Kathedraal van Chartres

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kathedraal van Chartres
Werelderfgoed cultuur
Westfassade Chartres.jpg
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria i. ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 81
Inschrijving 1979 (3e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
Plattegrond van de kathedraal
De kathedraal vanuit het oosten

De Cathédrale Notre-Dame de Chartres (Nederlands: Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Chartres) is een vroeg-gotische kathedraal die tot de beroemdste van Frankrijk behoort. De kathedraal staat op een heuvel met uitzicht over de stad Chartres en werd gebouwd tussen 1194 en circa 1220. De kathedraal dankt haar faam vooral aan haar gebrandschilderde ramen, waardoor de gloed van het blauwe Chartreslicht schijnt. De beroemdste reliek van de kathedraal is een kleed of sluier, genoemd Sancta Camisa dat gedragen zou zijn door de maagd Maria toen zij wenend onder het kruis van haar stervende zoon Jezus stond. Andere verhalen zeggen dat Maria het droeg tijdens de annunciatie, terwijl ook gezegd wordt dat het gedragen werd tijdens de geboorte van Christus. Dit werd in 876 door Karel de Kale, kleinzoon van Karel de Grote, aan de kerk geschonken.

De huidige plaats Chartres heeft een lange traditie op gebied van godsverering. Reeds in voorchristelijke tijden werd op deze plaats een Moedergodin met kind vereerd. In Julius Caesars tijd was het een gewijde plek in het bos waar de druïden eens per jaar bij elkaar kwamen. Goethe zei in dit verband "Alsof het eeuwig-vrouwelijke in Chartres in steeds wisselende gedaanten vereerd werd".[bron?] De kathedraal is nu nog een Rooms-katholiek bedevaartsoord.

De kathedraal[bewerken]

Bouwgeschiedenis[bewerken]

De kathedraal is in korte tijd gebouwd voornamelijk onder impuls van de plaatselijke bisschop Renaud, die daarmee de macht van de Kerk verstevigde ten koste van de adel. De ontwerper van dit voor die tijd enorme bouwwerk is niet bekend maar daagde snel op na de oproep van de bisschop. Het bleek wel een man met ervaring te zijn. Van 1194 tot circa 1220 slaagde een gemeenschap van nog geen 10.000 mensen er in de kerk te bouwen, het grootste en hoogste bouwwerk dat de Westerse christenheid tot dan toe had voortgebracht. De kerk werd gebouwd voor de maagd Maria, die Chartres zou hebben gekozen als haar speciale residentie op aarde. In het grondplan en de opstanden komen de eenvoudige en symboolgeladen basisvormen cirkel, vierkant en gelijkzijdige driehoek steeds terug als dwingende ordening.

Het huidige bouwwerk is overigens het zesde kerkgebouw dat op deze plek werd opgetrokken. De eerste kerk werd in 743 in brand gestoken door een Franse edelman, de tweede werd in 858 door de Vikingen platgebrand en de drie volgende werden eveneens door brand verwoest, respectievelijk in 962, 1020 en 1194. In dat jaar werd begonnen met de bouw van een nieuwe kathedraal, een voorbeeld van Gotische bouwkunst. De hoofdstructuur was 26 jaar later gereed. Gaandeweg werden de beroemde 176 gebrandschilderde ramen, de beelden en de andere versieringen aangebracht. In 1260 werd het gebouw opgeleverd.

Sommige gedeelten van de kathedraal dateren van voor de brand van 1194: het Koningsportaal aan de westkant is ouder, evenals de crypte. Deze zijn dan ook romaans van stijl.
Waarschijnlijk werd het gebouw na 1194 in horizontale lagen opgetrokken, in 25 à 30 bouwperiodes. De bouwperiodes waren noodzakelijk, om de kalkmortel te laten drogen, krimpen en zetten (zes maanden of langer). In de wintermaanden kon men door bevriezing van de bindmiddelen niet bouwen. Problemen met de financiering van dit voor die tijd gigantische project zorgden ook voor bouwonderbrekingen. Men zocht het nodige geld bij elkaar via een handeltje in aflaten of verhoging van de belastingen.[bron?] Er is een verschil in bouwtechniek in de massieve steunberen van het priesterkoor, en het lichte web van steunberen die het middenschip ondersteunen.

Men bouwde voort op de oude fundering maar breidde die uit voor twee grote zijbeuken zodat de plattegrond een enorm kruis vormde. Om de bijkomende funderingen aan te brengen tot 10 meter diepte deed de Kerk een beroep op de werkkracht van alle inwoners van Chartres. Daarbij vergrootte men de hoogte in grote mate tot 36 meter, de grootste hoogte tot dan toe. De bouwmeester gebruikte het kruisribgewelf, een nieuw soort gewelf waarbij de gewelfribben tot de grond toe doorliepen. Dit was een revolutionaire breuk met de oudheid, waar de muren de dragers van het dak waren, en met de romaanse architectuur, waar het dak gedragen werd door een bos van zware pilaren. Het plafond bestond uit rechthoeken, die van muur tot muur liepen, en gekruist werden door ribben en in het midden een sluitsteen hadden die alles op zijn plaats hield. Nu konden de muren doorbroken worden, en van grote ramen worden voorzien. De naar buiten gerichte kracht werd opgevangen door luchtbogen en steunberen. Het was de eerste keer in de geschiedenis dat deze luchtbogen een integraal onderdeel vormden van een bouwwerk. Men vergeleek ze met boekensteunen. Om de zijdelingse druk op de muren te verminderen bouwde men spitsbogen in plaats van de gebruikelijke rondbogen. Om op zo een grote hoogte (36 m) een gewelfconstructie aan te brengen bedacht men nieuwe werktuigen zoals de hijskraan, afgeleid van militaire aanvalswerktuigen. De kraan werd aangedreven door mensen die in een rad voortstapten. De bouw van de kerk was een riskante onderneming en de werkzaamheden verliepen niet zonder levensgevaar voor de werklieden.

Het koor is afgesloten in renaissancestijl.

Exterieur[bewerken]

De portalen aan de westgevel

De portalen van de Notre-Dame[bewerken]

Het bekendste portaal van de kathedraal is het Koningsportaal, dat al voor 1194 was gebouwd. Het bevat beelden van de grondleggers van de wetenschap (Pythagoras, Euclides en Aristoteles) en allegorische figuren die de Vrije Kunsten voorstelden (muziek, astronomie, rekenkunde, meetkunde en dialectiek). De moeder van God zwaaide hier zelf de scepter over. In het midden zetelt de zegenende Christus, geflankeerd door een man (Matteüs), een adelaar (Johannes), een leeuw (Marcus) en de os (Lucas). Dit tableau is gebaseerd op het visioen van de evangelist Johannes, dat hij op Patmos kreeg.

Interieur[bewerken]

De vensters van de Notre-Dame[bewerken]

De kathedraal van Chartres heeft de meest complete verzameling oorspronkelijke gebrandschilderde ramen (176).

Het meest fameuze raam is het noordelijke roosvenster, waarin afbeeldingen van engelen, koningen, duiven en bijbelse profeten het centrale punt omringen, de maagd Maria met Christus.

Labyrint

Labyrint[bewerken]

Op de vloer van de kerk bevindt zich een labyrint. De pelgrim moest eerst het labyrint volgen tot aan het midden, van hieruit kon hij de prachtige ramen van de kerk bewonderen. Nu zijn hier stoelen op geplaatst waardoor men weinig van het geheel kan zien.

Op de vloer vindt men een ronde bronzen pen. In een der ramen zit een witte cirkel. Op 21 juni om 12:00 precies - het is dan midzomer - schijnt de zon (als hij schijnt) door de cirkel precies op deze bronzen pen. De raamschildering, waarin het witte gat zich bevindt, draagt de afbeelding van Apollinaris, een Syrische heilige.

De Notre-Dame als bedevaartsoord en het Sancta Camisa[bewerken]

Chartres was met de Mariacultus verbonden en vindt zich terug in een lange traditie van de verering van de Moedergodin met kind. Op de vier Mariafeesten werden in Chartres textiel- en handelsbeurzen gehouden.

Koning Karel de Kale had de kathedraal de Sancta Camisa geschonken, het kleed dat Maria gedragen zou hebben toen zij Jezus baarde. In augustus 911 belegerden de Noormannen onder Rollo weer de stad. De stad verdedigde zich echter, aangevoerd door bisschop Gancelmus. Niet alleen riep hij goddelijke hulp in, maar ook die van de hertogen van Bourgondië en van France en de graaf van Poitou met hun soldaten. Deze hulptroepen slaagden er samen met de inwoners van de stad in de Noormannen te overwinnen, terwijl het Mariarelikwie boven één van de stadspoorten hing ter aanmoediging.[1] Hierdoor kon deze redding van de stad ook gezien worden als een mirakel. De mislukte belegering was echter vooral een politieke gebeurtenis. Kort erop zou koning Karel de Eenvoudige namelijk het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte sluiten met Rollo, die zo het gebied rond de Seine-monding in leen kreeg, met Rouen als hoofdstad.

In 1194 werd door brand een groot deel van het stadscentrum van Chartres verwoest, ook het kerkgebouw, op de crypte en de westportalen na. Het Sancta Camisa bleef echter behouden. Dit werd opgevat als een teken dat Maria gewild had dat de oude kerk zou verbranden, opdat er een grotere en mooiere gebouwd zou worden. Geheel de bevolking, inclusief de kooplieden die belang hadden bij de bouw van een nieuw groots opgevat godshuis, hielp de ossenkarren met stenen van de groeve (op 8 km van de stad) over het land naar de bouwplaats te trekken.

Trivia[bewerken]

  • In tegenstelling tot wat gebruikelijk is bij kerkgebouwen, is deze kathedraal niet georiënteerd op het oosten, maar op het noordoosten. Dit was ook het geval bij de eerdere kerkgebouwen op deze locatie.
  • Op 29 januari 1908 werd de kerk door paus Pius X verheven tot basiliek (basilica minor).

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. E. DE LÉPINOIS, Histoire de Chartres, I, Chartres, 1854, 35-37.