Assepoester
Assepoester (Frans: Cendrillon; Engels: Cinderella; Duits: Aschenputtel; Afrikaans: Aspoestertjie) is een oud volkssprookje dat thema's rondom onrechtvaardige behandeling en de overwinning daarvan bevat. In Europa zijn er vele varianten bekend.
Inhoud |
Oorsprong [bewerken]
De oude Grieks-Egyptische versie van Assepoester, waar de hoofdpersoon de naam Rhodopis draagt, wordt beschouwd als de oudste versie van het verhaal.[1] Het sprookje werd voor het eerst opgetekend door de Griekse geschiedschrijver Strabo in de eerste eeuw voor Christus.
De bekendste versie van Assepoester stamt uit 1697 en is afkomstig uit de bundel Sprookjes van moeder de gans van de Franse schrijver Charles Perrault. Deze versie was weer gebaseerd op een literair sprookje door Giambattista Basile (La Gatta cenerentola, 1634). Een andere bekende versie, waarin het meisje Aschenputtel wordt genoemd, is gepubliceerd door de Duitse gebroeders Grimm in de 19e eeuw. Het verscheen in hun serie Kinder- und Hausmärchen als nummer KHM21.
In de verhalen van Duizend-en-één-nacht staat het verhaal van de verloren enkelband, wat eigenlijk hetzelfde verhaal is.
In een preek over Efeziers 4:1-10 uit 1544[2] gebruikt Luther Assepoester (Aschenbrödel) als metafoor voor Maria die door God gekozen wordt in plaats van de rijke dochters van Annas en Kajafas.
Versie van Perrault [bewerken]
Het verhaal gaat over een meisje dat verplicht wordt al het werk te doen voor haar gemene stiefmoeder en haar twee gemene dochters. Omdat ze alle vuile karweitjes moet opknappen, zoals 's ochtends het aanmaken van de haard, wordt ze schertsend 'Assepoester' genoemd. Poesten is een Middelnederlands woord voor blazen. Als op een dag een brief van de koning beveelt dat alle meisjes uit het hele land naar het bal moeten komen zodat zijn zoon, de prins, kan trouwen met het meisje van zijn dromen, blijkt nogmaals de onrechtvaardige stiefmoederlijke behandeling van Assepoester. De dochters van de gemene stiefmoeder krijgen mooie jurken, Assepoester moet het met lompen stellen en wordt zo verhinderd naar het bal te kunnen gaan.
Een goede fee tovert haar echter een baljurk met glazen muiltjes en tovert een pompoen en een stelletje muizen om tot een koets met paarden. Ze charmeert de prins uitermate, doch niemand herkent Assepoester. Om middernacht wordt de betovering echter verbroken en ontvlucht zij het paleis, waarbij ze de derde nacht één van haar glazen muiltjes verliest. De prins vindt het muiltje en zweert dat hij het bijzondere meisje zal vinden om met haar te trouwen.
Vele meisjes proberen uit alle macht hun voet in het schoentje te wringen, maar uiteindelijk past alleen Assepoester de schoen. En zoals het een sprookje betaamt, leefden Assepoester en haar prins nog lang en gelukkig.
De glazen muiltjes [bewerken]
De glazen muiltjes van Assepoester waren eigenlijk van eekhoornbont. Het bont van de tweekleurige Russische eekhoorn heet in het Frans vair en is onder die naam ook in de heraldiek bekend. Dit woord klinkt in het Frans hetzelfde als verre (glas). Bij het vertellen van het verhaal zouden Assepoesters sloffen, door de generaties van vertellers of wellicht door Perrault zelf, in glazen muiltjes zijn veranderd.
In de versie van de gebroeders Grimm gaat het om muiltjes met borduursel, Assepoester verliest op de derde avond een gouden muiltje op de trap.
Versie van Grimm [bewerken]
De vrouw van een rijke man wordt ziek en ze vraagt haar dochtertje altijd goed en vroom te blijven, dan zal God haar helpen. De moeder belooft vanuit de hemel op haar dochtertje te blijven letten en sterft. Het volgende voorjaar huwt de vader een nieuwe vrouw en krijgt met haar twee dochtertjes. Ze zijn mooi, maar hebben een lelijk hart. De oudste dochter wordt behandeld als een keukenmeid en ze moet zich in lompen kleden. De boze zusters gooien erwten en linzen in de as, die de oudste zus op handen en knieën weer opraapt. Ze heeft geen bed, maar moet slapen in de as naast de haard en wordt daarom Assepoester genoemd. De vader gaat naar een jaarmarkt en de oudste dochters vragen edelstenen en mooie kleren. Assepoester wil graag het eerste twijgje dat op zijn reis tegen de hoed van vader stoot als cadeau.
Een hazelaartwijg strijkt langs de hoed en thuis geeft hij de cadeaus aan zijn dochters. Assepoester plant de hazelaar op het graf van haar moeder en begint te huilen. De tranen vallen op de twijg en hij groeit op tot een mooie boom. Driemaal daags gaat Assepoester naar het graf en bidt, een wit vogeltje vervult al haar wensen. De koning geeft een feest dat drie dagen zal duren en alle mooie meisjes worden uitgenodigd. De koningszoon zal namelijk een bruid kiezen en de zussen laten Assepoester helpen als ze zich mooi maken voor het feest. De stiefmoeder geeft Assepoester pas toestemming naar het als ze binnen twee uur vele linzen uit de as haalt.
Assepoester roept de tortelduifjes uit de hemel en laat de goede linzen in de gaarbak en de slechte in de keelzak werpen. Vele vogels komen aangevlogen en ze verdelen de linzen, binnen een uur is het werk gereed. Het meisje brengt de schaal naar haar stiefmoeder, maar moet dan tweemaal zoveel linzen uit de as halen. Opnieuw roept Assepoester de duifjes en de linzen worden verdeeld. Binnen een half uur is het werk gereed en Assepoester brengt de twee schalen naar haar stiefmoeder. Maar dan geeft de stiefmoeder nog steeds geen toestemming, omdat Assepoester geen mooie kleren heeft en niet kan dansen.
Assepoester gaat naar de hazelaar op het graf van haar moeder en roept "boompje schud heen en weer, stort goud en zilver op mij neer". De vogels gooien een gewaad van goud en zilver naar beneden en muiltjes die met zijde en zilver zijn geborduurd. Assepoester gaat naar het feest en haar zussen en stiefmoeder herkennen haar niet. De koningszoon danst de hele avond met haar en wil haar thuisbrengen, maar ze springt in de duiventil en ontkomt. De koningszoon praat met de vader en hij vraagt zich af of het mooie meisje zijn dochter kan zijn. De duiventil wordt doormidden gehakt, maar niemand wordt gevonden.
Assepoester is al naar de hazelaar gerend en heeft haar grijze jakje weer aangetrokken. De volgende dag gaat ze opnieuw naar de hazelaar en komt in een nog mooiere jurk naar het feest. Opnieuw danst de koningszoon alleen met haar en hij wil haar volgen, om te zien waar ze woont. Assepoester kan ontkomen en klimt in een perenboom. De vader vraagt zich opnieuw af of het mooie meisje zijn dochter is en de boom wordt omgehakt. Assepoester is echter al thuis en zit in de keuken in haar grijze jakje. De derde dag gaat ze weer naar het boompje en krijgt een nog mooier gewaad dan de vorige dag. Ze heeft nu gouden muiltjes en alle gasten zijn sprakeloos als ze haar zien.
De koningszoon danst de derde avond opnieuw alleen met Assepoester en hij heeft de hele trap met pek laten besmeren, zodat Assepoester niet kan ontkomen zoals de vorige avonden. Het linkermuiltje van Assepoester blijft steken op de trap en de koningszoon ziet dat het klein en sierlijk is. De volgende ochtend laat de koningszoon het meisje zoeken in zijn rijk. Alleen de vrouw die het muiltje past, zal zijn vrouw kunnen worden. De twee stiefzussen van Assepoester passen de muil, maar de voeten zijn te groot. De stiefmoeder pakt een mes en hakt de teen van haar dochter af, als koningin hoeft het meisje toch niet meer te lopen. De stiefzus verbijt haar pijn en gaat naar de koningszoon. Hij rijdt met het meisje naar het kasteel, maar komen langs het graf en twee duifjes zitten in de hazelaar.
De duifjes roepen dat het niet de ware bruid kan zijn, de muiltjes zijn veel te klein. De koningszoon ziet dan het bloed uit het muiltje lopen en brengt de valse bruid weer thuis. De andere zuster hakt een stuk van haar hiel af op aanraden van haar moeder en stapt met veel pijn in het muiltje. Ook zij wordt meegenomen op het paard van de koningszoon, maar de duifjes waarschuwen opnieuw. De koningszoon ziet dat de kousen van dit meisje rood kleuren en ook zij wordt thuisgebracht. De koningszoon vraagt de vader of hij niet nog een dochter heeft en hij vertelt over het onooglijke oudste meisje. Assepoester wordt geroepen en ze wast haar handen en gezicht en buigt voor de koningszoon. Ze doet haar zware houten klomp uit en trekt het muiltje aan.
De koningszoon herkent het mooie meisje van het bal en neemt haar mee. De duifjes gaan op de schouders van Assepoester zitten en gaan mee naar het kasteel. Tijdens de bruiloft komen de valse zusters, ze willen profiteren van het geluk van Assepoester. De oudste zuster loopt rechts en de jongste loopt links van de stoet. De duiven pikken elk één van de ogen uit en op de terugweg loopt de oudste links en de jongste rechts. De duiven pikken nu ook de andere ogen uit en de zussen worden levenslang voor hun valsheid gestraft met blindheid.
Achtergronden [bewerken]
- Het sprookje opgetekend door de gebroeders Grimm komt uit Hessen en is samengesteld uit drie verhalen, waarvan één uit Zwehrn.
- Het sprookje is verwant met Eenoogje, tweeoogje en drieoogje (KHM130). Ook hier speelt een boom die goud en zilver geeft een rol.
- In de versie van de gebroeders Grimm krijgt Assepoester drie soorten muiltjes, ze verliest een gouden muiltje.
- Assepoester betekent "zij die in de as blaast om het vuur aan te wakkeren". Dit wordt uitgelegd als de nederigste plaats, maar ook juist degene die voor het heilige haardvuur zorgt (een priesteres).
- Het verhaal begint met de moeder die sterft, zie ook De drie mannetjes in het bos (KHM13), Van de wachtelboom (KHM47), Sneeuwwitje (KHM53), Bontepels (KHM65) en Het klosje, de schietspoel en de naald (KHM188).
- Assepoester houdt in de versie van de gebroeders Grimm een band met haar overleden moeder en het hemelse rijk, de duiven zijn er boden van. Er komt in deze versie geen goede fee voor.
- Het dier als helper komt in heel veel sprookjes voor;
- een beer in De twee gebroeders (KHM60)
- een bij in De bijenkoningin (KHM62) en De twee reisgezellen (KHM107)
- duiven in De drie talen (KHM33) en De oude vrouw in het bos (KHM123)
- een eend in Hans en Grietje (KHM15), De bijenkoningin (KHM62) en De twee reisgezellen (KHM107)
- een geit in Eenoogje, tweeoogje en drieoogje (KHM130)
- een haan in De drie gelukskinderen (KHM70)
- een haas in De twee gebroeders (KHM60)
- een hond in De drie talen (KHM33) en De oude Sultan (KHM48)
- een kat in De drie gelukskinderen (KHM70) en De arme molenaarsknecht en het katje (KHM106)
- een leeuw in De twee gebroeders (KHM60), De twaalf jagers (KHM67) en De koningszoon die nergens bang voor was (KHM121)
- mieren in De witte slang (KHM17) en De bijenkoningin (KHM62)
- een ooievaar in De twee reisgezellen (KHM107)
- een paard in De ganzenhoedster (KHM89)
- een pad in De drie veren (KHM63) en De ijzeren kachel (KHM127)
- een raaf in De witte slang (KHM17) en Het boerke (KHM61)
- een schimmel in Fernand getrouw en Fernand ontrouw (KHM126)
- een slang in De drie slangenbladeren (KHM16) en De witte slang (KHM17)
- een veulen in De twee reisgezellen (KHM107)
- een vis in De witte slang (KHM17), Van de visser en zijn vrouw (KHM19), De goudkinderen (KHM85), Fernand getrouw en Fernand ontrouw (KHM126) en Het zeehaasje (KHM191)
- een vogel in De drie talen (KHM33) en De roverbruidegom (KHM40)
- een vos in De gouden vogel (KHM57), De twee gebroeders (KHM60) en Het zeehaasje (KHM191)
- een wolf in De twee gebroeders (KHM60)
- Ook in De twee reisgezellen (KHM107) worden ogen uitgestoken.
- De twee duiven die de ogen van de jaloerse zusters uitpikken, doen denken aan Huginn en Muninn (de raven van Odin. Ook zij oordelen over de daden van de mensen.
- In Rhodopis brengt de valkgod Horus één van de slippers van het meisje naar de farao, hij herkent hierin een teken van de god en laat het meisje zoeken in zijn rijk. Het Oog van Horus is het alziend oog.
- Denk aan de uitdrukking "wie de schoen past, trekke hem aan".
- De drie feesten komen in veel sprookjes voor, zie bijvoorbeeld Bontepels (KHM65), De ware bruid (KHM186) en Schaapsvel (een sprookje uit Vlaams-Brabant).
- Assepoester moet de as opvegen in de keuken en gaat driemaal naar het bal, waarna ze haar glazen muiltje verliest en hiermee gevonden kan worden. Bontepels kan haar sterrengewaad niet meer uittrekken na haar derde dans en de koning herkent haar hier aan, zodra hij haar mantel uit trekt.
- De drie mooie gewaden zijn een gift van de overleden moeder, ze verwijzen naar het spinnen van de levensdraad. Zie de De drie spinsters (KHM14) en de drie Nornen uit de Noordse mythologie, meisje, dame en oude vrouw. Denk ook aan de drie goede feeën uit Doornroosje (KHM53), de draad van Ariadne en het labyrint van de Minotaurus en Moira, de drievoudige schikgodin uit de Griekse mythologie. Frigg spint de wolken en Vrouw Holle schudt haar beddengoed, zodat sneeuwvlokjes (of veren) verschijnen. Zie ook triade en moedergodin.
- In Engeland is Little Polly Flinders (who sat among the cinders - die zat tussen de sintels) bekend.
- De Oud-Noorse Assepoester wordt Askungen (ask = as / unge = kind) genoemd, zij is telg van de edele es Yggdrasil.
- Het Indonesische verhaal Op zoek naar Candra Kirana heeft overeenkomsten. Ook hier wordt een meisje slecht behandeld en haar pleegzussen willen trouwen met een mysterieuze man, die echter op zoek is naar een speciale vrouw.
- Middernacht is het tijdstip waarop vaak griezelige of magische dingen plaatsvinden. Het speelt in de volgende verhalen een rol; in Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen (KHM4) maakt de jongen een vuur, Zusje kan haar kind alleen zien rond middernacht in een versie van Broertje en zusje (KHM11), de reus slaat het bed doormidden in Het dappere snijdertje (KHM20), in De gouden vogel (KHM57) worden appels gestolen, de jongen vindt de reuzen in De volleerde jager (KHM111), de duivels dobbelen in De koningszoon die nergens bang voor was (KHM121), de draak komt thuis in De duivel en zijn grootmoeder (KHM125), de betovering wordt verbroken in Het boshuis (KHM169), het uiterlijk van het meisje verandert in De ganzenhoedster aan de bron (KHM179), de rovers komen thuis in De avonturen van een soldaat, in Het verhaal van Schele Guurte arriveren Berend met de honden en Derk met de beer op kerstavond met de Wilde Jacht.
Bewerkingen [bewerken]
- Het verhaal werd als animatiefilm in 1951 door de Walt Disney Company uitgebracht onder de titel Cinderella (zie ook: Assepoester).
- Voorts werd er een televisiemusical Cinderella geschreven door Rodgers & Hammerstein.
- Rossini schreef de opera La cenerentola, Sergej Prokofjev schreef een ballet Cinderella.
- Van Assepoester is in 1999 door Studio 100 een musicalbewerking gemaakt, waarin Maike Boerdam de rol van Assepoester en Chris Van Tongelen de rol van Prins vertolkte.
- In 2007/2008 werd in het Efteling Theater de musical Assepoester opgevoerd, naar de televisiemusical van Rodgers & Hammerstein, geproduceerd door de Efteling in samenwerking met V&V Entertainment. Na de speelperiode in Nederland was de voorstelling ook in Antwerpen te zien.
- In de film Shrek the Third (2007) speelt Assepoester ook een rol. Ze is in de film een lichtelijk nerveus type dat de hele dag alles schoonmaakt.
- In de tweede serie van de Sprookjesboom van Efteling Media speelt Assepoester ook een rol.
- In de film A Cinderella Story is het verhaal van Assepoester verwerkt. Ook in het vervolg Another Cinderella Story komt het verhaal voor.
- De film "Ever After" gebruikt het sprookje als hoofdthema.
- In The 10th Kingdom komt koningin Assepoester voor.
- In de musical Into the woods van Stephen Sondheim is Assepoester één van de sprookjes die voorkomt. Het sprookje kruist andere verhaallijnen, zoals die van Sjaak en de Bonenstaak, Raponsje en Roodkapje. In de 2e akte is te zien wat er met Assepoester gebeurt na "En ze leefden nog lang en gelukkig".
Trivia [bewerken]
- In 2009 opende in de Efteling Assepoester als het 26e sprookje in het Sprookjesbos.
Referenties [bewerken]
- ↑ (en) "The Egyptian Cinderella"
- ↑ Luthers Epistelauslegung 3 Die briefe an die Epheser, Philliper und Kolosser blz. 53 Göttingen 1973 ISBN 3525556314, preek aldaar overgenomen uit W.A. 49, 615-620
| Zie de categorie Cinderella van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |