Hafiz al-Assad
Hafiz al-Assad (Arabisch: حافظ الأسد, Ḥāfiẓ al-Asad) (Qardaha, 6 oktober 1930 - Damascus, 10 juni 2000) was van 1971-2000 president van Syrië.
Inhoud |
Biografie[bewerken]
Hafiz al-Assad was afkomstig uit de regio Latakia en behoorde tot de alawieten (een minderheid onder de sjiitische moslims, met christelijke invloeden). Zijn grootvader was een van de notabelen van deze kleine, maar tegenwoordig zeer dominante, groep in Syrië. Op zijn zestiende sloot hij zich aan bij de Syrische Ba'ath-partij (Socialistische Partij van de Arabische Herrijzenis), waar veel jongeren uit religieuze minderheden zich bij aansloten.
Staatsgreep[bewerken]
Na de staatsgreep van 1963 die de Ba'ath in Syrië aan de macht bracht, werd hij lid van het Militaire Comité binnen de Ba'ath-partij en opperbevelhebber van de luchtmacht. In 1966 leidde het Militaire Comité een staatsgreep die de rechtse burger-vleugel van de Ba'ath-partij ten val bracht. Assad werd nu minister van defensie binnen de nieuwe militaire Ba'ath-regering. Nadat zijn mede-coupplegers aan de kant waren geschoven, werd hij op 22 februari 1971 president van de republiek en secretaris-generaal van de Ba'ath-partij.
Oorlog met Israël[bewerken]
Met veel kapitaal en zorg moderniseerde hij zijn legermacht en drukte een socialistisch stempel op zijn regime. Als tegenstander van Israël viel het Syrische leger in oktober 1973 samen met Egypte Israël aan op Jom Kipoer. Aanvankelijk waren Syrië en Egypte, gesteund door diverse landen uit de Arabische wereld, succesvol. Maar zij werden al snel teruggedrongen tot aan de grenzen. Later gaf Israël de Sinaï terug aan Egypte als gevolg van de Camp Davidakkoorden. In 1973 presenteerde Assad een socialistische grondwet. Hij werd als Alawiet niet door alle moslims in Syrië gewaardeerd, vanwege zijn beleid met harde hand.
Bezetting van Libanon[bewerken]
In 1976 viel Syrië het in burgeroorlog verkerende Libanon binnen. Aanvankelijk stelde Assad zich op als bondgenoot van de christelijke partijen in dat land, maar later keerde hij zich tegen hen en steunde hij de sjiitische Hezbollah en de Libanese Ba'ath. Hoewel hij feitelijk grote delen van Libanon bezet hield, stellen sommigen dat zijn interventie bijgedragen heeft tot de vrede tussen de christenen, soennieten, sjiieten, alawieten en Druzen in dat land.
De bloedbaden van Hama[bewerken]
Rond 2 februari 1982 en tevens in andere jaren, onderdrukte het Syrische leger in opdracht van president Assad demonstraties en opstanden in de stad Hama. Tienduizenden burgers, meestal van de onderdrukte soennitische meerderheid in Syrië en waaronder ook leden van de Syrische Moslimbroederschap in 1982, werden koelbloedig vermoord. De genocide kreeg bijna geen internationale aandacht.[bron?]
Machtsstrijd, revisies en oorlogssteun[bewerken]
Na een hartaanval in 1984 brak er een machtsstrijd los tussen Assad en diens broer Rifaat, die de macht naar zich toe probeerde te trekken. Het pleit werd in het voordeel van Assad beslecht. In de jaren tachtig kwam hij de oppositie iets tegemoet en werden tot dan toe verboden partijen gelegaliseerd mits zij binnen het door de Ba'ath beheerst Nationaal front operereerden. Assad, een zelfverklaard socialist, maakte zijn eigen nationaliseringen van de jaren zeventig in de jaren tachtig grotendeels ongedaan. Als opponent van het rechtse Ba'ath-regime in Irak en persoonlijk tegenstander van Saddam Hoessein, verleende hij zijn steun aan Iran gedurende de Irak-Iran oorlog (1980-1988). In 1991 sloot hij zich bij de coalitie aan tijdens de Golfoorlog om Saddam Hoessein te bestrijden. In juni 2000 overleed hij. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Bashar al-Assad.
Referenties[bewerken]
| Zie de categorie Hafez al-Assad van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Voorganger: Ahmed al-Katib |
President van Syrië 1971-2000 |
Opvolger: Bashar al-Assad |
| Voorganger: - |
Secretaris-Generaal van de Baath-partij 1971-2000 |
Opvolger: Bashar al-Assad |