Hoge middeleeuwen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kathedraal van de Notre-Dame van Parijs, een vroeggotisch bouwwerk

Met hoge middeleeuwen of volle middeleeuwen wordt door Westerse historici gewoonlijk die periode in de geschiedenis van Europa bedoeld die duurde van ca. 1000 tot ca. 1250. In de periode ervoor werd Europa geteisterd door invallen van Noormannen, Hongaren en roversbendes. In de hoge middeleeuwen kwam er meer stabiliteit in de Europese politieke verhoudingen, de economie, handel en bevolking groeide weer en het geestelijke en culturele leven maakte een heropleving door zoals blijkt in de stroming van de gotiek en de zogenaamde renaissance van de twaalfde eeuw.

Kerstening[bewerken]

Bij de aanvang van de hoge middeleeuwen was de kerstening volledig tot het noorden van Europa uitgebreid. De oude Germaanse en noordse mythologie werd nu ook in het noorden vrijwel volledig verlaten en als 'heidendom' beschouwd. Een IJslands geleerde vond het zelfs nodig de restanten van de mondelinge overlevering uit overgrootmoeders tijd in de Edda neer te schrijven, samen met de voorschriften die de skaldische dichtkunst tot dan regelden, die ook compleet dreigde verloren te gaan. Door het overgaan naar het christendom van de Vikingen verminderde langzaam de 'plaag uit het Noorden' en transformeerden ze zich tot Noren, Zweden en Denen. Eenzelfde proces gebeurde bij de heidense Magyaren die eertijds eveneens talloze plundertochten ondernamen in Europa. Na verpletterend verslagen te zijn bij de slag op het Lechveld werden ze bekend als de Hongaren.

Opkomende steden[bewerken]

Periodes uit de
westerse geschiedenis


Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Portaal  Portaalicoon  Middeleeuwen
Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van de opkomst van vorstendommen en steden in de Lage Landen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na het jaar 1000 begonnen langzamerhand de oude steden, veelal nog uit de Romeinse tijd, weer te groeien en werden er nieuwe steden en dorpen gesticht om de groeiende bevolking te huisvesten. In de landbouw vonden er belangrijke verbeteringen plaats zoals het drieslagstelsel, waardoor meer geproduceerd kon worden. De handel kende zijn eerste bloeiperiode sinds de val van het West-Romeinse Rijk. In Vlaanderen, het Rijnland en Noord-Italië bracht de handel een explosieve groei van de welvaart in de steden. De steden werden vooral door hun muren een machtsfactor van belang en dit leidde uiteindelijk vooral in Vlaanderen en Italië tot het ontstaan van machtige steden die in verzet konden komen tegen de alleenheerschappij van de adel en de geestelijkheid. Dit zou het begin zijn van de afbraak van het feodale stelsel. De eerste scholen en universiteiten werden gesticht, gebaseerd op de renaissance-gedachte van Karel de Grote.

De Kerk[bewerken]

De Kerk zou veel kathedralen laten bouwen. De Mariaverering nam toe en het huwelijk kreeg een volwaardige sacramentele betekenis. Er vond een breuk plaats tussen de Oosters-orthodoxe Kerken en de rooms-katholieke Kerk. Deze scheuring staat ook wel bekend als het Oosters Schisma. Hoewel de breuk gewoonlijk gedateerd wordt in 1054, toen Paus Leo IX en patriarch Michaëlis Caerularius van Constantinopel elkaar wederzijds excommuniceerden, was het oost-west schisma feitelijk het eindresultaat van een voorafgaande eeuwenlange periode van vervreemding tussen de twee Kerken.

De paus kreeg steeds meer macht, niet alleen over de bisschoppen binnen de kerkelijke hiërarchie, maar ook politieke. Aangezien de bisschoppen vaak ook wereldlijke bestuurlijke machtsposities hadden, ontwikkelde zich een eeuwenlang slepende Investituurstrijd tussen de paus en Europese koningen en keizers over de bevoegdheid tot het benoemen van bisschoppen. Hierbij werd excommunicatie nogal eens als politiek wapen gebruikt.

Diverse pausen initieerden kruistochten naar het Heilige Land en vervolgden verscheidene niet-katholieke groeperingen, zoals de Katharen en de Joden. Hiertoe werd in 1157 een pauselijke inquisitie opgericht.

Kruistochten[bewerken]

De kruistochten waren een serie militaire campagnes die plaatsvonden tijdens de hoge middeleeuwen. Ze begonnen als een poging van de christenen om Jeruzalem op de moslims te heroveren. Het beslissende verlies van het Byzantijnse leger tegen de Seltsjoekse Turken in de Slag bij Manzikert in 1071 zorgde voor de eerste bedes om hulp en troepen uit het westen. Het was dus niet alleen een heroveren van Jeruzalem, maar een bijstaan van het Byzantijnse leger tegen de Turken, een tegenhouden van gebiedsuitbreiding van de islam, en een vermeerdering van de invloed van het westen in het oosten, waar op gemikt werd. Vanuit het westen zelf echter was de belangrijkste reden voor de kruistochten waarschijnlijk het feit dat de Seltsjoeken, nadat ze Palestina veroverd hadden, christelijke pelgrimages naar Jeruzalem en andere steden moeilijk of zelfs onmogelijk maakten. Dit was in de voorgaande tijd wel mogelijk geweest, alhoewel het gebied onder islamitisch bestuur stond.

Wetenschap[bewerken]

De eerste tekenen van de renaissance zijn te zien in de beschaving van West-Europa. De zogeheten renaissance van de twaalfde eeuw ging op geestelijk gebied gepaard met een sterke opleving van de wetenschap. Na 1200 leerden ook koopmanszonen op de kloosterscholen lezen, schrijven en rekenen. Veel van deze geschoolde leken kregen een baan in de handel of het bestuur. Halverwege de 12e eeuw ontstonden uit de kathedraalscholen van Bologna en Parijs de eerste universiteiten. Studenten konden zich daar specialiseren in geneeskunde, recht of theologie. Deze opleving van de wetenschap zorgde ervoor dat in korte tijd de hoofdwerken van Arabische en Griekse filosofen en zuiver wetenschappelijke teksten in het Latijn werden vertaald. Tegen 1200 beschikte men in het Westen slechts over een beperkt aantal van de hoofdwerken van Aristoteles in vertaling, die als de tolk van de natuurlijke orde werd beschouwd. De dominicaan Willem van Moerbeke en anderen vertaalden in de eerste helft van de 13e eeuw de rest van Aristoteles' oeuvre.

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino was de eerste theoloog die onderscheid maakte tussen het goddelijk en het menselijk recht, tussen geestelijke en wereldlijke macht. Hij stelde dat "het goddelijk recht dat op genade gebaseerd is, het menselijk recht dat uit de rede voortkomt niet uitsluit."

Na 1300 waren de vele middelbare scholen in de steden van grote betekenis voor de middeleeuwse geestelijke cultuur. De kracht van de menselijke rede werd opnieuw gewaardeerd: Anselmus van Canterbury opende de deur voor de 'redenerende theologie'. Het grote vertrouwen in de menselijke rede leidde tot de scholastieke methode: een rustige, objectieve benadering waarbij de auteur geheel in dienst staat van het zoeken naar de waarheid. De scholastiek gebruikt gezaghebbende auteurs: in de Summa theologiae van Thomas staan 25.000 citaten uit de Bijbel, 2500 van Augustinus, en 2500 uit de werken van Aristoteles, naast vele aanhalingen uit Dionysius de Areopagiet en anderen, onder wie ook joodse schrijvers als Maimonides en islamitische auteurs als de filosofen Avicenna en Averroes.

Romaans en gotisch[bewerken]

Caen: kerk van de Vrouwenabdij

De hoge middeleeuwen begonnen op het gebied van kunst eigenlijk al in 900 met de romaanse stijl. Ondanks de benaming is het romaans als bouwstijl slechts indirect gebaseerd op de bouwstijl van de Romeinen. Feitelijk komt zij voort uit de Karolingische bouwkunst, waarin principes uit de Romeinse architectuur werden herontdekt. De romaanse stijl werd gekarakteriseerd door kleine rondboogvensters en decoraties met eveneens ronde bogen. De muren waren doorgaans dik en versierd met lisenen, friezen en spaarvelden waarin eveneens ronde vormen domineren. De muren droegen het grootste deel van het gewicht van het gebouw op zich, waardoor grotere ramen niet mogelijk waren. Daarom was het in romaanse kerken altijd vrij donker. Omdat veel gebouwen in die tijd van hout gemaakt werden, bleven feitelijk vrijwel alleen kerken en kloosters in de romaanse bouwstijl bestaan.

Hoewel deze kenmerken vrij algemeen zijn, kent de romaanse stijl grote regionale verschillen. Bovendien maakte de stijl een geleidelijke ontwikkeling door die uiteindelijk, door de grootschalige toepassing van het kruisribgewelf, zou leiden tot het ontstaan van de gotische bouwstijl, waardoor het romaans werd verdrongen.

De Notre-Dame van Parijs, een vroeggotisch bouwwerk

De vroeggotiek zou de eerste vernieuwende kunststijl zijn sinds de val van het West-Romeinse Rijk en begint als bouwstijl in het jaar 1122. In de abdij van St.-Denis bij Parijs, zet abt Suger een grote verbouwing in gang. Dit zou het eerste vroeggotische bouwwerk worden.

Het verschil tussen de gotiek en het romaans is dat de gotiek voorheen als noodzakelijk beschouwde bouwelementen weglaat. Dit was mogelijk door de toepassing van kruisribgewelf, spitsboog en pilaren. Buitenwaartse krachten, die de neiging hebben de muren naar buiten te drukken, waren in de romaanse architectuur met zijn dikke muren geen probleem, maar moesten bij deze veel lichtere constructie wel afgevoerd worden. Hiervoor werd de luchtboog verder ontwikkeld. Hierdoor ontstond een sterke constructie die in de romaanse stijl onmogelijk was en die een grotere verticaliteit toeliet. Dit zorgde ervoor dat de kerken veel hoger konden worden en dat er ruimte vrijkwam in de kerk, door het weglaten van dragende onderdelen.

De vroeggotiek zou opgevolgd worden door de hooggotiek. De hooggotiek zou zich vooral kenmerken doordat de gotiek nog meer zou worden toegepast. Ze zou nu op haar hoogtepunt zijn.

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Sociale geschiedenis van de hoge Middeleeuwen.