Perzik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Perzik
Autumn Red peaches.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht: Prunus (Prunus)
soort
Prunus persica
(L.) Batsch (1801)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
De ontwikkeling van een perzik over de loop van zeven en een halve maand, van de vroege winter tot het midden van de zomer. Foto's genomen bij East Gippsland in de Australische deelstaat Victoria

De perzik (Prunus persica) is een boomsoort en een populaire vrucht. Ze bevat een harde houten pit net als de abrikoos, de pruim en de kers. Technisch zijn dit alle steenvruchten. De perzik is zelffertiel, en kan dus zichzelf bevruchten.

De perzik wordt voornamelijk gekweekt in Perzië (Iran) en de omgeving van de Middellandse Zee. De naam Perzik betekent Perzisch. Perziken komen oorspronkelijk uit China, maar zijn via Perzië in Europa terechtgekomen.

De schil voelt een beetje pluizig aan. Een vorm zonder deze pluizige schil heet een nectarine. Behoudens de schil bestaat er geen wezenlijk verschil tussen perziken en nectarines. Een nectarine is dus geen kruising tussen een perzik en een pruim, zoals soms wordt verondersteld.

Binnen de rassen wordt wel onderscheid gemaakt naar de kleur van het vruchtvlees: wit, geel of rood. Veel witvlezige rassen staan er om bekend dat ze beter smaken dan de geelvlezigen, maar een nadeel is dat ze veelal slechter tegen transport kunnen.

Teelt in Nederland[bewerken]

In Nederland werden vroeger perziken onder glas geteeld. Deze teelt is nagenoeg verdwenen omdat de Nederlandse kasperziken qua kostprijs niet konden concurreren met de perziken die in Zuid-Europa gewoon buiten groeien.

Ook buiten een kas is teelt in Nederland wel mogelijk, zeker als de boom op een beschutte plaats staat (bijvoorbeeld tegen een zuidmuur). Perziken bloeien in Nederland buiten al zeer vroeg (in april), waardoor er een grotere kans bestaat op bevriezing van de bloemen door nachtvorst. Daardoor kan de oogst van buitenperziken wisselvallig zijn. Indien de bloemen niet door nachtvorst zijn beschadigd, kan de vruchtzetting zeer overvloedig zijn. Ruime vruchtdunning is dan noodzakelijk, zodat de overblijvende vruchten voldoende gelegenheid krijgen om volledig uit te groeien en alleen dan een goede kwaliteit zullen krijgen.

Vermeerdering[bewerken]

Sommige oude rassen zijn zaadvast. Dat wil zeggen dat de zaailingen van deze rassen (vrijwel) hetzelfde terugkomen als de moederboom. Uiteraard moet de bloesem dan wel zijn bestoven met stuifmeel van dezelfde boom. Het uitzaaien van zaadvaste rassen is alleen interessant voor particulieren die niet de mogelijkheid hebben om te enten.

Vrijwel alle moderne rassen kunnen alleen vegetatief worden vermeerderd door enten op een onderstam. De pruimenonderstam St. Julien-A wordt in Nederland hiervoor het meest gebruik. Deze onderstam geeft aan de boom een tamelijk sterke groeikracht. Ook kunnen zaailing-perziken als onderstam worden gebruikt. De groeikracht van zaailingen kan echter onvoorspelbaar en variabel zijn. De meeste bomen op zaailing-onderstam groeien echter sterk.

In Duitsland is de zwakker groeiende onderstam Pumi-Selekt in opkomst. Dit is een virusvrije selectie uit de soort Prunus pumila. Bomen op deze onderstam bereiken uiteindelijk een kroonvolume van ongeveer 50% ten opzichte van bomen op onderstam St. Julien-A. Dit is interessant voor particulieren met een kleine tuin of voor intensieve commerciële beplantingen. Pumi-Selekt is ook verenigbaar met nectarines en abrikozen, doch niet met pruimen.

De oude pruimenonderstam Gele Kroos geeft eveneens een zwakke groei aan de boom. Deze onderstam werd voorheen wel gebruikt voor de teelt van perziken onder glas. Deze onderstam is echter gevoelig voor virusaantasting en geeft bovendien veel wortelopslag onder de bomen.

Rassen[bewerken]

Perzikbloemen
Perziken aan boom
Wilde perziken

PERZIK

Voor de buitenteelt van perziken in Nederland kunnen de volgende rassen worden gebruikt:

  • Amsden (ofwel Amsden June): Oud ras (1868), afkomstig uit de VS. De waarde van dit ras zit hem vooral in het vroege rijpingstijdstip, namelijk half tot eind juli buiten. De vruchten zijn niet buitengewoon groot en hebben wit vruchtvlees dat vast zit aan de steen. De smaak is matig tot redelijk. Matig sterke groeier. Ook geschikt voor de teelt in de kas. Binnen de groep van oude perzikrassen heeft deze een wat mindere vatbaarheid voor de perzikkrulziekte.
  • Revita: Dit nieuwe ras is afkomstig uit Baden, Duitsland. Rijpt buiten al in juli. Sterke groeikracht. Grote lichtroze bloesems met een hoge sierwaarde. Goede productiviteit. Middelgrote witvlezige vruchten met rode blos. De steen zit vast in het vruchtvlees. Dit ras wordt wel aangeprezen vanwege de geringere vatbaarheid voor de perzikkrulziekte, doch helaas is de kwaliteit van de vruchten zeer matig.
  • Avalon Pride: Nieuw ras dat is gevonden in de VS. Rijpt al vrij vroeg, omstreeks eind juli. Middelgrote tot grote vruchten met een grote rode blos. Het lichtgeel gekleurde vruchtvlees is goed van smaak en kan soms iets aan de steen hechten. Van dit ras is inmiddels bewezen dat deze een zeer goede resistentie heeft tegen de perzikkrulziekte, ook onder Nederlandse omstandigheden. Daarom is dit een waardevol ras voor particuliere tuinen !
  • Charles Ingouf: Afkomstig uit Frankrijk (1896). Rijpt eerste helft van augustus. Fraai gekleurde witvlezige vruchten met een steen welke los in het vruchtvlees ligt. Smakelijk. Kan erg vruchtbaar zijn en moet dan sterk worden gedund. Sterke groeikracht. Vatbaar voor de perzikkrulziekte.
  • Peregrine: Afkomstig uit Engeland (1906). Kan vanaf de derde week van augustus geoogst worden en heeft fraai gekleurde witvlezige vruchten met een goede smaak. De steen ligt los in het vruchtvlees. De boom groeit matig sterk. Ook geschikt voor de teelt in de kas. Vatbaar voor de perzikkrulziekte.
  • Redhaven: Afkomstig van de Michigan State University in de VS (1940) en wereldwijd zeer bekend geworden. Rijpt in Nederland ongeveer gelijk met Peregrine. Ronde middelgrote aantrekkelijke vruchten met lichte beharing. Tamelijk stevig geel gekleurd vruchtvlees met een goede smaak en met een rode tint rondom de los liggende steen. Zeer geschikt voor zowel verse consumptie als inmaak. Kan erg vruchtbaar zijn en moet dan sterk worden gedund. Vatbaar voor de perzikkrulziekte.
  • Champion: Afkomstig uit de VS (1890). Rijpt gelijk met tot iets later dan Peregrine. Zeer grote sterk behaarde vruchten met weinig blos. Door de geringe blos en de sterke beharing is het uiterlijk minder aantrekkelijk, echter het witte vruchtvlees smaakt goed. Zeer sterke groeikracht. Kan erg vruchtbaar zijn en moet dan sterk worden gedund. Ook geschikt voor de teelt in de kas. Vatbaar voor de krulziekte.
  • Vaes Oogst (ofwel Half Oogst): Afkomstig uit België. Rijpt wat later dan Peregrine. Vrucht witvlezig met redelijke smaak. Sterke groeikracht. Vatbaar voor de perzikkrulziekte.
  • Benedicte (ofwel Meydicte): Een nieuw ras uit Frankrijk. Omstreeks 1988 gevonden en omstreeks 1995 geïntroduceerd. Geeft kleine donkerroze bloesems met weinig sierwaarde. Rijpt in de eerste helft van september. Geeft zeer fraaie grote tot zeer grote vruchten met een mooie rode blos en relatief lichte beharing. Het wit gekleurde vruchtvlees heeft een redelijk los liggende steen en is sappig met een zeer goede smaak. Goede productiviteit. Is wat minder vatbaar voor de perzikkrulziekte, doch helaas is de resistentie onder Nederlandse omstandigheden niet altijd toereikend.
  • Wassenberger, Kernechter vom Vorgebirge, Roter Ellerstädter en Reine de Vergers zijn allen oude zaadvaste rassen welke zo veel gelijkenis vertonen dat deze tot dezelfde groep worden gerekend. Veelal betreft het lokale typen, ontstaan doordat er variatie aanwezig is tussen de uitgezaaide exemplaren van deze (min of meer) zaadvaste rassen. Door voortdurende selectie is de Wassenberger waarschijnlijk het meest aangepast aan het Nederlandse klimaat. De naam van de Wassenberger is waarschijnlijk te herleiden naar het Duitse dorp Wassenberg dat vlak over de Nederlandse grens ligt tussen het Limburgse Vlodrop en het Duitse Erkelenz. De vruchten rijpen in de eerste drie weken van september en zijn middelgroot, wit vruchtvlees met rood om de losse pit. Goede smaak, al kan de kwaliteit afnemen als gevolg van de weersomstandigheden in die tijd van het jaar. Krachtige groei. Kan erg vruchtbaar zijn en moet dan sterk worden gedund. Regelmatig wordt gerapporteerd dat de rassen uit de Wassenberger-groep minder vatbaar zouden zijn voor de perzikkrulziekte.
  • Fertile de Septembre (RGF): Eveneens een oud zaadvast ras van onbekende herkomst. Rijpt de tweede helft van september met middelgrote tot grote bruinrood gekleurde vruchten met groenwit vruchtvlees. De kwaliteit is afhankelijk van de weersomstandigheden in die tijd van het jaar. Gemiddeld vatbaar voor de perzikkrulziekte en weinig vatbaar voor monilia. Kan erg vruchtbaar zijn en moet dan sterk worden gedund.
  • De wilde perzik, ook wel bekend als Paraquayos, platte perzik of Spaanse kraag (vanwege de vorm), is een platte, vaak wat onregelmatig gevormde vrucht, oorspronkelijk uit het zuiden van China.[1] De vrucht ligt goed in de hand en is door zijn vorm ook makkelijk te stapelen in de winkelpresentatie. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is de wilde perzik meestal gekweekt in landen als Spanje, Portugal, Italië en Nieuw-Zeeland.

NECTARINE

Voor het planten van nectarines kan in Nederland gewoonlijk slechts gekozen worden uit een zeer beperkt aantal rassen. Het bekendste ras is:

  • Madame Blanchet: Een ras van Nederlandse oorsprong (omstreeks 1935). Rijpt begin september. De vruchten hebben een rode blos met wit vruchtvlees en los liggende steen. Ze blijven wat kleiner dan de moderne perzikenrassen. Goede smaak.

Ziekten[bewerken]

Krulziekte

De perzik is zeer vatbaar voor de perzikkrulziekte, veroorzaakt door Taphrina deformans.

Veel bomen hebben tevens last van de gomziekte door uitputting ten gevolge van krulziekte of te veel vruchten. Pleksgewijs treedt er uit takken en de stam vocht uit dat opdroogt tot bruingekleurd gom.

Voetnoten[bewerken]

  1. The Encyclopedia of Fruit and Nuts, blz. 720, redactie door Jules Janick en Robert E. Pauli, CABI, 2008, ISBN 9780851996387, (zie hier)