Bashar al-Assad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bashar al-Assad
Bashar al-Assad (cropped).jpg
President van Vlag van Syrië Syrië
Ambtstermijn 17 juli 2000
Voorganger Hafiz al-Assad
Geboren 11 september 1965
Geboorteplaats Damascus
Politieke partij Ba'ath-partij
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Bashar Hafiz al-Assad (Arabisch: ‏بشار حافظ الأسد) (Damascus, 11 september 1965) is sinds 17 juli 2000 de president van Syrië. Hij volgde zijn vader Hafiz al-Assad op, die Syrië 29 jaar regeerde tot zijn dood op 10 juni 2000. Hij is ook de secretaris-generaal van de Ba'ath-partij. Bashar al-Assad werd gekozen tot president in 2000 en herkozen in 2007 met 99,8 en in 2014 met 88,7 procent van de stemmen.

Assad was afgestudeerd aan de medische school van de Universiteit van Damascus in 1988, en begon te werken als arts in het leger. Vier jaar later volgde hij een postdoctorale studie bij het Westelijke Oogziekenhuis in Londen, gespecialiseerd in oogheelkunde. In 1994, nadat zijn oudere broer Bassel omkwam in een auto-ongeluk, werd Bashar teruggeroepen naar Syrië om over de rol van Bassel als troonopvolger te nemen. In december 2000 trouwde Assad met Asma al-Assad.

Politiek[bewerken]

Pro-Assad demonstratie in Lattakia, 2011

Bashar volgt een iets milder aandoende politiek ten opzichte van de buurstaten, waaronder Israël en Jordanië. Uit Libanon trok hij onder plaatselijke druk daadwerkelijk de Syrische bezettingstroepen terug, die sinds 1990 het Libanon van na de Libanese Burgeroorlog controleerden.

Bashar al-Assad heeft in januari 2004 de vredesbesprekingen met Israël, die in 2000 mislukten, willen voortzetten, en werd door zijn (formele) Israëlische ambtgenoot Moshe Katsav in Jeruzalem uitgenodigd om deze vredesbesprekingen effectief voort te zetten. Zowel de Syrische president als de Israëlische premier Ariel Sharon voelden weinig voor het voorstel.

Assad stelde zich begin 2003 neutraal op tijdens de Amerikaanse inval in Irak, ondanks aantijgingen dat hij pro-Iraaks was.

Begin 2005 trok hij zijn troepen terug uit Libanon (als gevolg van de internationale druk na de moord op de Libanese oud-premier Rafik Hariri). Hiermee kwam een einde aan decennialange Syrische bezetting.

Nadat eind 2010 in Tunesië demonstraties begonnen en daarbij Ben Ali werd verjaagd, verspreidden de demonstraties zich door de hele regio waaronder in Syrië. Volgens de oppositie werd er door de regering op vreedzame demonstranten geschoten.[1] In reactie op de demonstraties kondigde Assad hervormingen aan: er werd een nieuwe grondwet aangenomen waarin niet langer stond dat de Ba'ath-partij, een Arabisch nationalistische en socialistische partij, de staat en de samenleving leidt en dat er ook andere politieke partijen mochten worden gevormd die niet lid zijn van het National Progressive Front. Wel mochten partijen niet gebaseerd zijn op religie of etnische basis. Vervolgens werden er in 2012 parlementsverkiezingen gehouden waarbij ook partijen die niet lid zijn van het NPF zetels wonnen. Door de rebellen werden deze verkiezingen als oneerlijk beschouwd. De demonstraties veranderde al snel in een burgeroorlog waarbij het Syrische Arabische Leger van president Assad en pro-Assad-milities de rebellen, door de regering gezien als "terroristen", met grof geweld bestreden. Volgens critici van Assad worden hierbij ook burgerdoelen in alle delen van het land, onder meer in de plaatsen Daraa en Hama, aangevallen. Syrië en haar bondgenoten Rusland, Volksrepubliek China en Iran schrijven de opstand en het geweld toe aan een jihad door intolerante islamisten en salafistische terroristen, streng-wahabitische monarchieën zoals Qatar en Saoedi-Arabië, Frankrijk, en wapenleveranties vanuit de Verenigde Staten, de NAVO, Israël en Turkije.

Assad verklaarde in november 2012 tegenover RT dat er in Syrië geen sprake is van een burgeroorlog, maar van pogingen tot buitenlandse inmenging door regionale en internationale grootmachten, salafistisch extremisme en van terrorisme tegen de staat. Hij verklaarde nooit onder buitenlandse druk afstand te zullen doen van het presidentschap tenzij via algemene vrije verkiezingen door de Syrische bevolking in 2014. President Assad verklaarde tegenover de Georgisch-Russische journaliste in Syrië te willen blijven, leven en ook sterven.[2] Tevens verklaarde hij de weg van onderhandelingen met geweldloze oppositiepartijen en geleidelijke democratische transitie te willen volgen om zo niet de weg vrij te laten voor islamistische extremisten en "imperialistische" plannen met het Midden-Oosten en de belangrijke en olierijke Arabische wereld. In 2014 werden er presidentsverkiezingen gehouden waarbij ook andere kandidaten dan Assad mochten meedoen. Hij won die verkiezingen met 88,7% van de stemmen. Leiders van de Groep van Zeven spraken van een 'schertsvertoning'.[3] De Russische autoriteiten daarentegen spraken van een 'legitieme' overwinning.[4] Ook Afghanistan, Algerije, Armenië, Wit-Rusland, Brunei, Cuba, Guyana, Iran, Nicaragua, Zuid-Afrika, Palestina, Noord-Korea en Venezuela feliciteerden Assad. Op 16 juli dat jaar werd Assad beëdigd voor een derde termijn.[5]

Persoonlijk[bewerken]

Bashar en Asma al-Assad tijdens een bezoek aan Moskou.

Bashar al-Assad werd geboren in een alawitische familie in Damascus en studeerde voor oogheelkundige maar heeft de specialisatie vanwege de voorbereiding voor de opvolging van zijn vader niet voltooid. In december 2000 huwde hij de investeerster en bankier Asma al-Assad, een soennitische moslima en dochter van een Brits-Syrische cardioloog, die werd geboren in een invloedrijke soennitische familie uit de stad Homs. Assad en Asma hebben drie kinderen: Hafiz (geboren op 3 december 2001), Zein (5 november 2003) en Karim (16 december 2004).

Bronnen, noten en/of referenties
Voorganger:
Hafiz al-Assad
President van Syrië
2000-heden
Opvolger:
-
Voorganger:
Hafiz al-Assad
Secretaris-Generaal van de Ba'ath-partij
2000-heden
Opvolger:
-