Toilet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
19e-eeuwse, rijk gedecoreerde porseleinen toiletpot in Huis De Trompenburgh
Frans hurktoilet
Oud-Romeins openbaar toilet
Een gemak aan de stadsmuur van de Duitse stad Soest
Secreet (toilet-huisje) boven de sloot
Een toilet met achterwerk-douche functie in een hotel in Japan
Vroeger werd ook in Japan de inhoud van toiletpotten verzameld voor bemesting
Herentoilet in het Museum Boijmans Van Beuningen

Een toilet of wc is een onderdeel van het sanitair dat is bedoeld voor het opvangen en wegspoelen van urine en ontlasting. Het woord toilet wordt zowel gebruikt voor het sanitair zelf als voor een afgesloten ruimte waarin enkel dit sanitair staat.

Het woord toilet is afkomstig van het Franse toilette. Het gedeeltelijke synoniem wc is de afkorting van het Engelse water closet, wat letterlijk "waterkast" betekent.

Soorten toiletten[bewerken]

Een modern westers toilet bestaat standaard uit een soort pot, voorzien van een wc-bril waar men op gaat zitten, de toiletpot. Bij het urineren blijven mannen echter meestal voor de pot staan, omdat zitten in dit geval niet nodig is. Omdat in staande houding plassen voor vrouwen veel moeilijker is dan voor mannen, gaan vrouwen ook bij het urineren meestal of op de pot zelf zitten, of zij blijven er vlak boven hangen als ze uit oogpunt van hygiëne geen contact willen maken met de wc-bril.

Men onderscheidt twee uitvoeringen toiletpotten: de vlakspoelclosetpot en de diepspoelclosetpot. Bij het eerste type blijven de urine, ontlasting en het gebruikte toiletpapier op een soort plateau middenin de pot liggen totdat de waterspoeling in werking gesteld wordt ("doortrekken") en de inhoud wordt afgevoerd naar het riool waarop het toilet is aangesloten. Bij het tweede type toilet worden de stoffen direct in het water onderin de pot gedeponeerd. Beide systemen hebben voor- en nadelen. Bij het diepspoelcloset is er minder kans dat geuren blijven hangen of dat uitwerpselen en/of gebruikt toiletpapier in de pot achterblijven bij het spoelen. Bij het vlakspoelcloset kunnen de uitwerpselen desgewenst beter worden onderzocht op eventuele medisch relevante afwijkingen en is er geen risico van opspattend water voor de zittende gebruiker.

Bij een chemisch toilet komen de gedeponeerde producten daarentegen niet in een aangesloten rioolsysteem terecht, maar worden ze opgevangen in een speciale bak.

Een toilet dat zich in het openbaar bevindt in plaats van in een afgesloten ruimte, heet een openbaar toilet. Bij openbare en uitgebreidere toiletten is vaak ook een toiletjuffrouw aanwezig, aan wie men betaalt om van het toilet gebruik te mogen maken.

Bij uitgebreidere toiletfaciliteiten, zoals openbare toiletten en toiletten in kantoren, zijn er vaak gescheiden afdelingen voor mannen en vrouwen. Vooral voor mannen zijn er naast potten ook urinoirs. Een uniseks-toilet kan daarentegen door mensen van allebei de geslachten worden gebruikt.

Een hurktoilet heeft geen pot en bestaat voornamelijk uit een gat in de vloer, waarboven de toiletganger moet hurken.

Geschiedenis[bewerken]

Minoïsche beschaving[bewerken]

De oudste toiletten stammen waarschijnlijk af van de Minoërs. In hun paleizen zijn resten van rioleringen en toiletten teruggevonden. Helaas is hun cultuur met de eeuwen verloren gegaan, en daarmee de kennis over hun toiletten en rioleringen. Het duurde tot de Romeinse tijd voordat er weer een soortgelijk systeem grootschalig werd gebruikt.

Grieken[bewerken]

Bij de Grieken kon men al een toilet terugvinden met een buizensysteem van klei. De gebruiker moest dan op een houten bril gaan zitten, waaronder een pot van aardewerk bevestigd was.

Romeinen[bewerken]

In de tijd van de Romeinen werden er al 'kleinste kamertjes' op een continu spoelend rioolsysteem aangesloten. Deze kan men de eerste toiletten noemen. Het gewone volk ('plebs') moest de behoefte doen in een emmer.

In deze tijd ontstonden de eerste openbare toiletten. Hier ligt de oorsprong van een spreekwoord dat wij nu nog steeds kennen. Nero had ooit urinebelasting opgelegd aan eigenaren van openbare toiletten, die de urine aan wasserijen en volders verkochten. Keizer Vespasianus herintroduceerde deze urinebelasting. Toen zijn zoon Titus bezwaar maakte tegen deze belasting, liet hij hem ruiken aan een munt. Titus moest toegeven dat hij niets rook. Hierop antwoordde Vespasianus: Pecunia non olet (geld stinkt niet).

Het zitvlak werd schoongemaakt via de onderste opening in de stenen zitting. Hierdoor werd een spons op een stok gestoken. De spons werd vochtig gemaakt in de goot die voor de toiletten stroomde.

Middeleeuwen[bewerken]

In de middeleeuwen was het de gewoonte om de behoeften te doen in het gemak, een aan de buitenmuur van een kasteel bevestigd kamertje. Van een spoelsysteem was er geen sprake. De uitwerpselen kwamen dan (net als al het andere afval) in een slotgracht of in een ravijn terecht. Aangezien het water uit een slotgracht meestal als drinkwater werd gebruikt, werden op deze manier verschillende ziekten verspreid. Voor de gewone mens was het allemaal nog eenvoudiger, hij deed zijn behoefte gewoon waar hij zin had[bron?]: in de vrije natuur, op een mesthoop, of gewoon op straat. Soms werd een emmer gebruikt die dan op bepaalde momenten ergens geleegd moest worden. Dat gebeurde dikwijls op straat. Tegenwoordig gaat het in arme en dichtbevolkte landen zoals India en Nepal, ook in de grote steden, vaak nog steeds zo.[bron?]

Ancien Régime[bewerken]

In de renaissance verschenen de eerste gemakstoelen of kakstoelen. Dat waren gewoon stoelen met een gat erin, waar dan een emmer onder geplaatst kon worden. Deze stoel werd niet alleen in de slaapkamer, maar ook in woonkamers gezet. Toen was er blijkbaar minder behoefte aan privacy bij het doen van de behoeften. Lodewijk XIV ging bijvoorbeeld gewoon door met zijn gesprekken tijdens het doen van zijn behoefte.
De meeste potten werden uitgevoerd in aardewerk of porselein, ze hadden een handvat. Als de spijsvertering was voltooid, werden de uitwerpselen afgedekt met een doek en verwijderd. Bij zieke patiënten werden de urine en uitwerpselen eerst nagekeken door de chirurgijn. De andere, armere mensen moesten zich maar behelpen met wat de natuur bood. In het Kasteel van Versailles is nooit één toilet gebouwd, terwijl er duizenden hovelingen vertoefden, in hun eigen stank. Parfums en andere trucjes zoals handschoenen waren dus onontbeerlijk.

Uit deze tijd stamt ook het herontdekken van de latrines, een houten of stenen plank met een gat erin, bovenop een goot of sloot. Het was zelfs niet ongebruikelijk dat er in zo'n plank meerdere gaten waren, zodat zoals de Romeinen in de oudheid, meerdere personen tegelijk, en naast elkaar, hun behoefte konden doen.

Een "krul" in Amsterdam

Modern toilet[bewerken]

Wie de uitvinder is van het moderne toilet is niet duidelijk. Het kleppenspoelsysteem zou uitgevonden zijn door John Harington, een hoveling van koningin Elizabeth van Engeland. Hij publiceerde in de 16e eeuw een pamflet met de instructies voor zo'n kleppensysteem, dat hij 'Ajax' genoemd had. In de 18e eeuw zou George Jennings de mechanismen in de loodgieterij geperfectioneerd hebben. In 1775 patenteerde ene Alexander Cumming een systeem om door te trekken. Dan is er nog Thomas Crapper, die het afvoersysteem verbeterd heeft met een combinatie van kleppen en een sifon, zoals dat in ons modern toilet terug te vinden is.

Techniek[bewerken]

De toiletpot is middels een valpijp (verticale buis) aangesloten op een waterreservoir (stortbak), waarin zich een hoeveelheid water op voorraad bevindt benodigd voor doorspoelen van het toilet. Er bestaan hoog- en laaghangende en op de closetpot geplaatste stortbakken. De hooggeplaatste stortbak zit op ongeveer 2 meter boven de vloer. De laaggeplaatste stortbak kan aan de muur, maar ook op de closetpot zijn gemonteerd, in het laatste geval spreekt men over een duoblok, deze heeft geen valpijp. Het in gang zetten van de spoeling (doortrekken) gebeurt, al naar gelang het type stortbak, door trekken aan een ketting of touw, dan wel door het drukken op een knop, of ook wel door het bovenste deel van de valpijp naar beneden te trekken. Het afvalwater gaat verder door het riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie, een waterslot (sifon) voorkomt stank vanuit het riool. Na de spoeling zorgt een constructie in de stortbak ervoor dat het water niet verder wegstroomt door valpijp. Het water in de stortbak wordt aangevuld via een vlotterkraan die bij een laag waterniveau automatisch opengaat, en bij een hoog niveau weer dicht.

Moderne toiletpotten zijn vaak vrijhangend, ze rusten dus niet op de vloer, waardoor ze eenvoudig te reinigen zijn. De spoelinrichting is hierbij bijna altijd achter het wandoppervlak weggewerkt.

Vóór de komst van het watercloset was het toilet meestal buitenshuis geplaatst in een huisje, dat boven de beerput of boven een sloot stond.

In het verleden en onder primitievere omstandigheden werd de ontlasting in een pot of emmer opgevangen of verdween in een gat in de grond, een moderne versie hiervan is het composttoilet.

Attributen[bewerken]

Bij een modern toilet zijn meestal een aantal attributen aanwezig, zoals: een toiletborstel, een toiletrolhouder en vaak ook een kleine wasbak met handzeep en een handdoekje. Soms is er luchtverfrisser aanwezig, bijvoorbeeld als spuitbus of een toiletblok dat zowel een parfum als een schoonmaakmiddel bevat en in de pot gehangen kan worden. Sommigen zetten of hangen een lectuurbak in het kamertje. Voor veel mensen is de toiletruimte de ideale plek om de verjaardagskalender op te hangen.

Ontwikkelingen[bewerken]

Met de komst van elektronica zijn er nieuwe ontwikkelingen in de 'toiletindustrie' op te merken. Om het comfort te verhogen hebben sommige toiletten de mogelijkheid om als bidet (achterwerk-douche) te functioneren. Een pulserende straal reinigt het onderlichaam en voor vrouwen is er een vaginale douche. Een föhn maakt alles weer droog.

Nieuwe ontwikkelingen spelen ook in op de behoefte het toilet zo net mogelijk te houden, vooral restaurants maken gebruik van een automatische toiletbrilreiniger. Dit systeem reinigt de bril telkens nadat er gespoeld wordt, zo blijft de hygiëne gegarandeerd zonder 'dure' poetsvrouw. De reiniging gebeurt door een uitklappende arm aan de spoelbak die de bril schoonmaakt terwijl deze ronddraait.

In veel vervoermiddelen, zoals vliegtuigen en treinen, treft men vacuümtoiletten aan die niet langer afvoeren op een riool. Deze techniek wordt ook steeds vaker toegepast in gebouwen in verband met de grote waterbesparing.

Grootste toiletgebouw[bewerken]

Sinds juni 2007 staat het grootste toiletgebouw in Chongqing (China). Het is een drie verdiepingen en 3000 m³ tellende gratis toegankelijke publieke toiletruimte in Egyptische stijl met in totaal meer dan 1000 toiletten. Gebruikers worden getrakteerd op een televisiescherm en rustgevende muziek.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek