Seltsjoeken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
شاهنشاهی بزرگ سلجوقی
 Ghaznaviden
 Boejiden
 Sallariden
 Byzantijnse Rijk
 Kakoejiden
1037 – 1194
Kaart
1092
1092
Algemene gegevens
Hoofdstad Nisjapoer
Oppervlakte 3.900.000 km²
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Staatshoofd Sultan
Voorgaande en opvolgende staten
 Ghaznaviden
 Boejiden
 Sallariden
 Byzantijnse Rijk
 Kakoejiden
Ghuriden 
Kwarazniden 
Sultanaat van Rûm 
Ajjoebiden 
Eldigoeziden 
Zengiden 
Danishmenden 
Artoekiden 
Saltoekiden 
Kharaghan.jpg
De Kharaghan tombes in Qazvin, Iran (1067) is de rustplaats van twee Seldjoekse prinsessen
131 Bataille de Malazgirt.jpg
De Slag bij Manzikert (1071), waarbij de Turken Anatolië veroverden en keizer Romanus IV gevangen namen
Thinminaret.jpg
De 13e-eeuwse dunne minaret madrassa in Konya, Turkije
Gaznaly-seljuk Dandanaqan.jpg
Slag om Dandanaqan (1040), waarbij de Seldjoeken grote delen van het Perzische Rijk van de Ghaznaviden veroveren.
Turkey.Aksaray014.jpg
Karavanserai in de buurt van Aksaray, Turkije. De Seldjoeken bouwden overal in hun rijk Karavanserais
Coupe iran.JPG
Seldjoekse Keramiek uit de late 12e eeuw
Seljuk Sultanate of Rum 1190 Locator Map.svg
Het sultanaat Rûm, de voortzetting van het Seldjoekse rijk, en de voorloper van het Ottomaanse Rijk

De Seltsjoeken (Turks: Selçuklar) waren een tak van de Oghuz-Turken, die oorspronkelijk uit Centraal-Azië kwamen en uiteindelijk het Seltsjoekenrijk stichtten in het Midden-Oosten dat stand hield tot de 13e eeuw. Ikonion (ook wel Iconium, het latere Konya) was de hoofdstad van het Rijk.

Vroege periode[bewerken]

De stamvader van dit geslacht was Seltsjoek (Seldjoek), die leefde in de 10e eeuw, maar als de eigenlijke grondlegger van hun macht geldt Togrul Beg, de kleinzoon van Seltsjoek. In de eerste helft van de 11e eeuw drongen de Seltsjoeken diep in Perzië door. In 1040 verdreven zij de Ghaznaviden, die ca. 1000 de eerste Turkse staat binnen het rijk van de islam hadden gesticht, uit Khorassan en vervolgens maakten zij een eind aan de Buwahidische (Boejidische) heerschappij in het westen van het land. In 1055 maakten zij zich meester van de stad Bagdad, de hoofdstad van het rijk der Abassiden. De Turken erkenden de soevereiniteit van de kalief, maar namen wel een groot deel van de (wereldlijke) macht in handen.

Vervolgens bonden de Seltsjoeken de strijd aan met het Byzantijnse Rijk, op dat moment geregeerd door keizer Constantijn X Doukas (1059 -1067), die toen ook onder druk stond van opdringende Noormannen, Petsjenegen en Hongaren.

Tugrul bey (1063-1072)

Met de verovering van Perzië begon de opperheerschappij van de Turken in de islamitische wereld. In 1058 kreeg Togrul de investituur van de kalief van Bagdad (werd Togrul tot kalief van Bagdad gekroond). Perzië vormde nu weer opnieuw een eenheid, niet alleen politiek, maar ook in religieus opzicht. Het ambtelijke apparaat bestond geheel uit Perzen, die de staatszaken beheerden ten behoeve van de Turkse militaire kaste.

Wederrechtelijk eigende Togrul zich de regeringsmacht toe, nam de titel van sultan (alleenheerser) aan en liet de kalief weinig meer dan de geestelijke waardigheid. Het Turkse leger werd een militaire heersersklasse, die met nieuwe kracht de djihad begon.

De Seltsjoeken bouwden de Vrijdagmoskee van Isfahan. De beroemde Perzische schrijver Omar Khayyam, schreef zijn Rubayat met liefdespoëzie ten tijde van de Seltsjoeken.

Alp Arslan

De tweede sultan van de dynastie van de Seltsjoeken in het Midden-Oosten, en achterkleinzoon van Seltsjoek, de stichter van de dynastie koos voor de naam Mehmed (= Mohammed) toen hij zich bekeerde tot de islam. Wegens zijn militaire dapperheid verkreeg hij de bijnaam Alp Arslan, wat „moedige leeuw“ betekent.

Hij volgde zijn vader Da'ud op als heerser van Khorasan in 1059, en zijn oom Togrul als sultan van Iran en Bagdad in 1063. Zo werd hij de enige heerser van Perzië van de rivier Oxus tot aan de Tigris. Bij het consolideren van zijn imperium en het overmeesteren van vechtende facties werd hij bekwaam bijgestaan door Nizam ul-Mulk, één van de meest eminente staatsmannen in de moslimgeschiedenis.[bron?] Toen vrede en veiligheid in zijn heerschappijen werd gevestigd, riep hij een groep staatsmannen bijeen en verklaarde zijn zoon Malik Sjah I zijn erfgenaam en opvolger. Met de hoop van het verwerven van een immense buit in de kerk van St. Basilicum in Caesarea, de hoofdstad van Cappadocië, plaatste hij zich aan het hoofd van de Turkse cavalerie, stak de Eufraat over en ging plunderend die stad in. Hij trok toen verder door Armenië en Georgië, die hij in 1064 definitief onder controle kreeg. In 1068 viel Alp Arslan het Byzantijnse Rijk binnen. In 1070 veroverden de Seltsjoeken de stad Aleppo. Keizer Romanus IV Diogenes, die het bevel persoonlijk voerde, ontmoette de invallers in Cilicia. In drie lastige veldslagen, waarvan de twee eerste door de keizer zelf werden geleid terwijl de derde door Manuel Comnenus werd geleid, werden de Turken verslagen en werden definitief (1070) teruggedreven over de Eufraat. In 1071 ging Romanus opnieuw het gebied in met 100.000 mensen, waaronder een contingent van de Turkse stam van Uzes en van de Fransen en de Normandiërs, onder Ursel van Bahol, in Armenië. In Manzikert, op Murad Tchai, het noorden van het Van-meer, kwam hij Alp Arslan tegen. De sultan stelde vrede voor, hetgeen geringschattend door de keizer werd verworpen. Er vond een gevecht plaats - de Slag van Manzikert - waarin de Byzantijnen, na een vreselijke slachting, totaal werden vernederd. Dit resultaat was hoofdzakelijk toe te schrijven aan de snelle tactiek van de Turkse cavalerie. Romanus werd gevangengenomen in de aanwezigheid van Alp Arslan, die hem met grootmoedigheid behandelde. Daarna veroverden de Seltsjoeken Palestina en Syrië op de Fatimidische khaliefen van Egypte.

Na de overwinningen van Alp Arslan veranderde de balans in het dichtbijgelegen Azië volledig ten gunste van de Seltsjoeken en de soennitische moslims. Terwijl het Byzantijnse Rijk voor bijna nog eens vier eeuwen bleef bestaan, betekende de overwinning in Manzikert het begin van een Turks overwicht in het Midden-Oosten. De heerschappij van Alp Arslan breidde zich nu over een groot deel van westelijk Azië uit. Hij trof spoedig voorbereidingen voor de verovering van Turkestan, de originele zetel van zijn voorvaderen. Met een krachtig leger ging hij naar de oever van de Oxus. Alvorens hij de rivier met veiligheid kon overgaan, was het noodzakelijk om bepaalde vestingen onschadelijk te maken. Eén daarvan werd verscheidene dagen krachtig verdedigd door de gouverneur, Yussuf Gr-Harezmi, een Khwarezmiër. Hij moest zich echter overgeven en werd gevangengenomen. De sultan veroordeelde hem tot de dood. In wanhoop trok Yussuf zijn dolk en stormde op de sultan af. Alp Arslan, de meest bekwame schutter van zijn tijd,[bron?] instrueerde zijn lijfwachten om zich niet te mengen in de strijd. Hij trok zijn boog, maar zijn voet gleed uit, de pijl ging opzij en hij kreeg de dolk van de moordenaar in zijn borst. Alp Arslan stierf vier dagen later aan deze wond op 25 november 1072 op 42-jarige leeftijd. Hij werd naar Merv genomen om te worden begraven. Op zijn Seltsjoekse graftombe in Ahlat staat de volgende inscriptie: „O hen die de grote grandeur Alp Arslan zagen, kijk uit! Hij ligt nu onder de zwarte grond… „. De streek rond deze plaats is letterlijk bezaaid met eeuwenoude türbes (graftombes). Een groot aantal kan men al wanneer men Ahlat nadert langs de weg zien liggen. Men kan ze binnengaan. De meeste türbes of kümbets hebben twee verdiepingen. Boven bevindt zich de gebedsruimte, beneden ligt de dode begraven.

Latere periode[bewerken]

Alp Arslan werd opgevolgd door zijn zoon Malik Sjah I. In 1077 veroverde hij de stad Nicea op de Byzantijnen.

Na het bewind van sultan Malik Sjah (1072-1092) kwam er een eind aan de eenheid van het Seltsjoekenrijk en viel het rijk uiteen in vele kleine staatjes onder verschillende nevenlinies van het geslacht, zoals de Seltsjoeken van Kirman (1041-1186), van Irak (1118-1194) en van Syrië (1078-1117). Een zeer belangrijke neventak was die van het sultanaat Rûm, gesticht in 1080 in Nicea, die in de loop van de 12de eeuw bijna geheel Klein-Azië veroverde en tot circa 1302 vanuit de hoofdstad Konya over dit gebied heersten. Zij waren de voorlopers van de Osmaanse Turken.

In 1085 maakte de broer van Malik Shah, de Seltsjoekenheerser Abu Sa'id Taj ad-Dawla Tutush I van Damascus (1079 tot 1095) bezit van het grootste deel van Syrië. In 1086 veroverde hij de stad Edessa. Een jaar later verloor hij het door hem veroverde gebied weer. Na de dood van Malik Shah in 1092 kon hij het opnieuw veroveren in 1094, maar ook hij stierf een jaar later. Na de dood van Tutush werd het rijk verdeeld na een conflict tussen zijn zonen Duqaq en Radwan.

De val van het Seltsjoekenrijk[bewerken]

In de 12e eeuw viel het Seltsjoekenrijk uiteen in verschillende rijken, geregeerd door nevenlinies van het geslacht, zoals de Seltsjoeken van Kerman (zuidoost Iran) (1041-1186), de Seltsjoeken van Irak en West-Iran (1118-1194) en de Seltsjoeken van Syrië (Damascus) (1078-1117). De verdeeldheid in het rijk van de Seltsjoeken maakte het voor de kruisvaarders mogelijk in 1097 Antiochië en in 1099 Jeruzalem te veroveren. In Syrië en Palestina stichtten de kruisridders daarna enkele kruisvaardersstaten. Damascus bleef echter in het bezit van de Seltsjoeken.

Groot-Seltsjoekse sultans, 1038-1157[bewerken]

Seltsjoekse sultans van Khorasan, 1097-1157[bewerken]

Seltsjoekse sultans van Irak en West-Iran, 1118-1194[bewerken]

  • Mahmud II 1118-1131
  • Dawud 1131-1132
  • Tugrul II 1132-1134
  • Masud 1134-1152
  • Malik Shah III 1152-1153
  • Mohammed II 1153-1160
  • Sulaiman Shah 1160-1161
  • Arslan Shah 1161-1176
  • Tugrul III 1176-1194

Seltsjoekse sultans van Rûm (Anatolië), 1077-1307[bewerken]

Seltsjoekse koningen van Syrië[bewerken]

Koningen van Damascus

Koningen van Aleppo

  • Ridwan 1095-1113
  • Alp Arslan 1113-1114
  • Sultan Shah 1114-1117

Seltsjoekse heersers van Kerman, 1041-1187[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties