Bloedbad van Hama

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het bloedbad van Hama vond plaats op 2 februari 1982 en geldt als één van de bloedigste perioden van de moderne Syrische geschiedenis. Het bloedbad vond plaats in de stad Hama. Het bloedbad werd door het Syrische Volksleger gepleegd op last van de Ba'ath Partij en in het bijzonder president Hafiz al-Assad.

Assad wilde de opstand van de Moslimbroederschap neerslaan. Althans, dat is de officiële lezing. Volgens sommige tegenstanders van Assad pleegde hij juist een religieuze genocide op de soennitische burgers. Assad zelf behoorde tot de alawieten, een islamitische minderheid. Bij de opstand werden veel leden van de Moslimbroederschap vermoord, maar vele vermoorde Syriërs waren geen lid van de beweging. Ze waren alleen soennitisch. Het officiële dodental bedraagt 700 mensen. Volgens anderen, zoals verslaggever Robert Fisk die ter plekke was, zou het dodental minstens 10.000 mensen bedragen. Volgens Amnesty International kwamen er 25.000 mensen om het leven, en volgens tegenstanders van de regering zeker 48.000 mensen.

Het bloedbad van Hama heeft nooit veel internationale aandacht gekregen.