Oscar Carré

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mausoleum van Oscar Carré op Zorgvlied.

Oscar Carré (Halberstadt, 22 december 1845 - Kopenhagen, 29 juni 1911) was een zoon van Wilhelm Carré en de Nederlandse paardrijdster Cornelia Adriana de Gast (artiestennaam: Kätchen Carré). Oscar was verantwoordelijk voor de bouw van het beroemde Circustheater Carré.

Carré was lid van een Duitse circusfamilie. In 1863 kwam de familie Carré naar Nederland. Oscar nam in 1869 het stokje van zijn vader over. Hij bouwde het circus uit tot een groot succes en liet vele vaste circustheaters bouwen, eerst in Wenen (1873) en in Keulen (1878) en ten slotte ook in Amsterdam. Naast Duits, Engels en Russisch sprak hij ook vlot Nederlands. Carré maakte aanvankelijk gebruik van een houten circusgebouw, dat in 1880 op last van de gemeente wegens brandgevaar moest worden afgebroken. Carré besloot een stenen circusgebouw op te richten, maar pas na jarenlang ambtelijk touwtrekken kreeg hij in 1886 de vereiste bouwvergunning. Via obligaties lukte het hem de benodigde bouwsom van 300.000 gulden bijeen te krijgen; in april 1887 werd met heien begonnen en reeds 8 maanden later kon het gebouw worden opgeleverd. Op 2 december 1887 werd het Circus Carré theater in Amsterdam door Oscar geopend. In dit theater werden tijdens de jaarlijkse kermis paardenshows te geven. Carré bleef ook in het buitenland optreden, waarvoor hij zijn hele circus met een eigen trein vervoerde. De trein kwam in 1891 in Duitsland in botsing met een goederentrein, waarbij zijn vrouw Amalia om het leven kwam en twee van zijn kinderen alsook een van zijn ruiters zo zwaargewond raakten dat zij niet meer konden optreden. Slechts 4 dagen later trad Oscar noodgedwongen alweer met zijn circus op. De loopbaan van Carré wordt onder andere beschreven in het mooie album "De bonte droom van het Circus", dat in 1956 in zeer grote oplage door het Nederlands Zuivelbureau werd uitgegeven en nog steeds gemakkelijk antiquarisch te verkrijgen is. Hierin wordt onder andere verteld dat Carré in 1897 in Scheveningen, na het overlijden van zijn tweede vrouw en in het zicht van een faillissement (onder andere door toenemende concurrentie van het variété), niet kon verdragen dat zijn geliefde Trakehner hengsten in vreemde handen zouden komen, en dat hij ze daarom naar de duinen leidde en doodschoot. Aan de waarheid van dit verhaal wordt echter sterk getwijfeld, zoals in de documentaire ”Circushart”, op 24 december 2012 en 6 januari 2013 door de NTR uitgezonden, wordt beschreven. Oscar Carré kreeg toenemend gezondheidsproblemen en overleed in 1911 op 65-jarige leeftijd. Het circus beleefde zware tijden, onder andere door de opkomst van de bioscopen. Ironisch genoeg was Oscar Carré, naast circusdirecteur met een goed gevoel voor publiciteit en een fenomenaal paardendresseur, tevens filmpionier, die enkele van de oudste Nederlandse filmbeelden (onder andere de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898) op zijn naam heeft staan. Het circus ging uiteindelijk alsnog failliet, maar het werk van Oscar werd door zijn nakomelingen voortgezet en zijn kleinzoon en achterkleindochter treden nog steeds op.