Broertje en zusje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Broertje en zusje, afgebeeld in Kinder- und Hausmärchen van de Gebroeders Grimm uit 1857
Broertje en zusje, Berlijn
Zusje
Zusje
Stamps of Germany (DDR) 1970, MiNr Kleinbogen 1545-1550.jpg

Broertje en zusje is een minder bekend sprookje, opgetekend door de gebroeders Grimm in Kinder- und Hausmärchen met het nummer KHM11.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Een broer en een zus besluiten weg te lopen omdat ze inwonen bij hun nare stiefmoeder, die de hond nog beter behandelt dan hen. In een bos aangekomen overnachten ze in een holle boom en de volgende ochtend gaan ze op zoek naar een bron om te drinken. Wat de twee niet weten, is dat hun stiefmoeder, een gemene heks, al het water in de omgeving heeft betoverd. Zusje hoort in het water "Wie mij drinkt wordt een tijger" en waarschuwt haar broertje dat hij haar zal verscheuren, en hij drinkt niet alhoewel hij veel dorst heeft.

Ze lopen door en komen bij een andere bron, waar het zusje hoort "Wie mij drinkt wordt een wolf". Opnieuw waarschuwt zusje haar broertje, en opnieuw lopen beide kinderen door. Bij de derde bron hoort zusje "Wie mij drinkt wordt een ree" en ze waarschuwt haar broertje dat hij bij haar weg zal lopen als hij drinkt. Maar broertje drinkt toch gulzig, zodat hij in een reekalfje verandert. Ze huilen samen en het meisje vertelt dat ze haar broertje nooit in de steek zal laten, ze doet haar gouden kousenband af en bindt deze om de hals van het reetje. Met biezen vlecht ze een koord en bindt het diertje vast en loopt met hem het bos in. Na een tijdje komen ze bij een huisje in het bos waar ze gaan wonen. Ze zijn lang alleen in de wildernis.

Broertje en zusje
Zusje
Zusje

De koning organiseert een jachtpartij in het bos en het reetje wil kijken wat dit is, hij smeekt om te mogen kijken. Zusje wil dat hij 's avonds terugkomt en blijft zelf binnen met de deur op slot, ze zal de deur alleen voor hem openen als hij vertelt wie hij is. De koning ziet het reetje en volgt hem, maar kan hem niet pakken. Het reetje komt 's avonds terug en wordt binnengelaten. De volgende ochtend begint de jacht opnieuw, en het reetje gaat opnieuw kijken. Opnieuw ziet de koning met zijn jagers het reetje met de gouden halsband en ze jagen het na en het dier raakt gewond aan zijn poot. Een jager volgt hem naar het huisje en hoort hoe hij vraagt om binnengelaten te worden.

De jager vertelt de koning wat hij gezien heeft, en zusje schrikt als ze ziet dat het reetje gewond is geraakt. Ze verzorgt hem met kruiden en de volgende ochtend wil het reetje opnieuw naar buiten. Zusje huilt en is bang om alleen achter te blijven in het bos, maar het reetje kan de jachthoorn niet weerstaan. Verdrietig opent zusje de deur en het reetje gaat naar buiten. De koning geeft opdracht het reetje de hele dag te volgen, maar hij mag niet gewond raken en als het donker wordt laat de koning zich door de jager naar het huisje brengen. Hij ziet het mooiste meisje dat hij ooit heeft gezien en ze schrikt als het niet haar broertje is die de deur open liet doen. De koning vraagt of ze zijn vrouw wil worden en neemt haar mee naar zijn paleis. Ook het reetje mag meekomen, hij komt later aan, en ze bindt hem vast aan het biezen koord.

Op het paard van de koning wordt ze naar het paleis gebracht en ze zijn gelukkig samen. De boze stiefmoeder denkt dat het zusje door wilde dieren is verscheurd in het bos, en dat broertje is doodgeschoten door de jagers. Ze hoort dat zij echter gelukkig zijn en wordt jaloers en wil hen in het ongeluk storten. Haar eigen dochter is zo lelijk als de nacht en heeft slechts één oog, zij vindt dat zij recht had om koningin te worden. De koningin bevalt van een jongetje als de koning op jacht is. De heks gaat als kamenier naar haar kamer en vertelt dat het bad klaarstaat voor de zieke. Ze dragen de zwakke koningin naar de badkamer en doen de deur op slot. Maar in de badkamer is een vuur gemaakt en de jonge koningin zal stikken.

De oude vrouw legt haar dochter in bed en zet haar een muts op, enkel het missende oog kan ze haar niet teruggeven. De koning komt terug en hoort dat er een zoontje geboren is, hij wil naar zijn vrouw maar de gordijnen rond het bed moeten dicht blijven van de oude vrouw. Om middernacht ziet de kindermeid de echte koningin binnenkomen als ze naast de wieg waakt. De koningin haalt haar kind uit de wieg en geeft het te drinken, ze schudt de kussens op en legt hem terug en dekt hem toe met een dekentje. Ook het reetje aait ze over zijn rug en ze verlaat zwijgend de kamer. Dit gebeurt vele nachten, maar de kindermeid durft niemand iets te vertellen. Dan begint de koningin 's nachts te spreken en zegt: hoe vaart mijn kind, hoe vaart mijn ree, ik kom nu nog tweemaal en dan nooit meer.

De kindermeid zegt niks, maar vertelt de koning wel wat er is gebeurd. De koning besluit de volgende nacht bij het kind te waken, hij ziet de koningin en hoort de tekst. De volgende nacht herhaalt het zich opnieuw, de koning loopt op zijn vrouw af en zegt dat zij zijn vrouw moet zijn. Ze krijgt door Gods genade haar leven terug en staat fris en gezond voor hem. Ze vertelt wat de boze heks en haar dochter hebben gedaan en de koning laat hen voor de rechter brengen. De dochter wordt naar het bos gebracht, waar ze verscheurd wordt door de wilde dieren. De heks wordt in het vuur gelegd en moest jammerlijk verbranden, als ze verandert in as krijgt het reetje zijn menselijke gedaante terug en zusje en broertje leven gelukkig samen.

Andere versie[bewerken]

Als de prins op reis is, neemt de stiefmoeder wraak. Ze spreekt opnieuw een vloek uit, waardoor de prinses haar kind en broertje alleen rond middernacht mag zien. Als de prins terug thuiskomt, treft hij zijn vrouw diepbedroefd aan. Onmiddellijk stuurt hij zijn beste jager op de stiefmoeder af, die haar doodt.

Door haar dood worden alle vervloekingen ongedaan gemaakt: broertje krijgt opnieuw zijn oorspronkelijke gedaante en zusje kan haar kindje nu de hele dag bewonderen.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Grimm, volledige uitgave

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui