Kajak
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een kajak is een kleine kano om mee te kunnen kajakvaren. Kenmerkend is dat deze kano van boven dicht is met een mangat of opening in het midden, waarbij de vaarder met de benen naar voren zit en met een dubbelbladige peddel vaart.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Het model van de kajak is oorspronkelijk afkomstig van de Inuit, en werd gebruikt om op zee te jagen op grote vissen, zelfs walvissen. Met uitzondering van een klein gat in het midden is het dek geheel gesloten, bovendien kan de vaarder dit gat geheel afsluiten met een spatzeil dat om zijn middel zit. Door deze vrijwel waterdichte afsluiting is de kajak zeer geschikt voor het varen in water met grote golven. Een kajakker kan na omslaan weer overeind komen met de zogenaamde eskimorol.
Oorspronkelijk werden kajaks vervaardigd uit een geraamte van hout dat bespannen werd met dierenhuiden. Tegenwoordig zijn de meeste kajaks vervaardigd uit Polyethyleen (PE) of composieten zoals bijvoorbeeld polyester met bv. carbon, glasvezel en/of kevlar. De constructie van een geraamte met losse huid bestaat nog als vouwkano of voor zelfbouw.
[bewerken] Techniek
De kajakpeddel is een stok met twee bladen, die afwisselend links en rechts naast de boot in het water dienen te worden gestoken. Het is een veelvoorkomend misverstand dat bij de voortbeweging van een kajak alleen een trekkracht wordt uitgeoefend met de ene arm. De kracht om vlugger en beter voort te bewegen hangt in grote mate af van de duwkracht met de tegenovergestelde arm dan de trekarm die de peddel vooral begeleidt. Bij moderne peddels voor vlakwater komt de meeste kracht vanuit romp en schouders daar deze een beweging naar buiten toe vereist. Dit worden 'Wingpeddels' genoemd. Ook met de originele zgn. Groenlandpeddel is dat de meest effectieve slag om vooruit te komen.
[bewerken] Gebruik
Heden ten dage worden kajaks vooral gebruikt voor sport en ontspanning, zoals:
- Toervaren op vlakwater
- Toervaren op groot water met zgn. zeekajaks
- Wildwatervaren
- Snelheidswedstrijden op vlakwater: Sprint (een Olympische sport) en Marathon
- Kanoslalom (een Olympische sport)
- Wildwaterafdaling/afvaart
- Freestyle kajakken: sier- en stuntvaren op wildwater
- Branding- of surfkajakken
- Kanopolo
- Kajakvissen
De wedstrijdkajak voor vlakwater Sprint wedstrijden is 5,2 meter lang, heeft een roertje dat met de voeten bediend wordt, en is vandaag tot 39 cm breed. Hierbij ligt de beperking dat men steeds in de boot dient te zitten en niet op de boot. Hoe smaller je dus bent ook hoe smaller je boot kan zijn. Door deze kleine breedte is deze boot zeer onstabiel en het peddelen dient dan ook mede om zich recht te houden. Het minimale wedstrijdgewicht van dit type boten is 12 kg bij de vlakwater Sprint wedstrijden en bij Marathon onbeperkt. De éénpersoonsversie wordt K1 genoemd, de tweepersoons K2 en de vierpersoons K4.
De wedstrijdkajak voor Slalom is kort (3,5 meter) en zeer draaibaar (met één steek kan bijna een volledige draai van 360° worden gemaakt) en heeft geen roer onderaan, deze zou de snelle draai van de boot alleen maar afremmen.
Wedstrijdboten voor wildwaterafdaling/afvaart zijn minimaal 4,5 meter lang met een minimumgewicht van 8,5 kilogram. Door hun specifieke vorm zijn ze snel en te besturen door deze te kantelen naar één zijde.
Beroepsmatig worden kajaks onder andere gebruikt door speciale eenheden van de zeestrijdkrachten.
[bewerken] Zie ook
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Kayaks van Wikimedia Commons. |

