Palmyra (Syrië)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Palmyra
Plaats in Syrië Vlag van Syrië
Palmyra (Syrië)
Palmyra (Syrië)
Coördinaten 34° 33′ NB, 38° 16′ OL
Portaal  Portaalicoon   Azië
Ruïnes van Palmyra
Werelderfgoed cultuur
Tetrapylon Palmyra in Syria 001.JPG
Land Vlag van Syrië Syrië
UNESCO-regio Arabische Staten
Criteria i, ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 23
Inschrijving 1980 (4e sessie)
Bedreigd sinds 2013
UNESCO-werelderfgoedlijst

Palmyra of Tadmur, bijgenaamd Stad van Duizend Zuilen, is een Syrische archeologische locatie gelegen in het gouvernement Homs. Het is de meest bezochte bezienswaardigheid van Syrië.

Geschiedenis[bewerken]

Palmyra was een oase op de zijderoute en werd steenrijk doordat de inwoners reizende handelaren bescherming boden tegen overvallen van bedoeïenen. Zelf noemden ze hun stad Tadmoor (wonder of mirakel).

De geschiedenis van de stad gaat terug tot het tweede millennium vóór Christus. Ze werd veroverd door Alexander de Grote en maakte - na zijn dood - deel uit van het Seleucidenrijk.

Toen de rijke oase, gelegen tussen de Romeinse provincie Syrië en Mesopotamië, omstreeks 30 v.Chr. de aandacht trok van de Romeinen, noemden zij de stad Palmyra (stad van de palmbomen). Lange tijd diende de stad als bufferzone tussen Syrië en de vijandige Parthen. Palmyra werd door Germanicus bij de provincie Syrië ingelijfd. Tegen het einde van de 2e eeuw, onder Septimius Severus, krijgt Palmyra de status van Romeinse kolonie en werd geregeerd door koningen die de naam "Septimius" vóór hun eigen Aramese naam plaatsten.

Van 260 tot 267 bewees de toenmalige koning van Palmyra, Septimius Odaenathus zijn bondgenoot, de Romeinse keizer Gallienus, enorme diensten door onder meer in 260 de Perzen van het Romeins grondgebied te verdrijven en Mesopotamië voor de Romeinen te heroveren. In 266 versloeg Odaenathus koning Shapur I, een van de grootste Romeinse vijanden. Het bondgenootschap sloeg echter om in vijandschap nadat in 267 de koning en zijn zoon werden vergiftigd. De ambitieuze koningin Zenobia, die haar man Odaenathus opvolgde en Gallienus verdacht van de moord op haar man, bestreed de Romeinen tot in Egypte. Zij moest uiteindelijk het onderspit delven en het gevolg was dat het machtige Palmyra werd verwoest.

Onder keizer Diocletianus werd omstreeks 300 een nieuwe stadsmuur gebouwd.

In 325 nam de toenmalige bisschop van Palmyra, Marinus, deel aan het Concilie van Nicaea.

Palmyra werd in 634 veroverd door de moslims, waarna op het grondgebied van de antieke stad een Arabische nederzetting werd gevestigd.

Pas rond 800 verliet het merendeel van de bevolking het gebied. De achterblijvers trokken zich terug binnen de muren van de tempel van Bel.

De huidige ruïnes getuigen van de grootsheid van deze woestijnstad.

Bezienswaardigheden[bewerken]

  • De tempel van Bel is gebouwd op een plaats waar, in het tweede millennium vóór Chr. reeds een heiligdom stond. Bel (of Baäl) is oorspronkelijk een Babylonische god die vereenzelvigd werd met de Griekse Zeus en de Romeinse Jupiter. De tempel dateert uit de 1e eeuw. Het tempeldomein is volledig ommuurd. De muren hebben een lengte van 205 m. Langs de binnenzijde van de muren staan Korinthische zuilen. Centraal is er een cella, waarin twee kamers -één noordelijk en één zuidelijk- elk met een plafond gevormd door een monoliet waarin reliëfs zijn gebeeldhouwd. Ook het altaar bevindt zich binnen de cella. In de 12e eeuw werd de westelijke (hoofd)poort versterkt tot een bastion door de Arabieren.
  • De colonnades langs de decumanus lopen van ZO naar NW over een afstand van 1,2 km. (Ter vergelijking: de colonnadestraat van Apamea is 1,8 km lang.) Aan het begin is er een monumentale boog. Langs de decumanus ligt links de tempel van Nebo uit de 1e eeuw ( Nebo is de Mesopotamische god van de wijsheid en van de orakels, vaak geïdentificeerd met de Griekse Apollo ). Verderop rechts vindt men de baden van Diocletianus. Links is er het prachtige theater uit de 2e en 3e eeuw. Verderop zijn er de senaat en de agora. Het tetrapylon werd gereconstrueerd in 1963. De kleine tempel van Baal Shamin ( de heer van de hemel ) bevindt zich NO van het tetrapylon. Hij dateert uit de 1e eeuw en werd verder uitgebouwd in de 2e en 3e eeuw. Hij is vrij recent gerestaureerd. In het NW is er het kamp van Diocletianus met de 'tempel van de standaarden'.
  • De necropolis van Palmyra situeert zich buiten de stad zowel in het noorden, het westen als het zuiden. Er zijn individuele en gemeenschappelijk graven. Zowel de torengraven als de hypogea (ondergrondse graven) werden voor meerdere gestorvenen gebruikt. Het torengraf van Elabel telt vier verdiepingen en heeft talrijke loculi met plaats voor sarcofagen; het gelijkvloerse is versierd met kolommen en een prachtig cassetteplafond. Het hypogeum van de drie broers heeft mooie fresco’s.
  • Boven Palmyra torent een Arabisch burcht uit de 16e eeuw. Van hieruit heeft men een uitgebreid zicht op de site van Palmyra;
  • Het museum van Palmyra stelt lokale vondsten ten toon vooral funeraire kunst onder vorm van beelden en bas-reliëfs die de loculi van de graven afsloten.

Externe links[bewerken]

PalmyraPanoramaZoom.jpg