Vloek (krachtterm)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Affiche tegen het vloeken
Wijze waarop een scheldwoord of vloek in strips wordt verbeeld

Een vloek is een krachtterm die ontleend is aan het domein van de godsdienst, zoals in het Nederlands godverdomme of jezus. In ruimere zin kan vloek ook slaan op ieder soort krachtterm. Een bastaardvloek is een door klankverandering van een echte vloek afgeleide krachtterm, die daardoor beoogt minder aanstoot te geven, zoals potverdomme of jasses. Vloeken is het uiten van een vloek, of een ander soort krachtterm.

Inhoud

Typen [bewerken]

Nederlandse aan het domein van de godsdienst ontleende vloeken kunnen afgeleid zijn van:

  • Namen
    • God: god, mijn god, heremijngod, godmiljaar, godallemachtig, met de bastaardvloeken gods, gads, gatsie, gets, getsie, gossiemijne. Hiervan zijn ook afgeleid de interjecties goh en gossie.
    • Jezus: jezus en het Engelse leenwoord jesus, met de bastaardvloeken jasses, jesses, jeminee, jemig, jeez. Hiervan zijn ook afgeleid jakkes en de interjecties jee en jeetje.
    • Maria: maria, moeder gods
    • Jezus, Maria: jezus mina, jeminee
    • Duivel: duivels, verduiveld, met de bastaardvloek deksels
  • Formules
    • God verdoeme: godverdomme, verdomme, met de bastaardvloeken gadverdamme, gatsiedarrie, getsiederrie, potverdomme, potdorie, potjandorie, potverdikke, potverdriedubbeltjes, etc.
    • God zal me (...): godsamme, godsammekrake etc...
    • Ik ben verdomd als niet (...): verdomd (ook gebruikt als graadwoord)
    • (Frans) Au nom de Dieu: nondeju
    • (Frans) Sacre Dieu: sakkerju
    • (Frans) Par Dieu: alleen de bastaardvloek parbleu
  • Voorchristelijke religieuze elementen
    • Onweer: donders, bliksems, met de bastaardvloek blikskaters
    • (Duits) Donnerwetter

Status [bewerken]

Vloeken behoren als alle krachttermen tot het expressieve taalgebruik, waardoor ze niet in alle situaties bruikbaar of aanvaardbaar zijn.

Doordat vloeken ontleend zijn aan het domein van de godsdienst worden ze vaak als extra aanstootgevend ervaren. Vloeken die afgeleid zijn van het woord god of de naam Jezus kunnen door christenen gezien worden als in strijd met het derde gebod, dat het 'ijdel' gebruik van Gods naam verbiedt (Exodus 20:7); vloeken die afgeleid zijn van eedsformules kunnen gezien worden als in strijd met de aansporing in de bergrede om niet te zweren (Matteüs 5:33-37). In Nederland is er een organisatie, de Bond tegen het vloeken, die zich inzet voor respectvol taalgebruik zonder schelden en vloeken. Niet alleen christenen storen zich aan grove taal, ook niet-christenen kunnen vloeken als aanstootgevend ervaren. Niet-christelijke gelovigen kunnen een vloek ook als 'ijdel' gebruik van de naam van hun god zien. Strikte atheïsten kunnen iedere verwijzing naar godsdienst als storend ervaren.

Onder jongere generaties in Nederland maken vloeken geleidelijk plaats voor krachttermen die ontleend zijn aan het domein van het geslachtsverkeer.[1]

Vloeken en gezondheid [bewerken]

Het vloeken blijkt echter niet alleen een negatieve zijde te hebben. Proefpersonen die aangemoedigd werden te vloeken bleken een substantieel hogere pijngrens te hebben dan proefpersonen die niet vloeken. Dit verklaart mede waarom mensen vloeken als ze zich pijn doen. [2][3][4]

Vloeken in Nederland en België [bewerken]

Lexicoloog prof.dr. P.G.J. van Sterkenburg onderzocht het vloekgedrag van Nederlanders en Vlamingen. Aantal respondenten: 1000. In het voorjaar van 2008 verscheen zijn boek 'Krachttermen', waarin hij onder meer verslag doet van dit onderzoek. Boekgegevens: Piet van Sterkenburg, 'Krachttermen' (subtitel: Scheldwoorden, vervloekingen, verwensingen, beledigingen, smeekbeden en bezweringen). Groningse psychologen hebben met buitenlandse collega's geïnventariseerd welke scheldwoorden studenten uit elf verschillende landen gebruiken (International Journal of Intercultural Relations, maart 2008).

Literatuur [bewerken]

  • P.G.J. van Sterkenburg. 2001². Vloeken: een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie. Den Haag: Sdu Uitgevers. ISBN 90-12-09026-1.

Zie ook [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties