Syrië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
الجمهوريّة العربيّة السّوريّة
Al Jumhuriyah al Arabiyah as-Suriyah
Flag of Syria.svg Coat of arms of Syria.svg
(Details) (Details)
Syrië
Basisgegevens
Officiële landstaal Arabisch
Hoofdstad Damascus
Regeringsvorm Republiek
Staatsvorm Eenheidsstaat
Staatshoofd President Bashar al-Assad
Regeringsleider Premier Wael Nader al-Halqi
Religie moslims 90%, christenen 10%[1]
Oppervlakte 185.180 km² [2] (0,06% water)
Inwoners 17.921.000 (2004)[3]
22.457.336 (2013)[4] (121,3/km² (2013))
Overige
Volkslied Homat el Diyar
Munteenheid Syrisch pond (SYP)
UTC +2 (zomers: +3)
Web | Code | Tel. .sy | SYR | 963
Voorgaande staten
Frans Mandaat Syrië Frans Mandaat Syrië
Verenigde Arabische Republiek Verenigde Arabische Republiek
1946
1958-1961 (Uiteenvallen van de VAR)
Topografie
Syrië
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Syrië, officieel de Arabische Republiek Syrië, is een land in het Midden-Oosten. Het grenst in het westen aan de Middellandse Zee, in het noorden aan Turkije, in het oosten en zuidoosten aan Irak, in het zuiden aan Jordanië en in het zuidwesten aan Libanon en Israël. Een deel van Syrië, de Golanhoogvlakte, is door Israël bezet. De Eufraat doorsnijdt het land van noordwest naar zuidoost. De hoofdstad is Damascus. Andere grote steden zijn Aleppo, Homs, Hama en Latakia.

De president van Syrië is Bashar al-Assad, die zijn vader Hafiz al-Assad na diens dood in 2000 opvolgde. Syrië behoort tot de Arabische Liga maar is geschorst per 16 november 2011.[5] Sinds het voorjaar van 2011 is Syrië het toneel van een grootschalige gewapende opstand tegen de regering van al-Assad, die inmiddels is uitgemond in de Syrische Burgeroorlog, een conflict dat meer dan 100.000 doden heeft geëist en meer dan 2 miljoen mensen het land heeft doen ontvluchten.

Naam[bewerken]

De naam Syrië is afgeleid van de oude Griekse naam voor Syriërs: Σύριοι, of Σύροι, die de Grieken zonder onderscheid toepasten op de Arameeërs en Assyriërs.[6][7] Een aantal moderne geleerden beweert dat het Griekse woord met betrekking tot de verwante Ἀσσυρία, Assyrië, uiteindelijk afgeleid is van de Akkadische Assur.[8] Anderen geloven dat het afkomstig is van Siryon, de naam die de Sidoniërs aan de Hermon berg gaven.[9] Nochtans, de ontdekking van de Çineköy inscriptie in 2000 ondersteunt de theorie dat de term Syrië afgeleid is van Assyrië.

De naam Syrië werd van de oudheid tot de Eerste Wereldoorlog gebruikt voor het gebied tussen de hele oostkust van de Middellandse Zee (de Levant) en de Eufraat. Dit Groot-Syrië omvatte dus ook de huidige staten Libanon, Jordanië, Israël, Palestina plus aangrenzende streken in Turkije.

Geschiedenis van Syrië[bewerken]

De Arabieren kwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog in opstand tegen de Turken
Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Syrië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Syrië ligt in de zogenaamde Vruchtbare Halve Maan en kende vele oude beschavingen zoals Mari, Ebla, Ugarit en die van de Amorieten, Hettieten, Babyloniërs, Arameeërs en andere.

Syrië werd achtereenvolgens veroverd en bestuurd door de Perzische Achaemeniden, die in de 4e eeuw v. Chr. verslagen werden door Alexander de Grote. Zijn opvolgers, de Seleuciden, regeerden enkele eeuwen. In 63 v. Chr. veroverde de Romeinse generaal Pompeius Syrië. Zij maakten het gebied tot een provincia van hun rijk: Syria.

In de late oudheid bleef het gebied een twistpunt tussen de Romeinen en de Perzische Sassaniden. Antiochië was de traditionele uitvalsbasis van de Romeinse legers in hun veldtochten tegen de Perzen. De Limes Arabicus vormde de grens met de Perzen. Nisibis, nu net over de grens met Turkije gelegen, vormde de belangrijkste grensplaats tussen het Romeinse Rijk en het Perzische rijk.

In de 7e eeuw veroverden de Arabieren het land tijdens de Slag bij de Jarmuk in 636. De Arabische dynastie van de Omajjaden regeerden ruim een eeuw over het Arabische Rijk vanuit Damascus. De Omajjaden bouwden de beroemde Omajjadenmoskee in Damascus. In 749 werden de Omajjaden verslagen door de Abbasiden en verloor Damascus zijn belangrijke betekenis. Het centrum van de islamitische macht verschoof naar Mesopotamië.

Het gebied wat nu Syrië is werd in de 11e eeuw veroverd door de Turkse Seltsjoeken, vervolgens door de tot de islam bekeerde Mongolen, de Egyptische Mamelukken en in de zestiende eeuw door de Ottomanen. De Ottomanen zouden blijven regeren tot aan de Eerste Wereldoorlog.

In de Eerste Wereldoorlog veroverden de geallieerden (Fransen en Engelsen), gesteund door Arabische opstandelingen, het gebied. Gedurende een korte tijd was Syrië een onafhankelijk koninkrijk, maar al snel werd het een mandaatgebied van de Fransen die Syrië bezetten en de afsplitsing van Libanon bewerkstelligden. Dit werd overeengekomen op de Conferentie van San Remo. Het Syrische leger werd de genadeklap toegebracht in de Slag bij Maysaloun op 24 juli 1920.

Het oorspronkelijke Franse mandaatgebied Syrië bevatte naast het huidige Libanon, ook de Republiek Hatay, voorheen bekend als de Sandjak van Alexandretta. Dit gebied is de huidige Turkse provincie Hatay. Op dat laatste gebied maakte Syrië aanspraak tot na het overlijden van president Hafez al-Assad. De Fransen bleven in Syrië tot 1946.[10]

In 1946 werd Syrië onafhankelijk. Onafhankelijk Syrië werd een republiek die, gesteund door de Sovjet-Unie, toenadering zocht tot andere Arabische landen. Van 1958 tot 1961 vormde Syrië een staatkundige eenheid met Egypte als de Verenigde Arabische Republiek (VAR). In 1961 maakte een militaire coup een einde aan de VAR.

In 1963 kwam de Ba'ath-partij, via een nieuwe staatsgreep, aan de macht in Syrië. In 1967 werd Syrië betrokken in de Zesdaagse Oorlog tussen een Arabische coalitie en Israël. Syrië verloor de Golanhoogten aan Israël. Aan de politieke instabiliteit kwam een einde toen in 1971 Hafiz al-Assad de militaire dictatuur uitriep waarbij hij zichzelf levenslang tot staatshoofd verklaarde. al-Assad behoorde tot een etnische en religieuze minderheid, de Alawieten. Hij bleef dictator tot zijn dood in 2000. Deelname aan de Jom Kipoeroorlog in 1973 en inmenging in de Libanese Burgeroorlog (1975-1990) leverden weinig tastbaar resultaat op, maar Syrië bleef wel een machtsfactor in de regio. Het terugkrijgen van de Golanhoogten van Israël, op welke manier dan ook, blijft een hoofddoelstelling van de buitenlandse politiek, naast een oplossing van het Arabisch-Israëlisch conflict en het vergroten van de invloed in Libanon.

Op 2 februari 1982 had een van de zwartste pagina's van de moderne Syrische geschiedenis plaats in de stad Hama, een bolwerk van de Moslimbroederschap. Deze laatsten waren tegen het seculiere socialistische Ba'athregime. Zij konden rekruteren uit de soennitische meerderheid van de bevolking, terwijl het Syrische Ba'ath regime steunde op een alawitische minderheid van ongeveer 10%. De Moslimbroederschap ging ook gewelddadig te werk. In februari 1982 kon zelfs van een gewapende opstand gesproken worden. President Assad ging de strijd met de Moslimbroederschap aan. Dit leidde tot een opstand, die bloedig de kop werd ingedrukt. Het leger maakte met artillerie en bulldozers een deel van Hama met de grond gelijk. Er werden ongeveer 20.000 mensen gedood. Sindsdien is er geen sprake meer geweest van enige serieuze oppositie.

Na de dood van Hafiz in 2000 nam zijn zoon Bashar al-Assad de macht over. Bashar volgde op dat ogenblik een specialisatie tot oogarts in Londen. Oorspronkelijk was zijn oudere broer bestemd om vader Hafiz op te volgen maar hij overleed vóór zijn vader bij een auto-ongeluk, onderweg naar het vliegveld. Bashar al-Assad bleef in grote lijnen het beleid van zijn vader voortzetten.

Ten tijde van de Irakoorlog vluchtten Irakezen naar Syrië om het escalerende sektarische geweld tussen sjiieten en soennieten en het verzet tegen het nieuwe regime na de val van Saddam Hoessein te ontvluchten.[11]

Nuvola single chevron right.svg Zie Syrische Burgeroorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 2011 braken grote protesten in Syrië uit, in navolging van protesten in andere Arabische landen. De overheid trachtte de protesten neer te slaan maar stuitte op verzet van gewapende groeperingen. In november 2011 dreigde de Arabische Liga Syrië met sancties vanwege het hardhandig neerslaan van de protesten.[12] De Turkse premier Erdoğan en de Jordaanse koning Abdoellah maakten kenbaar dat zij willen dat Assad vertrekt.[13][14] Eind november 2011 verklaarden de Verenigde Naties dat de Syrische regering bij het neerslaan van de opstand misdaden tegen de menselijkheid gepleegd zou hebben[15][16]

Geschiedenis van het christendom in Syrië[bewerken]

Qalat Semaan in het gebied van de Dode steden in Syrië.

Syrië wordt wel de bakermat van het christelijk geloof genoemd, omdat de apostel Paulus hier zijn zendingstocht door Klein-Azië begon. Bekend uit het Bijbelboek Handelingen van de apostelen is het verhaal dat Paulus, de joodse christenvervolger, op weg naar Damascus een visioen kreeg, zich bekeerde en vervolgens het christendom ging prediken.

In Syrië vindt men de vroegste christelijke kerken, zoals de Huiskerk van Dura Europos. Thans is circa 10 procent van de bevolking christen.

In het bergstadje Ma'loula (50 kilometer van Damascus) spreken de christelijke inwoners nog de taal die Jezus gesproken zou hebben, het Aramees. In de rotskerkjes van de kloosters, gewijd aan de heiligen Sergius en Taqla, hangen oude iconen die regelmatig worden uitgeleend voor belangrijke tentoonstellingen in Europa.

Na de islamitische verovering van Syrië in 636, baden moslims en christenen zij aan zij tot 705. In die tijd leefde ook de christelijke theoloog en laatste kerkvader Johannes Damascenus, die een belangrijke rol speelde aan het hof van de kalief. In 705 werd de Kerk van Johannes de Doper afgebroken en vervangen door de Omajjadenmoskee. Hier worden ook de relieken van Johannes de Doper vereerd. Voor moslims is Johannes - net als Jezus - een belangrijke profeet.

De volgende patriarchaten zijn in Damascus gevestigd: het oosters-orthodoxe Patriarchaat van Antiochië, het oosters-katholieke patriarchaat van de Melkitische Grieks-katholieke Kerk en het patriarchaat van de Syrisch-orthodoxe Kerk.

Staatsinrichting en politiek[bewerken]

President Bashar al-Assad.

Staatsinrichting[bewerken]

Syrië is volgens de grondwet van 2012 een democratische staat. De Arabische Republiek Syrië maakt deel uit van de Federatie van Arabische Republieken en van het "Arabisch Vaderland". Weliswaar zijn vrijheid van meningsuiting, van godsdienst en persoonlijke vrijheid in de grondwet gegarandeerd, maar in de praktijk wordt Syrië sterk autocratisch geregeerd. De Syrische geheime dienst (Moeghabarat) wordt alom gevreesd. Men heeft in de grondwet een clausule ingevoerd die bepaalt dat de president een moslim moet zijn, waarbij een imam moest verklaren dat een alawiet een moslim is. Hafez al-Assad was immers een alawiet.

De belangrijkste politieke partij van Syrië is de Ba'ath-partij ('Partij van de Arabische Herrijzenis'). De president van de republiek is tevens secretaris-generaal van de Ba'ath-partij. De Ba'ath-partij is een seculiere partij, die zich beroept op de Arabische tradities (islamitische, joodse en christelijke) en de Arabische eenheid. Voorheen streefde de Ba'ath-partij naar een socialistische maatschappij-opbouw.

De Ba'ath-partij, de Arabische Socialistische Partij en andere nationalistische en sociaaldemocratische partijen maken deel uit van een alliantie, het Nationaal Progressief Front (NPF). Het NPF zou de massa verenigen en het Arabische ideaal, een Arabisch vaderland, dichterbij proberen te brengen. De alliantie wordt gedomineerd door de Ba'ath-partij.

De Volksraad, het parlement (of majlis), wordt om de vier jaar gekozen door alle volwassen Syriërs.

Het staatshoofd van Syrië is de president. Sinds 2000 is dit Bashar al-Assad. De president wordt om de zeven jaar gekozen en kon tot 2012 telkens herkozen worden. In dat jaar vond er een grondwetswijziging plaats waardoor er een termijnlimiet van twee keer zeven jaar van kracht werd. Bij het enige referendum over de huidige president en de vijf referenda over de vorige president, vader Hafez al-Assad, waren er geen tegenkandidaten. De president heeft voor een groot deel de uitvoerende macht in handen. Het kabinet werd tot 23 juni 2012 voorgezeten door een minister-president (Muhammad Naji al-Otari). In het voorjaar van 2011 neemt het kabinet van de minister-president ontslag wegens aanhoudende betogingen voor meer democratie. Bashar al-Assad stelt Adel Safar (oud-minister van Landbouw) aan om een nieuwe ministerploeg te presenteren. Op 23 juni 2012 presenteerde Syrië een nieuw kabinet onder leiding van premier Riyad Farid Hijab.[17] Hijab ontvluchtte het land echter op 6 augustus 2012. Hij werd op 9 augustus dat jaar opgevolgd door Wael al-Halki.[18]

Verschillende politici die kritiek hebben op het regime van Assad zijn om die reden gevangen gezet.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Syrië is onderverdeeld in 14 gouvernementen die weer zijn onderverdeeld in 60 districten.

Buitenlandse betrekkingen[bewerken]

Syrië heeft nauwe banden met de landen van de Arabische Liga, met Iran en met Rusland.

Iran steunt Syrië vanwege het feit dat de president en zijn familie tot de sjiitische alawieten behoren. De banden met Rusland gaan terug tot ver in de tijd van de Sovjet-Unie. Rusland heeft een marinebasis in de Syrische havenplaats Tartous. Rusland steunt Syrië vaak binnen de Verenigde Naties.

De Europese Unie onderhield banden met Syrië, de Europese Unie helpt na het Barcelona-proces landen rond de Middellandse Zee financieel. De Europese Unie bleef kritisch op de Syrische mensenrechtensituatie. Ook de Verenigde Staten en Syrië onderhouden diplomatieke betrekkingen. Recent hebben de Amerikanen aangegeven dat zij graag zien dat Bashar al-Assad vertrekt en de VS erkennen hem niet meer als staatshoofd.

Syrië heeft geen diplomatieke relaties met Israël, maar af en toe vinden via een bemiddelaar wel gesprekken plaats met de Israëliërs.

Ten slotte onderhoudt Syrië nauwe banden met de Libanese Hezbollah en de Palestijnse Hamas.

Mensenrechten[bewerken]

In Syrië worden regelmatig mensenrechten geschonden. De noodtoestand, die tot april 2011 van kracht was, gaf de politie en de geheime diensten de macht om mensen op te pakken en zonder vorm van proces op te sluiten. Amnesty International heeft gerapporteerd dat in Syrische gevangenissen wordt gemarteld.

Demografie[bewerken]

Bevolking[bewerken]

Syrië kent, zoals zijn buurlanden, een zeer diverse bevolkingssamenstelling:

Etnische/Religieuze Minderheid Aantal Bevolkingsaandeel in %
Arabieren 24 miljoen 92% (christenen, alawieten, soennieten alsook sjiieten)
Alawieten 2,8 miljoen 12% (etnische Arabieren)
Christenen 2,6 miljoen 10% (etnische Arabieren, Armeniërs, Arameeërs, Assyriërs, Grieken)
Druzen 800 duizend 3% (etnische Arabieren)
Koerden 2,3 miljoen 9% (met name soennieten, enkele jezidi's)
Palestijnen 400 duizend 1,5% (etnische Arabieren, veelal soennieten)
Sjiieten 270 duizend 1% (etnische Arabieren)
Turkomannen 1,5 miljoen 6% (veelal soennieten)
Tsjerkessen 150 duizend 0,5% (veelal soennieten)

[1][19][20]

In de 20e eeuw is de bevolking van Syrië zo goed als vertwintigvoudigd.

Talen[bewerken]

Arabisch is de officiële taal en het Syrisch-Arabisch is de meest gesproken taal. Koerdisch wordt veel gesproken in de Koerdische gebieden van Syrië. Veel (hoger) opgeleide Syriërs spreken ook Frans of Engels. Onder de Armenen en Turkomannen wordt ook Armeens respectievelijk een Turks dialect gesproken.

Voor de opkomst van het Arabisch was Aramees de lingua franca van de regio en deze taal wordt nog steeds gesproken door Arameeërs en Assyriërs. Het Syrisch wordt nog steeds gebruikt in de liturgie van enkele kerken. Bijzonder is ook dat het Westers neo-Aramees nog steeds wordt gesproken in het dorpje Ma'loula en enkele buurdorpjes.

Religie[bewerken]

Enkele moslims bidden in de Grote moskee van Damascus. De zuilen op de foto zijn oorspronkelijk afkomstig van de Romeinse tempel van Jupiter.

Van de bevolking is 74% moslim en 16% christen[1]. In afwijking van de meeste andere Arabische landen is de islam geen staatsgodsdienst, maar wel de publieke religie en de sharia is een belangrijke bron van het Syrische recht. De identiteit van Syrië is echter vanouds nadrukkelijk Arabisch, en pas in de tweede plaats islamitisch. Christenen hebben tijdens de regeerperiodes van de beide Assads grote vrijheid genoten en de inheemse kerken kunnen relatief gemakkelijk nieuwe kerken bouwen.

Het grootste deel van de moslims (74% van de Syrische bevolking) behoort tot de soennitische moslims. Daarnaast zijn er andere islamitische minderheden waartoe 16% van de bevolking behoort. De islamitische minderheden zijn de alawieten (een stroming die vaak tot de sjiieten gerekend wordt), waartoe ook president Assad behoort (ook noessairi's genoemd) (circa 7%) en de ismaëlieten (circa 1,5%). Er zijn ook druzen (circa 2%).[1]

De christenen vormen tegenwoordig 10% van de bevolking, decennia geleden was hun bevolkingsaandeel veel hoger maar vormen al eeuwenlang geen bevolkingsmeerderheid meer zoals in Libanon wel. (Zie hiervoor het artikel Syrisch christendom). Zij behoren zowel tot de Oosters-orthodoxen, tot de Oriëntaal-orthodoxen als tot de Oosters-katholieken. Er zijn alzo leden van het Grieks-orthodox patriarchaat van Antiochië, de Syrisch-orthodoxe Kerk, de Assyrische Kerk van het Oosten, de Armeens-apostolische Kerk, de Maronitische Kerk, de Melkitische Grieks-katholieke Kerk, de Armeens-katholieke Kerk, de Chaldeeuws-katholieke Kerk, de Syrisch-katholieke Kerk. Daarnaast zijn er nog Rooms katholieken en protestanten (13 denominaties, waarvan de nationaal-evangelische synode de grootste is).

Er was een kleine, maar maatschappelijk belangrijke, joodse gemeenschap (circa 1.500 leden) overgebleven met synagoges in Damascus, Aleppo en Kamishli. Sinds de stichting van Israël in 1948 is de joodse populatie in Syrië aanmerkelijk geslonken. In 2010 woonden er naar schatting iets meer dan twintig joden in het land.[21]

Eeuwenlang en zeker gedurende de twintigste eeuw leefden de verschillende confessionele en godsdienstige groepen vreedzaam naast elkaar en waren de betrekkingen goed. Spanningen met de joodse gemeenschap liepen op na de Zesdaagse Oorlog van 1967. Tijdens de Syrische Burgeroorlog, die begon in 2011, kwam het in Homs en Hama tot sektarisch geweld van de grotendeels soennitische opstandelingen (onder wie salafistische islamistische strijders uit andere landen) tegen alawieten, druzen en christenen, minderheden die als trouw aan het bestaande Assad-bewind golden. Evenwel is ook een aanzienlijk deel van de soennitische moslims in Syrië gematigd.

Economie[bewerken]

Als gevolg van het autocratische bestuur speelt het cliëntelisme een belangrijke rol in Syrië. De belangrijkste bedrijven zijn in handen van de familie Assad en zij controleert zo in feite het economisch leven.

Syrië heeft (voor de regio) relatief kleine olievoorraden. Het heeft enkele oliehavens waar olie uit Irak verscheept wordt. In de Syrische kustwateren in de Middellandse Zee is vanaf 2009 een groot aantal gasvelden gevonden. Ook de Syrische handel met Rusland, Griekenland en (tot de opstand) Turkije is aanzienlijk. Vanouds wordt veel exporthandel door Syriërs bedreven via Beiroet in Libanon.

Bezienswaardigheden en toerisme[bewerken]

Syrië heeft vele historische bezienswaardigheden. Enkele hoogtepunten zijn:

Galerij[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d (en) CIA. The World Factbook - Syria (16 maart 2014)
  2. (en) Verenigde Naties 2011
  3. (en) Laatste census 22 september 2004 (via V.N.)
  4. (en) Niet officiële schatting CIA Factbook juli 2013 (berekend door US Bureau of the Census)
  5. NOS. "Arabische Liga schorst Syrië en kondigt sancties aan", 12 november 2011.
  6. Herodotus, Historiën
  7. (en) John Joseph. Assyria and Syria: Synonyms? (2008)
  8. volgens Theodor Nöldeke (1881) zie (en) Douglas Harper, Online Etymology Dictionary. Syria (november 2001)
  9. (en) Daniel Pipes, Greater Syria: The History of an Ambition, Middle East Forum, 1992, p. 13 ISBN 0-19-506022-9.
  10. (en) World Digital Library. Report of the Commission Entrusted by the Council with the Study of the Frontier between Syria and Iraq (1932)
  11. (en) Irakezen naar Syrië op de Engelse wikipedia
  12. NRC Handelsblad. "Arabische Liga geeft Syrië drie dagen om geweld te stoppen", 16 november 2011.
  13. NRC Handelsblad. "Erdogan: "Turkije heeft geen vertrouwen meer in Syrisch regime"", 15 november 2011.
  14. NOS. "Jordaanse koning vraagt Assad af te treden", 14 november 2011.
  15. NRC Handelsblad. "VN: Misdaden tegen de menselijkheid in Syrië", 28 november 2011.
  16. (en) Verenigde Naties. "Syrian forces have committed crimes against humanity – UN rights panel", 28 november 2011.
  17. NU.nl. "Syrië vormt nieuwe regering", 23 juni 2012.
  18. de Volkskrant. "Minister van Volksgezondheid nieuwe premier Syrië", 9 augustus 2012.
  19. (de) (en) Gesellschaft für bedrohte Völker. "Kurds and Assyrian Christians discriminated, Minorities in Syria", 9 juni 2005.
  20. (en) United States Department of State. Syria, International Religious Freedom Report 2006
  21. Trouw. "De Laatste Joden van Damascus", 10 augustus 2010.