Kathedraal van Reims

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cathédrale Notre-Dame de Reims
Gevel van de kathedraal Notre-Dame de Reims
Gevel van de kathedraal Notre-Dame de Reims
Plaats Reims
Denominatie Rooms-Katholiek
Coördinaten 49° 15′ NB, 4° 2′ OL
Gebouwd in 1211 - 1275
Restauratie(s) 1481 Na brand; 1860 restauratie Viollet-le-Duc; Na 1918 herstel oorlogsschade
Monumentale status Monument historique (1862)
Werelderfgoedlijst UNESCO (1991)
Architectuur
Stijlperiode Gotiek
Toren 81,50 m hoog (westtorens)
87 m hoog (klokkentoren)
Titelkerk
Aartsbisdom Reims
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Cathédrale Notre-Dame de Reims (Nederlands: Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Reims) is een kathedraal uit de 13e eeuw in de Franse stad Reims. Het is één van de voornaamste gotische bouwwerken van Frankrijk. De kathedraal is historisch van belang omdat hier de koningen van Frankrijk werden gekroond en de episode met Jeanne d'Arc zich hier afspeelde.

Het aantal beelden dat deze kathedraal siert is groter dan bij enige andere Europese kathedraal. Het beeldhouwwerk van de kathedraal van Reims wordt beschouwd als een belangrijk voorbeeld van middeleeuwse beeldhouwkunst. Het centrale portaal aan de westgevel is gewijd aan de maagd Maria. Vooral het beeld van de "Engel met de glimlach" is beroemd; het is het symbool geworden van de stad Reims. Door zijn architectuur en zijn 2303 beelden werd de kathedraal, samen met het voormalige klooster van Saint-Remi en het paleis van Tau, in 1991 toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Bouwgeschiedenis[bewerken]

Deze kathedraal werd gebouwd na de Notre-Dame van Parijs en de Kathedraal van Chartres, maar vóór de kathedralen van Straatsburg, Amiens en Beauvais. Het huidige bouwwerk verving een basiliek die in 1211 door brand werd verwoest. Het bevindt zich op de plaats waar in 496 Clovis I gedoopt zou zijn. Ook latere Franse vorsten worden hier gekroond. Het gebouw werd grotendeels in de 13e eeuw voltooid, behalve de westgevel. Die werd opgericht in de 14e eeuw, nadat het schip was verlengd om aan de talrijke kerkgangers plaats te kunnen bieden. Uiteindelijk is de kathedraal voltooid in 1457. In 1481 verwoestte een brand de oorspronkelijk aanwezige vieringtoren. De huidige klokkentoren en de beide grote torens in de oostgevel zijn 15e-eeuws.

De bouw kostte uiteraard veel geld, en de stadsbewoners werden geacht hieraan meebetalen door middel van belasting. Toen in 1233 de belastingen wéér verhoogd werden kwamen de inwoners in Reims in verzet. Ze verdreven de kanunniken uit de stad en wierpen barricades op van bouwmateriaal. Die heeft drie jaar lang geduurd, totdat de koning ingreep. De opstandelingen kregen hoge boetes opgelegd en hun huizen werden met de grond gelijk gemaakt. De bouw van de kathedraal kon weer worden hervat.

De Notre-Dame is een van de zuiverste voorbeelden van een gotische kathedraal. De driedeling van de kerk, een middenschip met twee zijbeuken, is herkenbaar in de westgevel. De gevel is geen massieve muur, in tegenstelling tot de oudere, romaanse kerken. Boven de gevel bevindt zich nog binnen de gotische portaalspitsboog een roosvenster. Midden boven het hoofdportaal is nog een groter roosvenster aangebracht. De galerij der koningen heeft een beeld van de doop van Clovis I en standbeelden van zijn opvolgers. Ook aan de binnenkant van de oostgevel zijn vele kleine beeldjes in nissen geplaatst.

De façades aan de noord- en zuidzijde zijn ook versierd met beelden. De noordkant bevat beelden van de belangrijkste bisschoppen van Reims, een afbeelding van het Laatste Oordeel en een Jezusfiguur (le Beau Dieu). De zuidfaçade heeft een roosvenster met profeten en apostelen.

De kathedraal werd door de Duitsers met artillerievuur bestookt tijdens de Eerste Wereldoorlog. De restauratie in de jaren '20 en '30 werd bekostigd met hulp van Amerikaanse mecenassen, waaronder de familie Rockefeller.

De glas-in-loodramen[bewerken]

Ondanks de vernielingen in de 18e eeuw (vooral tijdens de Franse Revolutie) bezit de kerk nog een groot aantal glas-in-loodramen uit de 13e eeuw, die nu geplaatst zijn in de lichtbeuk van het schip, in het koor en in de dwarsbeuken. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn in de jaren '30 het kleine roosvenster in het middenportaal van de westgevel alsook ramen in de zijportalen, het roosvenster in de zuidelijke dwarsbeuk aangebracht; in de jaren '50. '60 en '70 volgen er nog een aantal, waaronder het “champagneraam”. In 2011 komt er een raam ontworpen door Imi Knoebel.. Het bekendst zijn de vensters van Marc Chagall in de middelste straalkapel, die in 1974 ingewijd werden: de “boom van Jesse”, “de twee testamenten” en “de grote momenten van Reims”.[1].

De daken[bewerken]

De nok van het dak is versierd met driepassen en Franse lelies, die eraan herinneren dat hier Franse koningen werden gekroond. Deze elementen zijn in 1924-1926 in het kader van de herstelwerkzaamheden na de Eerste Wereldoorlog weer aangebracht; de oorspronkelijke versiering was tijdens de Franse Revolutie verloren gegaan. De klokkentoren is boven de viering gebouwd.

De Engel met de glimlach[bewerken]

De Engel met de glimlach, ook wel de glimlach van Reims genoemd, is een beeld waarvan het origineel tussen 1236 en 1245 gehouwen is[2].Het bevindt zich in de noordelijke portaal van de westgevel van de kathedraal. De naam is pas sinds de Eerste Wereldoorlog in zwang.

De engelen van de kathedraal van Reims waren al in de 19e eeuw bij de kenners bekend vanwege hun gracieuze glimlach. Eugène Viollet-le-Duc (1814-1879) was niet zozeer geïnteresseerd in dit beeld dan wel in de hele verzameling engelbeelden.[3]. Andere kenners Emile Mâle, merken op dat “saint Nicaise, met opgeheven hoofd in een heroïsche blijmoedigheid voortschrijdt tussen twee engelen die haar toelachen[4] en dat “de Kathedraal van Reims bij uitstek de kathedraal van de engelen is. En dat van de beelden in de apsis tot aan die van de Verkondiging men in de steeds duidelijker uitdrukking van de glimlach een ontwikkeling kan waarnemen in de manier van beeldhouwen en de stijl van weergeven van de draperie.[5]. Vele andere auteurs hebben over de "Engel met de glimlach" gepubliceerd.[6]

Op 19 september 1914 werd tijdens een artilleriebeschieting het tot op dat moment anonieme beeld van de Engel onthoofd doordat een brandende balk van het gebint erop viel.[7]. Het hoofd viel uiteen in een twintigtal stukken, die door toedoen van een geestelijke werden opgeslagen in de kelders van het bisschoppelijk paleis. [8] [9] [10]. Het verhaal van de beschadiging, het terugvinden van de resten[11]. werd door de Franse propaganda lange tijd gebruikt als symbool voor de Franse genius als aanklacht tegen de vernieling van Frans erfgoed door het Duitse leger. Na de oorlog werden de resten met behulp van een afgietsel, dat aanwezig was in het Museum van Franse monumenten, weer samengevoegd en werd het nieuwe hoofd op 3 april 1926 op zijn plaats teruggezet[12].

Het labyrint[bewerken]

Labyrint van de kathedraal

De vloer van de kathedraal van Reims werd ooit gesierd door een labyrint [13] in de tegelvloer van het derde en vierde travee van het schip. Het werd in 1779 door een besluit van het kapittel vernield.[14].

Tegenwoordig wordt de grafische voorstelling van dit labyrint, 45° gekanteld, in Frankrijk gebruikt als logo om historische monumenten aan te duiden.

De kroningen van Franse monarchen in de kathedraal van Reims[bewerken]

Afmetingen[bewerken]

Grondplan van de kathedraal van Reims
  • lengte buitenwerks : 149.17 m; ter vergelijking: Notre-Dame van Parijs 130 m; Notre-Dame van Amiens 145 m
  • lengte binnenwerks : 138 m
  • hoogte van het schip : 38 m; Notre-Dame van Parijs 33 m; Notre-Dame van Amiens 42 m; Kathedraal Saint-Pierre van Beauvais 48 m
  • hoogte van de zijbeuken van het schip : 16.5 m
  • breedte van het schip 14.65 m; Kathedraal Saint-Étienne van Sens 15.25 m; Notre-Dame van Parijs 12 m
  • lengte van de dwarsbeuk : 61 m
  • breedte van de dwarsbeuk : 30.70 m
  • hoogte van de twee torens : 81.50 m; Notre-Dame van Parijs 69 m; Orléans 88 m
  • hoogte van de klokkentoren (toren van de Engel) : 87 m
  • breedte van westgevel : 48.80 m; Notre-Dame van Parijs 41 m
  • vloeroppervlakte van het gebouw: 6650 m³

Roosvensters

  • diameter van het roosvenster westgevel : 12.5 m; de twee roosvensters van de dwarsbeuk van de Notre-Dame van Parijs 13.1 m
  • diameter van het roosvenster noordgevel : 9.65 m
  • diameter van het roosvenster zuidgevel : 9.65 m

Trivia[bewerken]

  • De Groene Kathedraal bij Almere is een landschapskunstwerk, waarbij de plattegrond van de Kathedraal van Reims tweemaal op ware grootte is nagebootst door middel van beplanting.
  • In 1930 werd door de Franse posterijen een postzegel met een lila afbeelding van een detail van de "Engel met de glimlach" uitgegeven. De frankeerwaarde was Ffr 1,50; daarboven werd een toeslag ten bate van de "Caisse d'amortissement" (kas voor de aflossing van oorlogsschuld) geheven van Ffr 3,50.[15].
  • De "Engel met de glimlach" wordt door het bedrijf "Maison de Champagne" in Reims als handelsmerk voor zijn "Champagne Henri Abelé" gebruikt.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Les conditions artistiques, administratives et historiques de la réalisation des vitraux de Marc Chagall à la cathédrale de Reims
  2. Frédéric Delouche, Jacques Aldebert, Histoire de l'Europe, De Boeck Université, 1997, p.150.
  3. Viollet-le-Duc, Eugène-Emmanuel, Dictionnaire raisonné de l’architecture française du 11e au 16e siècle, Paris, B. Bance, 1854, réed. 1967, t.8, p.148.
  4. Vrij vertaald citaat uit: Mâle, Emile : L’Art religieux au 13e siècle en France, 1898, p.362.
  5. Vrij vertaald citaat uit: Michel, André : Histoire de l’Art depuis les premiers temps chrétiens jusqu’à nos jours, t.II., Paris, Librairie Armand Colin, 1906, p.153.
    • Antelme, Robert, « L’ange de Reims » in Remue.Net 23 août 1996
    • Destremeau, Frédéric : « L’Ange de la cathédrale de Reims ou « Le sourire retrouvé » in Bulletin de la Société de l’Histoire de l’Art français, 1998, p.309-324
    • Harlaut, Yann : Naissance d'un mythe. L'Ange au Sourire de Reims ISBN|978-2-87825-435-8 2008, 144 p.
    • Sarazin, Charles : « Le Sourire de Reims » in Sourire de Reims, N° 2, avril 1929, 4 p.
  6. Sarazin, Charles, "Le Sourire de Reims", in Sourire de Reims, n°2, avril 1929, 4 p.
  7. Livre d'Or du Clergé et des Congrégations. Bonne Presse. 1925, Paris
  8. Travaux de l'Académie nationale de Reims. P. Giret, Académie nationale de Reims. 1875, Reims. ISBN-ISSN 02903083. Source : Bibliothèque nationale de France http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/cb34368590s
  9. L'Illustration, n° 3742, du 21 novembre 1914, p. 381, a publié une photographie de l'abbé R. Thinot, montrant les dégâts causés par un obus allemand le 12 novembre 1914
  10. Ange au sourire, article de Yann Harlaut docteur en histoire de l’université de Reims.
  11. L’Illustration, 3 avril 1926.
  12. Description détaillée du labyrinthe de la cathédrale de Reims
  13. Histoire et description du labyrinthe sur le site de la Direction des affaires culturelles Champagne-Ardenne.
  14. Catalogue Yvert et Tellier Tome 1