Kathedraal van Dijon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De kathedraal van Dijon in Dijon in Bourgondië, Frankrijk, is een gotische kathedraal, gewijd aan Benignus van Dijon [1].

Geschiedenis[bewerken]

Plattegrond van de crypte van de kathedraal Saint-Bénigne, naar Viollet-le-Duc

In 506 of 507 werd de oorspronkelijke abdij door bisschop Gregorius van Langres gesticht. Kort na 871 kreeg het klooster een nieuwe impuls door een restauratie van de toenmalige basiliek. De Maria-kapel getuigt nog van deze restauratie. Een nieuwe periode brak aan met de intrede in 989 van een aantal "elitemonniken" van de Orde van Cluny in de abdij Saint-Bénigne en de bouw van een drietal kerken na 1002. Hiervan bestaat alleen nog de onderste etage van de rotonde die kerken verbond.

Met de bouw van de huidige kerk werd begonnen in 1280; de voorgevel kwam pas in de eerste helft van de 14e eeuw gereed. De kerk is met zijn spitsbooggewelven duidelijk gotisch. Ondanks een aantal verbouwingen en restauraties in de 19e eeuw is de stijl van de kathedraal Saint-Bénigne ongeschonden gebleven. De huidige crypte van de kathedraal is in feite de onderste etage van de rotonde, die in 1792 vernield werd.

De gevels[bewerken]

De forse torens en de galerijen geven de voorgevel van de Saint-Bénigne een streng uiterlijk. De onderste galerij, de Gloriagalerij, wordt gebruikt voor de zegening van de palmtakken. Daarboven sieren drie hoge puntramen met een roosvenster de gevel. De bovenste galerij wordt bekroond met een klein fronton. De zeshoekige torens ogen met hun zijtorentjes extra zwaar. Het portaal is van de jaren 1818-1822. In het timpaan verjaagt Christus de woekeraars uit de tempel. Een bas-reliëf toont de steniging van de heilige Stephanus. De zijgevels zijn wat minder streng maar door plaatsgebrek moesten in plaats van de gebruikelijke sierlijke luchtbogen zware steunberen geebouwd worden. De 19e-eeuwse spitse toren van 100 m hoog en de gekleurde dakbedekking verlenen het aanzicht enige charme.

Het schip en het koor[bewerken]

Het gotische schip telt vijf traveeën met spitsbogen. Er zijn drie niveaus; het triforium heeft vier bogen per travee, waarboven de lichtbeuk steeds vier smalle hoge vensters. In de dwarsbeuk lopen de zijbeuken niet door, de gewelven zijn er hoger. Het triforium in de dwarsbeuk en in het koor is meer bewerkt dan in het schip. Alleen in de dwarsbeuk en in de apsis zijn de kapitelen bewerkt. Het koor, dat opvalt door zijn okerkleurig bouwstenen, bestaat uit de onderste etage van de vroegere rotonde, een martyrium en een kapel, reeds sinds 938 genoemd. De drie zijkapellen zijn in 1890 gerestaureerd. In de noordwand van de kapel zijn in de 19e eeuw stenen met karolingisch vlechtwerk ingemetseld, in de zuidwand een merovingische grafsteen van een monnik.

De crypte[bewerken]

De crypte heeft de vorm van drie concentrische cirkels met zeer zware pilaren. Er zijn enkele kapitelen in de crypte; sommigen stellen biddende figuren voor (oranten). In het martyrium vindt men de sarcofaag van de naamheilige van de kerk en enkele kleine apsissen, resten van een ondergrondse kerk.

Bibliografie[bewerken]

  • Grodecki, Louis : Le siècle de l'an Mil, Gallimard. L'Univers des Formes, Paris (France), 1973.
  • Oursel, Raymond : Bourgogne romane, 7e édition), Édition Zodiaque, La Pierre-qui-Vire (France), 1979.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Saint Bénigne, zonder streepje als het over de heilige gaat; Saint-Bénigne, mét streepje als het over de kerk gaat