonen en plotseling kunnen verdwijnen.

Verborgen mensen[bewerken]

Een veelvoorkomend verhaal gaat over een volk van kleine omvang die geleidelijk werd verdrongen door andere volken en werd gedwongen om ondergedoken te leven. Ze zouden gezien te worden als een ander ras, of als geesten, en staan er bekend om dat ze ondergronds leven, verborgen in de heuvels (inclusief tumuli). Soms wordt gezegd dat ze aan de andere kant van de zee in het westen wonen.

Volgens populaire folklore werden pijlpunten van vuursteen in de steentijd gemaakt door feeën. De angst voor ijzer werd geïnterpreteerd als angst voor de ijzeren wapens die door de indringers werden gedragen, terwijl de feeën alleen waren gewapend met vuursteen. Ze werden gemakkelijk verslagen in de fysieke strijd. Groene kleding en ondergrondse huizen worden gezien als een reactie op de behoefte om zich te verbergen voor vijandige mensen. Verder maken ze gebruik van magie en de ontwikkelden een noodzakelijke vaardigheid om te vechten tegen een volk met wapens en fysieke kracht.

Enkele archeologen vonden in de 19e eeuw een ondergrondse kamers in de Orkney, ze vonden dat er overeenkomsten waren met het land van de elfen in Childe Rowland.

Victoriaanse opvattingen[bewerken]

Volgens de opvattingen van het Victoriaanse tijdperk was het kannibalisme van ogers toe te schrijven aan herinneringen van meer primitieve tijden, waarin de primitieve volken werden verslagen door meer geavanceerde volkeren. De selkies, mensen die van gedaante konden veranderen en dan zeeroofdieren werden, werden gezien als de herinnering aan primitieve volkeren die per kajak reisden en zeehondenbont droegen. De Pygmeeën werden naar voren gebracht als een voorbeeld van mensen die ooit in een gebied hebben geleefd, maar in aantal kleiner werden en later als mythe werden gezien.

Onderzoekers, zoals Claudine Glot, geloven niet in deze theorieën; "de verhalen zijn onlosmakelijk verbonden met de fee".

Plaatsen die in verband worden gebracht met feeën[bewerken]

Er zijn veel plekken die in verband worden gebracht met feeën. Spriggans zijn in de omgeving van oude ruïnes en grafheuvels te vinden, ze bewaken schatten en treden op als lijfwacht van feeën. Piskies (ook wel pixies) dansen bij Keltische offerstenen.

Volgens de traditie zijn sommige van de nog bestaande ringforten bewoond door feeën en leprechauns. Deze forten worden "fairy forts" genoemd. Sommige verhalen geven aan dat de toegang tot het rijk van de feeën in de Smoo Cave ligt.

De korreds of korregs worden in verband gebracht met Tinkinswood en cromlechs. Ze zouden 's nachts rond de cromlechs dansen en worden gezien als de makers van deze bouwwerken.

Het huis van Viviane zou het huis van Viviane (de Vrouwe van het Meer) uit de Arthursage zijn. Het bouwwerk stond in vroeger tijden bekend als tombe van de druïde. La Roche-aux-Fées is een hunebed, feeën zouden de stenen getransporteerd hebben. In Frankrijk zijn meerdere dolmens, hunebedden of ganggraven met eenzelfde naamgeving, zoals het huis van de fee (la maison des feins) of de oven van de fee (four des feins).

De lichtwezens zouden 's nachts tijdens volle maan op open plekken in bossen zijn te vinden. Waar de feeën dansen, wordt volgens dagen het gras groener en malser.[1]

Feeën in volksverhalen[bewerken]

  • In Turkse volksverhalen is de Maan de padisjah (prins) van de feeën, de Zon is zijn vrouw. Feeënmeisjes komen in vele vormen (soms als kikker of vis) te hulp in verhalen en ze trouwen vaak met mensen.
  • De sage van Âu Cơ gaat over een fee die in de bergen leefde en trouwde met een draak.
  • Doornroosje krijgt bij haar geboorte giften van feeën, één fee wenst haar dood en ze wordt tegen deze vloek beschermd door de andere feeën. De slechte fee wordt ook wel een heks genoemd. Er zijn ook andere versies van het verhaal.
  • Assepoester wordt geholpen door een fee. In een andere versie krijgt ze haar baljurk via haar peetmoeder, deze heeft sterke gelijkenissen met een fee.
  • Bontepels wordt geholpen door haar beschermfee.
  • De ware bruid wordt geholpen door een oude vrouw die verschijnt als ze huilt.
  • De heks in Raponsje was in eerdere drukken van Kinder- und Hausmärchen een fee.
  • Het dankbare alvermanneke wordt gezien als hij met andere alvermannekes danst.
  • In het Turkse verhaal Het is woensdag, woehoensdag worden dansende feeën gezien in het badhuis.
  • In De geschenken van het kleine volkje wordt het kleine volkje gezien als het danst.
  • De vroegste versie van Repelsteeltje vinden we in La Tour ténébreuse et les Jours lumineux, Contes Anglais uit 1705 van Mademoiselle L'Héritier, een verzameling Franse feeënsprookjes.
  • De goede fee, die elke kerst in de kerstboom woont, ziet het verbranden van het soldaatje en fluistert toverwoorden uit medelijden in De standvastige tinnen soldaat.
  • Tante Arie brengt, net zoals Sinterklaas en de kerstman, cadeautjes rond.
  • Olentzero in het bos achtergelaten als baby en gevonden door een fee. Ook hij brengt cadeautjes rond tijdens de kerstperiode.
  • De hoofdloze ruiter is een fee zonder hoofd.
  • Er wordt feest gevierd door veel verschillende mythische wezens bij de Elfenheuvel.
  • In Aregnazan of de magische wereld krijgt Aregnazan het water van onsterfelijkheid van feeën.
  • In De betoverde kikker is de zus van de kikker een betoverd feetje.
  • Nadat er een dochter ter wereld is gebracht, komen vier feeën door de muur en spreken ieder een wens uit in Rozenlachjes en pareltranen.
  • In De reiskameraad ziet een man elfjes spelen, hij gebruikt later zwanenvleugels en bezems.
  • De koningin van de feeën woont op het eiland van de gelukzaligen, waar de Dood nooit komt in De tuin van het paradijs.
  • De feeën van het leven hebben elk hun gave geschonken, maar de laatste fee ontbreekt met De laatste parel.
  • De timmermansdochter is een feeëndochter.
  • Watramama, de vorstin van rivieren is koningin waternimf, de mensen noemen haar meermin en de planten mogen haar 'Watermama' noemen.
  • De Tandenfee geeft een cadeautje als kinderen hun tanden verliezen.
  • In Keltische sagen wordt het madeliefje de magische eigenschap toegedacht dat deze het groeiproces kan stilleggen. De fee Milka zou de zoon van de koning stiekem madeliefjes te eten hebben gegeven, waardoor hij nooit volwassen zou worden.
  • In het Franse volksgeloof verbergen feeën zich op zaterdag, omdat zij op die dag van hun macht beroofd zijn. Ze verstoppen zich in bomen, paarden, meubels, etc. Deze dingen zijn dan "door de feeën bezeten".
  • Een follet is een soort kobold met dezelfde toverkrachten en wonderlijke gaven als feeën.

Feeën in de populaire cultuur[bewerken]

Galerij[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Atlas van engelen en feeën, Ron van Valkenberg, ISBN 90-6378-522-4, 2006