Krak des Chevaliers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Krak des Chevaliers
Plaats in Syrië Vlag van Syrië
Krak des Chevaliers
Krak des Chevaliers
Coördinaten 34° 45' NB, 36° 17' OL
Portaal  Portaalicoon   Azië
Krak des Chevaliers en Qualat Salah El-Din
Werelderfgoed cultuur
Crac des chevaliers syria.jpeg
Land Vlag van Syrië Syrië
UNESCO-regio Arabische Staten
Criteria ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1229
Inschrijving 2006 (30e sessie)
Bedreigd sinds 2013
UNESCO-werelderfgoedlijst
Schets van het fort

De Krak des Chevaliers (Arabisch: قلعة الحصن Qalacat al-Husn of حصن الأكراد Hisn al-Akrād) is een burcht in Noord-Syrië bij Homs. De Krak is hét symbool van de kruistochttijd en was een steunpunt van de Hospitaalridders, die meer bekend zijn onder hun latere naam 'Maltezer Orde'. De naam 'Krak' komt uit het Syrisch, een oude vorm van Aramees, en betekent 'burcht'. Het ligt op een 650 meter hoge heuvel en controleerde destijds de enige weg van Antiochië naar Beiroet.

Ontwerp[bewerken]

Een eerste vesting op de plaats werd in 1031 opgericht voor de emir van Aleppo. De versterking werd tijdens de Eerste Kruistocht veroverd door Raymond IV van Toulouse, en in 1144 werd ze aan de hospitaalridders gegeven. Deze orde herbouwde het tot een machtig kasteel, de grootste kruisvaardersburcht van het Midden-Oosten, met een binnengebouw en daaromheen een losstaande buitenmuur van drie meter dik, voorzien van zeven torens. In één van de torens woonde de grootmeester van de Hospitaalridders, en in het kasteel was plaats voor een zestigtal volledig uitgeruste ridders en zo'n 2000 soldaten. In het binnenkasteel was een kapel, een ontvangsthal, een 120 meter lange opslagruimte en twee grote stallen, met ruimte voor 2000 paarden. De Krak was gereed in 1170, en is een voorbeeld geworden voor het ontwerp van vele burchten in Europa.

Belegeringen[bewerken]

Het kasteel is enkele malen zonder succes belegerd, onder andere door Nur ad-Din en zijn opvolger Saladin. In 1271 werd het met behulp van katapulten veroverd door de Mamelukken onder leiding van sultan Baibars. Jeruzalem was al gevallen, en het kasteel was een van de laatste christelijke buitenposten. In plaats van 2000 man, werd het verdedigd door slechts 200 soldaten waaronder enkele tientallen ruiters. Nadat Baibars de buitenmuur was binnengedrongen, trokken de hospitaalridders zich terug in de centrale donjon. Deze was niet in te nemen zonder veel verlies aan manschappen en Baibars kwam met een valse brief waarin de bevelhebber van Tripoli de opdracht gaf tot overgave van de Krak . De kruisvaarders hebben zich uiteindelijk overgegeven, nadat over een veilige aftocht naar Tripoli was onderhandeld. Sultan Baibars heeft het kasteel nog verder versterkt en verving de kapel door een moskee.

Werelderfgoed[bewerken]

In juli 2006 werd deze nog altijd bijzonder imposante burcht door UNESCO op de lijst van het Werelderfgoed geplaatst samen met het complex te Qal'at Salah El-Din.

In juli 2013 werd gemeld dat de burcht beschadigd zou zijn door een luchtaanval tijdens het beleg van Homs, en op 18 augustus 2013 was er nog eens schade. Hoeveel schade er precies is, is echter niet geweten.

Externe link[bewerken]