Kasteel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Kasteel (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Kasteel.
Het Muiderslot, een 13e-eeuwse waterburcht
Het 17e-eeuwse Kasteel van Wijchen is gebouwd op 14e-eeuwse fundamenten.
De 12e-eeuwse burcht Gravensteen in Gent.
Kasteel Beauvoorde, een middeleeuwse versterkte woning.
Het 17e-eeuwse symmetrische Kasteel van Cheverny in het Loiredal.
Het 19e-eeuwse Slot Neuschwanstein is gebouwd alsof het een middeleeuws kasteel is.
Burcht Hohenzollern, een 19e-eeuws romantisch kasteel, gebouwd op de resten van een middeleeuwse burcht.
Krak des Chevaliers, een 12e-eeuwse kruisriddersburcht in Syrië.
Castle Stalker is een Schots torenkasteel uit de 15e eeuw.
Het middeleeuwse Himejikasteel in Japan.

Een kasteel is een zelfstandig versterkt bouwwerk dat onder middeleeuwse omstandigheden te verdedigen was.[1] Het kasteel combineerde oorspronkelijk de functies van verdedigbaarheid en bewoonbaarheid aan een beperkte groep mensen, variërend van een adellijke familie tot een militair garnizoen.[2] Een kasteel is als militaire structuur groter dan een toren maar kleiner dan een versterkte stad. Een kasteel kan bestaan ​​in een stad, maar moet daarvan kunnen worden afgesneden door het sluiten van een hek of het ophalen van een ophaalbrug.[3] Een sterk kasteel wordt ook wel aangeduid als burcht of slot.

Hoewel over de reikwijdte van het woord kasteel kan worden gediscussieerd, wordt het in ieder geval gebruikt om een private versterke woonplaats van een heer of edele aan te duiden. Dit ter onderscheid van een paleis, dat niet versterkt is, van een fort dat niet de woonplaats is van de adel en van een ommuurde stad die een collectieve verdediging vormt.

De benaming kasteel wordt ook wel gebruikt voor jongere bouwwerken die qua vorm aansluiten bij een kasteel.[4]

Etymologie[bewerken]

Het woord kasteel is afgeleid van het Latijnse ‘’castellum’’ dat fort of toevluchtsoord betekent. Soms zijn kastelen verrezen op de plek van een castellum. Een voorbeeld hiervan is Pevensey Castle, waar nog twee derde van de Romeinse ommuring aanwezig is.

In Groningen wordt een kasteel een borg genoemd, in Friesland een state of stins. In de oostelijke provincies worden veel kastelen havezate genoemd. Een borg, stins of havezate was over het algemeen een kasteel waaraan bestuurlijke voorrechten waren verbonden, een zogenoemde ridderhofstede.

Geschiedenis[bewerken]

Kastelen werden in de middeleeuwen ontwikkeld als verdedigbare woning. Dit kon een versterkte hoeve of huis zijn of een speciaal gebouwde constructie om in tijden van gevaar naar te kunnen vluchten. Aanvankelijk bestond de versterking slechts uit houten palissades, later werden stenen muren gebruikt. Met de introductie van het buskruit en artillerie verloren kastelen hun militaire betekenis. Ze werden vaak omgebouwd tot lusthoven en buitenplaatsen waarin veeleer het wooncomfort werd nagestreefd. Bij sommige kastelen is het militaire aspect uiteindelijk geheel verdwenen. Het Kasteel van Versailles, slot Schönbrunn en kasteel Sanssouci zijn daar in Europa goede voorbeelden van.

Na de Middeleeuwen werden veel residenties van edelen of rijke families gebouwd of herbouwd met elementen van middeleeuwse kastelen zoals een toren of een gracht. Sommige woningen werden als compleet imitatiekasteel gebouwd, alsof het ooit versterkte burchten waren geweest. Het 19e-eeuwse Kasteel de Haar is een voorbeeld van een imitatiekasteel, dat is gebouwd op de fundamenten van het oorspronkelijke kasteel, maar als voornaamste functie het imponeren van de gasten van de eigenaar had.

Kasteeltypen[bewerken]

Een hoofdindeling is te maken op basis van de topografische positie van kastelen, met aan de ene kant de hoogteburchten die gelegen zijn op natuurlijke hoogten in het landschap en aan de andere kant de laaglandkastelen die in de vlaktes en de valleien gelegen zijn.

Ringwalburg[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Ringwalburg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een ringwalburg is een eenvoudige ronde wal, eventueel bekroond met een muur van palissaden, die omgeven is door een eventueel met water gevulde gracht. Een dergelijke burcht kon een versterkt huis of donjon herbergen (zoals het geval was bij de Hunneborg nabij Denekamp), of zij kon de kern vormen van een nederzetting, waarbij de belangrijkste gebouwen zich in de burcht bevonden. Deze vorm van een burcht of kasteel werd vooral in de Vroege middeleeuwen (6e eeuw tot de 10e eeuw) toegepast, maar er zijn bewijzen dat er enkele ringwalburgen nog tot in 1350 in gebruik zijn geweest. De hausse in de bouw van ringwalburgen vond plaats aan het einde van de 9e eeuw tegen Vikinginvallen. Langs de kusten, aan de mondingen van de rivieren en rond belangrijke bestuurs- en handelscentra werden ringwalburgen aangelegd in opdracht van het centrale gezag door de lokale heren en kloosters. Voorbeelden: Oostburg, Oost Souburg, Domburg, Middelburg, Burgh-Haamstede, Rijnsburg, Den Burg, Zutphen, Deventer en mogelijk ook Maastricht.

Donjon of woontoren[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Donjon voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een donjon is een zware, versterkte toren. Sommige kastelen gebruikten een donjon als laatste vluchtplaats in noodgevallen, zoals bij de waterburcht van Culemborg. Bij andere kastelen was de donjon het voornaamste woongebouw (bijvoorbeeld de eerste twee incarnaties van Kasteel Valkenburg). Of het kasteel bestond enkel uit een toren, zoals de Schierstins in Veenwouden of de Dever bij Lisse. Een donjon kan zodoende in de meeste kasteel typen voorkomen. Soms als voornaamste bebouwing, maar meestal ingebouwd in een kasteelcomplex.

Motte[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Mottekasteel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een motte is een door mensen gemaakte heuvel waarop een versterking werd gebouwd. Een goed bewaard voorbeeld hiervan is de Leidse Burcht. De aarde voor de motteheuvel werd verkregen door het uitgraven van een gracht rondom de motte. Op de heuvel stond meestal een enkele donjon omringd door een muur of palissade. Onderaan de motte kon men een voorhof vinden, een ommuurd complex met stallen en voorraadschuren. Soms stond ook het eigenlijke woonhuis op de voorburcht en werd de donjon enkel als noodverblijf gebruikt. Het mottekasteel ontstond ten tijde van de Noormannen.

Palts[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Palts (verblijfplaats) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een palts was een koninklijke verblijfplaats van het Frankische Rijk en daarna het Heilige Roomse Rijk. De paltsen hadden zowel kenmerken van een kasteel (versterkte woning) als van paleis (ambtswoning) en bevonden zich door het hele rijk. Zo kon de koning en later de Duitse keizer zijn enorme rijk besturen door rond te reizen van palts tot palts. Als de koning of keizer er niet was, stonden de paltsen dus lange tijd min of meer leeg.

In Nederland hebben paltsen gestaan in Nijmegen, Utrecht, Maastricht en Zutphen.

Concentrische burcht[bewerken]

Een kasteelcomplex verdedigd door concentrische ringen van verdedigingswerken. Kastelen van dit type hadden ook geen centrale donjon meer. De belangrijkste gebouwen werden ondergebracht in een complex in het midden van het kasteel, gegroepeerd rond een binnenhof. Dit type kasteel werd ontwikkeld naar voorbeeld van de islamitische burchten die men in het Midden-Oosten tegenkwam tijdens de kruistochten. Zo bouwde bijvoorbeeld Godfried van Bouillon op een meander van de Semois zijn burcht verder uit. In Nederland is alleen de laatste versie van Kasteel Valkenburg een zuivere concentrische burcht. Wel waren de vierkante waterburchten, gebouwd door Floris V, sterk geïnspireerd door de Engelse concentrische burchten.

Waterburcht of waterkasteel[bewerken]

Een waterburcht of waterslot is een type kasteel waarbij een kasteelcomplex direct omgeven is door een brede gracht of gebouwd is in een meer, rivier of ander water. Het kasteel staat niet boven op een motte en het complex is niet omgeven door extra verdedigingsmuren. De buitenmuren van het complex zelf zijn de belangrijkste verdedigingswerken. De gebouwen zijn meestal gerangschikt rond een binnenhof, en eventueel worden diverse delen van het complex verbonden door een schildmuur. Hoektorens zorgen voor extra verdediging. Voorbeelden van dit soort kastelen zijn het Muiderslot in Muiden, Slot Loevestein en Kasteel Ammersoyen in de Bommelerwaard, het waterkasteel van Schoonbeek, het Kasteel Radboud in Medemblik, de commanderij van Alden Biesen in Rijkhoven en Kasteel Brederode in Santpoort. Slot Egeskov in Denemarken wordt gezien als een van de mooiste en best bewaarde waterburchten in Europa.

Stadskastelen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Stadskasteel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een stadskasteel kan een adellijke woning in een stad zijn, bijvoorbeeld de Markiezenhof in Bergen op Zoom. Maar het kan ook een verdedigbaar stenen huis of toren zijn die in een middeleeuwse stad een plaatselijke ridder of anderszins belangrijk persoon huisvestte, bijvoorbeeld het Arent thoe Boecophuis in Elburg.

Voorbeelden van dit soort stadskastelen:

Bouwdelen van een kasteel[bewerken]

  • De barbacane: extra poortgebouw vóór de kasteelmuren.
  • De borstwering: een dichte lage muur tot borsthoogte, ter verdediging van de mensen die zich op de weergang bevonden.
  • De donjon: woontoren, laatste toevluchtsoord binnen de kasteelmuren.
  • Het gemak: (het privaat of toilet) hing buiten de kasteelmuur.
  • Een kanteel of tinne: een onderdeel van verdedigingswerken. Het is een rechtopstaand, vierkant of rechthoekig stuk van een borstwering, met eventueel een schietgat in het midden.
  • De mezekouw: een uitbouwtje waaruit voorwerpen en hete pek op aanvallers gegooid kon worden.
  • De ridderzaal, ook wel grote zaal of feestzaal genoemd.
  • De ringmuur: een verdedigingsmuur rondom het gebouw.
  • De slotgracht: kastelen waren vaak omringd door een natte of droge gracht, die diende om muren en poorten te beschermen tegen het gebruik van stormrammen.
  • De torens: deze dienden als uitkijkpost of ter verdediging, vaak op de hoeken van het kasteel
  • Een poorttoren
  • Een traptoren
  • De valbrug of ophaalbrug over de slotgracht.
  • Het valhek: hekwerk ter afsluiting van de poortdoorgang.
  • De voorburcht: verdedigbaar onderdeel van het kasteel, gelegen vóór de hoofdburcht.
  • De weergang: een met borstwering of kantelen beveiligde loopgang op de kasteelmuur.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. kasteleninnederland.nl
  2. Janssen, H.L. e.a. in 1000 jaar kastelen in Nederland, Utrecht, 1996 blz. 11
  3. Oman, C. in: "Castles", New York, 1978
  4. Nieuwe Geïllustreerde Lekturama Encyclopedie, Tirion, 1981, 2500-2502