Notre-Dame van Parijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Notre-Dame van Parijs
Westgevel van de Notre-Dame bij nacht
Westgevel van de Notre-Dame bij nacht
Plaats Parijs, Île de la Cité
Denominatie Rooms-katholiek
Coördinaten 48° 51′ NB, 2° 21′ OL
Gebouwd in 1163 - 1345
Restauratie(s) 1845
Gewijd aan Maria
Monumentale status Monument historique sinds 1862
Werelderfgoed sinds 1991
Architectuur
Stijlperiode Vroeggotiek
Afmeting 130 m lang
69 m breed
35 m hoog (schip)
Toren 90 m hoog (vieringtoren)
69 m hoog (westtorens)
Detailkaart
Notre-Dame van Parijs
Notre-Dame van Parijs
Portaal  Portaalicoon   Christendom
De Notre-Dame vanuit het zuidoosten
Drôlerie op de balustrade van de westgevel
Luchtbogen rond het koor
Het orgel
Het koor van de Notre-Dame

De Cathédrale Notre-Dame de Paris (Nederlands: Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Parijs) is een in vroeggotische stijl opgetrokken kathedraal op het Île de la Cité, in het centrum van Parijs. In de kathedraal worden drie relikwieën van Christus bewaard: de doornenkroon, een stuk uit het kruis en één van de nagels waarmee Christus gekruisigd werd. Het boek De Klokkenluider van de Notre Dame, dat Victor Hugo in 1831 schreef, gaf de Notre-Dame wereldbekendheid.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste steen werd in 1163 door paus Alexander III geplaatst. Tegen 1177 was het koor voltooid en het nieuwe hoogaltaar werd in 1182 ingewijd.[1] Na de dood van bisschop Maurice de Sully in 1196, werd onder zijn opvolger Eudes de Sully begonnen met de bouw van het transept en het schip. Halverwege de 13e eeuw waren ook de westtorens voltooid, waarna tot 1345 nog gewerkt werd aan het interieur en de straalkapellen .

In 1793, tijdens de Franse Revolutie werd de kathedraal omgedoopt tot Tempel van de Rede. In deze periode werden talloze kunstwerken gestolen of vernield. De 28 beelden van de koningen van Juda op de westgevel werden onthoofd omdat men dacht dat het beelden van Franse koningen waren. Na de ondertekening van het Concordaat van 15 juli 1801 werd de Notre-Dame opnieuw gebruikt voor de Heilige Mis. De kerk werd op 27 februari 1805 als eerste in Frankrijk door paus Pius VII verheven tot basilica minor.

De kathedraal onderging vanaf 1845 een 23 jaar durende restauratie door Eugène Viollet-le-Duc, om de beschadigingen van de Franse Revolutie te herstellen. Viollet-le-Duc verving de deels vernielde koningsbeelden in het voorfront door zelfontworpen beelden. Hij plaatste ook een nieuwe vieringtoren of flèche op het dak van de kathedraal. Sinds 1991 is er een nieuwe restauratie aan de gang die bijna beëindigd is.[bron?]

Exterieur[bewerken]

Westgevel[bewerken]

De westgevel van de Notre-Dame, die uitkijkt op het plein Parvis Notre-Dame - place Jean-Paul-II, is rijkelijk versierd met beeldhouwwerk. De drie portalen - van links naar rechts: het Mariaportaal, het Portaal van het Laatste Oordeel en het Anneportaal - worden omzoomd door beelden van Bijbelse figuren en bisschoppen. Boven de portalen bevindt zich de zogeheten koningsgalerie met beelden van de koningen van Juda als verbintenis tussen de Franse monarchie en de Kerk. Een dergelijke decoratie was nog niet eerder aangebracht op een kathedraal. Het concept van de koningsgalerie werd overgenomen bij de kathedraal van Reims en de Notre-Dame van Amiens. De koningsfiguren die tegenwoordig zichtbaar zijn stammen echter allemaal uit de 19e eeuw.

Boven de westgevel torenen de twee niet-afgebouwde torens met een hoogte van 69 meter uit. Ze kunnen beklommen worden en bieden een uitzicht over de stad.

Waterspuwers en chimères[bewerken]

De waterspuwers van de Notre-Dame stammen uit de middeleeuwen. De als monsters vormgegeven spuwers zorgen ervoor dat het regenwater niet langs de gevel naar beneden stroomt.

Op de balustrade van de westgevel zitten de drôleries van de Galerie des chimères. Deze monsterlijke figuren werden door ambachtslieden aangebracht als vrolijke noot of dienden ter afschrikking van demonen. De originele figuren werden in de 18e eeuw verwijderd, omdat ze in de loop der eeuwen vervallen waren, waardoor er soms fragmenten naar beneden vielen. In de 19e eeuw bracht Viollet-le-Duc nieuwe figuren aan.

Luchtbogen[bewerken]

De kerk was een van de eerste gebouwen ter wereld waar de luchtbogen gebruikt werden. Het originele ontwerp bevat deze bouwkundige onderdelen echter niet. Toch zijn zij rond het koor en het schip toegepast. Tijdens de gotiek werden dunne muren erg populair. Deze zijn dan ook toegepast in de Notre-Dame, maar bij de bouw kwam men er achter dat deze dunne muren zonder externe steun niet overeind kunnen blijven staan; er kwamen scheuren in de muren en ze begonnen naar buiten te leunen door hun eigen gewicht. Als reactie begonnen de architecten steunen te bouwen rond de buitenmuren. Bij latere kerken bleven deze steunen terugkomen.

Interieur[bewerken]

De Notre-Dame is 130 meter lang en heeft vijf schepen. De kruisribgewelven van het middenschip bereiken een hoogte van 35 meter. Het middenschip is met een breedte van twaalf meter bijna dubbel zo breed als de zijbeuken. De kathedraal biedt plaats aan maximaal negenduizend personen.

Orgel[bewerken]

Het orgel van de kerk is gebouwd door Aristide Cavaillé-Coll. Het bestaat uit meer dan 7000 pijpen, verdeeld over 111 registers. Het heeft 5 klavieren van 56 toetsen en een pedaalklavier van 32 pedalen. Het orgel is in de jaren 90 van de 20e eeuw compleet gerenoveerd. Van de 700 kilometer bekabeling die er werd gebruikt voor de voorheen elektro-pneumatische registratietechniek, is niets meer over. Het orgel in de Notre-Dame is het enige orgel ter wereld [bron?] waar computertechniek en orgelbouw volledig samen zijn gekomen. Er loopt 500 meter aan LAN-bekabeling door het orgel om de pijpen uiteindelijk van lucht te kunnen voorzien, wat het orgel onderscheidt van andere "computergestuurde" orgels. Verder zijn in de 20ste eeuw de horizontale pijpen (chamadewerk) toegevoegd. Dit gebeurde in de tijd van Pierre Cochereau (organist-titularis tot 1984). Dit zijn eigenlijk Spaanse trompetten die op veel Franse orgels terug te vinden zijn. Het orgel wordt bespeeld door drie organist-titularissen: Olivier Latry, Philippe Lefebvre, en Jean-Pierre Leguay.[bron?] Verder zijn er sinds de renovatie van de console 2 nieuwe (vaste) organisten bijgekomen. Zij zijn echter geen "organiste titulaire". Het betreft Johann Vexo, organist van de kathedraal in Nancy en Thijs Sandman, organist van de Saint Maclou in Rouen. Zij functioneren als regelmatige plaatsvervangers van de 3 hoofdorganisten.

Bijzondere gebeurtenissen[bewerken]

Kroningen[bewerken]

  • Normaal gesproken werden de Franse koningen gekroond in de Kathedraal van Reims, maar in 1431, tijdens de Honderdjarige Oorlog, liet de Engelse koning Hendrik VI zich in de Notre-Dame kronen.
  • Napoleon Bonaparte kroonde zichzelf in 1804 tot keizer der Fransen in de Notre-Dame.

Staatsbegrafenissen[bewerken]

Staatsbegrafenissen (Funérailles Nationales) van Fransen die vanuit de Notre-Dame zijn begraven (selectie):

Bibliografie[bewerken]

  • Pascal Tonazzi, Florilège de Notre-Dame de Paris (anthologie), Editions Arléa, Paris, 2007, ISBN 2-86959-795-9

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Men bouwde destijds doorgaans eerst het koor, zodat de kerk al gebruikt kon worden terwijl er elders nog gebouwd moesten worden.
  2. a b Vermoord
  3. Gevolgd door een plechtigheid in het Panthéon
  4. Herdenkingsdienst, de besloten begrafenis vond plaats in de Rooms-katholieke Kerk te Colombey-les-Deux-Églises