Rouen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rouen
Gemeente in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Wapen van Rouen
Rouen
Rouen
Situering
Regio Haute-Normandie
Departement Seine-Maritime
Arrondissement Rouen
Kanton hoofdplaats van 7 kantons: Rouen-1, Rouen-2, Rouen-3, Rouen-4, Rouen-5, Rouen-6 en Rouen-7
Coördinaten 49° 26' NB, 1° 5' OL
Algemeen
Oppervlakte 21,38 km²
Inwoners (2011) 111.805 (5.229,4 inw/km²)
Overig
Postcode 76000-76100
INSEE-code 76540
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk
Panorama van Rouen

Rouen (Nederlands, verouderd: Rouaan, Latijn: Rotomagus) is een stad in Normandië en de hoofdplaats van Haute-Normandie, de prefectuur van het Franse departement Seine-Maritime. De stad telt 111.805 (2011) inwoners en ligt aan de Seine. Het is één van de belangrijkste havens van Frankrijk. De rivier de Seine doorsnijdt de stad. Het oude centrum ligt op de rechteroever. Het industriegebied bevindt zich voornamelijk op de linkeroever. De agglomeratie van Rouen telt 527.170 inwoners (2008).

Naamgeving en toponymie[bewerken]

De plaats gaat terug op de grondvorm Ratomagus. Het eerste deel, Rato- is een variant van Roto dat verwijst naar het Oud-Ierse Roth (wedren) en het Gallische Rhad (wiel, rond voorwerp) waarvan de afgeleide betekenis in het Gallisch "wedstrijdwagen" is. Het tweede deel magos refereert aan het Gallische Magos (vlakte, veld, later marktplaats). De eigenlijke betekenis van Rotomagus zou "renbaan" zijn.[bron?]

Geschiedenis[bewerken]

Oudheid[bewerken]

Rouen is ontstaan in de Gallo-Romeinse periode. Het was de hoofdplaats voor de stam van de Veliocasses die in de vallei van de Seine woonden in een gebied dat zich uitstrekte tussen Caudebec-en-Caux en de Pontoise. De stad zelf werd onder de heerschappij van de Romeinse keizer augustus gesticht op de rechteroever van de Seine. Ze was de op één na belangrijkste stad van Gallië na Lugdunum (Lyon). In de 3e eeuw kende de Gallo-Romeinse stad haar grootste bloei en werd het een bisschopszetel.

Middeleeuwen[bewerken]

In de eerste helft van de 9e eeuw werd de streek rond Rouen geteisterd door invallen van de Noormannen. Door het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte in 911 werd Rollo, hoofdman van de Noormannen de eerste hertog van Normandië. Hij maakte Rouen de hoofdstad van de regio.

In 1150 kreeg Rouen stadsrechten. In 1200 werd de Romaanse kathedraal verwoest door een grote brand. Het zou verscheidene eeuwen duren voor de nieuwe gotische kathedraal was voltooid. In 1205 lijfde Filips II August Rouen en de rest van het hertogdom Normandië in; het behoorde sindsdien aan de Franse kroon. Het werd een belangrijk en bloeiend handelscentrum. Van hier werden wijn en graan via de Seine over Het Kanaal naar Engeland verscheept. Wol kwam van Engeland om verwerkt te worden tot laken. In 1348 werd Rouen getroffen door de Zwarte Dood waardoor de bevolking gedecimeerd werd. Na een opstand van de bevolking ontnam Karel VI de stad haar stadsrechten. Rouen zou die pas 300 jaar later terugkrijgen. In 1382 vond opnieuw een belangrijke opstand van de inwoners plaats, de Harelle, die op een hardhandige manier onderdrukt werd door de troepen van de Franse koning. Rouen verloor wederom haar stadsrechten, de belastingen werden verhoogd en de stad verloor haar verworven monopolie over de handel en het vervoer via de Seine.

Midden in de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) viel de stad op 19 januari 1419, na een belegering van 6 maanden en een periode van acute hongersnood in handen van de Engelse koning Hendrik V. De overgave gebeurde niet zonder slag of stoot; sommige burgers verzetten zich. Alain Blanchard leider van het verzet werd opgehangen, de kanunnik van Rouen Robert de Livet excommuniceerde de Engelse koning en moest hiervoor een gevangenisstraf van 5 jaar uitzitten in een Engelse kerker. Rouen zou de daaropvolgende 30 jaar in het bezit van de Plantagenets blijven.

De stad werd het nieuwe machtsbastion van de Engelsen in het bezette deel van Frankrijk. In mei 1430 verkocht de hertog van Bourgondië Jeanne d'Arc voor 10 000 Franse daalders aan Jan van Bedford, die haar liet opsluiten in de gevangenis. Tegen de jonge vrouw werd een religieus proces aangespannen wegens ketterij. Zo verloor de Franse koning Karel VII zijn recht op de Franse troon en kon de jonge Engelse koning Hendrik VI hier aanspraak op maken. Onder leiding van Pierre Cauchon, de bisschop van Beauvais en de voorzitter van de inquisitierechtbank werd Jeanne ter dood veroordeeld. Op 30 mei 1431 stierf ze op de brandstapel op de Place du Vieux-Marché in Rouen. In 1449, 30 jaar na de Engelse bezetting, heroverde Karel VII de stad.

Renaissance[bewerken]

In de 16e eeuw kende Rouen een periode van relatieve rust en welvaart. Er werd opnieuw veel gebouwd in de stad. Saint-Maclou, met de bouw waarvan was begonnen tijdens de Engelse bezetting, werd voltooid, evenals het schip van Saint-Ouen. Gebouwen verrezen in de voor Rouen zo kenmerkende flamboyante stijl. In 1506 huldigde Lodewijk XII het nieuwe Paleis van Justitie in. Met het mecenaat van aartsbisschop Georges d'Amboise werden Italiaanse ambachtslui en kunstenaars aangetrokken. Hij introduceerde de Italiaanse architectuur en zo werd Rouen een van de pionierssteden op gebied van architectuur in Frankrijk in het begin van de 16e eeuw. Op economisch vlak ging het Rouen ook voor de wind. De haven en de tolheffing op zout, vis, wol en andere producten via de Seine brachten veel geld op. Er was ook een bloeiende handel met de Nieuwe Wereld. Vissers brachten haring mee uit de Oostzee en kabeljauw uit Newfoundland. Uit Brazilië voerden schepen exotische goederen aan, vooral kleurstoffen voor de lakennijverheid die naar heel West-Europa werden geëxporteerd.

Van 1530 af bekeerde een kwart van de bevolking zich tot de protestante godsdienst zoals die door Calvijn gepredikt werd. De calvinisten vormen dus een minderheid in de stad. In 1560 liepen de spanningen tussen de katholieken en de protestanten hoog op. De slachtpartij van Vassy in 1561 vormde het begin van de eerste godsdienstoorlog. Op 19 april 1562 bezetten de protestanten het stadhuis en joegen ze de baljuw en de katholieke gemeenteraadsleden weg. De katholieken namen Fort Saint-Catherine in, dat op een heuvel de stad domineerde. Beide kampen stonden elkaar naar het leven. De protestanten riepen de hulp in van de Engelse koningin Elizabeth I. Engelse troepen landden in Le Havre om de protestanten te helpen en namen op 26 oktober 1562 Rouen in. Gedurende drie dagen plunderden ze de stad. Na het nieuws over het bloedbad van de Bartholomeusnacht in augustus 1572 doken veel protestanten onder; ze lieten zich vrijwillig opsluiten in de gevangenis om te ontsnappen aan de volkswoede. Een opgehitste menigte drong echter de gevangenis binnen en maakte alle protestanten af.[bron?]

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

In juni 1940 bliezen de inwoners zelf de bestaande bruggen en een deel van de haven op om te verhinderen dat de Duitsers Rouen zouden innemen. Tevergeefs, de Duitsers trokken met hun tanks de stad binnen. In de stad woedde ondertussen een inferno; de kathedraal stond in brand en in de wijk eromheen gingen prachtige vakwerkhuizen in vlammen op. Na 10 dagen doofde de brand langzaam uit. Tussen 1941 en 1942 werd de stad regelmatig gebombardeerd door Britse bommenwerpers; de schade is telkens aanzienlijk. In de nacht van 18 op 19 april van 1944 werd het centrum van de stad opnieuw getroffen door zo'n 350 zware bommen. Er woedde een nieuwe brand waarbij honderden burgerslachtoffers vielen en meer dan 500 gebouwen werden verwoest. Ook het gerechtsgebouw ging in vlammen op. Nauwelijks een maand later, op 30 mei 1944, werd de stad opnieuw zwaar gebombardeerd. De kathedraal viel weer ten prooi aan de vlammen en de architecturale schade was groot. De inwoners probeerden de hele nacht het vuur te blussen. De kathedraal kon gered worden maar de Saint-Maclou (kerk) werd in as gelegd. Na de landing van de geallieerden zaten de Duitse troepen nog altijd in de stad. De bruggen over de Seine waren opgeblazen en ze konden niet weg. Op 30 augustus werden de Duitsers door de Canadezen definitief uit de stad verjaagd; voor hun aftocht staken ze nog de haveninstallaties in brand. De tol na de oorlog was hoog; meer dan 3.000 personen waren omgekomen en 10.000 huizen waren in as gelegd.[bron?]

Geografie[bewerken]

De gemeente Rouen bestrijkt een oppervlakte van in totaal zeven kantons. Dit zijn Rouen-1, Rouen-2, Rouen-3, Rouen-4, Rouen-5, Rouen-6 en Rouen-7.

De onderstaande kaart toont de ligging van Rouen met de belangrijkste infrastructuur en aangrenzende gemeenten.

Detailkaart van de gemeente

Demografie[bewerken]

Onderstaande figuur toont het verloop van het inwoneraantal van Rouen vanaf 1962.

Grafiek inwonertal gemeente
Bron: Frans bureau voor statistiek. Cijfers inwoneraantal volgens de definitie population sans doubles comptes (zie de gehanteerde definities)

Toerisme en bezienswaardigheden[bewerken]

Le Gros-Horloge
Place du Vieux-Marché
Vakwerkhuis in Rouen

Erfgoed[bewerken]

Civiel[bewerken]

  • Palais de Justice

Dit gerechtsgebouw uit het einde van de 15e en het begin van de 16e eeuw werd opgetrokken in laatgotische stijl als het Échiquer de Normandie (hooggerechtshof). Het is een voorbeeld van de burgerlijke architectuur uit de vroege renaissance. De façade begint onderaan in een tamelijk sobere stijl maar verandert gradueel naar boven toe in een complex van torentjes, pinakels, en steunberen. Op het voorplein aan de oostelijke trap heeft men in 1976 de overblijfselen van een Joods bouwwerk blootgelegd. De Hebreeuwse opschriften doen vermoeden dat het een Joodse leerschool betreft uit de 8e-9e eeuw.

  • Le Gros-Horloge

Dit renaissancegebouw is één van de referentiepunten in Rouen. Het bestaat in feite uit een grote poortboog die de Rue du Gros-Horloge volledig overspant, met een uurwerk aan de voorzijde. De poort verschaft toegang tot de Place-du-Vieux-Marché. Het uurwerk heeft een mechaniek uit de 15e eeuw. Het geheel wordt bekroond met dakvensters en een paviljoen. Aan het gebouw bevindt zich het belfort van de stad, waaruit de inwoners in 1527 het uurwerk weghaalden om dit in de poortboog te bevestigen zodat de bevolking het horloge beter kon zien. Juist boven de boog is een gebeeldhouwd tafereel te zien dat de Goede Herder en zijn schapen voorstelt.

  • Place du Vieux-Marché

Rond het plein staan vakwerkhuizen, en in het midden staan de overdekte markthallen en de moderne Saint-Jeanne d'Arc kerk. In de middeleeuwen diende deze marktplaats ook als terechtstellingsruimte voor misdadigers en andere veroordeelden. Op dit plein werd Jeanne d'Arc op 30 mei 1431 op de brandstapel gezet. Het Kruis van de Rehabilitatie, is een nationaal monument ter ere van de Franse volksheldin en martelares en staat ook op de Vieux-Marché. Tenslotte staat bij het plein het kleine museum, le Musée de Souvenir, dat volledig in het teken van Jeanne d'Arc staat.

  • Hôtel de Bourgtheroulde

Willem II Rufus, raadslid van het parlement van Rouen, liet dit stadskasteel in renaissancestijl bouwen in de eerste helft van de 16e eeuw. Op de ruime binnenplaats kan men bas-reliëfs zien waarop fragmenten uit gedichten van de Italiaanse dichter Petrarca zijn afgebeeld. Tegenwoordig biedt het kasteel onderdak aan een hotel.

  • Donjon of Jeanne d'Arctoren

De donjon is het enige deel dat is overgebleven van een middeleeuwse burcht die begin van de 13e eeuw (1204 ) gebouwd is door Filips II Augustus. In deze cilindrische toren werd Jeanne d'Arc berecht en gemarteld. Ze werd gevangen gehouden in een andere toren, iets verderop, die in de loop ter tijden verdwenen is.

Het centrum van Rouen telt vele vakwerkhuizen. De Universiteit van Rouen, alsook de gerenommeerde Business School ESC Rouen, liggen in het nabij gelegen Mont Saint-Agnan.

Religieus[bewerken]

  • Kathedraal Notre-Dame
Nuvola single chevron right.svg Zie Kathedraal van Rouen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vlak in het centrum van Rouen staat de kathedraal in gotische stijl. De bouw ervan begon in de 12e eeuw (1145) op de plaats waar oorspronkelijk een romaanse kathedraal stond. Hiervan is alleen de crypte overgebleven. In 1200 werd de kathedraal in aanbouw door een felle brand volledig verwoest, en moest men opnieuw beginnen. De kathedraal werd pas in de 16e eeuw voltooid, onder leiding van bouwmeester Roland Leroux. Het portaal wordt geflankeerd door het zijportaal van St-Jean met erboven de toren de Tour Romain uit de 12e eeuw. Het rechter zijportaal gewijd aan St-Étienne wordt bekroond door de Tour de Beurre uit de 15e eeuw in flamboyante stijl. De indrukwekkende centrale toren heeft een gietijzeren spits uit 1876 die de oorspronkelijke houten spits van 1544 vervangt. Deze was verloren gegaan door een blikseminslag. De torenspits is met zijn 151 m. de tweede hoogste van Frankrijk. Binnenin zijn er roosvensters en een trap van steen Escalier de la Librarie van de hand van Guillaume Pontifs. Achter de kooromgang bevindt zich de Chapelle de la Vierge met een praalgraf van Louis de Brèze, een seneschalk uit de 15e eeuw. Onder het koor zijn nog de overblijfselen van de oorspronkelijke romaanse kathedraal te vinden: de crypte en een waterput. In de koorafsluiting is het hart van Karel V in een loden kistje ingemetseld. In het koor zelf bevinden de grafmonumenten van Richard Leeuwenhart en van Rollo, de eerste hertog van Normandië. De kathedraal bezit een dertigtal doeken van de impressionistische schilder Monet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kathedraal zwaar beschadigd door bombardementen; de restauratie loopt nog altijd. (2011).

Église Saint-Maclou de Rouen
Een straat met op de achtergrond de Saint-Ouen kerk
  • Saint-Maclou kerk

De Saint-Maclou kerk werd tussen 1437 en 1517 gebouwd in de laatgotische flamboyante stijl. Ze staat op een pittoresk plein omringd door verschillende oude vakwerkhuizen in de typisch Normandische stijl. De kerk heeft een mooie façade met een voor- en vier zijportalen in waaiervorm. Binnenin is er een mooie wenteltrap (1517) en een orgel met fijn houtsierwerk uit het begin van de 16e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de kerk beschadigd door de hevige beschietingen en bombardementen. Een grondige renovatie volgde.

  • Saint-Ouen kerk
Nuvola single chevron right.svg Zie Abdijkerk van Saint-Ouen in Rouen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Deze kerk werd gebouwd op de locatie waar in de 8e eeuw oorspronkelijk een klooster van de benedictijnen stond. In 1318 werd begonnen met de bouw van deze kerk in de rayonante stijl van de Franse laat-gotiek. De Honderdjarige Oorlog (1316-1453) zorgde voor heel wat vertraging, zodat de kerk pas aan het einde van de 15e eeuw voltooid werd. Ze is groter dan de kathedraal; ze heeft minder ornamenten en is soberder. Het schip van de abdijkerk dateert uit de 15e eeuw; het koor uit de 14e eeuw; en de glas-in-loodramen uit de 14e, 16e en 20e eeuw. De achthoekige lantaarntoren met een grote kroon wordt geflankeerd door vier kleinere torens en wordt door de Normandiërs ook wel 'de kroon van Normandië' ("La couronne de Normandie") genoemd.

  • De Sainte-Jeanne-d'Arc kerk

Deze moderne kerk werd in 1979 voltooid op de place du Vieux Marché waar Jeanne d'Arc op 30 mei 1431 levend werd verbrand. De plaats van de kerk die haar naam draagt kan haast niet symbolischer zijn. Het kerkelijk gebouw staat er niet alleen als nagedachtenis aan de heilige Jeanne zelf maar is er ook als een burgerlijk monument: de nationale heldin van Frankrijk als een symboolfunctie. Het dak van hele kerk komt uit de scheepvaart en heeft de vorm van een omgekeerd schip. Het is bedekt met leisteen en koper. In de kerk zit een enorm glas-in-loodraam van 500 m². Dit bestaat uit 13 glas-in-loodramen die gered zijn uit de Saint-Vincentkerk die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd verwoest . Ze stellen scènes voor uit het leven van Jezus en andere heiligen.

  • Saint-Godard kerk
  • Saint-Patrice kerk
  • Saint-Romain kerk
  • Fierté Saint-Romain

Musea[bewerken]

Stedelijke[bewerken]

  • Musée des Beaux-Arts.

De collectie van het Musée des Beaux-Arts biedt een overzicht van de West-Europese schilder-, meubel- en beeldhouwkunst van de 16e eeuw tot de huidige tijd. Ze bezit ook een schat aan tekeningen en andere kunstvoorwerpen. Het museum is gehuisvest in een ruim gebouw uit het begin van de 19e eeuw met veel ramen en licht. De kern van het museum bestaat uit een ruime hal, een boekhandel en een grote ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen, en is omringd door twee verdiepingen die bestaan uit 63 zalen waar de permanente collectie is ondergebracht. De collectie bestaat onder meer uit stukken van Rubens en Caravaggio. De Franse meesters, Clouet, Poussin en Vouet zijn ook vertegenwoordigd. Van Gerard David is Madonna met kind en engelen en heiligen aanwezig, een topstuk van de Vlaamse Primitieven. Niet alleen schilderijen uit de romantiek en het neoclassicisme, maar ook werken uit het symbolisme vullen de verschillende zalen.

  • Musée de la Ceramique.

De hele museumcollectie is ondergebracht in het Hôtel d'Hocqueville, een statig stadskasteel uit het begin van de 18e eeuw. Het museum telt een duizendtal stukken aardewerk in het algemeen, van prehistorische potscherven via andere archeologische vondsten tot faiencewerk en porselein uit de 20e eeuw. Centraal staat het aardewerk en de faiences uit de ateliers van Rouen en omstreken die bloeiden in de 17e en de 18e eeuw. Hun succes taande door de opkomst van het porselein en de concurrentie uit Engeland. Een van de hoogtepunten zijn de apothekersvazen en vloertegels van Massénot Abaquesne (1550), de eerste faiencemaker uit Rouen. Daarnaast bezit het museum werken van Louis Poterat en Jules Loebnitz. Het museum beperkt zich niet alleen tot Frankrijk maar ook Europa is goed vertegenwoordig met Delfts aardewerk, Wedgewood uit Engeland en Italiaanse majolica. Buiten de Europese grenzen is er ook aardewerk uit het verre oosten.

Religieuze gebouwen met museale nevenfunctie[bewerken]

Aître Saint-Maclou
  • Aître Saint-Maclou.

In 1348 stierf driekwart van de inwoners van het Saint-Maclou kwartier aan de gevolgen van de pest. Daarom besloot men op deze plaats een begraafplaats te bouwen, een atrium. Nabij de Saint-Maclou-kerk zijn vakwerkhuizen uit de 16e eeuw rond een binnenplaats met bomen. Daar omheen waren er oorspronkelijk vier galerijen met op de bovenverdieping een ossuarium dat verdwenen is. De galerijen zijn versierd met doodshoofden, beenderen, schoppen, gereedschap van een grafdelver; macabere figuren die verwijzen naar de oorspronkelijke functie van dit atrium. In de zuidelijke galerij van het atrium huist hier nu de École des Beaux-Arts.

Privémusea[bewerken]

  • Musée Le Secq des Tournelles.

Dit museum is gevestigd in de vroegere Saint-Laurentkerk dat in de gotische stijl opgetrokken is en dateert uit de vroege 16e eeuw. De verzameling herbergt meer dan 15.000 stukken smeedwerk van de 3e tot de 20e eeuw. In het schip bevinden zich de grote stukken smeedwerk, zoals trapleuningen, hekken en bedden. In de linkerzijbeuk zijn allerlei zaken te vinden die te maken hebben met sloten en sleutels, en in de rechterzijbeuk huishoudelijk gereedschap van tangen via sloten tot messen.

  • Musée Pierre Corneille.
  • Musée Flaubert et d'Histoire de la médecine Geboortehuis van schrijver Gustave Flaubert en museum van medische geschiedenis.
  • Musée départemental des Antiquités de la Seine-Maritime is een museum over de geschiedenis van de haven en de scheepvaart.
  • Musée d'Histoire naturelle.
  • Musée maritime, fluvial et portuaire.
Jardin des Plantes

Parken[bewerken]

  • Jardin des Plantes.

De Jardin des Plantes is een 8 ha grote botanische tuin daterend uit de late 17e eeuw.

Economie[bewerken]

Haven van Rouen[bewerken]

Rouen is de vierde haven van Frankrijk, na Marseille, Le Havre en Duinkerke. In de jaren 2000-2010 lag het gemiddelde overslagvolume in de haven van Rouen tussen de 20 en 30 miljoen ton. De haven heeft een lange historie. Tijdens de Gallo-Romeinse periode werd al wijn en olijven in Rouen gelost en tin, lood en aardewerk geladen. De volumes namen een sterke vlucht vanaf het begin van de 20e eeuw; in 1913 werd al 5 miljoen ton lading verwerkt en drie jaar later was dit nagenoeg verdubbeld. Rouen was destijds de grootste Franse haven en verloor deze positie pas in de jaren dertig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de haven zwaar beschadigd, maar de noodzakelijke herstelwerkzaamheden werden benut om de haven te moderniseren. In 1963 werd weer 10 miljoen ton verwerkt en in 1979 werd voor het eerst meer dan 20 miljoen ton verwerkt. Nadien zijn de volumes in de haven blijven schommelen tussen de 20 en 30 miljoen ton.[1] De invoer van goederen maakt ongeveer twee derde van het totale behandelde volume uit.[bron?]

Rouen ligt hemelsbreed zo'n 80 kilometer landinwaarts; deze afstand is goed vergelijkbaar met die van de haven van Antwerpen. Er zijn geen sluizen tussen de haven en de zee. Schepen met een maximale omvang van 170.000 DWT kunnen de haven invaren. In 2010 deden zo'n 7.000 schepen de haven aan. De belangrijkste producten die in de haven worden verwerkt zijn olieproducten. Rouen is tevens de grootste Franse exporthaven van granen. De haven biedt direct en indirect werk aan ongeveer 20.000 mensen.

Station Rouen-Rive-Droite

Verkeer[bewerken]

Het stadsvervoerbedrijf TCAR exploiteert twee tramlijnen en meerdere buslijnen.

In de gemeente liggen de spoorwegstations Rouen-Martainville, Rouen-Orléans, Rouen-Rive-Droite en Rouen-Rive-Gauche.

Geboren in Rouen[bewerken]

In chronologische volgorde:

Stedenbanden[bewerken]

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) (fr) Website haven van Rouen Geraadpleegd op 2012-01-29