Hoessein van Jordanië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoessein bin Talal
1935-1999
Hussein of Jordan 1997.jpg
Koning van Jordanië
Periode 1952-1999
Voorganger Talal
Opvolger Abdoellah II
Vader Talal bin Abdoellah
Moeder Zein al Sharaf Talal

Hoessein bin Talal (Arabisch: حسين بن طلال Ḥusayn bin Ṭalāl); (Amman, 14 november 1935 - aldaar, 7 februari 1999) was van 1952 tot 1999 koning van Jordanië.

Jaren als prins[bewerken]

Nadat Hoessein zijn 3 jaar Junior High in Jordanië had afgerond vertrok hij naar het Victoria College in Alexandrië en Harrow School in Engeland. Hierna maakte hij zijn opleiding af aan de Koninklijke Militaire Academie Sandhurst in Engeland.

Toen hij op 20 juli 1951 met zijn grootvader koning Abdoellah I van Jordanië Jeruzalem bezocht en de Al-Aqsamoskee betraden voor het vrijdaggebed werd er op de trappen van de moskee in opdracht van Kolonel Abdullah Tell, militaire ex-gouverneur van Jeruzalem en Dr. Musa Abdullah Husseini een aanslag op ze gepleegd door Mustapha Shukri Usho. De koning kwam hierbij om het leven maar Hoessein raakte wonderwel slechts lichtgewond doordat een kogel afketste op een medaillon dat hij op aandringen van zijn grootvader op zijn borst had gespeld.

Troonopvolging[bewerken]

Hoessein als bevelhebber van het Jordaanse leger (1956)

Na de dood van koning Abdoellah I werd diens oudste zoon Talal gekroond tot koning. Talal leed echter aan schizofrenie en moest op 11 augustus 1952 gedwongen aftreden. Hij werd opgevolgd door zijn oudste zoon Hoessein. Doordat Hoessein nog maar 16 was werd hij formeel uitgeroepen tot koning, maar pas op 2 mei 1953 werd hij officieel gekroond.

In 1951 werd er onder koning Talal een liberale grondwet ingevoerd die van Jordanië een constitutionele monarchie maakte. Na een staatsgreep in 1957 ontbond Koning Hoessein het parlement echter waarna hij tot 1992 praktisch als alleenheerser regeerde. Vanaf 1992 werden politieke partijen weer toegestaan en in 1993 waren er voor het eerst sinds 1956 weer verkiezingen met meerdere politieke partijen.

Zwarte September[bewerken]

Koning Hoessein en de Amerikaanse president Jimmy Carter (1977)

Jordanië werd in de jaren zeventig gezien als een pro-westerse staat in het Midden-Oosten. Een dramatische episode in die tijd was Zwarte September, in de Arabische wereld wel aangeduid als de 'betreurenswaardige gebeurtenissen'. Op 1 september 1970 vonden er verschillende mislukte moordaanslagen plaats op de koning. Het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina kaapte op 6 september drie vliegtuigen, op 9 september nog een en hield de passagiers gegijzeld. Volgens het Volksfront deden ze dit om de Amerikanen een lesje te leren wegens hun jarenlange steun aan Israël. Nadat op 12 september de passagiers waren vrijgelaten werden de vliegtuigen ten overstaan van de internationale pers opgeblazen. Dit tot grote woede van Hoessein. Op 16 september kondigt hij een staat van beleg af en in de dagen daarna vielen tanks de hoofdkwartieren van de Palestijnse organisaties in Amman aan. Ook in Irbid, Salt, Sweileh en Zarqa werden kampen aangevallen waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen burgers en strijders.

Op 18 september probeerde Syrië, via de PLA, een pro-Syrische organisatie, in het conflict in te grijpen. Een PLA-strijdmacht ter grootte van een divisie werd uitgerust met tanks en reed Jordanië binnen om de Palestijnen te ontzetten. Amerikaanse hulp werd door Jordanië ingeroepen om de Syrische aanval te keren. Op verzoek van de Amerikanen werd door de Israëlische luchtmacht een aantal overflights uitgevoerd boven de tankcolonne van de PLA. Deze keerde daarop terug naar Syrië.

Het conflict leidde tot tienduizenden slachtoffers waarbij aan beide zijden bewust ook burgers getroffen werden. Hoessein werd hierop door velen bekritiseerd. Anderen beweerden echter dat er geen andere mogelijkheden meer waren. Hoesseins vierde echtgenote Koningin Noor schreef later in haar boek Leap of Faith dat haar latere man niet anders kon, ook al was hij tegen geweld. Door de bombardementen van de Palestijnen, die ook geen burgers ontzagen, zag Hoessein zich genoodzaakt hard in te grijpen. Anderen beweerden dat Hoessein deze bloedbaden liet aanrichten omdat de Palestijnse bevolking in Jordanië zijn gezag ondermijnde.

Tweede Golfoorlog[bewerken]

Begin jaren 90 daagde Hoessein het Westen uit door in de Golfoorlog niet met hen mee te vechten tegen Saddam Hussein. Hierdoor vervreemdde het koninkrijk ook van het grootste deel van de Arabische wereld. Naar verluidt weigerde hij omdat na de opkomst van Ma'an in 1988 deze de monarchie bedreigde.

Vredesverdrag met Israël en dood Rabin[bewerken]

In 1994 voltooide Hoessein de onderhandelingen met Israël (die hij in het geheim in de jaren zeventig was gestart) wat resulteerde in de Declaratie van Washington (een vredesverdrag tussen Israël en Jordanië) en het formele einde van de oorlog met Israël betekende. Dit verdrag werd op 25 juli 1994 ondertekend in Washington DC.

Na het vredesverdrag bouwde hij een sterke vriendschap op met de Israëlische premier Yitzchak Rabin, met wie hij had onderhandeld over het vredesverdrag. Tijdens Rabins begrafenis sprak hij een rede uit.

Stabilisatie van Jordanië[bewerken]

Hoessein is in grote mate verantwoordelijk geweest voor de opbouw van zijn land. Tijdens de Zesdaagse Oorlog hield hij stand en onder zijn leiding heeft de economie een grote groei doorgemaakt. Verder zorgde hij voor verbeterde voorzieningen. In het begin van zijn regeerperiode zag hij er op toe dat er betere infrastructuren kwamen voor leidingwater en elektriciteit en liet hij riolen aanleggen. In het begin was slechts 10% van de bevolking aangesloten op het riool, aan het eind was dit 99%. Ook werd de kindersterfte teruggebracht.

Huwelijk en gezin[bewerken]

De koning huwde in zijn leven vier maal. Zijn eerste twee huwelijken eindigden in een scheiding. Zijn derde vrouw stierf in een helikoptercrash. Zijn vierde vrouw overleefde hem.

Eerste huwelijk[bewerken]

Huwelijk van Hoessein en Dina

Op 19 april 1955 trouwde hij met Sharifa Dina bint 'Abdu'l-Hamid. Zij was geboren in Egypte en een verre nicht van zijn vader. Dina is afgestudeerd op de Universiteit van Cambridge en had op de Universiteit van Caïro Engels gegeven. Ten tijde van het huwelijk was zij 26 en hij 19 jaar. in 1956 kregen ze een dochter Alia. In hetzelfde jaar scheidde het echtpaar en kreeg koningin Dina de titel Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Dina Abdul-Hamid van Jordanië.

H.K.H Prinses Alia bint Al Hussein van Jordanië trouwde in 1977 met Nasser Mirza met wie zij een zoon, HH Prins Hussein Mirza (12 februari 1981), kreeg. In 1987 scheidde het paar en Alia hertrouwde in 1988 met Mohammed Saleh. Samen kregen zij twee zoons: Talal (12 september 1989) en Abdel Hamid (15 november 1992).

Tweede huwelijk[bewerken]

Op 25 mei 1961 trouwde de koning met Antoinette Avril Gardiner ('Toni Gardiner'). zij was in 1941 geboren in Chelmondiston, Engeland. Op 30 januari 1962 kreeg zij de titel H.K.H. Prinses Muna al-Hussein van Jordanië. Antoinette was een gelauwerd hockeyster, voormalig typiste en dochter van Luitenant-Kolonel Walter Percy Gardiner. Vaak wordt er nog gedacht dat Muna zich nooit tot de Islam heeft bekeerd. De wet schrijft in Hoofdstuk VI, deel I, artikel 28e echter voor dat ieder persoon die recht heeft op de troon, geboren moet zijn uit de echtgenote van de koning en dat deze echtgenote moslim moet zijn. Als Muna niet bekeerd was, had Hoesseins zoon Abdoellah nooit koning kunnen worden. Na hun scheiding in 1972 deed zij afstand van haar koninklijke titels.

Het echtpaar kreeg vier kinderen:

  • Z.K.H Abdoellah II bin al-Hussein van Jordanië (30 januari 1962)
  • Z.K.H. Prins Faisal bin al-Hussein van Jordanië (11 oktober 1963). Luitenant-generaal, voormalig kolonel van de Koninklijke Jordaanse Luchtmacht. In augustus 1987 trouwde hij met Aliya Tabaa, dochter van Sayyid Tawfik al-Tabbah, oprichter en president van Royal Jordanian Airlines. Zij droeg na hun huwelijk de titel H.K.H Prinses Aliya al-Faisal. In april 2008 scheidde het echtpaar. Ze kregen drie dochters, de prinsessen Ayah (11 februari 1990), Sara en Aisha (27 maart 1997) en een zoon, prins Omar (26 oktober 1993). Prins Faisal trouwde op 24 mei 2010 met Sara Qabbani. Ze scheidden op 14 september 2013. Op 4 januari 2014 trouwde Feisal met Zaina Labadeh.
  • H.K.H Prinses Aisha bint Hussein van Jordanië (23 april 1968). Brigadier-generaal van de Koninklijke Jordaanse Landmacht. In 1990 is ze getrouwd met Sayyid Zeid Saadedine Juma en ze hebben twee kinderen, zoon Aoun Juma (27 May 1992) en dochter Muna Juma (18 juli 1996).
  • H.K.H Prinses Zein bint Hussein van Jordanië (23 april 1968). Ze is sinds 1989 getrouwd met Sayyid Majdi Al-Saleh en samen hebben ze een zoon Jaafar (9 november 1990) en een dochter Jumana (9 november 1990), en één geadopteerde dochter Tahani (1996).

Derde huwelijk[bewerken]

Op 24 december 1972 trouwde de koning met Alia Baha el-Din Toukan (25 december 1948). Zij kreeg hierdoor de titel H.M. Koningin Alia al-Hussein van Jordanië. Op 9 februari 1977 kwam zij om het leven bij een helikoptercrash in Amman. Het internationale vliegveld van Jordanië is naar haar vernoemd: Queen Alia International Airport. Het echtpaar kreeg twee kinderen en adopteerden er een.

  • H.K.H Prinses Haya bint Hussein van Jordanië (3 mei 1974). Op 10 april 2004 trouwde ze met Mohammed bin Rashid Al Maktoum, sjeikh van Dubai, als zijn "junior" echtgenote. Zij kreeg op 2 december 2007 haar eerste kind, een dochter Aljalilah. Op 7 januari 2012 werd haar tweede kind geboren, een zoon Zayed.
  • Z.K.H Prins Ali bin Hussein van Jordanië (23 december 1975). Op 7 september 2004 trouwde hij met Rym Brahimi, voormalig CNN-journaliste een dochter van Lakhdar Brahimi, speciaal gezant van de VN voor Afghanistan. Hiermee kreeg zij de titel H.K.H Prinses Rym al-Ali van Jordanië. Samen hebben zij een dochter, H.K.H. Prinses Jalilah bint Ali (16 september 2005), en een zoon, Z.K.H. Prins Abdoellah bin Ali (19 maart 2007).
  • Abir Muhaisen (januari 1973), die zij in 1976 adopteerden. Zij ging naar de kostschool Oldfields Prep School in Glencoe, Maryland, Verenigde Staten.

Vierde huwelijk[bewerken]

Op 15 juni 1978 trouwde de koning met Lisa Najeeb Halaby (23 augustus 1951). Tijdens haar bekering tot de islam kreeg zij de titel en naam H.M. Koningin Noor Najeeb Halaby van Jordanië. Ze ontmoetten elkaar toen zij als architect werkte aan de ontwikkeling van de luchthaven van Amman. Momenteel is zij president van United World Colleges, een vereniging van 13 High Schools, opgericht tijdens de Koude Oorlog en met als doel om het begrip tussen de verschillende volkeren te promoten door middel van onderwijs en internationale uitwisseling van studenten. Na de dood van haar man bleef zij haar titel behouden. Doordat zij niet de moeder is van de huidige koning Abdoellah II, kan zij niet worden aangeduid als koningin-moeder en is er dus geen verschil met koningin Rania, de echtgenote van Abdoellah II.

Het echtpaar kreeg vier kinderen:

  • Z.K.H. Prins Hamzah bin al Hussein van Jordanië (29 maart 1980). Van 1999 tot 2004 was hij kroonprins, tot zijn halfbroer Z.M. Abdoellah II deze titel introk. Hij was van 29 augustus 2003 (officiële bruiloft op 27 mei 2004) tot 9 september 2009 getrouwd met zijn achternicht H.K.H. Prinses Noor bint Asem van Jordanië (6 oktober 1982), dochter van Z.K.H. Asem "Abu Bakr" bin Nayef van Jordanië. Sinds haar huwelijk stond ze bekend als H.K.H. Prinses Noor Hamzah. Zij hebben een dochter, H.K.H. Prinses Haya (18 april 2007).
  • Z.K.H. Prins Hashim bin Al Hussein van Jordanië (10 juni 1981). Op 15 april 2006 is hij getrouwd met H.K.H. Prinses Fahdah Mohammed Abu Neyan van Saoedi-Arabië. Het paar heeft drie dochters, H.K.H. Prinses Haalah bint Hashim (18 april 2007), H.K.H. Prinses Rayat al Noor bint Hashim (4 juli 2008) en H.K.H. Prinses Fatima al Alia bint Hashim (5 november 2011).
  • H.K.H. Prinses Iman bint Hussein (24 april 1983), getrouwd met Zaid Mirza. In oktober 2014 kregen ze een zoon, Omar Mirza.
  • H.K.H. Prinses Raiyah bint Al Hussein (9 februari 1986).

Boeken[bewerken]

De koning heeft in totaal drie boeken geschreven:

  • Uneasy Lies the Head (1962) over zijn jeugd en het begin van zijn regeerperiode.
  • My War with Israel (1969)
  • Mon Métier de Roi (1975)

Overlijden[bewerken]

De koning werd al enige jaren behandeld voor een non-hodgkinlymfoom in de Mayo Kliniek in Rochester, in de Amerikaanse staat Minnesota. Door terugkerende koorts moest hij in januari 1999 onverwacht afreizen naar Amerika, waar hij onder andere een beenmergtransplantatie onderging. Deze mislukte, waarna hij moest worden opgegeven. De koning keerde terug naar Jordanië, waar hij overleed op 7 februari 1999. Vlak voor zijn dood heeft hij zijn testament aangepast zodat zijn oudste zoon Abdoellah hem zou opvolgen in plaats van Hoesseins broer Z.K.H. Prins Hassan bin Al Talal. Hij behoorde tot de langst regerende leiders in de internationale politiek.

Externe link[bewerken]