Kasteel van Fontainebleau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Paleis en park van Fontainebleau
Werelderfgoed cultuur
Le Grand Escalier à Fer de Cheval.jpg
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, vi
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 160
Inschrijving 1981 (5e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

Het Kasteel van Fontainebleau in Fontainebleau is een voormalige koninklijke residentie, gelegen in de Île-de-France, het oorspronkelijke persoonlijke domein van de Franse koning. De bouwheer was Frans I van Frankrijk. Op aanraden van zijn zuster Margaretha van Navarra omringde hij zich met humanistische filosofen, schrijvers en kunstenaars. Het slot werd rond het midden van de 16e eeuw toonaangevend voor het Maniërisme, de heersende stijl in de beeldende kunst.

Het slot werd vervolgens bewoond Hendrik II van Frankrijk; Lodewijk XIII van Frankrijk werd er geboren; Lodewijk II van Bourbon-Condé en Lodewijk van Frankrijk (1729-1765) stierven er. Het slot werd gebruikt door Gabrielle d'Estrées, Maria de' Medici, Christina I van Zweden, die daar op 10 november 1657 haar ontrouwe begeleider Giovanni Monaldeschi liet vermoorden, Madame de Maintenon, Marie Antoinette van Oostenrijk, Josephine de Beauharnais, Marie Louise van Oostenrijk, Marie Amélie van Bourbon-Sicilië, en keizerin Eugénie.

Het kasteel was vijf maal de locatie van een verdrag van Fontainebleau.

Geschiedenis[bewerken]

François I door Titiaan

Het slot is in de middeleeuwen ontstaan, maar het bouwjaar is onbekend. Het werd bewoond door Lodewijk VII van Frankrijk en is uitgebreid door Lodewijk de Heilige. Het is vanaf 1528 door koning Frans I, die vaak ging jagen in het nabijgelegen woud van Fontainebleau, uitgebreid en verfraaid met stucwerk, meubels en fresco's in Italiaanse stijl.[1]

Rond 1530 nam Frans I twee Italiaanse kunstenaars in dienst: Rosso Fiorentino en zijn landgenoot Francesco Primaticcio (1532).[2] Zij werkten in het Kasteel van Fontainebleau aan de decoratie, de fresco's en gipspleister-ornamentatie, die de wandtapijten moesten vervangen. Hij bracht er vervolgens een deel van zijn kunstcollectie onder, zoals de Mona Lisa en de Maagd op de rotsen. Te vergeefs verzocht hij bij het Vaticaan om een kopie van de Apollo van Belvedère en de Laocoöngroep.

Nog voor dit project voltooid was overleed Rosso. Daarna werd Primaticcio de leider, geassisteerd door Niccolò dell'Abbate. Rond 1540 kwamen Sebastiano Serlio en Benvenuto Cellini naar het kasteel en produceerden diverse standbeelden voor de tuin en op het dak. Philibert Delorme, sinds 1645 hofarchitect van Hendrik II breidde het verder uit met een kapel.[bron?] Gilles le Breton ontwierp de balzaal; Ambroise Dubois werkte het grootste deel van zijn loopbaan aan het interieur en beschilderde de plafonds. De Vlaamse schilder Hiëronymus Francken (I) werkte ook aan de decoraties van het kasteel. Hendrik IV breidde het kasteel uit met een nieuwe vleugel en liet een groot deel van de tuin aanleggen. Ook de Zonnekoning Lodewijk XIV bracht er de herfsten door om te jagen. Hij liet er in 1685 het Edict van Fontainebleau uitroepen. Jacobus II van Engeland bracht er aan het eind van de 17e eeuw jaarlijks enkele weken door.

vooraanzicht

Lodewijk XV trouwde er in 1725 en liet er Rousseaus opera Le devin du village (De waarzegger van het dorp) opvoeren. Hij gaf in 1753 opdracht een van de zalen opnieuw in te richten; de versiering is een van de mooiste voorbeelden van Franse Rococo (met schilderingen van François Boucher). In 1785 werd in het paleis de Keteloorlog beëindigd. Tijdens de Franse Revolutie was het kasteel in gebruik als militaire academie. Napoleon vergrootte het met veertig appartementen en liet er de Paus Pius VII logeren, die hem tot keizer kwam zalven.[3] De vertrekken van de paus op Fontainebleau waren versierd met de schilderijen die in 1797 uit het Vaticaan ontvreemd waren. Napoleon nam in het kasteel afscheid van Frankrijk, vlak voor zijn vertrek naar Elba. Ook Louis-Philippe liet wijzigingen aanbrengen. Tot en met Napoleon III beschouwden alle Franse staatshoofden het kasteel als een van hun woonhuizen en hun belangrijkste jachtresidentie, naast Chambord.

Het is nu de grootste toeristische trekpleister van de regio en staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het Musée du château de Fontainebleu maakt deel uit van de Réunion des musées nationaux et du Grand Palais des Champs-Élysées.

Literatuur[bewerken]

Cordié, C. (1989) Fontainebleau. Atrium cultuurgidsen

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Toen Frans I in 1515 op de Franse troon kwam, stond hij met vele humanisten op goede voet, zoals Leonardo da Vinci. Tijdens zijn bewind kwam de culturele ontwikkeling van Frankrijk in een stroomversnelling en hij gaf opdracht tot bouw van het Kasteel van Chambord, waar hij weinig vertoefde. In 1516 ging Leonardo, de uitvinder van de wenteltrap voor hem werken in het kasteel van Amboise. Frans was betrokken in de Italiaanse Oorlogen en werd gevangen gehouden in bij Valencia. Op 14 januari 1526 kwamen Karel V en Frans de Vrede van Madrid overeen, waarin de Franse koning afzag van zijn aanspraken op Italië, Kroon-Vlaanderen en Artesië; Karel V kreeg Bourgondië. Ook zouden twee van zijn zonen als gijzelaar naar het Spaanse hof worden gestuurd en beloofde hij Karels zuster Eleonora van Habsburg te trouwen
  2. Samen met Primaticcio stond Rosso aan de wieg van de maniëristische stroming in Fontainebleau. Deze stroming wordt algemeen de School van Fontainebleau genoemd.
  3. Pius moest uitstappen in een modderplas en werd vervolgens besprongen door de jachthonden van Napoleons adjudant. De koets werd omgeven door Mameluken met kaftans en kromsabels, zodat het leek of de sultan op staatsbezoek was.