Agglomeratie
| Portaal Steden |
Een agglomeratie (ook wel stedelijk gebied genoemd, maar die term kan ook naar een algemener begrip verwijzen) is een aaneenschakeling van nederzettingen, verspreid over verschillende steden en dorpen, waarvan de inwoners zich gedragen alsof zij in één stad wonen. Dat wil zeggen dat de bewoners wonen, werken, winkelen en recreëren in verschillende delen van de agglomeratie en zich in hun dagelijks leefpatroon veelvuldig binnen de agglomeratie verplaatsen.
In veel gevallen ligt een agglomeratie rondom een centrale stad. De steden en dorpen sluiten min of meer direct op elkaar aan, er kunnen echter ook rivieren, autosnelwegen, parken of volkstuinen tussen liggen.
Inhoud |
[bewerken] Vervoer
De kracht van een stad ligt onder meer in het feit dat de bewoners zich binnen de stad veelvuldig bewegen zodat een intensieve interactie ontstaat tussen de bewoners. In een traditionele stad verplaatsten de inwoners zich hoofdzakelijk te voet. De omvang van traditionele steden is daarom beperkt tot een half uur gaans (circa drie kilometer). Agglomeraties konden ontstaan doordat snelle vervoerswijzen beschikbaar kwamen (trein, tram en auto) waardoor bewoners zich binnen hetzelfde tijdbudget over veel grotere afstanden konden verplaatsen. Zo kon het dagelijks leefpatroon van de bewoners zich over een veel groter gebied uitstrekken en werd een intensieve interactie tussen veel grotere aantallen inwoners mogelijk. Deze intensieve interactie heeft meerwaarde omdat zij culturele en economische ontwikkeling mogelijk maakt.
[bewerken] Verkeerssystemen
Agglomeraties zijn afhankelijk van een goed verkeerssysteem. Zij kennen een druk (forenzen)verkeer, beschikken over openbaar vervoer en hebben last van congestie. Agglomeraties zijn vaak gegroeid rondom verkeerssystemen die eigenlijk bedoeld waren voor interlokaal verkeer en gedimensioneerd waren op veel kleinere vervoerstromen. Spoorwegen en autowegen binnen agglomeraties zijn daarom veelvuldig uitgebreid om in de alsmaar toenemende vervoersbehoefte te voorzien. Ook zijn verkeerssystemen, die ontstaan zijn op een stedelijke schaal (zoals de stadstram), uitgebreid naar de grotere reikwijdte van de agglomeratie. Het probleem hierbij is dat deze systemen eigenlijk te langzaam zijn: agglomeraties hebben behoefte aan vervoersystemen die specifiek zijn toegesneden op hun behoefte zoals voldoende snelheid en een hoge capaciteit. Dergelijke systemen worden ook wel aangeduid met de term stadsgewestelijk vervoer.
[bewerken] Agglomeraties in België
In haar definiëring van stadsgewesten beschouwt de federale overheid van België de agglomeraties van Brussel, Antwerpen, Luik, Gent en Charleroi als "grote steden".[1] Bergen, Leuven, Brugge, Namen, Kortrijk, Mechelen, Hasselt, Verviers, Oostende, Doornik, Genk, Sint-Niklaas en Turnhout worden gezien als "regionale steden".[1] De Brusselse agglomeratie is het grootste van het land en overstijgt de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
[bewerken] Agglomeraties in Nederland
Zie het lemma Plusregio voor een compleet overzicht. In zeven stadsregio's in Nederland is een extra bestuurslaag (tussen provincie en gemeente) opgericht.
De vijf grootste agglomeraties zijn:
- Amsterdam (Stadsregio Amsterdam; met de gemeenten Amsterdam, Amstelveen, Ouder-Amstel, Diemen, Weesp, Zaanstad en Haarlemmermeer), ca. 1.300.000 inwoners. Deze stadsregio maakt op zijn beurt deel uit van de zogenaamde Metropoolregio Amsterdam.
- Rotterdam (Stadsregio Rotterdam ("Rotterdam-Rijnmond"); met de gemeenten Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Lansingerland, Spijkenisse, Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel), ca. 1.200.000 inwoners.
- Den Haag (Stadsgewest Haaglanden; met de gemeenten Den Haag, Delft, Wassenaar, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Pijnacker-Nootdorp, Westland, Midden-Delfland en Zoetermeer), ca. 1.000.000 inwoners.
- Eindhoven (Samenwerkingsverband Regio Eindhoven; met in totaal 21 gemeentes in Zuidoost-Brabant, waaronder Eindhoven, Helmond, Veldhoven, Son en Breugel, Best, Geldrop-Mierlo, Nuenen en Waalre), ca. 800.000 inwoners.
- Utrecht (Bestuur Regio Utrecht; met de gemeenten Utrecht, De Bilt, Zeist, Maarssen, De Meern, Bunnik, Houten, Nieuwegein, IJsselstein en Vianen), ca. 600.000 inwoners.
De regio's Arnhem-Nijmegen en Twente vormen de twee overige stadsregio's, maar deze zijn minder aaneengesloten en kunnen (nog) niet echt als één agglomeratie beschouwd worden. De stadsregio Rotterdam en het stadsgewest Haaglanden zijn daarentegen dusdanig aan het verstrengelen, inclusief politieke samenwerking, dat zij ook samen als één enkelvoudige agglomeratie gezien zouden kunnen worden.
[bewerken] Definities in verschillende landen
Landen definiëren agglomeraties op verschillende manieren:
[bewerken] België
De stedelijke agglomeratie omvat de kernstad en de stadsrand. Het is het landschapsdeel dat aaneensluitend bebouwd is met huizen, openbare gebouwen, industriële en handelsuitrustingen, met inbegrip van de tussenliggende verkeerswegen, parken, sportterreinen enzovoorts. De stedelijke woonkern wordt begrensd door een zone bestaande uit landbouwgrond, bossen, braakliggende en woeste gronden en verspreide bewoning. De geoperationaliseerde agglomeratie bekomt men door de morfologische agglomeratie aan te passen aan de gemeentegrenzen.[1] Typevoorbeelden van gemeentes in de Brusselse stadsrand zijn de zes faciliteitengemeenten rond Brussel.
[bewerken] Japan
Japan kent de term tosjiken (都市圏), ofwel "blok-steden".
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties
|