Sinterklaas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Sinterklaas (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Sinterklaas.
Sinterklaas tijdens het Het Feest van Sinterklaas, 2007
Tekening van de Heilige Nicolaas uit de 16e eeuw (omgeving van Hans Bock)

Sinterklaas of Sint-Nicolaas is de hoofdfiguur van het gelijknamige jaarlijkse volksfeest (oorspronkelijk een kinderfeest) dat op 5 december en 6 december in Nederland, België en in enkele (voormalige) Nederlandse koloniën wordt gevierd.

Deze moderne vorm van het sinterklaasfeest komt waarschijnlijk voort uit het prentenboekje Sint Nicolaas en zijn knecht (1850) van de onderwijzer Jan Schenkman (1806 - 1863), maar het kinderfeest heeft een veel oudere oorsprong.

In verschillende delen van Europa wordt het kinderfeest van Sint-Nicolaas eveneens gevierd, maar de invulling van de folklore verschilt per streek. De twee belangrijkste verschillen zijn de manier waarop Sinterklaas arriveert, en het uiterlijk van zijn knecht.

Tradities

Schoen zetten

In Nederland zet men vanaf ten minste de 15e eeuw de schoen. In eerste instantie gebeurde dat in de kerk en was de opbrengst voor de armen. Uit archiefstukken blijkt dat vanaf 1427 in de Sint-Nicolaaskerk in Utrecht schoenen werden gezet op 5 december, pakjesavond. Rijke Utrechters legden wat in de schoenen en de opbrengst werd verdeeld onder de armen op 6 december, de officiële sterfdag van de Heilige Nicolaas.

Sinterklaas in de 17e eeuw. Het meisje krijgt een pop en snoepgoed, de jongen links heeft minder reden om blij te zijn. Rechts wijst iemand in de schoorsteen, waar de geschenken zouden zijn vandaan gekomen. (Jan Steen, Het Sint Nicolaasfeest, circa 1663)
Het Sint Nicolaasfeest, Richard Brakenburg, 1685

Uit de 16e eeuw bestaan beschrijvingen van het schoen zetten door kinderen in de huiskamer. Kunstschilder Jan Steen heeft in de 17e eeuw de sinterklaasochtend op twee schilderijen vastgelegd. Daarop is ook goed te zien wat de kinderen in hun schoen kregen. Vaak was dat naast speelgoed verschillende soorten snoepgoed zoals speculaas, kruidnoten, pepernoten, borstplaat, chocoladeletters, taaipoppen en marsepein. Dit zijn eeuwenoude lekkernijen die in traditionele vormen werden gemaakt. Als drank werd chocolademelk en warme bisschopswijn geschonken. Opvallend is dat vooral jongens een roe of zakje zout in de schoen vonden.

Tegenwoordig is het sinterklaasfeest een familiefeest en zetten kinderen hun schoen klaar vanaf het moment dat de Sint in het land is aangekomen. Traditioneel wordt de schoen bij de haard gezet, want Zwarte Piet komt vanaf het dak door de schoorsteen naar binnen. In woningen zonder schoorsteen wordt de schoen veelal voor de verwarming, bij de voordeur, bij de achterdeur of bij een raam dat open kan gezet. De volgende dag vinden de kinderen dan wat lekkers of een klein cadeautje in hun schoen. Het wordt op prijs gesteld als de kinderen iets terugdoen, en dus leggen ze vaak een tekening voor Sinterklaas en de Pieten in de schoen, of een wortel, hooi of suikerklontjes voor de schimmel van Sinterklaas. Ook zingen zij diverse sinterklaasliedjes bij de schoen om Sinterklaas te verwelkomen.

Pakjesavond

Een pakjesavond was voor de Tweede Wereldoorlog geen algemeen verschijnsel. De crisisjaren speelden daarin een grote rol. De toenemende welvaart na de oorlog bood echter meer ruimte voor een geefcultuur, een geschenkenfeest in het kader van het oer-Hollandse sinterklaasfeest. Het schoentje zetten op pakjesavond was in veel gezinnen vlak na de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk. Dit ceremonieel was omgeven door een sfeer van geheimzinnigheid.

Sinterklaas transformeerde echter gaandeweg van onzichtbare magische brenger van wonderbaarlijke gaven tot een opa-achtige kindervriend, die de kinderen met zijn zwarte pieten thuis met een zak vol cadeautjes bezocht.

Ouders gaven hun kinderen in eerste instantie zelfgemaakte cadeaus en later gekochte cadeautjes. Ook grote bedrijven en volksbonden zorgden ervoor dat de kinderen van hun werknemers of leden met Sinterklaas iets kregen.

Pakjesavond is er al lang niet meer alleen voor kinderen. Volwassenen geven elkaar, meestal anoniem, geschenken, al dan niet voorzien van een sinterklaasgedicht of verpakt als 'surprise'. Vaak wordt door middel van lootjes trekken anoniem bepaald voor wie men een cadeautje moet kopen.

Pakjesavond is vooral een Nederlands fenomeen. In België kent men zoiets niet. Daar wordt gebruikelijk de ochtend van de zesde december uitgekozen als pakjesochtend. Liedjes worden hier gezongen op de avond dat kinderen hun schoentje zetten.

Sinterklaasliedjes

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de Categorie met sinterklaasliedjes op Wikisource.

Het zingen voor Sinterklaas is een van de belangrijkste gewoonten die met dit folkloristische feest verbonden zijn. De liedjes, hoewel terug te vinden op geluidsdragers en in boeken, worden in de eerste plaats doorgegeven van ouder op kind.

Sinterklaasliederen gaan dan ook al generaties mee en zijn weinig aan mode onderhevig - hoogstens kan men zeggen dat liedjes, of coupletten, waarin in de eerste plaats gewaarschuwd wordt voor bijvoorbeeld de straf die Zwarte Piet kan uitdelen, na de Tweede Wereldoorlog langzaam in onbruik geraakt zijn.

Het zingen van sinterklaasliedjes kwam in de 17e eeuw al voor, maar zoals het geval is met de meeste nu bekende volksliedjes is het huidige repertoire aan sinterklaasliedjes in de 19e eeuw vastgelegd. Een van de bekendste sinterklaasliedjes, Zie ginds komt de stoomboot, is van de hand van de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman. De melodie hiervan is gebaseerd op een ouder Duits lied. Andere liedjes, zoals Zie de maan schijnt door de bomen hebben een originele melodie.

Kleding

Sint en Piet in traditionele kledij

De kleding van Sinterklaas is afgeleid van die van een bisschop, inclusief de pontificalia, maar bevat enkele opvallende afwijkingen daarvan, en Sinterklaas is daardoor duidelijk te onderscheiden van een echte bisschop. Opgemerkt dient te worden dat de kleding van Sinterklaas vaak om praktische redenen eenvoudiger is uitgevoerd dan hier beschreven.

Wat bij Sinterklaas doorgaans een tabberd of tabbaard wordt genoemd, is in de katholieke liturgie de soutane of toog/toga: een lang priesterkleed dat bij bisschoppen paars is. De eigenlijke soutane heeft 33 knoopjes,("33" verwijst naar het aantal levensjaren van Christus) maar bij Sinterklaas is deze vaak eenvoudiger uitgevoerd. Wanneer de Sint gaat paardrijden, draagt hij vaak een tot broekrok vermaakte tabberd. Over de tabberd draagt de Sint een albe. De albe is met kant afgezet en eindigt tussen knieën en enkels. Op de albe draagt de Sint over zijn schouders een rode stola. Om deze op zijn plaats te houden, draagt Sinterklaas vaak een cingel (koord met kwastjes aan het einde) om zijn middel. Een van de grootste en opvallendste paramenten is de rode koormantel. Deze mantel draagt Sinterklaas over alle andere kledingstukken heen. Het is een wijde rode lap die vanaf de schouders tot bijna op de grond hangt en aan de voorkant met een ketting en twee haakjes wordt vastgemaakt. De mantel heeft meestal ook nog een kap met mooie gouden franjes eraan. De mantels van Sinterklaas zijn allemaal met goud en band versierd. De binnenkant is goudgeel of wit.

Op zijn hoofd draagt Sinterklaas een rode mijter. Deze wijkt zowel qua vorm als kleur enigszins af van de mijters die bisschoppen thans dragen: rode mijters worden in de Katholieke Kerk niet gedragen. Meestal zijn ze wit of een andere basiskleur met een bij de gelegenheid passende versiering. Ook de kromstaf is van oorsprong een waardigheidsteken van een bisschop dat afkomstig was van de Etrusken. De staf van Sinterklaas heeft wel een duidelijk andere vorm dan die van een bisschop: de krul is groter en steekt aan beide zijden van de staf uit. De krul is een symbolische slang, teken van wijsheid en oneindigheid, die uitloopt in een verticale lijn naar beneden, de afdaling van geest of wijsheid naar aardse sferen.

Verder draagt hij meestal zwarte schoenen, lange witte handschoenen, soms paarse. Om zijn ringvinger draagt hij een gouden bisschopsring met een robijn erin. Deze hoort traditioneel om de rechterringvinger, maar vaak draagt Sinterklaas hem links zodat hij met het handen geven niet zo in de weg zit.

Lekkernijen

Kruidnoten en suikergoed

Typische lekkernijen die bij het Sinterklaasfeest horen zijn:

Intocht

Nuvola single chevron right.svg Zie Intocht van Sinterklaas voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De intocht van Sinterklaas op een (stoom)boot in 2005
Intocht in Schiedam in 2009

De intocht van Sinterklaas met zijn gevolg is het officiële sein voor kinderen dat ze vanaf dat moment hun schoen mogen klaarzetten - en als ze zoet zijn geweest er ook de volgende ochtend iets in mogen verwachten.

Landelijk

De landelijke intocht heeft plaats half november op de eerste zaterdag na Sint-Maarten (11 november). Deze intocht wordt rechtstreeks uitgezonden op televisie. Sinds 1985 maakt Sinterklaas voor zijn landelijke intocht meestal gebruik van de 'Pakjesboot 12', in het dagelijks leven het stoomschip Hydrograaf.

In België komt Sinterklaas omstreeks dezelfde dag aan. Ook hier altijd na de andere kindervriend Sint-Maarten. Sinterklaas en zijn hele gevolg komen elk jaar aan in Antwerpen, wat rechtstreeks wordt uitgezonden op één of Ketnet onder de naam Hij komt, hij komt ... De intrede van de Sint. In 2003 had de intocht per uitzondering plaats in Oostende.

Sedert begin jaren 90 van de 20e eeuw heeft het paard van Sinterklaas in Nederland een naam: Amerigo. In de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw zijn er ook al verschillende namen voor het paard gebruikt, onder meer "Majestueuzo" en "Bianca". In Vlaanderen heet het paard Slecht Weer Vandaag.

Plaatselijk

De aankomst van Sinterklaas in Volendam in 1930

De plaatselijke intochten zijn meestal dezelfde middag als de landelijke intocht, maar in het zuiden van Nederland en in België vaak ook de zondag daaropvolgend. Vaak komt hij dan te paard, maar ook andere vervoermiddelen zijn niet ongewoon.

De allereerste intocht van Sinterklaas vond plaats in 1888, weliswaar op 6 december, in Venray[1]. In Amsterdam wordt al sinds 1934 een jaarlijkse intocht van Sinterklaas gehouden.

Uittocht

In sommige plaatsen in Nederland wordt sinds begin 21e eeuw ook een uittocht van Sinterklaas gehouden op 6 december. Dit is onder andere het geval in Scheveningen en Hoek van Holland.

Oorsprong

Nicolaas van Myra

Nuvola single chevron right.svg Zie Nicolaas van Myra voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Sinter Claes en de drie jongens, die hij tot leven zou hebben gebracht. 16e eeuwse afbeelding op de Dam. St.-Nicolaas is de patroon van Amsterdam

Veel tradities in het huidige sinterklaasfeest gaan terug tot de Nicolaas van Myra, hoewel er ook elementen van feesten en vereringen van voor de tijd van het christendom in herkenbaar zijn. Nicolaas van Myra is geboren in Patara te Lycië dat tegenwoordig in Turkije ligt, maar in het jaar 280 bij het toenmalige Byzantijnse Rijk hoorde. Later werd hij bisschop van Myra, de hoofdplaats van Lycië. Hij stierf op 6 december 342. Na de inval van de moslims in het gebied, werden de stoffelijke resten van de heilige in 1087 gestolen en naar Bari gebracht.[2]

Als heilige in het oosters christendom werd Nicolaas aanvankelijk alleen in het oosten van Europa geëerd, in het bijzonder in Griekenland en Rusland. Omdat Nicolaas de schutspatroon van de zeevaarders was kreeg hij ook in de West-Europese kustnaties een grote aanhang. In de 13e eeuw werd zijn naamdag vastgesteld op 6 december. Vanaf dat moment verspreidde zich de Nicolaasverering over heel Europa.

Verschillende legendes staan aan de grondslag van Sint-Nicolaas als beschermheilige van kinderen. Zo is er de legende van de drie scholieren die door een herbergier werden gedood maar door Sint-Nicolaas weer tot leven werden gewekt, de legende van de drie arme dochters die dankzij giften van Sint-Nicolaas konden trouwen, of de legende van het kind dat in het bad door Sint-Nicolaas werd behoed voor verbranding.

In de middeleeuwen werd op Duitse en noord-Franse kloosterscholen het Sint-Nicolaasfeest gevierd. Tijdens een mirakelspel verscheen de heilige voor de kinderen, en hij beloonde ijverige leerlingen en vermaande luie leerlingen.[3] De Sint-Nicolaasviering liep samen met het kinderbisschopsspel (ca. 1300 - ca. 1600). Op 6 december werd in die tijd een kinderbisschop met aanhang gekozen. Zij werden tot 28 december (Onnozele Kinderen) van voedsel en geschenken voorzien. Andere kinderen kregen geld en een vrije dag om op 6 december feest te kunnen vieren. De waarschijnlijk oudste vermelding daarover komt uit Dordrecht, 1360: "op St. her Nyclaes dach I L. gr. aen die schoelers voer het oerlof".[noten 1] In 1363 gaf de heer van Gouda, Jan van Blois, te Dordrecht "den scoelnaers tot hoere hoechtijt van St. Nyclaes en horen bisscop 5 L. 4 S."[noten 2] In 1403 is er sprake van het uitdelen van "honic, claescoeck en taert aen die kynders, op hunne patroen St. Nyclaes".[noten 3][4][5] Kinderen gingen in die tijd verkleed in een optocht door de straten en kregen bisschopsgeld van voorbijgangers. In de Utrechtse Nicolaaskerk werd vanaf 1427 geld in kinderschoenen gedaan.

In de late middeleeuwen ontstonden de Sint-Nicolaasmarkten. Na het kerkbezoek kocht men op de markt de geschenken voor het Sint-Nicolaasfeest. De speculaasvrijer was een karakteristiek geschenk. Het was een speculaaspop die een jongen schonk aan een meisje. Als zij de klaaskoek aannam was dat een goed teken voor een relatie. De gewoonte gaat mogelijk terug op de functie van Sint-Nicolaas als "hijlickmaker" (hijlick: huwelijk), in de legende waarin hij drie meisjes hun bruidsschat geeft. Het sinterklaasfeest werd in grotere steden een woelig volksfeest dat soms tot opstootjes en openbare dronkenschap leidde.

Na de Reformatie probeerden protestantse predikanten het sinterklaasfeest af te schaffen, omdat het als een katholiek bijgeloof werd veroordeeld. Het feest was echter zo populair dat dit streven weinig succes heeft gehad, zelfs niet bij het strengst protestantse volksdeel. Het feest verdween weliswaar voor een deel uit de straat, maar in huiselijke kring bleef het bestaan.

Van de religieuze verering en van zijn rol als patroonheilige voor verschillende beroepsgroepen is nu weinig of niets meer over; alleen het kinderfeest wordt tegenwoordig nog gevierd.


Sinterklaas of Sint-Nicolaas

Wanneer de samenvoeging van het woord Sinterklaas uit Sint-Nicolaas is ontstaan is niet bekend, maar de mogelijk vroegste vermelding in schrift stamt uit 1283: senter cloes bunre (sinterklaasbunder) is de naam voor een bunder land te Rijkhoven. Vermoedelijk was de opbrengst van het land bestemd voor een Sint-Nicolaasaltaar.[6]

De volgende verklaringen voor de vorming van Sinterklaas uit Sint-Nicolaas zijn ooit voorgesteld:

  • de ontwikkeling van een wisselvorm voor heiligennamen beginnend met een R, zoals Sinte Remeis naar Sinter Meis, waarna analoog daaraan die vorm werd gekopieerd voor Sint Nicolaas
  • een versteende taalvorm van het datief vrouwelijk enkelvoud, ontstaan uit bijvoorbeeld sinter claes messe
  • de zwakke betoning van de eerste lettergreep van Niclaes, waardoor de vervorming sinter de kans kreeg de zwakke N te verdringen; dus sinteneklaas naar sintereklaas

De theorie dat Sinterklaas een samentrekking van Sint heer Nicolaas zou zijn, wordt niet meer aangehangen.[7]

Germaanse en Noordse parallellen

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Germaanse mythologie en Noordse mythologie
Grýla en de Jólasveinar, stoute kinderen worden meegenomen in de zak

Het rijden over de daken wijst mogelijk naar de Noordse oppergod Odin, die deze kunst ook beheerste (zie ook Wilde Jacht en Schimmelrijder). Nicolaas' uiterlijk zou ook overeenkomen met het uiterlijk van Odin.[8] Odin reed op een schimmel, de achtbenige Sleipnir, waarmee hij door de lucht vloog.

Meer sinterklaastradities lijken af te stammen van Germaanse tradities. Tijdens het Germaanse zonnewendefeest vroegen jonge meisjes aan Wodan een afbeelding van hun nog onbekende toekomstige geliefde;[bron?] tegenwoordig zijn dat de speculaaspoppen ('vrijers'). Het gooien van cadeaus in schoorstenen zou afstammen van Germaanse offerplaatsen (vuurplaatsen).[bron?]

De cadeautjes voor het paard van Sinterklaas, die voor de kachel worden gezet zodat ze door de schoorsteen meegenomen kunnen worden, verwijzen naar de offers die aan de god werden geschonken.[bron?] (Vreugde)vuren werden vervangen door een vuur, open haard.

Er bestaan geen historische documenten die een oorsprong uit de Germaanse mythologie aantonen, maar Germaanse elementen kunnen toch niet klakkeloos worden genegeerd.[9]

De overlevering van de verklaring van het sinterklaasfeest uit Germaanse gebruiken wordt ook beïnvloed door de Nazitijd. Hoewel het sinterklaasfeest in Duitsland een kleine rol speelde, werd het net als andere traditionele feesten een onderdeel van de Groot-Germaanse propaganda. Ook in de niet nationaal-socialistische pers verschenen voor die tijd al artikelen die wezen naar een eventuele Germaanse oorsprong, maar voor de Nederlandse nationaal-socialistische volkskundigen stond die duiding van het sinterklaasfeest wel vast. De argumenten die daarvoor werden aangevoerd waren van hetzelfde kaliber als die van de pseudowetenschappelijke en propagandistische instituten Ahnenerbe en Amt Rosenberg.[10]

Modern kinderfeest

Sinterklaas als boeman, waartegen weerstand ontstond. (Uit De Beminnelijke Gerrit (1830) van Roelf Gerrit Rijkens. Het leesboekje veroordeelt het angstbeeld)

In de loop der jaren transformeerde Sinterklaas tot een boeman die gebruikt werd om kinderen schrik aan te jagen. In de late 18e eeuw keerde men zich tegen het straatfeest van Sinterklaas en de leegloperij en ook tegen dit beeld van de boeman. Het feest moest gebruikt worden om kinderen gehoorzaamheid en ijver bij te brengen. Sinterklaas werd een onderdeel van de opvoeding en het feest kreeg een plaats in het onderwijs en het gezin. De boeman was afgedaan, de traditionele bisschop werd teruggehaald. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw begon Sinterklaas in persoon zijn opwachting te maken in de maatschappij. Tot dan toe was hij slechts een mythisch persoon geweest, waarvan weliswaar de sporen in de schoentjes op 6 december zijn aanwezigheid aantoonden, maar die verder niet zichtbaar was.

De geografische herkomst van de folkloristische Sinterklaas is volgens de huidige Nederlandse traditie niet meer Klein-Azië of Italië, maar Spanje. Waarom dat zo is, is onduidelijk. Soms wordt er op gewezen dat Zuid-Italië met Bari een deel van de Kroon van Aragón is geweest

Sancte Claus, goed heylig man!
Trek uwe beste Tabaert aen,
Reiz daer mee na Amsterdam,
Van Amsterdam na Spanje,
Daer Appelen van Oranje,
Daer Appelen van granaten,
Die rollen door de Straaten.
Sancte Claus, myn goede Vriend!
Ik heb U allen tyd gedient,
Wille U my nu wat geven,
Ik zal U dienen alle myn Leven

— John Pintard, 1810

Van oudsher wordt in sinterklaasliedjes niet gezegd dat Sinterklaas uit Spanje komt, maar dat hij naar Spanje reist om lekkernijen te halen. Het oudst bekende voorbeeld waarin Sinterklaas en Spanje samen genoemd worden is het naaststaand pamflet. Sinterklaas reist daarin naar Amsterdam en gaat vervolgens in Spanje sinaasappelen en granaatappelen halen.[11][12] John Pintard, oprichter van New-York Historical Society, liet het pamflet in 1810 drukken, maar het vers was waarschijnlijk al ouder.[noten 4] Het is in ieder geval gebaseerd op een veel ouder 4-regelig rijmpje "Sinter Klaas, o Heil'ge Man. Trek je beste Tabbaart an; En wilje me dan wat geven, Zo dien ik je al men leven." (1655) maar daar wordt Spanje nog niet in genoemd.[13][noten 5]

Algemeen wordt aangenomen dat de onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) waarschijnlijk de eerste was die Sinterklaas uit Spanje liet komen. Volgens hem was Sinterklaas de "Bisschop van Spanje".[14] Schenkman introduceerde ook de knecht die later Zwarte Piet zou gaan heten, en de stoomboot waarmee hij naar ons land kwam. Hij gebruikte in zijn prentenboekje "Sint Nicolaas en zijn knecht" uit circa 1850 de inmiddels fameuze beginregels "Zie, ginds komt de stoomboot/ Uit Spanje weer aan!".[15][noten 6] Schenkmans boekje was gewild, en de afbeeldingen zorgden er ook voor dat het uiterlijk van Sinterklaas - een statige oude man met witte baard en haren, rode mijter en mantel - in de navolgende decennia als het enige echte werd aangenomen.

Aan het begin van de 20e eeuw bestonden nog veel verschillen tussen de stedelijke viering en de viering op het platteland. Het nu nog incidenteel voorkomende klaasjagen, sunteklaaslopen of andere lokale varianten waren op het platteland nog gebruikelijk maar in steden was het feest al georganiseerd rond pakjesavond en het bezoek van Sinterklaas. Onder invloed van het onderwijs en later de commercialisering en de massamedia ontstond een standaardisatie van het sinterklaasfeest, naar het feest zoals we dat nu kennen.[3]

Sinterklaas is in de loop der eeuwen getransformeerd van een beschermheilige van de kinderen, via een boeman en hardhandige pedagoog, naar een folkloristische kindervriend. Ondeugendheden staan in de moderne vorm van het feest genoteerd in het grote boek en het kind moet de goedheiligman beloven niet meer in herhaling te vallen. De zak van Sinterklaas is er niet meer voor om kinderen mee te nemen naar Spanje maar om de geschenken in te vervoeren.

De surpriseavond, de uitwisseling van geschenken in vermakelijke verpakkingen begeleid door belerende of gekscherende gedichten, is een relatief nieuw fenomeen. Nu is dat vrij gebruikelijk, maar volgens een enquête in 1943 van het Meertens Instituut werd dat toen maar sporadisch gedaan.[16]

Zwarte Piet

Sint-Nicolaas en zijn knecht, hier nog gekleed als een page. (Jan Schenkman, 1850)
Nuvola single chevron right.svg Zie Zwarte Piet voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Hoewel in omringende landen Sint-Nicolaas al langer vergezeld werd door een of andere boeman had hij in de Nederlanden aanvankelijk geen helper. Maar in 1850 introduceerde de onderwijzer Jan Schenkman in zijn leesboekje "Sint Nicolaas en zijn Knecht" drie nieuwe zaken, die allemaal zijn blijven hangen in de sinterklaasfolklore: een knecht voor Sinterklaas, de intocht en de stoomboot. Die knecht had in zijn boekje nog geen naam, hij was een gekleurde jongeman, gekleed als een page. In de loop der tijd heeft hij verschillende namen gehad; zo heette hij bijvoorbeeld Jan de knecht, Trappadoeli, Nicodemus, Assiepan, Sabbas, Hans Moef, Pikkie, Robbert, Krik-krak, Micheltje, Hansje van Vese (of Hansje van Kese), Jacques Jour (of Sjaak Sjoor).[16] In 1859 werd voor het eerst een artikel gedrukt waarin hij Pieter wordt genoemd,[noten 7][noten 8] en in 1895 was Zwarte Piet al in zwang geraakt.[noten 9] Het bleef niet bij één Zwarte Piet; in 1880 traden al twee knechten op.[noten 10] Na de Tweede Wereldoorlog organiseerden Canadese militairen in Nederland een sinterklaasviering met een massa Zwarte Pieten.[17] Sindsdien wordt Sinterklaas vergezeld door vele Pieten, tegenwoordig vaak met voor ieder een eigen taak, onder leiding van een Hoofd-Piet. Terwijl Sinterklaas altijd statig en gedistingeerd is, gedragen de Pieten zich als acrobaten en grappenmakers die vaak kwajongensstreken uithalen.

Bezwaren

Uit Struwwelpeter:
Daar kwam de groote Nik'laas aan,
Die had een' inkt pot voor zich staan,
Zoo groot, ja, grooter dan de maan.
Hij sprak: ‘Komt kind'ren, hoort mij aan,
En laat dien moor met vrede gaan!
Het is zijn schuld toch waarlijk niet.’
Dat hij zoo zwart als steenkool ziet’

— Vertaling: W.P. Razoux

Het sinterklaasfeest heeft het in Nederland na de Reformatie moeten opnemen tegen protestantse bezwaren tegen de katholieke heiligenverering. Rond 1600 werd het bijvoorbeeld in Delft verboden zijn feestdag te vieren[18] en vaardigden sommige steden een verbod af op schoenzetten, of openbare verkoop van sinterklaaslekkernijen. Ook de kerkhervormer Maarten Luther verzette zich tegen het feest. Hij vond dat het geven van geschenken meer paste bij het kerstfeest.[19] Nog in 1895 sprak de burgemeester van Sluis zich uit tegen de viering op openbare scholen, maar in de 20e eeuw kreeg het feest steeds meer de wind in de zeilen.

Er zijn ook bezwaren tegen de knecht van Sinterklaas, zie hiervoor het artikel Zwarte Piet.

Varianten op Sinterklaas

Nederlandse en Belgische varianten

Het sinterklaasfeest wordt in vrijwel geheel België en Nederland gevierd.

In de Nedersaksische dialecten van Noordoost-Nederland wordt Sinterklaas Sunterklaos, Sunderklaos of Sunneklaos genoemd, zoals in het aangrenzende Noord-Duitsland. In het Limburgs heet hij Sinterklaos.

In Grouw (Grou) in Friesland viert men op 21 februari Sint Piter.

Op de Waddeneilanden wordt het sinterklaasfeest vanouds op een andere manier gevierd. Hier kent men rond 5 december Sunterklaas of Sunneklaas. In de straten lopen de mannen gemaskerd en verkleed als 'Sunneklazen', 'Klaasomes', 'Sunderums' of 'Sunterklazen' rond. Vrouwen en kinderen moeten binnenshuis blijven. Wie buiten komt krijgt 'slaag'. De uitdaging is, om toch buiten te lopen en de mannen te ontwijken. Op Ameland zijn de baanvegers, Oude Sinterklazen en omes bekend. Op Terschelling vegen de streetfegers de straten leeg voordat de Sunderums (Sintheer-omes) de huizen bezoeken. Op Schiermonnikoog wordt Klozum (Klaasoom) gevierd, hier doen ook vrouwen mee aan de maskerade. Op Texel wordt, precies een week na het sinterklaasfeest, het feest Ouwe Sunderklaas gehouden. Verkleed en gemaskerd voeren de dorpsbewoners op straat toneelstukjes op, waarin gebeurtenissen van het achterliggende jaar op de hak worden genomen. Volgens achterhaalde theorieën uit de 19e en 20e eeuw ging het om een heidens feest, bedoeld om de boze geesten te verjagen. Het gebruik stamt waarschijnlijk eerder uit de 17e en 18e eeuw, toen een groot deel van de mannelijke bevolking van het vroege voorjaar tot laat in de herfst werkzaam was op de Hollandse vloot of als walvisvaarders. Het sinterklaasfeest markeert hun thuiskomst.[bron?]

Ook in Vlaanderen heeft het sinterklaasfeest concurrentie: in sommige streken, in de regio van Aalst en in de Westhoek (Ieper, Veurne en Poperinge) en in de regio van het Waasland Beveren wordt op 11 november Sint-Maarten vereerd. De bijbehorende legende is die van Martinus van Tours. Zie ook Sint-Maarten; overlapping met sinterklaasfeest.

In Wallonië is het gebruikelijk om Sinterklaas af te beelden op een ezel.[20]

In Deventer was het tot en met 2010 traditie dat de intocht van Sinterklaas op 5 december plaats vond.

Sinterklaas in andere landen

Dr. Nigelaüs / Samichlaus (met staf) en Knecht Ruprecht (met roe)
St.-Nicolaas met korf en roe, 1873
Nikola deelt cadeaus uit in Kroatië, 2011

Het sinterklaasfeest wordt in verschillende vormen in heel Europa gevierd van Frankrijk tot Bulgarije en van Italië tot Oekraïne. Maarten Luther schafte het sinterklaasfeest af in 1535; het Kerstkind wordt de brenger van geschenken. Toch bleef het gebruik bestaan. Ook werden de gebruiken rondom Sinterklaas meegenomen naar de Verenigde Staten, waar de naam in sommige gevallen verbasterde in Santa Claus (de kerstman).

In het Noord-Franse Lotharingen wordt het sinterklaasfeest gevierd op 6 december. Sint-Nicolaas is de beschermheilige van deze streek. De hulp van Sinterklaas heet Père Fouettard (de zweepvader) en is een roodharige man met een woeste rode baard en een grote mantel met hoofdkap. Père Fouettard heeft drie kinderen afgeslacht[bron?] en Sinterklaas heeft deze kinderen weer tot leven gebracht, waarna Père Fouettard de hulp van Sinterklaas werd. Père Fouettard strafte stoute kinderen met de zweep (tegenwoordig geeft hij in dat geval een zweepje aan het kind).

In het Duitstalige deel van Zwitserland heet Sinterklaas St. Nikolaus of Samichlaus of Santiglaus en zit hij op een ezel. De hulp heet Schmutzli. Er worden rijmpjes opgezegd in plaats van liedjes gezongen en hij komt niet uit Spanje, maar uit het bos. In Oostenrijk viert men het feest van Nicolo, z'n helpers heten krampussen en zien eruit als duivels.

In Luxemburg komt Kleeschen of Zinniklos uit de hemel en bezoekt met zijn duistere gezel (Houseker of Hǒséker) het land. De persoon die de Houseker speelt wordt uitgedost als een paard en meegevoerd aan een ketting. In andere gevallen rijdt hij op een paard of probeert als schimmelrijder te verschijnen. In weer een andere vorm is hij bekleed met stro en draagt de ketting zelf.

In de Duitse stad Bremen vieren de kinderen op 6 december het feest van Sünnerklaas. Een Zwarte Piet is er niet bij. De kinderen lopen van winkel tot winkel, waarbij ze liedjes zingen en rijmpjes opzeggen. Daarvoor krijgen ze cadeautjes. Vroeger waren deze liedjes in het Nederduits, maar sinds de jaren '60 van de 20e eeuw verdween deze traditie en zongen ze voortaan in het Duits. Ook in het door Nederlandse emigranten gestichte stadje Friedrichstadt in Sleeswijk-Holstein werd tot in de 19e eeuw het sinterklaasfeest gevierd.

Op de Duitse Waddeneilanden kende men tot in de 19e eeuw gemaskerde gestalten zoals op de Nederlandse Wadden, bijvoorbeeld het Hulken op het eiland Amrum en het Rummelpottlaufen op Sylt en Föhr, maar dan in de tijd rond kerst en Nieuwjaar. Op Wangerooge was Sunnerklaus een verklede en gemaskerde persoon, die kleine kinderen op kerstavond schrik aanjoeg; in het nabijgelegen Jeverland werd hij Knecht Ruprecht genoemd, elders ook wel Bullerklas.[bron?]

In Tsjechië verkleden kinderen zich in trio's als Sinterklaas, de duivel en een engel, en gaan ze op de avond van 5 december van deur tot deur om liedjes te zingen voor de bewoners. Hun beloning is snoepgoed.

De manier waarop Sinterklaas aankomt, verschilt in de verschillende landen. Maar het is bijna altijd in een of andere vorm van een processie van een heilige, zoals die bekend is uit het katholieke geloof. De oudste intocht per boot is die van Bari, die sinds 1087 jaarlijks plaatsvindt. In de Duitse gemeente Blomberg is Sinterklaas sinds 1965 al een begrip. Deze zogenaamde Blombergse Sinterklaas is overgewaaid uit Nederland. In de grensgebieden wordt op sommige plekken ook het sinterklaasfeest gevierd.

Hoewel in de loop der eeuwen Nederlanders naar Zuid-Afrika zijn geëmigreerd, is het sinterklaasfeest er niet in de geschiedenis ingebed. Incidenteel wordt het wel gevierd, maar voor een duiding van het feest wordt naar de Nederlandse traditie gewezen.

In Rusland werden alle vormen van religie tijdens het communistisch tijdperk onderdrukt. Zo verdween in de 20e eeuw ook Sinterklaas en werd vervangen door Ded Moroz (Grootvader Vorst). Ded Moroz komt niet langs op 5 of 6 december of met kerst, maar op oudjaarsdag.

Televisie

Sinterklaas behoort inmiddels tot de standaardpersonages op de televisie. Er zijn over de jaren talloze sinterklaasprogramma's gemaakt en ook in de bioscoop is de goedheiligman niet ongezien.

Nederland

Lange tijd was er op de Nederlandse televisie een standaardgroepje dat verscheen in (bijna) alle sinterklaasprogramma's: Sint Bram van der Vlugt, Hoofdpiet en Wegwijspiet. Eind jaren 90 begonnen steeds meer zenders sinterklaasprogramma's die, naast de standaardcast, ook andere karakters prominent in het verhaal betrokken. Gevolg is dat het standaardgroepje steeds minder te zien was, en er anno 2008 een grote variëteit aan Pieten is. Hieronder een lijst van de bekendste karakters en acteurs.

Bij de publieke omroep is nog steeds één televisiesint. Vanaf 2011 nam Stefan de Walle deze rol over van Bram van der Vlugt. De Sint had geen gelukkige start. Bij de intocht droeg hij zijn mijter achterstevoren. Bij het tv-programma PAU!L van Paul de Leeuw verscheen toch nog Van der Vlugt. Daarnaast verviel de sinterklaasaflevering van Sesamstraat, waar een half jaar aan was gewerkt, omdat een liveverslag van het verhoor van Wouter Bos door de parlementaire enquêtecommissie De Wit voorrang kreeg.

De bekendste Nederlandse sinterklaasprogramma's zijn Het Sinterklaasjournaal en De Club van Sinterklaas. Het Sinterklaasjournaal is een journaal waarin alle gebeurtenissen omtrent Sinterklaas zouden worden uitgezonden, plus kort nieuws en een weersvoorspelling. Het Sinterklaasjournaal wordt uitgezonden op Nederland 1 (2001 - heden) en bij Z@pp op Nederland 3.

De Club van Sinterklaas is sinds 1999 een dagelijkse soapserie rondom Sinterklaas en de Zwarte Pieten. De voormalige jaarlijkse theatershow Het Feest van Sinterklaas sloot aan op deze serie, die datzelfde jaar (1999) bij RTL 4 begon. De Club en Het Feest werden sinds 2000 pas samen uitgezonden op Fox Kids, vanaf 2005 Jetix en in 2009 zond RTL 4 de televisieserie uit. Het Feest van Sinterklaas ging datzelfde jaar (2009) naar SBS 6 en werd tevens voor het laatst georganiseerd. Weer datzelfde jaar kwam RTL 4 met een concurrerend theatraal popconcert rondom de sinterklaassoap, genaamd Het Club van Sinterklaas Feest, maar viel voor de jeugdserie zelf het doek. In 2012 kwam er een vervolgende doorstart in de bioscoop, en Het Club van Sinterklaas Feest is sinds 2009 een jaarlijkse traditie.

Acteurs

Jan Gajentaan was vanaf 1950 de Amsterdamse sinterklaas en tevens de eerste "nationale" televisiesinterklaas. Zijn eerste televisie-optreden was 22 november 1952. Vanaf dan zou hij elk jaar, tot en met het jaar 1959, Sinterklaas zijn voor tv. Alle jaren kwam hij aan in Amsterdam. In 1960 werd zijn rol overgenomen door Dick van Bommel (de landelijke intocht op televisie was dat jaar die van Rotterdam), maar de twee opvolgende jaren zou Gajentaan weer Sinterklaas zijn. In 1963 werd zijn rol (in Amsterdam) overgenomen door Gerard de Klerk. Vanaf 1964 was de landelijke intocht elk jaar in een andere plaats, en werd Adrie van Oorschot de landelijke sinterklaas.

Rol Acteur Periode Bekend van onder andere
Sinterklaas Jan Gajentaan 1952 - 1959 & 1961 - 1963 Landelijke Intocht, Intocht in Amsterdam
Dick van Bommel 1960 Landelijke Intocht, Intocht in Rotterdam
Gerard de Klerk 1964 Landelijke Intocht, Intocht in Amsterdam
Adrie van Oorschot 1965 - 1985 Landelijke Intocht / 1968 Het zoekgeraakte boek / 1970 De witte Piet / 1971 Een huis in een schoen / 1972 Het jaar van Zwarte Piet / 1973 De droom van Sinterklaas / 1977 Sinterklaas is jarig / 1978 Mikke makke marsepein / 1979 Het boek van Jaap
Bram van der Vlugt 1986 - 2011 Landelijke Intocht (1986 - 2010) / Diverse films, series en gastoptredens (1986 - 2011) / De Club van Sinterklaas (1999, 2001 - 2007, 2009) / Het Feest van Sinterklaas (1999 - 2007) / Sinterklaasjournaal (2001 - 2010) / Bennie Stout
Stefan de Walle[21] 2011 - heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Fred Butter 2000, 2008 Het Grote Sinterklaasverhaal / De Club van Sinterklaas / Het Feest van Sinterklaas
Fred van der Hilst 2006, 2009 - heden Sinterklaas & Pakjesboot 13 / Slot Marsepeinstein / Welkom Sinterklaas
Robert-Jan Wik 2004 - 2008 Sinterklaas en het Geheim van de Robijn / Sinterklaas en het Uur van de Waarheid / Sinterklaas en het Geheim van het Grote Boek
Wim Rijken 2009 - heden Sinterklaas en de Verdwenen Pakjesboot / Sinterklaas en het Pakjes Mysterie / Sinterklaas en het Raadsel van 5 December / Sinterklaas en de Pepernoten Chaos
Robert ten Brink 2010-2012 Het Club van Sinterklaas Feest
Peter Faber 2012 Sint & Diego: De Magische Bron van Myra
Wilbert Gieske 2012-heden De Club van Sinterklaas & Het Geheim van de Speelgoeddokter / De Club van Sinterklaas & de Pietenschool
Hans Kesting 2012-heden in show van Paul de Leeuw
Hoofdpiet Piet Römer 1968 - 1983 Landelijke Intocht
Frits Lambrechts 1984 - 1993 Landelijke Intocht
Erik de Vogel 1994 - 1997 Landelijke Intocht / Telekids
Erik van Muiswinkel 1998 - heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal / Het Feest van Sinterklaas / De Club van Sinterklaas
Wegwijspiet Michiel Kerbosch 1981 - 2005, 2006 Landelijke Intocht / Diverse films, series en gastoptredens (1981-2006) / Sinterklaasjournaal / De Club van Sinterklaas / Het Feest van Sinterklaas / Telekids / Sinterklaas & Pakjesboot 13
Coole Piet Diego Harold Verwoert 2001 - 2012 De Club van Sinterklaas / Het Feest van Sinterklaas / Het Club van Sinterklaas Feest / Sinterklaas en het Geheim van het Grote Boek / Sinterklaas en de Verdwenen Pakjesboot / Sinterklaas en het Pakjes Mysterie / Sinterklaas en het Raadsel van 5 December / Sint & Diego: De Magische Bron van Myra
Verslaggeving Mies Bouwman 1952-1963, 1965-1972 Landelijke Intocht
Wim Quint 1964 Landelijke Intocht
Hannie Lips 1964 Landelijke Intocht
Herman Broekhuizen 1964 Landelijke Intocht
Sonja Barend 1976 Landelijke Intocht
Wieteke van Dort 1977, 1979 Landelijke Intocht
Koos Postema 1979 Landelijke Intocht
Edwin Rutten 1973, 1984 Landelijke Intocht
Voice-over en verslaggeving Aart Staartjes 1982-1983, 1985-2001 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Nieuwslezer Diewertje Blok 2001-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Verslaggeving Rik Hoogendoorn 2002-2006 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Jeroen Kramer 2007-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Dolores Leeuwin 2004, 2012-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Chefpiet Don van Dijke 1997-2002, 2005-2006 De Club van Sinterklaas / Telekids / Sinterklaas & Pakjesboot 13 / Hallo met Sinterklaas
Huispiet Maarten Wansink 2001 - heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal / Het Feest van Sinterklaas
Rijmpiet Hugo Haenen 1997-2002 Landelijke Intocht / Het Feest van Sinterklaas
Jeroen van Koningsbrugge 2005 Sinterklaasjournaal
Rare Piet Rob Kamphues 2003 - 2010, 2012 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Sorrypiet Marc-Marie Huijbregts 2003 - 2010 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Paardenpiet Anne Rats 2001 - 2005, 2007, 2009 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
'Pietje Paniek Jochem Myjer 2009-2010, 2012-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Testpiet Beryl van Praag 2001 - heden De Club van Sinterklaas / Sinterklaas en het Pakjes Mysterie / De Club van Sinterklaas & Het Geheim van de Speelgoeddokter
Muziekpiet Wim Schluter 1999 - heden De Club van Sinterklaas / Sinterklaas en het Pakjes Mysterie / De Club van Sinterklaas & Het Geheim van de Speelgoeddokter
Paard Amerigo 1952 - heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal / Het Feest van Sinterklaas / De Club van Sinterklaas / Slot Marsepeinstein / Het Club van Sinterklaas Feest

(1) voor de commerciële omroepen

Vlaanderen

Sinds 1993-1994 wordt in Vlaanderen het programma Dag Sinterklaas uitgezonden. Deze reeks eindigt op 5 december met de laatste aflevering waarin de Sint vertrekt om het snoep en speelgoed langs huizen te brengen en daarna terug reist naar Spanje. De acteur Jan Decleir speelt hierin de hoofdrol, Vlaamse kinderen groeien dan ook op met dit beeld van de Goedheiligman. Naar Nederlands voorbeeld speelt hij ook mee in de Nederlandse film Het paard van Sinterklaas en het vervolg Waar is het paard van Sinterklaas?.

Acteurs

Rol Acteur Periode Bekend van
Sinterklaas Jan Decleir 1993, 2003 - heden Dag Sinterklaas
Hij komt, hij komt ... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Zwarte Piet Frans Van der Aa 1993, 2003 - heden Dag Sinterklaas
Hij komt, hij komt ... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Ramon Iglesias Pieter Embrechts 2003 - 2005, 2007 - 2008, 2010 - heden Hij komt, hij komt ... De intrede van de Sint
Conchita Garcia Els Dottermans 2004 - heden Hij komt, hij komt ... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Kapitein Paelinckx Adriaan Van den Hoof 2003, 2005 - 2007, 2009 - heden Hij komt, hij komt ... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Kapitein Verscheepen Tom Van Dyck 2004 - heden Hij komt, hij komt ... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Professor Van den Uytleg Lucas Van den Eynde 2006 - heden Hij komt, hij komt ... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen

Trivia

  • In 2013 is het Nederlandse sinterklaasfeest ingediend bij het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed. Dit centrum moet het feest goedkeuren, zodat het geplaatst kan worden op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed. Het sinterklaasfeest is al eerder op de Belgische nationale inventaris geplaatst.[22]
  • In Sint-Niklaas (België) bestaat een cultus rondom Sinterklaas. Symbool voor de stad zijn twee stadsreuzen. Het gewicht van de sinterklaasreus is 100 kilo en de pop is zo'n 5 meter hoog. Zwarte Piet is kleiner.
  • Bij wijze van grap heeft het Nederlands Normalisatie-instituut een norm gemaakt waarin op humoristische wijze is vastgelegd hoe Sinterklaas gevierd dient te worden, NEN 0512 genaamd.
  • Het Belgische postbedrijf bpost heeft een aparte postcode ingesteld om kinderpost aan Sinterklaas beter te kunnen verwerken. Het gebruik ervan voorkomt dat de post eerst automatisch wordt doorgestuurd naar Spanje. Er hoeft geen postzegel op als de postcode '0612 Hemel' wordt gebruikt. Bpost bezorgt vervolgens een kleine attentie.
  • In 2006 deed Bram van der Vlugt 20 jaar mee aan de sinterklaasprogramma's. De bootreis naar Nederland in 2006 lijkt sprekend op zijn eerste reis in 1986, beide keren voeren ze verkeerd en beide keren waren ze met Pakjesboot 12.
  • In november 2007 stelde het Nederlands Centrum voor Volkscultuur voor om van 5 december een nationale feestdag te maken, omdat het sinterklaasfeest het meest populaire volksfeest van Nederland is.

Zie ook

Externe links

Jan Schenkman

Overig

Bronnen, noten en/of referenties
  • Faber, Paul (red.), Sinterklaas overzee. Avonturen van een reislustige heilige. Amsterdam, KIT Publishers, 2006, ISBN 90 6832 490X.
  • Groot, A.D. de, Sint Nicolaas, patroon van liefde. Een psychologische studie over de Nicolaus-figuur en zijn verering in vroeger eeuwen en nu. Amsterdam, Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 1949.
  • Helsoot, John en Eugenie Boer, Het Sinterklaasboek. Zwolle, Waanders, 2009.
  • Janssen, Louis, Nicolaas, de duivel en de doden. Opstellen over volkscultuur. Baarn, Ambo, 1993, ISBN 90 263 1275X.
  • Schenkman, Jan, Sint Nicolaas en zijn knecht. Amsterdam, G. Theod. Bom, 1850.
  • Verwijs, Eelco, De Christelijke Feesten. I. Sinterklaas. Den Haag, Martinus Nijhoff, 1863.
  • Infoblad Sint Nicolaas Utrecht, Museum Catharijneconvent, 2009

Noten

  1. scholieren kregen 1 pond groten (geld) voor hun vrijaf
  2. scholieren krijgen voor het feest van St. Nicolaas en hun bisschop (Sinterklaas) 5 pond en 4 schelling
  3. honing, sinterklaaskoek en taart voor de kinderen, ter ere van hun patroon St. Nicolaas
  4. Verwijs (1863) pp.73-74: Eelco Verwijs noemt in zijn boek een aantal lokale varianten op het lied. In Amsterdam (en Deventer) gebruikte men net als in New York de regels "...Rijd er mee naar Amsterdam / Van Amsterdam naar Spanje / ..." Hij vermeldt er geen datum bij, maar het is waarschijnlijker dat de tekst destijds verhuisd is van Nederland naar New York dan andersom. Aangenomen kan dus worden dat de tekst al voor 1810 moet hebben bestaan. In West-Vlaanderen zong men de volgende tekst: "Sinte Niklaes van Tolentyn / Breng mij mee wat lekkerding / Wy ryden meê naar Spanje / Om appelkens van Oranje / Om appelkens van Condé / Breng myn broerken ook wat meê." Nicolaas van Tolentino was een Italiaanse heilige uit de 13e eeuw.
  5. Verwijs (1863) pp. 76-78: De zinsnede "...Rijd er mee naar Amsterdam / Van Amsterdam naar Spanje..." komt overigens ook in andere Nederlandstalige volksliedjes voor, en in een Duits volkslied luidt het: "...Von Brabant nach Engelland / Von Engelland nach Spanien / Mit Aepfeln und Kastanien!" Zelfs in een Italiaans zonnelied komt een dergelijk metrum voor: " ...Ca voglio ire n' Franza / Da Franza a Lombardia / Dove sta Madamma Lucia"
  6. Schenkman was in zijn tijd niet de enige die Sinterklaas met Spanje verbond. P.A. de Génestet schreef in 1849 het gedicht "De Sint-Nikolaasavond" waarin hij in vers 61 het heeft over al die sprookjes (...) die ge u herinren zult nog uit uw kinderdagen zoals u komt zóó uit Spanje?. Omdat er wordt verwezen naar "sprookjes uit uw kinderdagen" was de combinatie Sinterklaas en Spanje al voor 1849 in bredere kring gebruikelijk. Genestet laat echter in het midden of hij verwijst naar het lied zoals Pintard dat publiceerde, of naar Spanje als domicilie van Sinterklaas. Schenkman is voor zover bekend de eerste die vastlegt dat Sinterklaas bisschop van Spanje is.
  7. Anoniem, (1859) Amsterdam, 3 december. St. Nikolaas De Tijd, 6 december, p. 1: "Menigeen laat hem vergezellen door een ander personaadje, een ... die onder den naam van "Pieter mijn knecht" niet minder populair is dan de Heilige Bisschop zelf, ..."'
  8. Mogelijk was de figuur Zwarte Piet vóór 1850 al gangbaar. De naam Pieter-mê-knecht werd in 1850, de tijd dat Schenkman zijn boekje publiceerde, namelijk ook al door Joseph Alberdingk Thijm gebruikt in een handgeschreven opdracht in een boekje St. Niklaasgoed, dat hij aan E.J. Potgieter stuurde. Waarschijnlijk was die naam bedoeld voor een knecht van Sinterklaas. En in 1884 beschreef Alberdingk Thijm in De Amsterdammer een sinterklaasfeest uit zijn jeugd (1828) waarin Sinterklaas werd vergezeld door een "kroesharige neger" die hij (in 1884) ook Pieter me knecht noemde. Of dit een geschminkte of een zwarte man was is niet bekend, net zo min of de naam Pieter me knecht, die Alberdingk Thijm op 64-jarige leeftijd gebruikte, in 1828 ook gebruikt was.
  9. Anoniem, (1895) Stadsnieuws: Vandaag had het al flink gewaaid. Het nieuws van den dag Amsterdam: kleine courant, 6 december, dag, p. 6: "Maar gelukkig, Sinterklaas kan alles, ook met storm over de daken rijden en zijn paard ook en zwarte Piet ook en we hebben daarom alle hoop ..."
  10. Arnhemsche Courant 9-12-1880: "Bisschop Nikolaas reed in vol ornaat met zijne twee knechts met een vierspan rond" Het krantenartikel noemt knechten, maar het wordt niet duidelijk of het hier om Zwarte Pieten gaat.

Referenties

  1. Eerste intocht Sinterklaas in Venray, nieuwsarchief weekblad Peel en Maas, 8 december 1888
  2. St. Nicholas Center
  3. a b Sinterklaas Meertens Instituut. Url bezocht op 20 februari 2012
  4. Dossier Sinterklaas Koninklijke Bibliotheek
  5. Verwijs, Eelco (1863) De christelijke feesten. Den Haag: Martinus Nijhoff. pp. 26-27
  6. Vroegmiddelnederlands woordenboek: senterclaesbunre
  7. Pijnenburg, W.J.J. (1986) "Sinterklaas van Oudenbiezen", Naamkunde. Jaargang 20. Instituut voor Naamkunde, Leuven / P.J. Meertens-instituut, Amsterdam 1988
  8. M. Otten, Edda, (Amsterdam: ANBO, 2004), Het lied van Regin (aantekeningen) en het lied van Fafnir (aantekeningen)
  9. Roelofs, D. (2009) Zwarte Piet, wie kent hem niet… Een onderzoek naar de ontwikkeling in de beeldvorming van Zwarte Piet in Nederlandse televisieseries Amsterdam: UvA Scripties Online
  10. Jansen, L. (1999) Feest in oorlogstijd. Kerstmis en Sinterklaas tijdens de Duitse bezetting.
  11. Prent met vers, gepubliceerd door John Pintard, 1810
  12. Knip, K. An orange for Christmas NRC Handelsblad - Wetenschap, pagina 13, 4 december 2010
  13. Benthem, H. van (2009) Sint-Nicolaasliederen: oorspronkelijke teksten en melodieën blz 61. Leidschendam: Kemper Conseil Publishing
  14. St. Nikolaas bij een snoeper uit Sint Nikolaas en zijn knecht van Jan Schenkman
  15. Strouken, Ineke e.a. (...) Sinterklaas. Van heilige tot kindervriend Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed
  16. a b Helsloot, J.I.A. (2001) De opkomst van Sinterklaas als nationaal feest in Nederland. Een schets op grond van twee volkskundevragenlijsten van het Meertens Instituut. In: Faszination Nikolaus. Kult, Brauch, Kommerz, (pp. 104-139).
  17. Sijs, Nicoline van der (2009) Cookies, Coleslaw, and Stoops Amsterdam: Amsterdam University Press p. 254
  18. Zie het Keurboek van Delft
  19. "Maarten Luther verzette zich tegen Sinterklaasfeest", CIP.nl, 17 november 2010
  20. Geschiedenis van Sinterklaas Figurentheater Propop vzw
  21. Van der Vlugt stopt met Sinterklaas, RTL Nieuws, 21 mei 2011
  22. Meertens instituut